geschiedenis

Een stad in omwenteling

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Met 'Stad in Omwenteling'  heeft de Mechelse uitgeverij Elena ongetwijfeld een paradepaardje op stal...  Met dit lijvige en uiterst boeiende boek dat leest als een trein is dit bij verschijnen - in de tweede helft van november - het vijfde werk dat van Elena op de markt komt.  Het is inderdaad niet 'zomaar' een boek of het 'zoveelste-in-de-rij': maar het geeft een uitgebreid, rijk gestoffeerd beeld van de 19de eeuw in onze stad.  Die eeuw blijkt nogal 'langgerekt' te zijn.  Inderdaad: de periode die het boek behandelt start in 1789 als de Franse Revolutie het Ancièn Régime als een kaartenhuisje in mekaar doet zakken, tot...de Groote Oorlog die uitbreekt in 1914... In 1789 begint een razend interessante periode - een eeuw van omwentelingen.  Niets is nog wat het was.  Vaak hebben we over dat tijdperk een nogal vertekend beeld.  Op ons netvlies gebrand staan een ongebreidelde industriële ontwikkeling met alle mogelijk sociale gevolgen van dien, van fabrieksproletariaat en maatschappelijke onrust, van bitsige politieke schermutselingen enzovoort..  Maar: die eeuw was beslist véél meer.  Het boek van de Mechelse historicus Herwig De Lannoy stelt dit beeld grondig bij.  Herwig is niet zomaar de eerste de beste.  Als historicus is hij bijzonder geïnteresseerd in deze tijden en hij kent deze periode als zijn broekzak.  Dat valt geweldig op als ik een praatje met hem maak.  Dan wordt Herwig een spraakwaterval die als geen ander over heel wat parate kennis beschikt en die deze maar al te graag enhousiast deelt.  Herwig De Lannoy (55 jaar) is voorzitter van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen.  In die hoedanigheid schreef hij al al menig boeiend artikel voor de Handelingen (het ledenblad van de Kring), maar dit is de eerste keer dat hij zich aan een boek waagt.  Dit werk is dan ook uniek.  Voordien bestonden er wel wat algemene historische boeken over onze stad (al zijn de meesten al wel behoorlijk 'oud'), of fotoboeken zoals deze van ondermeer Marcel Kocken en Frans Vermoortel...  Deze laatsgenoemden hebben ongetwijfeld méér dan hun verdienste.  Héél zéker.  Maar het is wel de eerste keer dat er nu een boek wordt uitgegeven dat op een analytische en historisch verantwoorde wijze wordt ingegaan op dit tijdperk.  Ook al is het boek rijk gestoffeerd met tal van afbeeldingen (die bijna allemaal dateren uit die tijd zélf!): het is veel meer geworden dan een louter plaatjesboek! Veel meer...

 

Protestantse gemeenschap herdenkt 500 jaar Reformatie

  

  

(foto's: Jan Smets.  links: Stefan Gradl - rechts: Jelle Brouwer)

Al langer was ik benieuwd naar wat zich achter deze gevels afspeelde...  Ik was er al wel eens kort op bezoek bij een Open-Kerkendag, maar toch was de Protestantse Gemeenschap van Mechelen me vrij onbekend.  Tot nu.  Gisteren had ik een boeiend gesprek met de twee dominees die in onze stad actief zijn.  Jelle Brouwer is dominee van de kerk in de Keizerstraat (Mechelen Noord), en zijn collega Stefan Gradl gaat voor in de erediensten in de Zandpoortkerk aan de Zandpoortvest (Mechelen Zuid).  Volgende maand wordt op verschillende plaatsen in ons land 500 jaar Reformatie herdacht.  En dit zal men ook doen in Mechelen.

We willen een aantal aspecten van deze Reformatie beslist vieren.  Maar we kunnen niet verhelen dat sommige feiten uit het verleden verdriet meebrachten. Nooit was het de bedoeling dat de kritiek van de protestanten een scheuring zouden teweeg brengen in de Kerk. Het ging toen immers om een aantal pijnpunten en wantoestanden aan te klagen. Gelukkig groeien protestanten en katholieken meer en meer naar mekaar. 

De splitsing is een historisch feit.  Het verleden is het verleden.  Samen-leven in diversiteit - katholieken, protestanten, agnosten, gelovigen... Beslist een uitdaging.

 

'Met riek en roer tot wederstand te gaar'

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Geboeid blader ik door m'n laatste aanwinst.  Ik heb een zwak voor ouwe boeken en publicaties over Mechelen, en ik was dan ook enorm blij toen ik dit boekje op de kop kon tikken.  Het telt niet meer dan 83 bladzijden, en het werd geschreven door ene August De Rees in het jaar 1898.  En da's ondertussen ook al 119 jaar geleden  Met veel zin voor pathos - en laat ons wel wezen: ook met een zekere 'politieke' bedoeling, werd teruggeblikt op een dramatische periode van nét 100 jaar voordien: de terechtstelling van 41 Boerenkrijgers aan de voet van Sint-Romboutstoren.  Eigenlijk is dit boekje - 'De Boerenkrijg te Mechelen in 1798'', de gedrukte versie van een voordracht die de schrijver hield op 31 januari van 1898 in de Mechelse afdeling van het Davidsfonds.  Het is deze vereniging die ijverde voor de Boerenkrijgmonument - het grote kruis - op het Sint-Romboutskerkhof, waar de slachtoffers vielen.  Het monumentale gietijzeren kruis is een kopie van een kruis dat tot het einde van de 18de eeuw op de Hoogbrug stond. 

De Boerenkrijg en de terechtstelling zijn 100 jaar na de feiten nog lang niet verteerd, en met veel gevoel voor dramatiek worden de gebeurtenissen nog eens uit de doeken gedaan.  Als men de laatste regels van de toespraak leest: "Weer leeft de geest der Fransche Omwenteling, de geest van goddeloosheid en oproer.  Onze maatschappij wordt ondermijnd door zijne venijnige beginsels, en wankelt op hare grondvesten.  Het edel voorbeeld onzer vaderen van 1789 moet ons volk bezielen.  Aan 't werk tot bereiking van dit doel en tot verheerlijking onzer martelaars den kreet: voor God en Vaderland!" hoor je een niet mis te begrijpen boodschap.  Er waren die dagen wel heel duidelijk ideologische schermutselingen aan de gang tussen katholieken en liberalen.  De opstand van de Boerenkrijgers tegen de 'wandaden van de goddeloze Franse bezetters' oprakelen paste perfect in het plaatje van de ijveraars voor dit gedenkteken...

 

Heb ik iets gemist?

met categorie:  

Op een veilingsite trof ik onderstaand wapenschild aan. Nog nooit gezien, dus vraag ik aan jullie of iemand daar een zinnige uitleg kan geven aan de herkomst ervan.

 

Mechelen, parel van Bourgondiërs of van Habsburgers?

met categorie:  

Mechelen, parel van Bourgondiërs of van Habsburgers?

 

Het in 2017 drie-maandendurend festival Op.Recht.Mechelen werd beëindigd met een slotspektakel dat in GvM als volgt werd beschreven: ”Alhoewel er een duidelijke dynamiek in het spektakel zat, betwijfelen we of de toeschouwers helemaal mee waren met het verhaal”.  Daarbij nog een kanttekening...

 

500 jaar Rembert Dodoens

De geniale Rembert Dodoens (1517-1585) is zonder twijfel de bekendste geneesheer en wetenschapper uit de Mechelse geschiedenis. Vandaag op 29 juni – althans volgens de meeste Dodoens-biografen – is het 500 jaar geleden dat deze humanist het levenslicht zag in de Dijlestad. De meeste mensen zullen bij het horen van de naam Dodoens automatisch aan het Cruijdeboeck denken. Zijn omvangrijk oeuvre beperkte zich echter niet tot deze beroemde en geroemde plantenatlas. Dodoens was van vele markten thuis en pende werkjes en boeken neer over anatomie, kosmografie en geneeskunde. Hoog tijd dus voor een opfrissing én herwaardering van 's mans levenswandel en ideeën!
 


Standbeeld van Dodoens met tijdelijke rechterhand door Glaudsbild en bloemenstola door Geoffroy Mottart. (foto: Koen Vermeulen)

 

Een vorstelijk boek...

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Wie geboeid is door geschiedenis - smakelijk en boeiend voorgeschoteld in hapklare porties -  gaat heel binnenkort zijn hartje kunnen ophalen met het boek 'Vorsten - van Pepijn tot Karel' dat rond 20 juni verkrijgbaar zal zijn in de Mechelse boekhandel.  Het is uitgeverij ElenA van Luc Van Hoeylandt die het boek op de markt brengt.  Mechelaar Luc is hiermee niet aan zijn proefstuk toe.  In het fraai en rijk geïllustreerde boek passeren 45 vorsten die ooit de plak zwaaiden over onze gewesten.  Hun medaillons sieren de zijkant van de Keldermansvleugel van ons stadhuis in de Befferstraat.  Het verhaal begint in 580 bij Pepijn van Landen en eindigt aan de façade op de Grote Markt waar Karel V die in Mechelen z'n jeugdjaren doorbracht, trots troont met z'n vorstelijke arttributen - gezeten tussen de 'Zuilen van Gibraltar'.   Hun leven wordt belicht - uiteraard.  Maar het boek vertelt véél meer: het verhaal wordt opengetrokken. De vorst wordt in de geschiedenis geplaatst en we krijgen een vaak verrassend tijdsbeeld geborsteld, met aandacht voor minder bekende feiten en anecdotes.  Ook doorprikt de auteur enkele mythes.  Auteur Johan De Cock mag trots zijn op dit eerste boek van zijn hand.  De Mechelaar (maar heus niet alléén de Mechelaar) zal het zeker op z'n boekenplank willen hebben.  Dit omvangrijke boek telt 264 bladzijden - en kost 39.50 Euro.  En hiervoor heb je een prachtboek in huis.  Beslist waar voor zijn geld.

 

'Geene is zoo groot van aanleg, noch zoo stout van uitvoering'

 

(foto's: Jan Smets)

Met de regelmaat van een klok heb ik in mijn blogverleden jullie al laten meelezen in oude boeken of toeristische gidsen die over onze stad verschenen zijn.  Ik schuim maar wat graag antiquariaten of vlooienmarkten af om te speuren naar zulke schatten, en ik ben als een kind zo blij als ik 'een ontdekking' doe.  De geur, de sporen der jaren, kreukjes, onhandig oplapwerk... - het verleden geblokletterd. 

Dit boekje dat de drukpers afgerold kwam in mei 1900 - de nieuwe eeuw was pas enkele maanden oud - beschrijft onze 'Sint-RombAUtstoren' en wil een zo nauwkeurig en volledig naslagwerk zijn van onze gotische trots.  Fr. Steurs is de auteur, en het werd gedrukt in de drukkerij Steurs-Bussers in de Beffertstraat 27.  Geboeid lees ik er in.  Wat vooral ook opvalt is de haast lyrische beschrijving van onze onvergelijkbare toren.  Zeg je nog dat IK een chauvinist ben? ...

 

een kaartje voor Breda...

 

(foto's: Jan Smets)

"Kan je er wat mee aanvangen?"  had hij haar gevraagd.  Hij kende haar passie voor oude foto's en toonde het album.  Het was duidelijk heel oud en stak boordevol nostalgische prenten die aan de kledij van de geportretteerde personen konden gesitueerd worden in het prille begin van vorige eeuw.  Het had een vaalgroene kaft met licht vervaagde goudopdruk.  Verder zag het er vrij verhakkeld uit.  Maar haar interesse was gewekt, en voorzichtig, maar nieuwsgierig sloeg ze de bladen om.  Dames, stijfdeftig en burgerlijk, een fiere soldaat, een familieportret, een meisje met een hoepel...  Het katapulteerde haar naar een lang vergeten tijd...  Vele foto's staken er ook los in.  En terwijl ze bladerde viel er zo'n foto uit, als wou deze zeggen: bekijk me maar eens nader...

 

Een kiekje bij Koekkoek

met categorie:  

 

(foto's: Jan Smets)

Ik heb een zwak voor oude (portret)foto's.  En dat is nog zacht uitgedrukt.  Ik ben een verwoed verzamelaar - een 'collectioneur' van een vergeeld verleden - een 'archivaris' van haast vergeten familierelicten die dreigen verloren te gaan.  Ze tonen reeds lang overleden voorouders met ernstige of dromerige blikken in een burgerlijk decor of tegen een achtergrond in 'artistieke flou'.  Memorabilia in sepia.  Ik kan ze niet zomaar weggeven of - erger nog - droppen bij het 'oud papier'.  Ook al heb ik een flink aantal van hen nooit gekend, of  van hen slechts horen praten in anecdotische verhalen: ze zitten in mijn genen; in wie ik ben en in wat ik doe.  Als ik ze zou weggeven of weggooien is dat laatste teken van hun bestaan voorgoed weg.  Want hun levensverhalen zijn niet neergeschreven in historische boeken.  Ze leefden hier in onze stad hun leven - in goede en kwade dagen, zonder grote bijzonderheden en zonder de loop van de geschiedenis te hebben gewijzigd.  Al wat ze deden en dachten werd van generatie op generatie doorverteld, en bij elke generatie verdwenen steeds meer details, tot alleen de contouren overbleven.  Zo gaat dat.  Dan rest alleen nog het portret.  En daar kan ik dan geen afstand nemen. 

En daarover wil ik het nu net hebben.  Over die portretfotografie in het Mechelen - over die embryonale fase van de fotografie en de pioniers van dat toen populaire revolutionaire medium.

 

"We komen van ver..."

met categorie:  

 

"We komen van ver..."

Het was iets wat mijn overgrootvader André Van der Poel met stellige zekerheid wist te vertellen.  Ikzelf heb 'Dré van Sooi Poel' nooit gekend.  Hij overleed in 1950.  Maar ook zijn enige zoon, Jef, bevestigde het.  "...van Holland", werd er dan aan toegevoegd.  We namen het aan als waarheid en stelden er verder geen vragen naar.  Het zou wellicht kunnen.  In ons landje is de naam 'Van der Poel' relatief zeldzaam.  Hier dragen zo'n 171 de naam.  (vergelijk dit met 'Smets' en je komt aan 12294 naamdragers!).  In Nederland is dit nét iets anders.  Daar lopen zo'n 4111 Van der Poels rond.  Wereldwijd zijn er 7122 Van der Poels.

Ik buig me met Petra over de oude trouwfoto van ons beider groottante, Elisabeth Van der Poel.  Links van de bruid zit haar man Bert, en rechts zijn gezeten André Van der Poel en zijn vrouw Marie Van Santfoort.

Op de foto herkent Petra haar grootvader Jef.  En ik zie op de foto ook mijn grootmoeder Jeanne staan, en.. haar zussen Louisa en Finne.  Allemaal Van der Poels, samen op het groepsportret geschoten op het hof van de hovenierswoning van Dré aan 'Den Eik' op de Battelsesteenweg.

Petra is samen met  haar vader Corneel en haar zus de enige die de naam Van der Poel nog draagt.  Onze overgrootvader had naast zijn zoon Jef verder enkel dochters.

"We komen van ver..."  Dat zinnetje begon ons wel te intrigeren.  We wilden wel eens weten van wanneer onze familie dan de landsgrenzen zou zijn overgestoken om zich hier in het Mechelse te vestigen.  Zo begonnen we er aan.  Met weinig kennis van zaken, maar wel met de nodige nieuwsgierigheid en enthousiasme.  We gingen van start in het stadsarchief en begonnen de grond rond onze stamboom voorzichtig om te ploegen -wroetend in het verleden - stapje voor stapje.  Het grijze verleden werd iets minder grijs, en een aantal namen van vergeten voorouders kwamen bovendrijven.  Puzzelstukjes van een familiegeschiedenis...

 

'Mechelen, de heerlijke'

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Maar al te graag schuim ik rommelmarkten af om ouwe boeken of publicaties van Mechelen op de kop te kunnen tikken.  Zoiets wordt snel een passie.  Bij het ordenen van mijn boekenkast herontdekte ik het boekje 'Mechelen, de heerlijke'.  Het werd geschreven door Korneel Goossens (1900-1971) die wel wat meer neerpende over zijn stad.  Zo is ook het relatief bekende 'Mechelen, het paradijs aan de Dijle' uit 1941 van zijn hand.  Een jaartal van het werkje dat ik nu in mijn handen hou kan ik niet terugvinden.  Maar ik durf vermoeden dat het eveneens werd uitgegeven in de jaren veertig van vorige eeuw.  Het is vooral een lyrische beschrijving van deze stad, en de auteur is niet weinig kwistig met superlatieven.  En als we nu denken dat de 'renaissance' van Mechelen is aangebroken met het 'Somers-tijdperk': nou, dan moet je dit boekje maar eens lezen!  Want mocht je niet beter weten, en mocht je de lichtelijk ouderwetse schrijfstijl hedendaagser hertalen, dan zou je écht denken dat het over het Mechelen van 2017 gaat.  Zeg nu zelf: 

Mechelen is heerlijk omdat het Mechels is!  Dit schijnt het huidig stadsbestuur met open oog te begrijpen.  Moge het met wijze vlijt volharden in het herstel en het behoud van zoveel roemrijk stedeschoon.

Dit gaat dus ongetwijfeld over de legislatuurperiode van Antoon Spinoy, die al wel vaker wordt genoemd als de Somers van vorige eeuw.  Ofwel de rode visionaire en daadkrachtige voorganger van de huidige blauwe burgervader....

 

op het spoor van Margareta?

 

(foto's: Jan Smets)

'Onze' Margareta van Oostenrijke, doorluchtige keizerlijke tante en nog doorluchtiger landvoogdes der Nederlanden, mag dan wel een straffe madam geweest zijn, én een dame uit één stuk: na haar dood in 1530 kon men géén gewag meer maken van dit 'ondeelbaar' axioma.  Het klinkt misschien wat oneerbiedig.  Ik besef het wel.  Maar het was dan ook de uitdrukkelijke wens van de vijftigjarige overledene dat haar stoffelijke resten netjes verdeeld werden op drie verschillende locaties.  Haar lichaam moest onbetwist verhuizen naar Bourg-en-Bresse waar ze een aantal jaren intens gelukkig was geweest met haar laatste echtgenoot, de betreurde Filibert van Savoye.  Daar ligt het nu nog altijd te rusten in een schitterend praalgraf.  Haar hart mochten de zusters Annonciaden in Brugge hebben.  Het was daar immers dat ze ooit na zich terug te trekken uit het openbare leven wou gaan wonen.  Het hart werd in een loden kistje bewaard naast dat van Filips de Goede.  Maar beide kistjes verdwenen in de Franse bezettingstijd.  Mechelen mocht haar maag en ingewanden bijhouden...  Ook deze resten werden in een loden kistje opgeborgen en ze kwamen terecht in de Sint-Petrus en Pauluskerk.(eerst nog in de oude naast het paleis van Margareta en nadien naar de huidige op de Veemarkt).  Zo'n gescheiden begraving bij vorstelijke begrafenisceremonies gebeurde al in de Middeleeuwen en houdt verband met de reliekenverering van heiligen.  Enne: vorsten hadden ook zo'n uitverkoren status.

In 2009 schreef ik dit stukje op Mechelenblogt: 

www.mechelenblogt.be/2009/08/doodsimpel

Dat was nog lang voor de kerk werd gerestaureerd.  De foto linksboven dateert dus uit de periode van het artikel.  Toen schreef ik ook dat sommigen beweerden dat de stoffelijke resten van Margareta 'met het groot huisvuil' waren meegegeven.  Roddel of waarheid?

Maar!  Er beweegt wat!  Gisteren werd een poging ondernomen om de loden urne met de ingewanden van ons aller Margriet op te sporen!

 

Kardinale (on)deugden (5)

 

(foto's: Jan Smets)

Naar eigen zeggen was hij er wat verrast over, maar vanaf gisteren mag aartsbisschop Jozef de Kesel zich kardinaal noemen. En dat is een eer die niet élke Mechelse aartsbisschop te beurt is gevallen.  Zijn voorganger, André Léonard kreeg deze titel niet.  De Kesel is de 22ste aartsbisschop in het rijtje dat wordt aangevoerd door kardinaal de Granvelle.  We hebben ze in de vorige vier deeltjes van deze mini-serie allemaal ten tonele gevoerd.  Van die 22 aartsbisschoppen werden er 11 door de paus tot kardinaal benoemd. Of: 'gecreërd' zoals men dat in Kerkelijke termen uitdrukt.

Met Hugo Smits, mijn 'persoonlijke gids' die me wegwijs maakt in de geschiedenis van onze kerkvorsten ga ik een laatste maal naar de Sint-Romboutskathedraal.  Deze kerk herbergt de herinneringen aan deze prelaten.  Door Hugo leerde ik hen beter kennen... 

Maar laten we terug de draad opnemen.  In 1906 sterft kardinaal Goossens.  Een nieuwe aartsbisschop treedt uit de schaduw.  De in 1851 in Eigenbrakel geboren Désiré-Joseph Mercier zal met de leuze 'apostel van Jezus Christus' naar Mechelen komen.  En dat zal men hier geweten hebben...

 

Kardinale(on)deugden (4)

 

(foto's: Jan Smets)

De koperen plaat die het gat met de trap naar de crypte onder het hoogkoor afdekt is weggeschoven...Afdalend kom je in een vrij kleine en sobere ruimte.  Hier liggen 15 van de 19 reeds overleden Mechelse aartsbisschoppen begraven.  3 zijn in Frankrijk ter aarde besteld en 1 - Kardinaal Mercier - kreeg een praalgraf in een zijkapel.  1 plaats rest er nog...

Ik slenter met Hugo Smits - die uitgebreid onderzoek deed naar de Mechelse aartsbisschoppen - door de kathedraal.  Heel wat boeiende weetjes krijg ik te horen als we voorbij de vaak erg monumentale grafmonumenten lopen.  Met de onpopulaire aartsbisschop De Pradt stopt een tijdperk.  Deze opportunistische hoge geestelijke die zijn aanstelling te danken had aan Napoleon nam na diens val ontslag en keerde terug naar Frankrijk waar hij - het priesterschap opgegeven - begraven ligt op Père-Lachaise.  Onder het Ancien Régime wordt een streep getrokken.  Met de leuze 'Heer, ik weiger geen inspanning'  komt de twaalfde aartsbisschop in 1817 in  Mechelen aan: François-Antoine de Méan.  Breekt er écht een andere tijd aan?

 

Inhoud syndiceren