"Wat schoon is blijft..."

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

"Wat schoon is blijft..."  Zo zei hij dat.  Haast prevelend.  Zijn geaderde magere hand klemde het stijve laken vast...zijn vingers rusteloos.  De andere arm lag slap boven de sprei.  In de geborduurde rand las ik C.O.O. - Commisie van Openbare Onderstand.  Die arm: verlamd.  Uit zijn ooghoek welde een traan op die heel traag langs zijn benig geworden neus een nat spoor trok en zich kanaliseerde in een huidrimpel. Hij had een karakterkop die gebeeldhouwd leek.  Grof gebeiteld.  Expressionistisch. Hij moet een sterk man geweest zijn.  Beeldhouwen had hij ook altijd gedaan.  Hij leerde de knepen van het vak in het achterhuis van zijn vader, waarin die een atelier had waar hij meubelonderdelen sculpteerde.  De handen die nu werkloos in de lakens lagen hadden de vormen gestreeld - met liefde - en later, in de academie had hij de zin voor vorm en schoonheid tot verdere ontplooiing laten komen....

In de ziekenzaal slaakte iemand een kreet: "God!".  Het klonk scherp als een vloek.  Bijna wanhopig. 

"Wat schoon is blijft..." Het klonk zo vreemd en contradictorisch in deze steriele omgeving waar de geur van ontsmettingsproducten en zeep zich vermengden met de weëe reuk van doorligwonden...

Iets meer dan veertig jaar geleden: Zaal A - één van de twee parallelle zalen van het oud OLV-gasthuis in de Keizerstraat.  Evenwijdig naast de gasthuiskapel.  Nu afgebroken.  Geriatrie. Het was mijn allereerste stage als verpleegkundige...

 

Het was een mannenzaal: twee tegenover mekaar liggende rijen bedden.  Een twintigtal patiënten.  Oude mannen waren het.  Er werd gezwegen of gekreund.  Hier waren ze overgeleverd aan de zorgen van handen die trachtten het leed te verzachten en te troostten. 

Twee rijen van ijzeren bedden.  Simpel.  Geen mechanische hoogstandjes.  Iemand hoger leggen of verleggen diende je op te lossen door het strategisch plaatsen van kussens.  Het 'nieuwe' ziekenhuis lag om de hoek, aan de Zwartzustersvest.  Hier had de tijd stil gestaan. 

Twee bedden - een paravent - twee bedden - een paravent... Aan de overzijde was het net zo.  Aan de achterkant van het bed hing een linnen zakje, met daarin een stuk zeep, een kam en nog wat van die dingen.  Als je 's morgens de zaal betrad was de geur nog scherper en bedwelmender.  Wondvocht, chloor, urine.  Zo was het.  Je haalde water in een plastieken kom op het einde van de zaal, aan een spoelbak, waarna je naar het bed van de patiënt ging....

Het was mijn allereerste stage. 

Op het eerste zicht leek het niet aanlokkelijk.  Zeker niet.  Hier werd ik geconfronteerd met leven en dood, met eindigheid, met de last van het ouder worden, met pijn en stil verdriet...

En daar lag hij.  Hij was ooit een stoere, sterke man.  Zijn scheppende handen hadden mooie dingen gemaakt.  In het hout dat hij kapte zag je nieuw leven ontstaan.  Als figuren van vlees en bloed.  En toen ze af waren had hij met diezelfde grote handen de gladgeschuurde vormen gestreeld.

Die handen lagen nu in de stijve lakens.  De ene hand rusteloos, de andere tot rust gedwongen.  Zijn ogen keken naar het plafond.  De traan was opgedroogd, maar de weemoed was in zijn ogen niet verdwenen.  Aan de overkant werd weer geroepen. 

Hij had me verteld - traag - over zijn leven als beeldhouwer.  Flarden.  Herinneringen.  En regelmatig stokte de stem.

In Zaal A begon het voor mij.  Hij was de allereerste mens die ik verzorgde.  Er zouden er nog velen volgen.  Maar hem vergeet ik nooit.  In Zaal A begon het voor mij.  Ik legde mijn hand op zijn nerveus met het laken spelende hand.  Zijn hand die zoveel moois had gecreëerd... We voelden een band over de generaties heen.  Moeilijk te verklaren.  Hij draaide heel erg langzaam zijn doorploegde hoofd....

"Wat schoon is, dat blijft..."

Niet erg veel later is hij overleden.  Dat is nu meer dan veertig jaar geleden.  Ik denk onwillekeurig aan de ziekenhuizen waar nu ook angst en vertwijfeling heersen.  Waar dood en leven met mekaar een macabere strijd aangaan..., waar zorgende handen pijn trachten te verzachten en troost wordt geboden...  Waar hoop wordt gegeven waar wanhoop het pleit probeert te winnen. 

Buiten breekt de lente uitbundig door.  De zon knalt met groot enthousiasme donkere gedachten voor even naar de achtergrond.  Het komt wel goed denk ik dan.  Zo ging het altijd.  Zo ging het vroeger en zo zal het nu gaan.  Ondanks alles. 

Het bloesemt en bloeit en alles straalt nieuw leven uit.

Witte lakens.  Een hand die herinnert wat het maakte...

"Wat schoon is blijft..."