Kijken naar wolken...

met categorie:  

(foto's: Jan Smets)

En ze schuiven voorbij, soms traag en gezapig, wollig gezellig - plukjes badschuim in een zeeblauwe lucht; en soms ook in snelvaartrein - dreigend, donderend en onheispellend - dramatische ouverture voor een hagelbui die de grillen van maart transporteert naar een  tweede mei...

Wolken - ik kijk er naar.  Méér nog dan vroeger. Wisselende decorstukken op de begrensde scène van deze dagen.

Onze wereld - mijn wereld - is deze dagen begrensd.  Wat buiten het lijstje valt is nu ver-van-mijn-bed-show.  Alleen het beeldscherm brengt al wat hierbuiten valt nog in dagelijkse afleveringen ten tonele.  Maar de plot van het verhaal is altijd hetzelfde - de rode draad is steeds dat virus dat onze hele aardbol in de greep houdt.  Niks nieuws vertel ik hiermee.

De voorbije drie weken was dat begrensde wereldje van mij nét nog wat begrensder.  Lockdown in de lockdown.  Gekluisterd was ik in mijn kot - zwalpend van zetel naar tafel en vica versa.  Want jawel - hoe en waar het me te pakken kreeg: ik zou het niet weten, voorzichtig als ik probeerde te zijn.  Veel was ik niet meer waard.  De ongestreken versie van mezelf zal de volgende weken de plooien weer proberen glad te strijken.  De vermoeide blik in m'n ogen en de wallen die dit nog eens meedogenloos accentueren zullen hopelijk binnenkort langzaam verdwijnen denk ik dan.  Het is wat het is.  Met de light-versie van deze verdomde ziekte besef ik dat ik nog geluk heb gehad.  Er zijn anderen die veel erger getroffen waren en zijn.

De wolken die schuiven, traag en wolkig en dreigend en donderend.  En nooit voordien heb ik er zo naar gestaard...

 

De voordeur was taboe. De afstand was me te groot en de inspanning te zwaar.  Het dagelijkse applaus om 20 uur voor de helden in onze samenleving, en bij uitbreiding voor ons allemaal, diende ik aan mij voorbij te laten gaan.  Vanuit mijn zetel zag ik wel onze witte vlag wimpelen in de lentebries en ik hoorde na het handgeklap de klokken van de Colomakerk en het zingen van de buren.  Een mooi ritueel waar ik nu even niet meer kon aan deelnemen...

Mijn Mechelen was héél erg klein deze weken.  En gek: ik miste het zelfs niet.  Wat heel verwonderlijk is.  Ik ben immers moeilijk in mijn kot te houden. 

Extreme vermoeidheid dwong me tot rust.  Het enige dat me lukte was al liggend te lezen in een aantal boeken die al langer op mij lagen te wachten.  Zo waren Maria de Medici, Leopold I en Vincent Van Gogh in hun biografieëen mijn nieuwe huisgenoten.  En nu ben ik op reis met Paul Theroux die de Middelandse zee doorkruist vanaf de zuilen van Hercules.  Zij allen maakten dat mijn wereldje toch nog ietsje groter was dan de paar vierkante meter van m'n bankstel. 

Heel af en toe ging ik de tuin in.  En dan zag ik de bomen bloesemen - lenterig wit.  Ik zag de pluizige bloesemblaadjes dartelend wegvliegen en plaats maken voor fris groen.  Het begrensde decor toonde me dingen die ik nooit zo bekeek in het verleden.  En boven dat groen, over de struiken, en over de heggen van de buren torende de spits van de Colomakerk - de 'kathedraal van den Hanswijkenhoek' priemend in dat hemelgewelf.

Dit was deze weken 'mijn' Mechelen - kleiner dan ooit.  Achter de ritselende kruinen van de bomen hoorde ik het denderen van de trein.  En het wassende groen verborg hoe langer hoe meer de verre contouren van Sint-Rombout.

Dit was drie weken mijn wereldje.  Een garagebox in lichterlaaie en de loeiende sirenes van brandweerwagens vlak achter onze tuinen in de Stenenmolenstraat was zowat het spannendste dat deze dagen te 'beleven' viel.

Weken van gedwongen rusten, van lezen, mijmeren, zuchten en dromen, denken en twijfelen.    Lockdown in de lockdown.

Wolken drijven verder over het opgesloten land.  En ik staar er naar.

Gisterenavond kwam ik voor de eerste keer terug aan de voordeur.  Ritmisch klonk het geklap.  Buren zwaaiden als al die avonden voorheen weer naar mekaar.  En ik zwaaide eindelijk weer mee.  En daarna klonk 'Allelujah' van Leonard Cohen en we zongen mee - de ene al met meer talent als de andere.  Maar wat maakt het uit: het gaat om de verbondenheid.

Een politiewagen reed door de straat, en ook voor hen werd geapplaudiseerd.

Op 4 september 1944 - vertelde me Marcel Kocken - kon hij als klein ventje voor de eerste keer weer buiten.  Rode koorts had hem een paar maand aan bed gekluisterd in het huis van zijn tante Lies en nonkel Jef in de Lange Nieuwstraat, waar het gezin naar verhuisd was toen hun woning op de Leuvensesteenwseg platgebombardeerd was. Ons landje was bevrijd en het enthousiasme was enorm.  Marcel voelde het aan als een 'dubbele bevrijding'.  De koorts was geluwd, en voor de eerste keer mocht hij voorzichtig terug de straat op.  Het staat tot op de dag van vandaag op zijn netvlies gebrand.

De Bevrijding...

Nee, het zal niet zo explosief verlopen als toen...  Met mondjesmaat worden de maatregelen versoepeld.  De deur gaat eerst op een kier voordat ze voorgoed wordt opengezwaaid.  Met mondjesmaat zullen we proeven van 'de bevrijding'...

Ik kijk naar de wolken.  Zij storen zich niet aan wat wij hier beneden denken en doen.  Ze zijn altijd en alom...

De hagelbui mitrailleerde de lente even de grond in.  Donker en dreigend.  Maar ook dit ging voorbij.  Zoals niets blijft duren.  Geen donkere wolk en geen virus.

Even later kregen de wolken een kleurspoeling.  Opbollend  parmantig permanent.  Wit en wollig.

Drie begrensde weken: ze leren ons om alles een tikkeltje anders te bekijken. 

 

 

Hallo Jan

Ik vroeg me de laatste dagen al af waarom er zo weinig nieuwe post verschenen op Mechelen Blogt. En vermits een reis in onze contreien niet meer mogelijk was begon ik me toch af te vragen waar je was ondergedoken. Laat me jou nog het allerbeste wensen en zeker een algeheel herstel.

Toddintstad     jevara