Mechelse link met Jan van Eyck (3)

In Gent loopt/liep (tegenwoordig is niets zeker meer) de tentoonstelling 'Van Eyck. Een optische revolutie', een tentoonstelling waar ook heel wat Mechels moois te zien valt. Zo hangen er twee interieurgezichten van de Sint-Baafskathedraal, gemaakt door Pieter-Frans De Noter, meteen een derde link tussen Jan van Eyck en Mechelen.

 

Pieter-Frans De Noter (1779-1842) is geboren in Walem maar vestigde zich in 1810 aan de Houtlei in Gent. In Gent bouwde hij zich een internationale reputatie op als schilder van stadsgezichten, kerkinterieurs en landschappen. Zijn zoon Jan-Baptist is bekend voor zijn vele aquarels met Mechelse zichten.

Het interieur van de Sint-Baafskathedraal was in het begin van de 19de eeuw een geliefkoosd onderwerp voor vele Belgische kunstenaars, zo ook voor De Noter. Hij schilderde twee versies van de Vijdkapel, waar het Lam Gods hing, met een interval van 10 jaar.

In de versie van 1829 is het volledige Lam Gods afgebeeld, alhoewel toen de buitenluiken al 15 jaar in Duitsland te bewonderen waren. Het zandstenen baldakijn is een fantasie (maar gebaseerd op het grafmonument van Margareta van Gistel elders in de kerk). Ook is de barokke koorafsluiting om esthetische redenen weggelaten.
 
 
Voor de tweede versie uit 1840-1841 liet De Noter zich bijstaan door de historieschilder Félix De Vigne (1806-1862). De Vigne schilderde een groep figuranten met een geestelijke die uitleg geeft een kleine delegatie geleid door Albrecht Dürer. Van Dürer is geweten dat deze Gent had bezocht op 10 april 1521. De combinatie Dürer-van Eyck kwam met de twee bustes ook al aan bod in een vorige MechelenBlogt.
 
  

 

Beluister hier (audiogids Van Eyck-expo): 

https://www.mapmyvisit.com/object/viewobject/60050/nl/DB17CC732985CFAC1667C3F34477CDF3

6. DE NOTER & DE VIGNE, ALBRECHT DÜRER VOOR HET VEELLUIK…, CA. 1840

10 april 1521. De befaamde Duitse kunstenaar Albrecht Dürer staat voor het Lam Gods. Dat ziet u hier. Het veelluik bestaat dan zowat negentig jaar. Een priester geeft Dürer uitleg. Nadien schrijft die in zijn reisverslag: “Een buitengewoon mooi en goed doordacht schilderij, in het bijzonder Eva, Maria en God de Vader zijn erg goed. Overigens, Gent is mooi en het is een wonderbaarlijke stad.” Einde citaat. De faam van het Lam Gods is groot rond 1520.

Dit schilderij over Dürers bezoek is dan weer van… circa 1840. Meer dan driehonderd jaar na de feiten! Van Eyck en de andere Vlaamse primitieven, een begrip dat in die tijd ingang vindt, worden dan stilaan geherwaardeerd in het jonge België, ook in Gent.

Geherwaardeerd, want in de jaren voor 1840 is de internationale belangstelling maar lauwtjes: mooi gedaan, technisch perfect, maar te realistisch, te beschrijvend, is het oordeel. Rubens’ dynamische barok heeft meer fans. Vooral in Duitsland zijn er rond 1800 ook al Van Eyck-bewonderaars. De bewondering is sindsdien alleen toegenomen. Wereldwijd. Tot op vandaag.

Even terug in de tijd: al meteen in de 15de eeuw en ook later nog bejubelen veel auteurs Jan van Eyck. De boeken in het midden van deze zaal bevatten daar voorbeelden van. Wilt u daar meer over horen, druk dan op de A-knop.