cursief

Vreemdgaan thuis

met categorie:  

(foto: Jan Smets)

Voor de smaak/krant van de Vleeshalle pleegde ik het volgende stukje:

 

"Wat schoon is blijft..."

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

"Wat schoon is blijft..."  Zo zei hij dat.  Haast prevelend.  Zijn geaderde magere hand klemde het stijve laken vast...zijn vingers rusteloos.  De andere arm lag slap boven de sprei.  In de geborduurde rand las ik C.O.O. - Commisie van Openbare Onderstand.  Die arm: verlamd.  Uit zijn ooghoek welde een traan op die heel traag langs zijn benig geworden neus een nat spoor trok en zich kanaliseerde in een huidrimpel. Hij had een karakterkop die gebeeldhouwd leek.  Grof gebeiteld.  Expressionistisch. Hij moet een sterk man geweest zijn.  Beeldhouwen had hij ook altijd gedaan.  Hij leerde de knepen van het vak in het achterhuis van zijn vader, waarin die een atelier had waar hij meubelonderdelen sculpteerde.  De handen die nu werkloos in de lakens lagen hadden de vormen gestreeld - met liefde - en later, in de academie had hij de zin voor vorm en schoonheid tot verdere ontplooiing laten komen....

In de ziekenzaal slaakte iemand een kreet: "God!".  Het klonk scherp als een vloek.  Bijna wanhopig. 

"Wat schoon is blijft..." Het klonk zo vreemd en contradictorisch in deze steriele omgeving waar de geur van ontsmettingsproducten en zeep zich vermengden met de weëe reuk van doorligwonden...

Iets meer dan veertig jaar geleden: Zaal A - één van de twee parallelle zalen van het oud OLV-gasthuis in de Keizerstraat.  Evenwijdig naast de gasthuiskapel.  Nu afgebroken.  Geriatrie. Het was mijn allereerste stage als verpleegkundige...

 

verbindende afstandelijkheid

met categorie:  

(foto's: Jan Smets)

Vreemde tijden.  Zo zou je het kunnen stellen.  Of denkt er nog één iemand anders over?  Misschien doet de natuur dat wel.  Die trekt zich geen barst aan van waar wij ons nu druk over maken.  Onverstoorbaar doet zij wat ze al altijd deed.  Met koppige vastberaadheid bloesemt zij uitbundig en spreekt zij onze gedeprimeerde gedachten ongegeneerd tegen.  De lucht is staalblauw, en al is het nog behoorlijk fris te noemen: je voelt tot in je botten dat het lente is en dat overal nieuw leven barst uit de gespannen knoppen.  En wat doe ik: ik doe een voorzichtig wandelingetje in mijn eigenste Mechelse buurt.  Als ik een menselijke tegenligger ontwaar, ga ik netjes in verbindende afstandelijkheid naar de andere kant van de straat.  Met een vriendelijk knikje weliswaar - maar met de nodige burgerzin toch ontwijkend afbuigend.  Zo is dat.  Zo moet dat.

 

laat ons...

met categorie:  

(foto: Jan Smets)

De gordijnen filteren de eerste lenterige zonnestralen.  Een briesje doet de rest.  Buiten hangt ze dan: onze witte 'vlag' - speels dansend.  Het doet me mijmeren.  Buiten ligt de stille straat zich af te vragen waar de passanten blijven...

 

"Je zit er naast!"

met categorie:  

 

(foto's: Jan Smets)

Ietsje meer dan zes maand is ze nu: mijn kleindochter NelMijn kleine zotte geweld, al is ze (voorlopig?) een rustig, weliswaar erg alert, jongedametje dat haar twee jaar oude broer met haar grote donkerblauwe kijkers onafgebroken volgt.  Ze observeert zijn gekke buien en hoe hij met duploblokken een 'Romme-toren' bouwt.  Ze heeft de mooiste ogen van de wereld denkt deze niet geheel objectieve grootvader.  Ze zijn zo dromerig en onpeilbaar Egeïschdiepzeeblauw.  Om periodiek in te verdrinken.  En weer boven te komen.  Zo blauw dus.  En ze noemt Nel - net als de grote liefde van onze Rik Wouters - zijn hem hevig minnende muze.

Tijdens de zwangerschap van haar moeder - onze dochter - hadden we het raden naar haar naam.  We mochten allen een gok wagen.  De juiste inzending zou op de dag van haar geboorte beloond worden.  Ik brak mijn hersens erover.  Welke naam zouden haar ouders voor haar in petto hebben?  Welke naam zou het best passen bij die van broertje Juul?

 

Mies-en-scène

met categorie:  

 

(foto's: Jan Smets)

Tussen Kerst en Nieuwjaar mag ze twee kaarsjes uitblazen.  Nog geen twee maand na de geboorte van 'kroonprins'  Juul kwam zijn nichtje ter wereld.  Dat deed ze toen al op verrassende wijze.  Want daar heeft ze een handje van weg, mijn kleine prinses.  Niks is wat het lijkt bij haar.  "'t Is dan ook een vrouwtje" zou zijne majesteit zeggen.  Met haar meest charmante glimlach weet ze me in te pakken, en haar guitige pretoogjes bedotten mij terwijl ik er bij sta.  Subtiele theatraliteit is haar aangeboren.  En ik wéét het.  Ik besef het.  Maar ik laat me graag om de tuin leiden.  Mijn dochters schudden dan met het hoofd.  "In onze tijd..." hoor ik ze denken...  Ik zou ze meeloodsen naar de nieuwe bib.  Kwestie om zo vroeg mogelijk, speels en spontaan, wat cultuur bij te brengen.  Zelf ben ik een méér dan fervent boekenliefhebber en de planken waar al deze dierbaar gekoesterde schatten hun plaats op gevonden hebben, kreunen onder het gewicht.  Ik kom zélf weinig of nooit in een bib.  Ik geef het toe.  Dit is tegelijkertijd dom en duur. Ik moet mijn boeken onder eigen dak weten - ze rangschikken, kunnen raadplegen en liefkozen wanneer ik het wil...  Maar nu Het Predikheren er  zo aanlokkelijk bij  ligt te wezen, ga ik hier toch een tikkeltje verandering in proberen te brengen.  Ik ga me inschrijven, en neem haar mee - mijn schelmse ukkepuk.  Mijn kleine, eigen-zinnig schattige Mies...

 

'Roeme-tore'

met categorie:  

                           

"Roeme-tore!"  Zo klonk het in zijn nog beperkte woordenschat terwijl hij met zijn kleine vinger Sint-Romboutstoren aanwees.  Hij is dan ook met zijn twee jaar zowat 498 jaar jonger dan het aangeduide voorwerp van zijn interesse.  Dat dit Mechelse-waarmerk-bi-j uitstek zijn belangstelling kan wegdragen...: nu ja - ik pleit schuldig.  Volmondig.  Daar zit deze grootvader wel voor 'iets'  tussen.  Als Mechelomaan heb ik dit kereltje op volkomen onschuldige manier (denk ik toch) gebrainwashd.  Natuurlijk wijs ik ook pedagogisch verantwoord, in al die kleurrijke prentenboekjes het schaap aan dat mèèèèèmèèè doet, en de poes die miauwt en de hond die blaft.  En ik probeer hem als we samen voor een tekenblad zitten, waar ik een kabouter, giraf of auto tracht vorm te geven, de kleuren te leren kennen.  Dat doe ik.  En dat doe ik graag.  Het werkwoord grootvaderen vervoeg ik immers met plezier.  Maar daarnaast - ik geef het toe (je moet indoctrinatie vroeg starten wil ze een zekere vorm van succes oogsten...), heb ik mijn troonopvolger al met mondjesmaat wat Mechelse wetenswaardigheden bijgebracht.  Op kleuterniveau wel te verstaan.  Spreekt vanzelf.  Rommy is een knuffel die toevallig steeds op grijpbare afstand ligt en als we over de markt stappen wijs ik hem met trots 'onze' toren aan.  Hij kent hem - 'onze' toren - de 'toren van vake'...

Oslo

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Ze was één van de bekendste katten van de stad. Huisbewaarder, boekhouder, en poezelige concièrge: Oslo, de rosse kater van boekhandel Salvator in de Befferstraat.  17 jaar is ze geworden, maar vandaag vertrok de belezen Oslo naar de kattenhemel, en laat een grote leegte na.  Voor deze besnorde intellectueel is het verhaal ten einde gekomen.  Boek toe.  We zullen deze knuffelkater missen. 

Ik word als verhalensprokkelaar wel vaker geconfronteerd met de trouwe huisgenoten van bekende en minder bekende Mechelaars.  Bij de laatste zusters Norbertienen diende ik op te letten om niet te struikelen over de speelse keffer Skippy die het verhaal en de huiskamer maar al te graag diagonaal kwam doorgetrippeld.  Bij  Hortense Champagne schreed statig en met gevoel voor timing en theatraal, de aristocratische Chanel door het beeld, alsof Madame haar zélf de balletpassen aangeleerd had.  En bij Rozeke-van-de-posturekes-van-de-Haverwerf probeerde het pluizige Bizjouke zélf de show te stelen.

Ze miauwden, blaften, keften, snorden doorheen onze babbels: de viervoeters van de Dijlestad.  Aandacht vragend, aandacht eisend, tegen me aan schurkend, gevaarlijk ogend, of complete onverschilligheid tonend...

Maar Oslo was anders.  Met alle respect voor al die andere lieve en soms minder lieve dierlijke wezens: Oslo had iets van-hoe-zou-je-het-betitelen?  In ieder geval was hij een kat om 'U' tegen te zeggen... Alom aanwezig tussen de boekenrekken en in de vitrine. Mascotte en boegbeeld.

 

Zand

met categorie:  

(foto's: Jan Smets)

Ik had het nooit kunnen bevroeden dat ik ooit op 'mijn' Grote Markt zandkastelen zou maken.  Die genoegens kon je op zomerse dagen beleven in Hofstade-Plage of op het strand van Heist-aan-zee... Lang geleden dus.  De Markt was voorbehouden voor de edelgestrenge tante Margriet die als veredelde parkwachter een oogje in het zeil hield op het rond haar verzamelde blik op vier wielen.  Maar het kan verkeren.  Dat wist reeds Bredero, en ik kan het nu beamen.

Elke zomer worden nu op onze Markt ettelijke tonnen zand gekieperd, waarop men zich eerst sportief mag uitleven met de bal, om daarna plaats te maken voor het Mechelse jonge grut.  Sint-Rombout fungeert als oversized vuurtoren aan de rand van dit Mechelen-aan-zee.  Kwestie om er gewend aan te worden als ooit in doemscenario's voorspeld, het water tot aan onze stadsgrenzen zal komen aangespoeld.  Zover zijn we (gelukkig) nog niet, en het is nog vredig speels toeven in deze grote zandbak.

Dat doe ik met mijn kleinzoon.  Ik maak putten met een plastieken schopje, bak zandtaartjes en bouw een rudimentair kasteel dat even later vakkundig met de grond wordt gelijkgemaakt door mijn kleine roofridder.

Ik heb altijd graag 'gevaderd'.  Het was een werkwoord dat ik met plezier vervoegde.  Maar het doe-woord 'grootvaderen' biedt net nog meer mogelijkheden en variaties op het zelfde thema...

Deze grootvader vergeet dan even zijn minder goed scharnierende knieeën en de voltooid verleden tijd is maar van gisteren voorbij.  Jonger dan je denkt.  Zegt men dan.

 

Jezuke-van-Praag...

met categorie:  

(foto: Jan Smets)

Sjagrijnig was hij.  Mokkend zat hij daar op zijn stoeltje.  Hij voelde zich opzij gezet.  Zijn gebeitelde kop toonde nog een brede grimas, maar in feite was dit slechts een pose.  Innerlijk kookte het in zijn houten lijf.  Na de vorige afstofbeurt had ze hem een halve meter opgeschoven op de Mechelse kast.  En dat zinde hem niet.  Maar nee - Opsinjoorke zweeg in alle talen, zijn wrok in stilte verbijtend.  Hij begreep het niet.  Hij: hét zinnebeeld van de Mechelse identiteit.  Al eeuwenlang boegbeeld van deze Dijlestad.  Mascotte van eerste categorie.  Tegen de dames op dezelfde kast durfde hij al helemaal niks beginnen.  Onder de  stolp stond ene OLV-van Hanswijk in haar barokke hoedanigheid vroom te wezen.  'Mechels?' foeterde hij binnensmonds.  Ze was dan ook maar een importproduct.  Als ze niet vrank en vrij haar bootje had laten vastlopen  in het slib van de Dijle, had ze hier nooit een voet aan wal kunnen zetten.  Maar hij zweeg.  Tegen de Moeder Gods viel toch niks te beginnen.  Wat verder pronkte Margareta van Oostenrijk in haar gesculpteerde elegantie.  'De ijdeltuit!'.  Wat was er Mechels aan haar?  Door haar aders stroomde Bourgondisch en Oostenrijks bloed.  Het is niet omdat ze hier als landvoogdes was gedropt dat ze...  Maar hij slikte de woorden in.  Tegen vrouwen kon hij niet op.  Hij wist waartoe ze in staat waren.  Toen hij al eens vuil brassend en scheve schaatsen rijdend naar huis kwam gezwalpt hadden een aantal exemplaren van het zogenaamde zwakke geslacht hem mores geleerd door hem een paar meter de lucht in te katapulteren.  Hij beet op zijn tong.  En hij zweeg.  Maar aan één sujet op de kast had hij een nog een veel grotere bloedhekel. Dat 'gesjalotterde heilig-beeleke'' - dat zich 'Jezuke-van-Praag' placht te noemen was hem méér dan een doorn in het oog...

 

'Interieurs en blote vrouwen'

met categorie:  

(foto: Jan Smets)

De speurende blik van mijn potentiële klant ging snel van links naar rechts, de stapel boeken taxerend die met bestudeerde nonchalance op mijn picknicktafel lagen uitgestald.  Je weet wel: een paar exemplaren bij mekaar gepend door Marcel Kocken - Mechelens Levende Geheugen , fotoboeken van Frans Vermoortel waarin hij nostaligsch terugblikt op de Dijlestad van lang geleden...., een vleugje Ost en een portie De Noter...  Kortom: die spullen die een Maneblusser met verzamelwoede en passie voor zijn stad doet likkebaarden (mocht hij of zij de betreffende werken al niet lang zélf op de boekenplank hebben staan).  Maar de klant was niet zozeer geboeid in het verleden of de cultuur van deze stad.  Dat werd snel duidelijk gemaakt: "Ik ben geïnteresseerd in interieurs en blote vrouwen".  Ik weet nog niet helemaal of deze twee interessesferen nu los van mekaar moesten worden gezien, of dat de gezochte modellen zich dienden voort te bewegen in de decors waarnaar op zoek.  Ik kon m'n klant niet verder helpen.  De focus lag bij mijn spullen eerder op andere terreinen.  De zoektocht op de Battelse rommelmarkt diende dus nog verder worden gezet.  Naast mij zou de zoekende koper ook niks vinden tussen de tweedehandse baby-en kinderkleedjes, en de koperen potjes aan de overkant van de straat zouden ook niet kunnen overtuigen.  De interieurs en de blote madammen dienden dus elders gezocht....  Ik had nog wat ouwe bijbelprenten aan een kapstok gehangen...

 

"voor de goei stemmen..."

met categorie:  

  (Jan Smets)

Dit stukje dat in pure opwelling werd geschreven was niet bedoeld om hier op Mechelenblogt te verschijnen.  Maar nadat ik het deelde op Facebook merkte ik dat het enorm veel werd aangeklikt en 'geliked'.  Ook werd het door velen gedeeld...  Dat streelde uiteraard mijn ijdelheid, maar nog véél meer sterkte het me in het gevoel dat niet weinigen ook diezelfde wensdroom koesterden.  En dat gevoel stemde me hoopvol.  Voor diegenen die het nog niet hadden opgemerkt op Facebook herhaal ik het maar wat graag op Mechelenblogt.  Facebook is immers een vluchtig medium, en misschien 'overleeft' dit stukje het hier nét wat langer...

 

Torenbrand

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Helemaal stil werd ik er van.  Ik zag de vlammen.  Ik voelde de onmacht.  Ik zag hoe de vieringtoren als een brandende toorts brak en in brokken viel.  Zwijgend en vol ongeloof - met verbijstering staarde ik naar iets wat onwerkelijk leek, maar helaas bittere ernst was.  Ik zag de tranen van de Parisiens aan de boorden van de Seine. En ik begreep.

In 1972 had dit tragische lot ook 'onze' toren kunnen treffen.  Gelukkig bleef de schade relatief beperkt.  Het had véél, véél erger kunnen zijn.  Je mag er niet aan denken.  Maar gisterenavond kwam het terug in mijn herinnering.  Ooit waren we Maneblussers en gingen we een waanbeeld te lijf.  Beschaamd dropen we af toen we de waarheid ontdekten.  Maar beter dit dan de nachtmerrie écht te moeten ondergaan...  En ook aan die nacht, toen we aan onze spotnaam kwamen die we nu trots als geuzennaam dragen, dacht ik gisterenavond toen de Notre-Dame, zinnebeeld van de Lichtstad, van héél Frankrijk - maar ook werelderfgoed - en dus van ons allemaal - ten onder dreeg te gaan in een niets ontziende brand.

Ik dacht aan 27 januari 1687 onzes Heren...

 

Marthe...

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Ze keek naar de einder - in gedachten verzonken.  Een vissersboot keerde weer naar de veilige haven. Haar blik volgde de trage vaart.  Ze legde haar hand op haar buik - als een beschermende schelp.  Haar blik stond op oneindig.  Ver weg was Mechelen.  Ver weg was haar familie.  Hier in deze kustplaats in de Vendée wou ze alles op een rijtje zetten.  Ver van de nieuwsgierige of afkeurende blikken.  Hier, waar ze met haar familie zowat vijftien jaar geleden verbleven had op de vlucht tijdens Wereldoorlog I.  Hier was ze teruggekeerd, als was het een tweede vlucht.  Deze keer ging het niet om oorlogsgeweld of ander onheil...

 

Vader Janneke

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Hij trok voorzichtig de deur achter zich toe en knipperde even met z'n ogen.  Het zonlicht bliksemde fel en deed de bolle kasseien blinken.  De harde schaduwen wierpen scherpe contrasten in het smalle straatje.  Maar hij trok zijn jasje keurig recht - ging met zijn linkerhand even strelend door zijn verzorgde sikkebaard en met zijn knokige rechterhand klemde hij zijn wandelstok vast.  Dat was een mooie.  De bovenkant van de stok waar nu zijn hand op ruste was fraai gesculpteerd.  Het toonde het hoofd van een wat wonderlijk en sprookjesachtig manspersoon met een lange baard en doordringende ogen.  Hij was trots op deze stok, en waar hij ging ging de stok ook mee.  Om de hoek van de Conventstraat zag hij net twee begijnen als onafscheidelijk duo de Nonnenstraat indraaien.  Hij stond even stil - als leek hij te twijfelen of hij links of rechts zijn wandeling zou starten.  Uit het Fonteinstraatje kwamen op hun houten klompen een paar belhamels gelopen.  De ene had zakje 'marbollen' bij.  "Dag vader Janneke!" riepen ze hem toe.  Eén van de twee veegde een dikke gele snottebel weg met de mouw van zijn hemd.  Hij glimlachte.  Hij kende deze belhamels.  En elke belhamel kende hem.  Gewapend met zijn noodzakelijke barbieratttributen trok hij twee keer per jaar langs de Mechelse stadsscholen om het jonge volkje te voorzien van een deftig kapsel.  Hij was hiervoor aangesteld door het stadsbestuur.  Dit was een gratis aanbod aan de Mechelse jeugd.  Enkel wie een 'frou-frouke' wou, diende hiervoor 1 cent op te hoesten.  Vader Janneke deed dit graag.  Het was een karwei dat hij voor geen geld van de wereld wilde missen, en het was een welkome afwisseling in zijn werkzaamheden als barbier-herbergier...

 

Inhoud syndiceren