laat ons...

met categorie:  

(foto: Jan Smets)

De gordijnen filteren de eerste lenterige zonnestralen.  Een briesje doet de rest.  Buiten hangt ze dan: onze witte 'vlag' - speels dansend.  Het doet me mijmeren.  Buiten ligt de stille straat zich af te vragen waar de passanten blijven...

 

Het is slechts een oud laken.  Meer is het niet.  En bij de buren wappert een witte handdoek.  Wat verderop is een ander stuk textiel er even bij gaan liggen op de vensterbank...

De zon schijnt volop en de hemel loopt geen blauwtje op deze 21ste maart.  Het plaatje klopt, al is de wind nog schraal te noemen.  Zo zeggen ze dat dan.  Het ziet er allemaal verwachtingsvol uit.  Hoopvol na een lange, grijze winter die niet veel soeps was.  Nooit te koud, maar wel te nat.  Een sprint naar meer Frühlingstimmung, naar een alleluja-jubelend Pasen.

Maar de klokken zullen niet uit Rome komen.  Méér nog: ze kregen huisarrest in onze toren.  De grenzen zijn gesloten.  Het beieren zullen we inheems houden.  Heilige Bimbam nogaantoe. 

Surrealisme ten top.  Filmscenario met té veel realisme.  Tikkeltje veel onwezenlijk.

Een paar dagen geleden fietste ik na mijn avonddienst in Borgerstein naar huis.  22uur.  Amper wat auto's kruisten mijn weg.  Een eenzame loper die zijn gedachten wilde legen en zijn spieren niet wou laten verschralen.  Een paar hondjes werden zwijgend uitgelaten.  Ik stond voor een stoplicht te wachten.  Zo hoort dat.  Maar geen enkele wagen reed voorbij.

 

 

Ik dwarste onze Grote Markt.  Leger dan ooit.  Geen terrasjes, geen mens te bespeuren.  Alleen onze toren stond daar pal en sterk zoals steeds.  Er zijn nog zekerheden.  Baken van standvastigheid in tijden op losse schroeven.

Isolement.

Onzekerheid.

We surfen van journaals naar kranten tot Facebook. 

We telefoneren naar ouder wordende ouders.  We whatsappen met de kleinkinderen die we nu voor lang moeten missen.  Die maken ondertussen tekeningen voor de overgrootouders, of bakken koekjes voor de papa die werkt als verpleegkundige in het ziekenhuis.

Bij mijn ouders worden zowaar vier (!) kaartjes in de bus gedropt met het aanbod om boodschappen te doen.

Ik pleeg een mailtje met vrienden in Griekenland en noordduitsland.  De wereld is klein en nietig en allen zijn we in hetzelfde bedje ziek. 

Nu we verder dan ooit van mekaar verwijderd zijn, groeit ook de toenadering.

Er wordt gehamsterd.  Ja.  We zien kleinmenselijke trekjes opduiken. Ja.  Het zal wel.  Het is ook zo. 

Maar aan mijn gevel in de Stenenmolenstraat hangt een wit laken te dansen in de lentebries.  Het is maar een simpel gebaar.  De cynici zullen het weglachen.  Heeft het allemaal wel zin?  Doet het daadwerkelijk wat?

 

 

Maar ik geloof er in.  Rotsvast.  Het sterkt ons mentaal, dit symbool.  Het zorgt voor toenadering en verbondenheid.  We staan niet alleen.  We'll never walk alone.

Om 20 uur komen we buiten.  Wat aarzelend.  Zullen we niet alleen staan klappen in de handen?

Maar dan opent naast ons het raam van de buurvrouw.  We zwaaien en wisselen wat woordjes.  Hoe het gaat?  Lukt het? 

Aan de overkant gaat ook een deur open.  Moeder met haar twee jonge dochtertjes.  En dan steekt de buurvrouw rechts het hoofd buiten.  En in het begin van de straat zien we weer andere buren opduiken...

Het applaus klinkt in de lege straat.  Een ritmisch geklap.  Kippenvelmoment.  Een aantal minuten houdt het aan.  We wuiven naar mekaar, en ook de witte vlaggen volgen dat gebaar.

De avond nadien stonden we er weer.  En méér buren deden mee.

Ook vanavond zullen we terug in de deuropening staan.  Een jonge buurvrouw stelde voor om een eenvoudig liedje te zingen.  Ik ben benieuwd...

Een simpele 'vlag'  - méér is het niet.  Maar ze dekt perfect de lading.

We slaan er ons wel doorheen.  Hoe of wanneer - weten we het?  We kunnen alleen maar vertrouwen.  En applaudiseren voor ons allen, voor de mensen in de frontlinies van de zorg en voor allen - té veel om op te noemen - die nu trachten om alles draaiende te houden. 

Het komt wel goed.  En ondertussen zullen we voorzichtig zijn - én solidair.

Op de lege markt staat Sint-Romboutstoren pal en stoer te wezen.  Hij houdt de wacht.  De klokken zullen niet naar Rome vliegen.  'Mijn naam is haas' denken ze. (ze hebben overschot van gelijk en zo riskeren ze ook geen terechte GAS-boete).   Ze blijven hem gezelschap houden.  Hem en ons. De eieren zullen van elders moeten komen.  Rombout weet wel waar de klepel hangt.  Wij-Mechelaars weten het ondertussen ook.  Als we willen zijn we wijs.  Wried-woas! 

 

Jan

Mag ik nog vanop een afstand van 150 centimer jullie zorgverstrekkers een stevige knuffel geven. Het lijkt vooroorlogs maar toch doe ik het maar. Het is tenslotte een soort oorlog die we moeten ondergaan. Maar ooit gaan op de Grote Markt de lichtjes weer eens branden naar analogie met "Als op het Leidse Plein de lichtjes weer gaan branden en het wordt gezellig op het asfalt in de stad" 

Dankjewel.  Maar ik kijk zelf met veel respect naar de strijders in de frontlinie.  Die hebben het echt nog véél zwaarder: de verpleegkundigen in de ziekenhuizen.  Broer, schoonzus en schoonzoon gaan nu die gevechten aan in Imelda.

Maar mijn dank gaat eveneens uit naar AL onze medeburgers die nu met veel plichtbesef en verantwoordelijkheidszin doen wat moet gedaan worden, ter bescherming van zichzelf en ons allemaal...