Elfhonderdjarig jubelfeest...

met categorie:  

(foto's: Jan Smets)

Ik kon het onlangs op de kop tikken: een klein beduimeld boekje, perfect weg te stoppen in de binnenzak.  Pure nostalgie.  Het lijkt weinig bijzonder.  En al wéét ik ook wel dat dit werkje uit 1875 eerder boeiend is voor folkloristen, geschiedenisliefhebbers en Mechelen-fanaten: ik ben er erg blij mee, en het vult mijn verzameling van oude boeken en boekjes over deze stad mooi aan.  Toch wil ik het graag met jullie even doorbladeren.  Met 'het Elfhonderdjarig Jubelfeest van den Heiligen Rumoldus' duiken we 145 jaar terug in de tijd...

 

Het pretentieloze boekje van amper 46 bladzijden werd uitgegeven bij de Mechelse drukkerij H.Steenackers, gevestigd aan de Steenweg 59, en net na het titelblad wordt met een zekere plechtstatigheid bevestigd dat er 'aan den wet voldaan is voor het behouden van den eigendom en het recht van vertaling'.   't Is maar dat je het weet.

En het is vicarus-generaal J.-B Lauwers die verklaart:

Wij hebben het werkje doen onderzoeken dat voor titel heeft Elfhonderjarig Jubelfeest van den H.Rumoldus, en op het voordeelig verslag dat er over ons over gedaan is, laten wij toe dat het gedrukt worde...

 

De zegen van de Wollemarkt werd er dus over gegeven.  We mogen dus gerust zijn dat de lectuur van het werk stichtelijk en waarheidsgetrouw is.

In een eerste deeltje wordt de geschiedenis van onze stad nog eens opgerakeld.  Ik licht er een paar passages uit...:

 

(...)Mechelen moet dan reeds eene aanzienlijke plaats geweest zijn, daar de koning van Frankrijk, Pipinus de Korte, hare bestiering in 750 ten geschenke gaf aan zijnen neef den graaf Ado, tot belooning van zijnen moed en getrouwheid.  In den beginne bestond Mechelen, zoo het schijnt, slechts langs den éénen kant der Dijle, waar de kerk staat van OLVrouw; later is men ook aan den anderen kant beginnen te bouwen.  In de IXde eeuw is Mechelen merkelijk aangegroeid. Op 't einde der Xde en in 't begin der XIde eeuw deed de vermaarde Bisschop van Luik, Notger, aan wien het tijdelijk beheer der stad toebehoorde, dezelve met muren en grachten omringen, om zijne kerk tegen de aanvallen der vijanden te beveiligen.  In 1300 waren de poelen van den Ham, de Huidevettersstraat (Torfstraat) en aanpalende straten aangevuld en bebouwd.  De bevolking van Mechelen moet te dien tijde ook al vrij groot geweest zijn: men had er talrijke en vermaarde lakenmakerijen die zoo vele werklieden bezigden dat dezen in 1361 samenspannende, zich meester maakten van den plaats en gedurende veertien dagen er de wet gaven aan de overige bewoners... (...)

 

 

En zo gaan we verder:

 

(...) Het Mechelen van toen, en zefls het Mechelen van 1825 wanneer het laatste Jubelfeest van den H.Rumoldus gevierd werd, gelijkt nogtans onder opzicht van gebouwen en bevolking aan dat van heden niet meer.  behalve eenige uitzonderingen zijn al de oude gebouwen voor nieuwe geweken; en de bevoling die in 1825 omtrent de 19,000 zielen bedroeg is heden tot bij de 40,000 geklommen.  Sedert eenige jaren bijzonder is Mechelen fel veranderd; Mechelen is tegenwoordig eene der schoonste steden van België...(...)

 

Mechelen had volgens de schrijver ook tal van bijnamen verzameld in de loop der tijden:

 

(...) Om hare netheid werd zij de Schoone genaamd; om de kloekmoedighedi die hare inwonders in verscheidene voorvallen toonden, kreeg zij den naam van Strijdbare; na in hare muren de Groote Raad geplaatst werd, ontving zijn dien van Voorzichtige.  Het jubeljaar dat Paus Nikolaas V op bijzonder verzoek van Philippus den Goede haar in 1450 verleende deed haar de Gelukkige noemen. (...) Paus Alexander III gaf haar de naam van Zalige...(...)

 

En dan wordt weer even teruggegaan naar 'den beginne'...

 

 

(...) Mechelen was in den beginne gelijk de overige gewesten van ons land den afgodendienst toegedaan.  Jupiter bijzonder was er in eere onder den naam van Nackker (Nacht-heer) waarvan men zegt de voorstad Neckerspoel naam gekregen heeft.  Wie het eerste op de Dijleboorden het Evangelie is komen verkondigen is niet met zekerheid geweten. (...)  Na de dood van den H.Lambertus zijn de Mechelaren tot den afgodendienst teruggekeerd, tot dat de H.Humbertus en na hem de H.Rumoldus gekomen zijn en de afgoderij teenemaal hebben uitgeroeid.  Sedert dan zijn zij standvastig in hun geloof gebleven... (...)

 

Hierna volgt een beschrijving van de Sint-Romboutskathedraal.

 

(...)De toren is 275 voet hoog, ware hij volgens het ontwerp voltrokken beworden, dan zou hij met het kruis 149 meter (500 voet) bereikt hebben; 19 meters hooger dan de toren van Antwerpen, 17 meters hooger dan de koepel van St.Peeters te Rome, slechts 1 meter lager dan de grootste pyramide van Egypte!  Waarschijnlijk had de toren reeds voor het begin der XVIde eeuw de hoogte die hij nu heeft.  Eenige schrijvers beweren dat de steenen bestemd voor de voltrekking van den toren in 1582 door Willem den Zwijger naar Holland zijn overgevoerd, en gebruikt aan de vestingwallen der Willemstad.  (...)  De grootste vestingbouwkundige van Frankrijk, de vermaarde Vauban, noemde den toren van St.Rombouts het achtste wonder ter wereld!  (...)

 

Dan heeft de auteur het over de verdwenen 'leuzze'...

 

(...) Aan iederen der vierkanten des torens is een uurwijzer, hebbende 144 voet in omloop.  Men ziet de grootte van den uurwijzer juist in witten steen nagemaakt, rond het standbeeld van Margaretha van Oostenrijk, in het midden der groote merkt. (...)

 

Natuurlijk mocht in het boekje het relaas van het leven van de Heilige Rumoldus niet ontbreken.  Uiteraard.

 

(...) de H.Rumoldus, de ware en onbetwistbare Apostel van Mechelen, werd uit koninklijk bloed, in dit deel van het Oude Schotland, nu bekend onder den naam van Ierland, omtrent het jaar 720 geboren.  (...)  Kloekmoedig trok hij de besneeuwde alpische gebergten over, doorkruistte Lombardië en kwam eindelijk te Rome aan. (...) In den nacht door eenen Engel verwittigd van op zijne schreden terug te keeren, gelijk de stem eens Engels hem naar Rome gebracht had, verliet Rumoldus de Heilige Stad en kwam na eene lange en moeilijke reis die hij te voet aflegde met zijne gezellen in 754 te Mechelen aan.  Hier werd hij op zijn beste onthaald door den graaf Ado en zijne godvruchtige vrouw de gravin Elisa, welken hem in zijne Apostolische werken hielpen, door de grootheid van hunnen rang en den invloed hunner deugden.  De graaf Ado woonde volgens eene overlevering in de straat welke heden nog Adegehmstraat genoemd wordt...(...)

 

En dan bevalt de kinderloze gravin door toedoen van Rumoldus van de kleine Libertus - door den geest van voorzeggens vervuld.  Later redt hij het kind van de verdrinkingsdood waardoor Ado hem uit dankbaarheid beloont door hem een klooster te laten bouwen op 'den Olm'.

 

 

(...)Ondertusschen spaarde de H.Rumoldus geene moeite om de ongeloovigen te bekeeren en de Crhistenen tot goede werken en de volharding op te wekken.  Hij deed dit met zo veel iever en geluk dat hij een groot getal der strandbewoners van de Dijle, Nethe en Scelde tot het waar geloof bracht...(...)

 

Later zou Rumoldus vermoord worden...

 

(...)Zekeren avond dat de H.Bisschop al wandelende bezig was met bidden op den oever der rivier, overvielen hem de booswichten, sloegen hem dood met een houweel en roofden het weinige geld dat hij op zich droeg.  Zoo stierf de H.Rumoldus den 24 Juni 775 op den feestdag van den H.Joannes-Baptista na een lastig en arbeidzaam Apostelschap van vijf-en-twintig jaren.  Om hun schelmstuk te bedekken, wierpen de moordenaars het dood lichaam dus in het water, bedekten hetzelve met bladeren van waterplanten en namen de vlucht.  Doch 's nachts terwijl schippers in de rivier aan het visschen waren, verscheen op het water een wonderbaar licht boven de plaats waar het lichaam lag...(...)

 

Dan worden de reliquieën en reliquieënkassen en jubelfeesten ruimschoots belicht.  En na die lange beschrijving heeft de auteur het over de voorbije Jubelfeesten van 1825...

 

 

(...) Nooit werd te Mechelen feest met meerdere geestdrift en luister gevierd dan het Jubelfeest van 1825.  Zij die het hebben bijgewoond, spreken nog met ware voldoening en vreugde van den prachtigen ommegang, van de schoone verlichting der stad en van den buitengewonen toeloop van volk dat van einde en ver naar Mechelen kwam om den ommegang te zien en de Reliquieën van den Heilige Rumoldus te vereeren(...)

 

...meteen de aanzet om het te hebben over de nakende viering!

 

(...)Met niet minderen geestdrift en luister zal het aanstaande elfhonderdjarig Jubelfeest gevierd worden.  Reeds lang is geheel den stad in beweging.  De regering heeft 80 000 francs voor nieuwe wagens van den ommegang gestemd, overtuigd dat de Mechelaren geene kosten ontzien wanneer het de feestviering geldt van hunnen wel beminden Patroon en het bewaren van hunnen ouden roem in 't versieren.  Geen twijfel dus of het aanstaande Jubelfeest zal in pracht en luister de voorgaande gelijken, ja zelfs overtreffen, en de Mechelaren zullen deze gelegenheid te baat nemen om aan de duizenden en duizenden vreemdelingen die de stad zullen komen bezoeken, te toonen dat de liefde tot den H.Rumoldus nog altijd even vurig blaakt in hunne harten, en zij, wat ook de goddeloosheid aanwende om hun den kostbaren schat van het Geloof hunner vaderen te ontnemen, in hetzelve standvastig zijn gebleven, en nooit gedoogen zullen dat hunne zinspreuk bezoedeld of verijdeld worde; dat zij steeds waren, nog zijn, en altijd blijven zullen: In Trouwen Vast!

 

Hier past alleen een godvruchtig uitgesproken 'Amen' bij.   Na zulke gezwollen volzinnen is er geen ander besluit mogelijk.  Of?