Jan van Eyck's "Portret van Jan de Leeuw" en de Mechelse connectie.

met categorie:  

Het MSK te Gent pakt uit met een schitterende tentoonstelling: niet minder dan 13 werken van Jan Van Eyck, waarvan er één stof levert tot een belangrijke discussie, die  een jarenlang misverstand zou kunnen oplossen.

Portret van Jan de Leeuw (Jan van Eyck) Kunsthistorisches Museum Wien

Het bewuste werk waarvan sprake betreft het “Portret van Jan de Leeuw” uit 1436. De nog originele lijst draagt de volgende tekst: “IAN DE [leeuwfiguurtje] OP SANT ORSELEN DACH/ DAT CLAER EERST OGHEN SACH. 1401. GHECONTERFEIT NU HEEFT MI IAN / VAN EYCK WEL BLIICT WANNEER BEGA[N]. 1436” Bijna alle kunsthistorici zijn het er al eeuwen over eens dat Jan de Leeuw een goudsmid uit Brugge was, die geboren werd op 14 oktober 1401 en na 1457 overleed. Als reden hiertoe wordt opgegeven dat hij een gouden ring toont als teken van zijn ambacht en in Brugge woonde, de thuisstad van Van Eyck. Een leuke redenering, maar iets te voor de hand liggend. In die tijd was er inderdaad wel een goudsmid met deze naam in Brugge, die het tot deken van de goudsmeden had gebracht en zelfs een belangrijke opdracht van de stad mocht uitvoeren. Zijn geboortedatum heb ik niet teruggevonden, maar die is vermoedelijk afgeleid van het schilderij. De sterfdatum na 1457 komt dan misschien wel uit de stadsakten, maar dat feit heeft ook niets met de identificatie te maken. Is dit dan ook zeker de man van het schilderij, en betreft de afgebeelde persoon wel een goudsmid? De redenering daartoe is niet afdoende. Wie was hij dan wel?

Er zijn verschillende redenen te vinden om aan te nemen dat de toewijzing fout is. Jan Van Eyck werd reeds in 1425 aangesteld als hofschilder van Filips de Goede, hertog van Bourgondië. Dit bracht hem heel wat privileges op, wat echt wel uitzonderlijk was voor die tijd. Het bezorgde hem ook heel wat rijke een zeer machtige klanten: kanselier Rolin, de hoogste geestelijken zoals kanunnik van der Paal, het bestuur van de Sint-Baafsabdij, Beaudouin de Lannoy, persoonlijk raadgever van de hertog en de schatrijke Italiaanse bankier Giovanni Arnolfini. Een ambachtsman hoort niet in dit rijtje thuis, ook niet wanneer hij goud verkoopt..

Jan kreeg ook de kans om een grote reis te ondernemen waarbij hij onder meer Rogier van der Weyden leerde kennen en waarderen. Tussen 1430 en 1432 bevond hij zich dan weer te Gent, waar hij het door zijn broer Hubert begonnen Lam Gods afwerkte. Daarna kwam hij terug naar Brugge. In 1436 brak de opstand tegen de hertog uit, wat hem dwong de stad in allerijl te ontvluchten. Het is niet geweten waar hij verbleef, maar vermoedelijk toch niet al te dicht bij Brugge. Net dat jaar schilderde hij dan het portret van Jan de Leeuw. Wie was die man dan wel? Het is een feit dat de naam zeer verspreid was, maar het moest wel iemand met naam en faam zijn, anders zou Jan van Eyck hem zeker niet geschilderd hebben. Nu is de enige Jan de Leeuw die daarvoor nog in aanmerking komt in Mechelen te zoeken. Deze was pensionaris (raadslid) van de stad Mechelen en vertrok na 1447 in opdracht van de stad  naar de paus in Rome. Hij verkreeg van Nikolaas V niets minder dan de uitroeping van het Heilig jaar 1451 en bracht zelfs een geschenk van de paus terug mee naar Mechelen. Het betreft de nog steeds druk aanbeden "Onze-Lieve-Vrouw van Mirakelen" of "Zwarte Madonna" in de Sint-Romboutskathedraal. Hij was dus niet bepaald te onderschatten.Jan de Leeuw is daarna nog een keer naar Rome vertrokken. De tweede keer was dit naar de opvolger van Nikolaas V, Calixtus III. Mechelen vroeg daarbij een nieuwe aflaat daar de vorige blijkbaar vervallen was. Deze werd toegestaan bij pauselijke bul en liep vanaf het jaar 1456, voor een periode van 10 jaar en begin op pinksteravond.

Onze-Lieve-Vrouw van Mirakelen (1450) Sint-Romboutskathedraal te Mechelen

Het leven van deze Mechelaar leert ons hoe men raadsheer in het Parlement of de Grote Raad werd. Tijdens de Blijde Inkomst van Karel de Stoute, op 3 juli 1467, had Jan de Leeuw, als raadspensionaris van de stad, tijdens een grootse plechtigheid op de Grote Markt de eed van trouw uitgesproken. Amper een maand later, bij een opstand omwille van het graanstapelrecht, staken de opstandelingen zijn woning in brand. De Leeuw zelf, die gevlucht was, werd gevangen genomen. Daar de opstandelingen schrik hadden voor de wraak van de hertog, was hij bereid zich naar de hertog begeven om te onderhandelen ‘pour et affin de obtenir grâce et pardon du dict delict commis par les dâis de Malines’. De hertog toonde zich vergevensgezind. Vanaf dat ogenblik werd hij Jean Lyon genoemd. Voor zijn succesvolle onderhandelingen, werd hij tot hertogelijk raadsheer en later in 1473 tot raadsheer in het Parlement benoemd. Hij staat ook met die naam afgebeeld op het schilderij van Jan Coessaet.

Het Parlement van Mechelen (Jan Coessaet) Stedelijke musea Mechelen

Dit alles werd uitgebreid beschreven door de grote specialist ter zaken, Prof. Dr. Th. Maes. Ik heb ook voor deze Jan de Leeuw geen geboortedatum kunnen terugvinden. Toen ik nog wat verder zocht vond ik een zeer interessant artikel van de enige expert die niet akkoord gaat met de optie van de goudsmid. Het betreft Prof. Dr. Henk van Os, de zeer gerespecteerde gewezen directeur van het Rijksmuseum te Amsterdam. Hij stelde reeds jaren geleden dat de ring een teken van trouw was, en niets met een ambacht te maken had. Deze stelling wordt bijgetreden door verschillende voorbeelden uit de praktijk.

Het schilderij Francesco d Este, door Rogier van der Weyden beeldt de zoon van de heerser van Ferrara af. Als toekomstige heerser kreeg hij een gedegen Bourgondische opleiding van Filips de Goede. De ring en de hamer in het schilderij zijn dan ook gewoon tekenen van macht.

Francesco d Este (Rogier van der Weyden) Metropolitan Museum of Art New York

 

Het “Portret van een man met ring en toetssteen” (1617) van Werner Jacobsz. van den Valckert toont een man met een ring, maar daarbij ook een belangrijk attribuut van de goudhandelaar: een toetssteen om de kwaliteit van het goud na te gaan.

Portret van een man met ring en toetssteen (Werner Jacobsz. van den Valckert) Rijksmuseum Amsterdam.

Een ander voorbeeld, reeds aangehaald door Henk van Os, is het werk “Eligius in zijn werkkamer" of "Een goudsmid in zijn winkel”, waarbij de goudsmid een ring overhandigt aan de koopster. Bij praktisch alle portretten van goudsmeden worden er noodzakelijke attributen, zoals vingermaten en voorbeelden van ringen, afgebeeld.

Sint Eligius in zijn werkkamer (Petrus Christus) Metropolitan Museum of Art New York

Verder onderzoek in de archieven zou mogelijk uitsluitsel kunnen geven omtrent de geboortedatum. Indien de Mechelaar geboren werd op 14/10/1401 weten we zeker wie de Jan de Leeuw van het schilderij is. Misschien lukt dit en mogen de geschiedenisboeken voor een heel klein stukje herschreven worden.

Tot mijn verbazing heeft het MSK het tweede beroemdste werk “Arnolfini en vrouw” niet durven vragen aan de National Gallery. Men vergeet dan wel dat dit schilderij ooit de muren van het paleis van Margareta van Oostenrijk te Mechelen sierde en later geërfd werd door haar nicht Maria van Hongarije. Reden te meer om het bij uitzondering toch eens uit te lenen.

Boeiend!!! Met plezier en stijgende verbazing gelezen!  Klinkt heel aannemelijk.  Nu vraag ik me toch sterk af waarom men deze piste niet eerder en grondiger heeft onderzocht?  of..?