geschiedenis

een kaartje voor Breda...

 

(foto's: Jan Smets)

"Kan je er wat mee aanvangen?"  had hij haar gevraagd.  Hij kende haar passie voor oude foto's en toonde het album.  Het was duidelijk heel oud en stak boordevol nostalgische prenten die aan de kledij van de geportretteerde personen konden gesitueerd worden in het prille begin van vorige eeuw.  Het had een vaalgroene kaft met licht vervaagde goudopdruk.  Verder zag het er vrij verhakkeld uit.  Maar haar interesse was gewekt, en voorzichtig, maar nieuwsgierig sloeg ze de bladen om.  Dames, stijfdeftig en burgerlijk, een fiere soldaat, een familieportret, een meisje met een hoepel...  Het katapulteerde haar naar een lang vergeten tijd...  Vele foto's staken er ook los in.  En terwijl ze bladerde viel er zo'n foto uit, als wou deze zeggen: bekijk me maar eens nader...

 

Een kiekje bij Koekkoek

met categorie:  

 

(foto's: Jan Smets)

Ik heb een zwak voor oude (portret)foto's.  En dat is nog zacht uitgedrukt.  Ik ben een verwoed verzamelaar - een 'collectioneur' van een vergeeld verleden - een 'archivaris' van haast vergeten familierelicten die dreigen verloren te gaan.  Ze tonen reeds lang overleden voorouders met ernstige of dromerige blikken in een burgerlijk decor of tegen een achtergrond in 'artistieke flou'.  Memorabilia in sepia.  Ik kan ze niet zomaar weggeven of - erger nog - droppen bij het 'oud papier'.  Ook al heb ik een flink aantal van hen nooit gekend, of  van hen slechts horen praten in anecdotische verhalen: ze zitten in mijn genen; in wie ik ben en in wat ik doe.  Als ik ze zou weggeven of weggooien is dat laatste teken van hun bestaan voorgoed weg.  Want hun levensverhalen zijn niet neergeschreven in historische boeken.  Ze leefden hier in onze stad hun leven - in goede en kwade dagen, zonder grote bijzonderheden en zonder de loop van de geschiedenis te hebben gewijzigd.  Al wat ze deden en dachten werd van generatie op generatie doorverteld, en bij elke generatie verdwenen steeds meer details, tot alleen de contouren overbleven.  Zo gaat dat.  Dan rest alleen nog het portret.  En daar kan ik dan geen afstand nemen. 

En daarover wil ik het nu net hebben.  Over die portretfotografie in het Mechelen - over die embryonale fase van de fotografie en de pioniers van dat toen populaire revolutionaire medium.

 

"We komen van ver..."

met categorie:  

 

"We komen van ver..."

Het was iets wat mijn overgrootvader André Van der Poel met stellige zekerheid wist te vertellen.  Ikzelf heb 'Dré van Sooi Poel' nooit gekend.  Hij overleed in 1950.  Maar ook zijn enige zoon, Jef, bevestigde het.  "...van Holland", werd er dan aan toegevoegd.  We namen het aan als waarheid en stelden er verder geen vragen naar.  Het zou wellicht kunnen.  In ons landje is de naam 'Van der Poel' relatief zeldzaam.  Hier dragen zo'n 171 de naam.  (vergelijk dit met 'Smets' en je komt aan 12294 naamdragers!).  In Nederland is dit nét iets anders.  Daar lopen zo'n 4111 Van der Poels rond.  Wereldwijd zijn er 7122 Van der Poels.

Ik buig me met Petra over de oude trouwfoto van ons beider groottante, Elisabeth Van der Poel.  Links van de bruid zit haar man Bert, en rechts zijn gezeten André Van der Poel en zijn vrouw Marie Van Santfoort.

Op de foto herkent Petra haar grootvader Jef.  En ik zie op de foto ook mijn grootmoeder Jeanne staan, en.. haar zussen Louisa en Finne.  Allemaal Van der Poels, samen op het groepsportret geschoten op het hof van de hovenierswoning van Dré aan 'Den Eik' op de Battelsesteenweg.

Petra is samen met  haar vader Corneel en haar zus de enige die de naam Van der Poel nog draagt.  Onze overgrootvader had naast zijn zoon Jef verder enkel dochters.

"We komen van ver..."  Dat zinnetje begon ons wel te intrigeren.  We wilden wel eens weten van wanneer onze familie dan de landsgrenzen zou zijn overgestoken om zich hier in het Mechelse te vestigen.  Zo begonnen we er aan.  Met weinig kennis van zaken, maar wel met de nodige nieuwsgierigheid en enthousiasme.  We gingen van start in het stadsarchief en begonnen de grond rond onze stamboom voorzichtig om te ploegen -wroetend in het verleden - stapje voor stapje.  Het grijze verleden werd iets minder grijs, en een aantal namen van vergeten voorouders kwamen bovendrijven.  Puzzelstukjes van een familiegeschiedenis...

 

'Mechelen, de heerlijke'

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Maar al te graag schuim ik rommelmarkten af om ouwe boeken of publicaties van Mechelen op de kop te kunnen tikken.  Zoiets wordt snel een passie.  Bij het ordenen van mijn boekenkast herontdekte ik het boekje 'Mechelen, de heerlijke'.  Het werd geschreven door Korneel Goossens (1900-1971) die wel wat meer neerpende over zijn stad.  Zo is ook het relatief bekende 'Mechelen, het paradijs aan de Dijle' uit 1941 van zijn hand.  Een jaartal van het werkje dat ik nu in mijn handen hou kan ik niet terugvinden.  Maar ik durf vermoeden dat het eveneens werd uitgegeven in de jaren veertig van vorige eeuw.  Het is vooral een lyrische beschrijving van deze stad, en de auteur is niet weinig kwistig met superlatieven.  En als we nu denken dat de 'renaissance' van Mechelen is aangebroken met het 'Somers-tijdperk': nou, dan moet je dit boekje maar eens lezen!  Want mocht je niet beter weten, en mocht je de lichtelijk ouderwetse schrijfstijl hedendaagser hertalen, dan zou je écht denken dat het over het Mechelen van 2017 gaat.  Zeg nu zelf: 

Mechelen is heerlijk omdat het Mechels is!  Dit schijnt het huidig stadsbestuur met open oog te begrijpen.  Moge het met wijze vlijt volharden in het herstel en het behoud van zoveel roemrijk stedeschoon.

Dit gaat dus ongetwijfeld over de legislatuurperiode van Antoon Spinoy, die al wel vaker wordt genoemd als de Somers van vorige eeuw.  Ofwel de rode visionaire en daadkrachtige voorganger van de huidige blauwe burgervader....

 

op het spoor van Margareta?

 

(foto's: Jan Smets)

'Onze' Margareta van Oostenrijke, doorluchtige keizerlijke tante en nog doorluchtiger landvoogdes der Nederlanden, mag dan wel een straffe madam geweest zijn, én een dame uit één stuk: na haar dood in 1530 kon men géén gewag meer maken van dit 'ondeelbaar' axioma.  Het klinkt misschien wat oneerbiedig.  Ik besef het wel.  Maar het was dan ook de uitdrukkelijke wens van de vijftigjarige overledene dat haar stoffelijke resten netjes verdeeld werden op drie verschillende locaties.  Haar lichaam moest onbetwist verhuizen naar Bourg-en-Bresse waar ze een aantal jaren intens gelukkig was geweest met haar laatste echtgenoot, de betreurde Filibert van Savoye.  Daar ligt het nu nog altijd te rusten in een schitterend praalgraf.  Haar hart mochten de zusters Annonciaden in Brugge hebben.  Het was daar immers dat ze ooit na zich terug te trekken uit het openbare leven wou gaan wonen.  Het hart werd in een loden kistje bewaard naast dat van Filips de Goede.  Maar beide kistjes verdwenen in de Franse bezettingstijd.  Mechelen mocht haar maag en ingewanden bijhouden...  Ook deze resten werden in een loden kistje opgeborgen en ze kwamen terecht in de Sint-Petrus en Pauluskerk.(eerst nog in de oude naast het paleis van Margareta en nadien naar de huidige op de Veemarkt).  Zo'n gescheiden begraving bij vorstelijke begrafenisceremonies gebeurde al in de Middeleeuwen en houdt verband met de reliekenverering van heiligen.  Enne: vorsten hadden ook zo'n uitverkoren status.

In 2009 schreef ik dit stukje op Mechelenblogt: 

www.mechelenblogt.be/2009/08/doodsimpel

Dat was nog lang voor de kerk werd gerestaureerd.  De foto linksboven dateert dus uit de periode van het artikel.  Toen schreef ik ook dat sommigen beweerden dat de stoffelijke resten van Margareta 'met het groot huisvuil' waren meegegeven.  Roddel of waarheid?

Maar!  Er beweegt wat!  Gisteren werd een poging ondernomen om de loden urne met de ingewanden van ons aller Margriet op te sporen!

 

Kardinale (on)deugden (5)

 

(foto's: Jan Smets)

Naar eigen zeggen was hij er wat verrast over, maar vanaf gisteren mag aartsbisschop Jozef de Kesel zich kardinaal noemen. En dat is een eer die niet élke Mechelse aartsbisschop te beurt is gevallen.  Zijn voorganger, André Léonard kreeg deze titel niet.  De Kesel is de 22ste aartsbisschop in het rijtje dat wordt aangevoerd door kardinaal de Granvelle.  We hebben ze in de vorige vier deeltjes van deze mini-serie allemaal ten tonele gevoerd.  Van die 22 aartsbisschoppen werden er 11 door de paus tot kardinaal benoemd. Of: 'gecreërd' zoals men dat in Kerkelijke termen uitdrukt.

Met Hugo Smits, mijn 'persoonlijke gids' die me wegwijs maakt in de geschiedenis van onze kerkvorsten ga ik een laatste maal naar de Sint-Romboutskathedraal.  Deze kerk herbergt de herinneringen aan deze prelaten.  Door Hugo leerde ik hen beter kennen... 

Maar laten we terug de draad opnemen.  In 1906 sterft kardinaal Goossens.  Een nieuwe aartsbisschop treedt uit de schaduw.  De in 1851 in Eigenbrakel geboren Désiré-Joseph Mercier zal met de leuze 'apostel van Jezus Christus' naar Mechelen komen.  En dat zal men hier geweten hebben...

 

Kardinale(on)deugden (4)

 

(foto's: Jan Smets)

De koperen plaat die het gat met de trap naar de crypte onder het hoogkoor afdekt is weggeschoven...Afdalend kom je in een vrij kleine en sobere ruimte.  Hier liggen 15 van de 19 reeds overleden Mechelse aartsbisschoppen begraven.  3 zijn in Frankrijk ter aarde besteld en 1 - Kardinaal Mercier - kreeg een praalgraf in een zijkapel.  1 plaats rest er nog...

Ik slenter met Hugo Smits - die uitgebreid onderzoek deed naar de Mechelse aartsbisschoppen - door de kathedraal.  Heel wat boeiende weetjes krijg ik te horen als we voorbij de vaak erg monumentale grafmonumenten lopen.  Met de onpopulaire aartsbisschop De Pradt stopt een tijdperk.  Deze opportunistische hoge geestelijke die zijn aanstelling te danken had aan Napoleon nam na diens val ontslag en keerde terug naar Frankrijk waar hij - het priesterschap opgegeven - begraven ligt op Père-Lachaise.  Onder het Ancien Régime wordt een streep getrokken.  Met de leuze 'Heer, ik weiger geen inspanning'  komt de twaalfde aartsbisschop in 1817 in  Mechelen aan: François-Antoine de Méan.  Breekt er écht een andere tijd aan?

 

Berthe ziet het daglicht terug...

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Ze blijven voorlopig zorgvuldig ingepakt in bubbeltjesplastic.  Nog even blijf ik dus op mijn honger zitten...  Maar dan wordt mijn geduld beloond als het beschermende papier en plastic worden verwijderd.  Spannend...

We hebben afgesproken in reiscafé ViaVia op deze grijze, natte dag.  Lil Meert komt uit Leuven afgezakt. Ze heeft me wat te vertellen.  Lil is een gepassioneerde fotografe en de laatste tijd is ze bijzonder geboeid in glasnegatieven.  Gedreven schuimt ze rommelmarkten af op zoek naar bruikbaar materiaal.  Niet zozeer landschappen interesseren haar, maar wel glasplaten met mensen op.  De voor haar leukste foto's retoucheert ze met eindeloos geduld.  Ze haalt het stof er af, verwijdert de eventuele vingerafdrukken, bewerkt ze met photoshop...  Kortom: een hele klus.  Maar voor Lil wel een bijzonder aangename.  Van een aantal van foto's laat ze professionele prints maken, soms van 50 op 70 cm...of groter.

Ze toont me een prachtige foto van een picknick.  De foto dateert ongetwijfeld van het begin van vorige eeuw.  Het gezelschap - duidelijk begoede burgers - zit netjes op een uitgespreide deken met een natje en een droogje 'gezellig te wezen'.  In hun handen houden ze een gebloemd kopje.  Een koffiekan, een taart en wat flessen staan klaar...  Mooi is deze foto!  Heerlijk om al die details te zien...  Lil glundert.  Terecht.  Dit is prachtwerk.

Op de foto staan allemaal leden van de Mechelse familie Seroen.  Wie wie is weet ik niet zo goed.  Maar een aantal figuren komen ook op de andere glasnegatieven voor die te vinden waren in dat ouwe kartonnen doosje dat ik vond op een vlooienmarkt in Luik...  Ik was geïntrigeerd door dat doosje.  Op het doosje stond immers geschreven: 'Seroen, Speecqvest 32.'

Ze had zich hierover verbaasd.  Mechelse van geboorte zijnde wou ze hier meer van weten.  De verkoper wist niets van de afkomst van het doosje.  Hij kon haar niet verder helpen.  Lil besloot het te kopen.  Met een kloppend hart vertrok ze er mee huiswaarts.    Deze mensen wou ze uit de glasplaat laten treden.  Eén negatief sprong er voor haar meteen uit: een jongedame geleund tegen een piano.  Wie was zij? Dat wou en zou Lil aan het licht brengen...

 

Kardinale (on)deugden (3)

 

(foto's: Jan Smets)

Kardinaal Granvelle, onze eerste aartsbisschop telde flink wat tegenstanders.  Ze wisten maar al te goed wanneer zijn maîtresse 'La bella Simona' bij hem langskwam.  Dat werd dan stiekem doorgebriefd aan landvoogdes Margareta van Parma...

Nu ligt deze Simona - Anne Cymon, met haar latere echtgenoot Jehan Van der Laen, communemeester van Mechelen, netjes in een graf in een zijkapel van de kathedraal, terwijl haar vroegere minnaar in Besançon werd begraven. Het is maar één van de vele weetjes die de gepassioneerde Hugo Smits aan mij weet te vertellen bij een rondgang van een paar uur langs de grafmonumenten van de Mechelse aartsbisschoppen in Sint-Rombout.  Na het vertrek van Granvelle proberen zijn opvolgers Hauchin en Mechelaar Hovius in uiterst woelige tijden het hoofd boven water te houden. Met Antwerpenaar Boonen komt het aartsbisdom in rustiger vaarwater.  De bouwlustige Cruesen volgt hem op.  Nadien is het de beurt aan de aartsbisschop-van-drie-maanden: Wachtendonck.  De Berghes en De Precipiano houden het veel langer uit, maar aan de 43 jaar dienst van de volgende aartsbisschop, D' Alsace, kunnen ze niet tippen. Als de 80-jarige prelaat in 1759 sterft is de Mechelse bisschoppelijke troon weer vacant...

 

Kardinale (on)deugden (2)

 

(foto's: Jan Smets)

Het was in die beginjaren allemaal niet zo bepaald rustig in dat nieuwe aartsbisdom Mechelen.  En dat is op z'n zachtst uitgedrukt.  Ondanks het feit dat onze eerste aartsbisschop, de van Besançon afkomstige Antoine Perrenot de Granvelle de spreuk 'Houdt vol' in zijn wapenschild had vermeld, houdt hij het in onze stad voor bekeken.  Amper aangesteld in 1561 verdwijnt deze kardinaal drie jaar later al met de staart tussen de benen.  Hij blijft wel titulair aartsbisschop tot zijn dood in Madrid in 1586.  Granvelle rust niet in de Sint-Romboutskathedraal zoals al zijn opvolgers (buiten kardinaal de Roquelaure die in Frankrijk begraven werd), maar in zijn geboortestad.  Tenminste: tot aan de Franse Revolutie - want nadien verdwijnen zijn stoffelijke resten bij de schending van het graf.  Het vergaat zijn opvolger Hauchinus ook niet voor de wind.  De man krijgt de Beeldenstorm en nog meer godsdiensttroebelen op zijn dak.  Mechelaar Hovius die na hem kwam krijgt te maken met de Engelse Furie en ander fraais. Pas als in 1586 een eind komt aan het Calvinistisch bewind komt onze stad in rustiger vaarwater terecht.  Antwerpenaar Boonen zetelt daarna op de bisschopstroon en kan zich meer focussen op de religieuze 'materie'. Hij wordt geconfronteerd met het eerder ketterse jansenisme en door zijn sympathie voor hen komt hij in conflict met Rome.  Maar dat wordt bijgelegd.   In 1655 sterft Jacobus Boonen.  In de coulissen staat de in Maastricht geboren aartsbisschop van Roermond in de coulissen om het hoge kerkelijke ambt te bekleden...: Andreas Cruesen.  Zijn wapenspreuk luidt 'Wijsheid overwint het lot'...

Ik loop met Hugo Smits door de kathedraal, geboeid door het verhaal dat hij me vertelt aan de hand van de grafmonumenten die we in de kerk aantreffen van al deze kerkvorsten....

 

Kardinale (on)deugden (1)

 

(foto's: Jan Smets)

Door het glas-in-lood zorgen zonnestralen voor een mooi licht-en schaduwspel in de kathedraal.  Lichtvlekken spelen op de zuilen, op het majestueuze beeld van Rumoldus in het hoogkoor en... op enkele van de praalgraven van Mechelse aartsbisschoppen.  Ik loop met Hugo Smits door Sint-Rombout.  Deze kerk hééft wat.  Telkens opnieuw weet de bijzondere sfeer van de metropolitane kerk me te raken.  Gregoriaanse muziek draagt bij tot de aparte atmosfeer.  Méér dan twee uur vertoeven we in 'onze' kathedraal: Hugo en ik.  Hugo Smits - rasechte Maneblusser - is van het bouwjaar 1942 en is leerkracht Nederlands, Engels en Duits geweest.  Zijn actieve loopbaan mag dan al achter de rug zijn: hij weet zijn dagen nog best zinvol te vullen. Méér dan geboeid in geschiedenis - en dan vooral in die van zijn stad - is hij bijzonder geïntrigeerd door het verhaal dat onze kathedraal ons vertellen kan.  En dat is erg veel!  Zo heeft Hugo zich vastgebeten in de levensverhalen van de Mechelse aartsbisschoppen.  Hij wist er wel al heel wat over, maar toch wist hij nog veel meer boeiende weetjes bij mekaar te sprokkelen.  Heel minitieus en vele bronnen raadplegend heeft hij puur uit interesse een flinke documentatiemap aangelegd over dit thema.  Vandaag mag ik met hem mee op stap, en ik luister maar wat graag naar de resulaten van zijn opzoekingswerk.

Nooit zal ik nog voorbij één van de vele grafmonumenten lopen zonder stil te staan bij wat Hugo me vertelde.  Ik luister naar het verhaal van praalzieke kerkvorsten, van bescheiden Kerkleiders, van hervormers en diplomaten, van adellijke ijdeltuiten en opportunisten, van sociaal bewogen herders en bruggenbouwers.  Het is het verhaal van een 43 jaar aan de macht geweest zijnde kardinaal, en van één die het slechts 3 maand uithield en nog voor zijn aanstelling in Mechelen overleed...  Het is het verhaal van een verloren aartsbisschoppelijke knook, van broederliefde en van een eveneens in de kathedraal begraven minnares...Het is het verhaal van geliefde en gehate kerkvorsten.  Het is vooral ook het verhaal van de mens achter de religieuze hoogwaardigheidsbekleders...

Van de Granvelle tot de Kesel: Sint-Romboutskathedraal doet vandaag een boekje open over hen...

 

Moord-en griezelverhalen in mysterieus Mechelen...

  (foto's: Jan Smets)

Ze hebben mekaar eerder toevallig leren kennen in 2015: Gustave Min en Erwin Horckmans - twee Mechelaars, verschillend van leeftijd en achtergrond, maar alletwee enorm gepassioneerd door geschiedenis.  Beiden zijn autodidact en willen zich absoluut niet het etiket 'stadsgids' opkleven.  En toch nemen ze sinds kort geïnteresseerden mee op sleeptouw door hun stad om hen onder te dompelen in de wondere wereld van mysterieus Mechelen...  Dat deden ze al een drietal keer - puur uit plezier om anderen deelgenoot te maken van bijzondere verhalen die op een reguliere gidstocht niet verteld worden.  Het smaakte naar meer.  Ook voor de toekomst hebben beiden plannen op stapel staan.  Voor héél binnenkort hebben ze een nieuwe wandeling uitgewerkt: 'Moord-en griezelverhalen'.  En uiteraard spelen die zich allemaal af in onze Dijlestad.  Nu stilaan het donkerste seizoen aanbreekt en we op weg zijn naar Halloween, Allerheiligen, Sinte-Mette...willen Gustave en Erwin ons meenemen op een tocht door de stad.  Koude rillingen en angstzweet gegarandeerd... 

 

Markus

  (foto's: Jan Smets)

Vanop de Gellértheuvel in het stadsdeel Buda kijk ik naar de overkant van de Donau - naar Pest - waar het majestueuze parlementsgebouw dominant de omgeving bepaalt. De gegevens zijn te summier - te vaag, en het is allemaal al zo lang geleden.  Het zou zoeken worden naar een speld in een hooiberg.  Het hoeft voor mij ook niet meer. Maar ik denk er wel aan als ik hier mijmerend op dit hoge punt de stad aan mijn voeten opengeplooid zie liggen.

Hier stond ik enkele jaren geleden. In datzelfde parlementsgebouw zet Hongarije vandaag streng en meedogenloos de bakens uit.  Een omstreden referendum en een hard vluchtelingenbeleid strijken Europa tegen de haren.  De Donaurepubliek die na het openschuiven van het IJzeren Gordijn een nieuw tijdperk tegemoet ging schudde het verleden af.  Vergeten worden tientallen jaren als vazalstaat van de  USSR die de gedachten en vrije meningsuiting stevig onder de knoet hield.  Het gordijn schoof open, en de blik werd voortaan naar het Westen gericht.  Een nieuwe openheid.  Openheid...?

1923. De machtige dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije is dan al een tijdje geschiedenis.  De adelaar beet in het zand.  De kaart van Europa werd hertekend. Hongarije was totaal verzwakt uit de Groote Oorlog gekomen, met alle desastreuze gevolgen van dien.

De kleine Markus uit Budapest komt in Mechelen aan.  Net als zovele andere 'Hongaartjes' (want zo worden ze enigszins paternalistisch genoemd) zal hij hier tijdelijk in onze stad worden opgevangen...

 

De Piemel van Napoleon

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

 

Zeg nu zelf, een boek met op de cover deze spraakmakende titel: dat loop je niet zomaar achteloos voorbij in de boekhandel.  Dan kriebelt het ook bij jou toch om er met enige nieuwsgierigheid in te bladeren neem ik aan? 

Dat is nu nét de bedoeling!  Het gaat immers niet alleen over het intiemste deel van de kleine Corsicaan die het schopte tot beroemdste Fransman aller tijden.  Helemaal niet.  Maar de jongeheer van zijne Keizerlijke Hoogheid moet je wel verleiden om méér intrigerende, boeiende en verrassende geschiedkundige weetjes te ontdekken.

Dat is het opzet van dit fraai uitgegeven boek.  De man - die zoals hij het zelf omschrijft  - 'geschiedenis langs de achterdeur' wil serveren, is Mechelaar Lode Melis.  'De Piemel van Napoleon' wordt door de Mechelse uitgeverij ElenA op de markt gebracht.

 

De naam is... Reuter

 

(foto's: Jan Smets - foto rechtsonder: Nelly De Keye)

 

Het is winter.  Nieuwjaarsdag 1925.

Over de IJzerenleen schrijdt traag een begrafenisstoet - een lijkwagen getrokken door twee paarden - richting Stedelijk Kerkhof.  De wagen wordt gevolgd door een aantal mannen die vlaggen dragen.  De stoet vertrok even voordien - klokslag 14 uur aan de Zoutwerf 9 waar het Syndicaal Huis van de Socialisten gevestigd was.  Aan de kant staat een groot aantal toeschouwers.  Zwart van het volk ziet het van aan de Hoogbrug tot aan het Schepenhuis waar de stoet nu langzaam voorbij komt.  Op het kerkhof zal hij burgerlijk begraven worden.  Maar er zal ook religieuze muziek weerklinken.  Ergens tussen de menigte staat een meisje - nog te jong om de familie in stoet te volgen - aan de hand van Aaltje, haar oma langs moeders kant.  Dit is de begrafenisstoet van haar grootvader Willem Reuter.  Zeventig jaar geleden werd hij geboren in Den Helder, en hij is altijd Nederlander gebleven.  En dit ondanks het feit dat hij al als jongeman in Mechelen kwam wonen, huwde en er zijn loopbaan uitbouwde. 

Aan de kant van IJzerenleen en Steenweg staan velen zwijgzaam toe te kijken.  Bolhoeden en petten...  De wielen van de lijkwagen ratelen ritmisch over de kasseien.  De kadans van de dood.   Op deze winterdag doet hij zijn laatste tocht door Mechelen: Willem Jaak Reuter - een man die sociale geschiedenis schreeft in deze stad: invloedrijk, visionair, koppig, sociaal bewogen...  Kortom een monument.  Men keek naar hem op en men bewonderde hem...  Maar er waren er ook die hem tegenwerkten of jaloers waren...  Zo gaat dat met de échte groten.  De stoet rijdt de geschiedenis maar ook de vergetelheid in.  Aan de hand van haar grootmoeder staat tussen de massa de twaalfjarige Rosa Reuter, zijn kleindochter, toe te kijken...

 

Inhoud syndiceren