Recente reacties

  • Ik weet niet meer in welke films maar Frieda Linzi speelde destijds mee in een aantal van de Vlaamse films met Charel Janssens en Co Flower.

    Luc
  • gimycko
  • En had Jan Smets gedebuteerd bij de Malinois, had hij 4 goalen gemaakt?

    Drink verdriet af met mate(n). Schiet niet op de thuiswedstrijdenfotograaf.

    Mon
  • Roger, ik heb toch gezegd dat ik van in mijne luie zetel naar de voetbal heb gekeken. Naar Brugge- Malinois ondermeer.

    G.L.
  • Wis en waarachtig onbekend

    Als de Mechelse wis, zoals de door Luc getoonde tekst beweert, 0,58 Mechelse stere groot zou geweest zijn, zal ofwel de stere niet in Mechelse el gedimensioneerd zijn, ofwel de wis niet in Mechelse voet (of was geen van beide het geval):
    1 wis = 0,58 x 0,689 m x 0,689 m x 0,689 m / (0,278 m x 0,278 m x 0,278 m) = 8,83 kubieke voet, een getal dat niet met zijden in voet of halve voet te bekomen valt. Ik vermoed dat dit niet de juiste waarde van de wis was.
    Rekening houdend met eventuele afrondingen:
    1 wis (bovenlimiet) =  0,585 x (0,6895 m)3 / (0,2775 m)3 = 8,974 kubieke voet
    Zelfs met alleruiterste waarden komt men niet aan een ronde 9. Een bak van 3 voet op 3 voet bij maar 1 voet hoog, zou onwaarschijnlijk geleken hebben, maar een van 1,5 voet x 1,5 voet bij 4 voet hoog had niet zo raar geleken.
    1 wis (onderlimiet) =  0,575 x (0,6885 m)3 / (0,2785 m)3 = 8,763 kubieke voet
    Zelfs met omgekeerd uiterste waarden komt men niet aan een ronde 8. Die zou een bak van 2 voet op 2 voet bij 2 voet hoog mogelijk gemaakt hebben, wel met veel kleinere omvang dan elders. We schoten dus nog niet veel op.

    Maar op dat pinnenrek werd wel veel geschoten, me dunkt. :)

    Mon
  • G.L., zoudt ge bij deze hitte niet beter binnen blijven??  Het is niet goed weet ge, om je hersens aan hevige zonnehitte bloot te stellen.  Misschien een hoedje opzetten?

    Roger Kokken
  • Dat bevestigt dat de talie en de roede ook te Mechelen gebruikt werden.

    Schol eh, gasten. Ik heb niet op de Luc gewacht om de mijne te genieten. Pakt er nog eentje op eigen kosten, zo gaat dat hier...

    Liegen of het gedrukt staat

    De roede was in eerste instantie een lengtemaat. Wel schijnt die (ook elders) vooral als oppervlaktemaat gekend te zijn gebleven, dus als vierkante roede, terwijl de lengtemaat waarschijnlijk in onbruik was geraakt. Aldus (sprak en) schreef men gewoon van 'roeden' als een landmaat. De tekst die Luc toonde, haspelt de twee betekenissen voor roede foutief door mekaar:
    • 1 Mechelse roede (lengtemaat) = 20 Mechelse voet, niet "vierkant voet",
       dus 20 x 0,278 m = 5,56 m.
    • 1 Mechelse roede (oppervlaktemaat) = 400 vierkante Mechelse voet,
       dus 400 x 0,278 m x 0,278 m = 30,9136 m2.
    Dit laatste is de waarde die ook de tekst opgeeft (en uiteraard gelijk aan 5,56 m x 5,56 m). Ik ga er van uit dat de factor 20 klopt, want ook de Antwerpse en de Brusselse zijn 20 voet lang geweest. Maar was dat altijd zo?

    De lengtemaat 'Gentse roede' was maar 14 voet (van 11 duim). Dus was de vierkante Gentse roede 196 vierkante Gentse voet. Ligt dit toevallig zo dicht bij 200, de helft van onze 400? Is hun roede gebaseerd op de halfroede uit Brabant of overtroefde men hen hier door meteen het dubbele van die Vlaamse in te voeren? Of had ook Gent een halfroede van een oudere roede, en leek die kleinere landmaat hen praktischer voor een stad:
    Wiskundig: Vierkantswortel (20 voet x 20 voet / 2) = 14,142 voet, voor elke zijde van een vierkant van een halfroede groot. Werd de benadering "14 voet" destijds opgelegd, een 30% kortere nieuwe 'Gentse roede' als lengte­maat bepalend, om een nieuwe 'roede' als landmaat te standaardiseren, door die afronding 4 vierkante voet kleiner dan hun oude halfroede?

    Allez, dat was mijn eerste gedacht. Maar ook de Stichtse [Utrechtse] roede was 14 voet (van maar 10 duim) en zelfs veraf de Groningse (met voet van 12 duim). Het verklaart niet de "Lekkendijksche" roede met 18 voet (van 0,280 m of slechts 10 duim), de onder meer "(Opper)Gelderse" met 16 voet (van 0,288 m), de "Gelderse" met slechts 13 voet (van 0,272 m) zoals in Amsterdam (voet van 0,283 m), of de Rijnlandse met 12 voet (van 0,314 m) zoals in Friesland (voet van maar liefst 0,326 m). Amai mijn...

    Toch zou ik liefst origineler bronnen zien voor ik de Mechelse of de Gentse (strekkende of vierkante) roede voor welgekend hou. Er zou bijvoorbeeld naargelang het jaartal een verschillende grootte kunnen mee bedoeld zijn.

    De wis (of wisse) was een oorspronkelijk met wilgentwijgen samengebonden hoeveelheid brandhout. In sommige streken ook de maat voor stenen, grond en turf. Ik denk aan een mand of bak, gevuld met wishout (schavelingen of gekloven brandhout), van 3 voet op 3 voet met hoogte... 4 voet (Cornelissen & Vervliet, 1903) ofwel 6 voet (Rutten, 1890), naargelang de bron. Een stere of stère zou een kubieke el geweest zijn (wat in Mechelse maten een Mechelse wis ± 2,37 ofwel ± 3,56 Mechelse stere maakt, geen "0,58"). Maar deze link geeft ook afwijkende steres (met wis van nog altijd 0,78 ofwel 1,16 zelfs opgeblazen 'metrieke' stere van 1 m3). Was een Mechelse wismand dan zoveel kleiner dan die uit die bronnen? Zegt men daarom bij ons soms 'Van dien boor gin aot'  i.p.v. 'gin aore' ?
    Die dikke 6 cm kol pure vrijgevigheid aan de el vind ik ook curieus.

    Maten die geen dimensie uitdrukken... Not my pint of ale. Blindelings zou ik er niet op steunen. Was de schrijver geen beste vriend van de prefect &  Co?

    Mon
  • Mijnheer Jan Smets, ge kunt de pot op met uwe Frome. Niet achter uw gat gezegd hé.

    G.L.
  • En dat is een toffe ontdekking!   ;-)  Terwijl ik naarstig aan de slag was om foto's te schieten van koers en randgebeuren, ben ik zélf ongemerkt  het onderwerp geworden van een foto...

    Tof Gil Plaquet!

    Jan Smets
  • Aha, daarom stonden er extra (drie!) seingeefsters ter hoogte van "de Broederkens", die zaten mee in dat complot!

    ;-)

    Jokke oep zeun blokke
  • Er zijn geruchten dat een renner een ronde heeft overgeslagen om een drankje te nuttigen in de Broederkes. Kan iemand dat bevestigen?

    peter
  • Speciaal voor de Mon volgt hierna wat meer uitleg over de Mechelse maten en gewichten.

    Aan de rest van de bloggers wens ik een frisse pint in de plaats toe.

    Luc
  • Lengtematen in 't breed

    • Lucs suggestie heeft er twee verschillende standaardeenheden nodig.
    • Tussen 11 pinnen zijn er slechts 10 afstanden. Geen enkele verhouding van eenheden was toen decimaal. Tien is slechts deelbaar door 2 en door 5.
    • Een duim, voet, en el zijn bekend. Ooit legde men een soort gemiddelde duimbreedte vast als de standaardmaat voor 1 duim, voetlengte voor de voet, armlengte voor de el. Van veel werd de lengte uitgedrukt in voet en duim (zoals een Engelsman 5 ft 8 in of 5' 8" tall kan zijn).  Als exact 11 duim in een voet pasten, zal men de duimmaat kunstmatig lichtjes aangepast hebben om die preciese verhouding te bekomen.
    • Die verhouding 11 x kan al een eindje buiten Mechelen gebruikelijk geweest zijn, zodat men hier geen duimen meer hoefde te meten. De Engelsen zullen iets magerder geweest zijn want er gaan 12 inch in een foot, al leefden ze op grotere voet van 0,3048 m. Zij namen flinke schreden, de vermoede origine van de yard, gestandaardiseerd tot 3 feet. In plaats van de kortere stap als de Romeinse gradus (± 0,74 m) van 2,5 Romeinse voetlengtes (± 0,296 m), mat men bij ons armlengtes. Deze el zal lokaal vastgelegd geweest zijn, onafhankelijk van de voet uit voetlengte.
    • De el is korter dan van die 1ste tot 11de pin. Ook was de 0,689 m lange Mechelse el niet gelijk aan precies twee of vijf keer de bekende 0,278 m lange Mechelse voet. Beide nauwkeuriger gaf misschien precies 2,5 Mechelse voet per el, maar dan zou de waarde die ik voor onze el vond foutief zijn, want minstens (0,2775 x 2,5 =) 0,69375 m. Hij werd nochtans niet noodzakelijk nadien wat aangepast voor een wiskundig vlotte verhouding, want ik zag el en voet nooit door mekaar gebruikt. Zo was alleen de el typisch voor textiel (en niet veel meer, denk ik) en had ook Mechelen vermoedelijk de taille (of talie) als gebruikelijke onderverdeling: 1 Brabantse el = 16 Brabantse taille en diezelfde verhouding lag ook elders vast.
    • Misschien kende Mechelen ook een roede. Echter was bijvoorbeeld de Gentse roede 14 Gentse voet. Van een eenheid van belang om op het belfort gestandaardiseerd te zijn, zouden we minstens de naam al eens vernomen hebben. Ik ken geen andere met relevante lengte.
    • Het is waarschijnlijk dat men pinnen die niet precies bij iets moesten passen, dus nogal willekeurig zoals voor een staande wip, plaatste op een onderlinge afstand die gelijk was aan een destijdse standaardmaat, of aan een veelvoud of eenvoudige deler. Voor Lucs suggestie, moet de afstand tussen 2, 3, 4, 5 of 6 pinnen absoluut gelijk zijn aan een eenheid, maar met 10 onderverdelingen kan slechts tussen 2, 3 of 6. De Mechelse voet zou misschien kunnen passen. Tussen 2 zou volgens vergelijking van mijn snelle metingen op tekeningen en foto's, de eigenlijke belforttoren 24,8 meter breed maken. Die schat ik echter op pakweg 13,5 meter. Zit ik er een klein beetje naast? Dan staan de pinnen misschien een halve Mechelse voet uit mekaar.

    Als (en dat is een grote als) de el exact 2,5 voet was, was het voor een vergelijkende maatstok nodig dat de halve voet als kleinere maat gebruikt werd, en is de afstand van 1ste tot laatste pin dan precies 2 el. Een ander doeleind (zoals vogelschieten) is niet minder waarschijnlijk, want standaard­maten dienden juist om te gebruiken als het even kon: De hoogte van de Sint-Romboutstoren is bepaald in voet: 600 gepland, bouw op 350 stopgezet. Bovendien, als men 2 maten wou uitzetten, had men toch korte pinnen (halve voet) en lange (volle el) geplaatst, en misschien halflange (volle voet).

    Bovenal, de locatie van de pinnenbaar maakte gaan afmeten 'nogal' moeilijk. Ik hoor vogeltjes fluiten, zelfs opprikbare stomme (hopelijk, als dierenvriend).

    Mon
  • Als ik er nu nog eens iets mag aan toevoegen. Gisteren van in mijne luie zetel de match in Brugge bekeken. Ten zeerste verbaasd over de uitrusting van de kakkers. Witte truien zeg ? Waar halen ze het? Waar is der vaderens fierheid gevaren??? Geel en rood vertikaal gestreept a.u.b en niet anders.

    G.L.
  • In een verwijzing naar het tijdschrift ' ESB nr. 5-6 van 1932 blz. 152 ' vind ik de onderstaande tekst:

    Het zou me dus niet verwonderen dat er nog andere standaardmaten terug te vinden waren ' op de muur der Halle ' om discussies in de stijl van ' hoe lang is één meter ' uit te sluiten.

    Luc
  • Mijn link ging daarnet al in 'Scone' naar het hoofdstukje 'Lexicology'. Daarin staat die Middelnederlandse origine uit schoonbrood (wit brood). Ik zette zojuist hierboven iets op z'n Schots vooraan, en vraag me nu af of 'speculatie' etymologisch verband houdt met de uitzonderlijke broze droogheid en wakke vochtigheid van speculaas.

    Mon
  • ...De drie torentjes verwijzen naar de familie vanden Steene (of de Lapide), waarvan de Schoonjans(en) als zijtak afstammen...

    Als dit klopt, zou volgende persoon wel eens tot een (verre) familietak kunnen behoren : Cornelius a Lapide

    gimycko
  • A wee bit speculative: Misschien was een zoon van de laatste Scone Jhan uit de Gasthuismolen naar Schotland geëmigreerd, waar hij als verdienstelijke koekskesbakker tegen de vroege zestiende eeuw furore had gemaakt.

    Mon
  • Is mogelijk.

    Etymology Scone

    :-)

    gimycko
  • Een vraagje :

    Iedereen weet dat die van A'pen Sinjoren worden genoemd.  Niet omwille van hun grote mond en hunne dikke nek.  Vermoedelijk kwam de titel van de Spanjaarden, die hier hun legerkampementen hadden opgeslagen, en onder de indruk waren van de vele stenen huizen hier waarin ook gewone burgers woonden.  Stenen huizen waren in het toenmalige Spanje / Andalusië alleen voorzien voor Adel of de hogere en rijkere Burgerij (Heertjes, dus, of zoiets).

    Stenen huizen werden vermoedelijk verplicht na bijv. stadsbranden.  Dat zal in Antwerpen zeker zijn voorgevallen en ook Mechelen had zijn Grote Stadsbrand van 1342.  Ten tijde dus van de eerste Vanden Steene's / Schoonjansen.

    Wat lezen we op de website van de Familie over de oorsprong van hun Wapenschild ?

    De drie torentjes verwijzen naar de familie vanden Steene (of de Lapide), waarvan de Schoonjans(en) als zijtak afstammen. Ook in het wapen van vanden Steene kwamen de drie torentjes voor. De familienaam Schoonjans werd in het middeleeuws Mechelen dikwijls samen met deze van vanden Steene vermeld. De vanden Steene(s) waren in Leuven een zeer vooraanstaande familie die met grote waarschijnlijkheid stenen gebouwen bewoonden. Een dergelijk gebouw werd kortweg een steen genoemd, soms sprak men ook van een stadskasteel. Deze stenen gebouwen waren in de middeleeuwen uitzonderingen tussen lemen- en houten woningen, vandaar dat de bezitter van een stenen gebouw met enige fierheid een toren (ook donjon) of meerdere torens afbeeldde op zijn wapen.

    Misschien was de Familie één van de eersten in het Vroege Middeleeuwse Mechelen (en Leuven) die een huis of huizen in steen optrokken na de Grote Mechelse Stadsbrand.

    gimycko
Inhoud syndiceren