Corona in tijden van kortzichtigheid en onvrede.

 

Kolonel Stanislav Petrov (foto De Morgen)

Thuisblijven heeft voor steeds meer mensen geen enkel nut. Virussen hebben nu eenmaal het nadeel dat je ze niet ziet. Het is helaas ook een vijand in opmars en heeft hij niet zo veel menselijks. Een virus maakt namelijk geen onderscheid tussen rijk, veel of weinig melanine, godsdienstig of niet. Het heeft zelfs geen medelijden met de machtigen der aarde. Men zou misschien kunnen aanhalen dat het toch uitmaakt of u slim of dom handelt, maar zelfs daar valt aan te twijfelen. U hangt namelijk volledig af van de intelligentie van anderen, en helaas valt die zwaar tegen. Boodschappen doen moet iedereen, nietwaar?

Hoe lang deze situatie nog gaat aanhouden is eigenlijk redelijk simpel: tot er iemand met een vaccin op de proppen komt. Tot zolang kunnen we enkel de schade beperken door ons strikt aan sociale regels te houden. Dit virus is echt niet van plan zich zonder slag of stoot over te geven en zonder meer te verdwijnen. Daarvoor is het veel te goed ontworpen door niemand minder dan de natuur. Jawel, diezelfde natuur die ons op sommige vlakken veel te goed geschapen heeft, en op even veel vlakken veel te slecht.

De domste uitdrukking die ik ooit hoorde was die in de lessen natuurkunde: “De mens heeft de natuur overwonnen.” Ik word nog triestig als ik aan die zelfverzekerde leraar van het college terugdenk. De natuur kunnen we niet overwinnen, laat ons dat duidelijk zijn. De mens is de enige diersoort die de arrogantie bezit om zijn eigen nest en meteen ook enige woonplaats te bevuilen. Diezelfde natuur die we al decennia lang met al onze inzet proberen te vernietigen lacht ons vierkant uit. Wij, die nietige figuurtjes, van wie enkel het ego groter is dan het geheelal, zoals de middeleeuwers het reeds noemden. We zijn gewoon met teveel op deze aardkloot, die is ons beu en dat zullen we moeten ondervinden, of denken we nu echt dat dit zomaar verder kan.

Jaren geleden stond ik in Moskou aan het imposante graf van een zekere Raissa. Naast mij stond een vriendelijke, wat oudere man met een opvallende wijnvlek op het al wat kalende hoofd. Hij bleek redelijk Engels te kennen en vroeg me of ik ooit van Stanislav Petrov had gehoord. Ik moest hem het antwoord schuldig blijven. “Zonder kolonel Petrov zouden we hier nu niet staan” zei hij en ging rustig verder. Toevallig was een van mijn lokale gidsen een gepensioneerde legerkolonel? Hij kende hem zeer goed en kon hem ontmoeten. Een magere, wat verlegen, rustige oude man. Hij woonde in een klein, schraal ingericht appartementje. Ondanks is ‘s werelds loon. Petrov was de verantwoordelijke van het Russische afweersysteem toen er in 1983, in volle koude oorlog, een alarm was dat de USA vijf ballistische raketten had afgevuurd op de Sovjet-Unie. Ondanks de zeer hoge druk van zijn medewerkers om te reageren heeft hij dit niet gedaan. Even later bleek het een vals alarm. Die enkele seconden hebben over het lot van de hele wereld beslist. Nooit eerder heeft er zoveel verantwoordelijkheid in de handen van één man gelegen en nooit eerder hebben wij zoveel te danken gehad aan iemand met gezond verstand. Hij is gelukkig nooit gestraft geweest, maar ook nooit beloond. Aan het einde van zijn leven heeft hij van het Westen dan toch een onderscheiding gekregen en werd hij zelfs uitgenodigd in de V.S. en werd een film gemaakt over zijn leven: “The man ho saved the world”, van regisseur Peter Anthony. Bekijk hem gerust, tijd genoeg nu.

https://www.youtube.com/watch?v=8TNdihbV5go

Een nutteloze vraag die velen zich stellen is hoe we in hemelsnaam die 50 miljard mensen gaan voeden die er volgende eeuw zullen zijn. Laat ons niet lachen, nog meer mensen? Dan halen we de volgende eeuw niet eens. De enige plausibele vraag die we ons moeten stellen is hoe we kunnen vermijden dat we met zo belachelijk veel zijn. Kunnen we dit zelf? Duidelijk niet. Maar wees gerust, de natuur steeds trouw aan zichzelf, zal ons daar zonder twijfel een handje bij helpen en is daar blijkbaar reeds mee begonnen, of wij dat nu leuk vinden of niet.

Intussen heeft de zorgsector het onnoemelijk zwaar. We kunnen ons enkel voorstellen hoe het voor deze mensen moet zijn om, na uren en uren te staan zwoegen en zweten in beschermende kledij, eindelijk naar buiten te kunnen en daar te worden geconfronteerd met de harde waarheid. Overal mensen die het recht menen te hebben om van het zonnetje te profiteren en onbezorgd te doen alsof er helemaal niets aan de hand is, feestjes te organiseren, om het laatste rolletje toiletpapier te vechten en aan producten in de supermarkt te likken. Hoe moeten onze verplegers, dokters en alle medewerkers in de gezondheidszorg zich voelen bij zoveel domheid en ondankbaarheid?

Al bij al is corona misschien nog een goede zaak, maar enkel indien we er iets van willen leren. Hoe frisse lucht ruikt. Hoe rustig de straten er een eeuw geleden bij lagen zonder al die stinkende auto’s. We moeten ons nu gewoon afvragen hoe we onze nutteloze verplaatsingen zoveel mogelijk kunnen beperken door ervoor te zorgen dat mensen kunnen thuiswerken of automatisch een job krijgen aangeboden die binnen fietsafstand ligt. Hoe we onze impact op de natuurlijke reserves van onze enige woonplaats kunnen minimaliseren. Hoe we iedereen gezond en gelukkig houden met zo weinig mogelijk stress. De mens blinkt uit in het vergeten van werkelijk essentiële zaken, dat hebben we in het verleden reeds meer dan genoeg bewezen. Het woord holocaust dateert al van de Armeense genocide, meer dan 100 jaar geleden. Het woord heeft betekenis niet gestolen. Het komt zoals heel wat uitdrukkingen uit het Grieks: ὁλόκαυστον, holos, geheel en causton, verbrand, denken we maar aan caustische soda. Het blijft actueler dan ooit. Inmiddels vallen de meeste doden in onze nieuwe getto’s: instellingen met bejaarden. Het is onwezenlijk hoe gemakkelijk wij onze ouderen hebben afgeschreven. “Endlösung”, nog zo’n vies woord dat maar al te toepasselijk is. Onze samenleving schiet zwaar tekort. Daar waar hospitalen nog een beetje bescherming krijgen, heeft het verzorgend personeel van de rusthuizen bijna niets. De gevolgen zijn navenant. De natuurvolkeren, de enigen die steeds de grootste achting hebben gehad voor hun ouderen en voorouders. Ook die eigenschap zijn we spijtig genoeg totaal kwijt.