"Je zit er naast!"

met categorie:  

 

(foto's: Jan Smets)

Ietsje meer dan zes maand is ze nu: mijn kleindochter NelMijn kleine zotte geweld, al is ze (voorlopig?) een rustig, weliswaar erg alert, jongedametje dat haar twee jaar oude broer met haar grote donkerblauwe kijkers onafgebroken volgt.  Ze observeert zijn gekke buien en hoe hij met duploblokken een 'Romme-toren' bouwt.  Ze heeft de mooiste ogen van de wereld denkt deze niet geheel objectieve grootvader.  Ze zijn zo dromerig en onpeilbaar Egeïschdiepzeeblauw.  Om periodiek in te verdrinken.  En weer boven te komen.  Zo blauw dus.  En ze noemt Nel - net als de grote liefde van onze Rik Wouters - zijn hem hevig minnende muze.

Tijdens de zwangerschap van haar moeder - onze dochter - hadden we het raden naar haar naam.  We mochten allen een gok wagen.  De juiste inzending zou op de dag van haar geboorte beloond worden.  Ik brak mijn hersens erover.  Welke naam zouden haar ouders voor haar in petto hebben?  Welke naam zou het best passen bij die van broertje Juul?

 

Er borrelden wat potentiële kanshebbende meisjesnamen in me op.  Ik proefde de letters - wikte en woog.  Ik schrapte.  Ik schreef er nieuwe op.  Ik twijfelde.  Soms was ik er van overtuigd dat ik dé naam gevonden had.  Zo van: Eureka: 'kan gewoon niet anders dan dat het deze is!'.

Mijn echtgenote schudde het hoofd.  Ze monkellachte.  Ook zij was in het ongewisse gelaten over de keuze van dochter en schoonzoon.  Vanzelfsprekend.  Maar toch had ze op een onbewaakt ogenblik de naam geregistreerd toen dochterlief heel 'oeps' en onbewust deze had laten vallen.  Een snelle verspreking die nog sneller in de verdere woordenvloed ondergesneeuwd geraakte.  Niemand had het gemerkt.  Behalve zij dus.  Mijn vrouw.  Moeders hebben aparte voelsprieten voor zulke dingen.  Maar het geheim was veilig bij haar.  Zij zou hem niet verklappen.  Ook niet tegen mij...

Ze schudde dus het hoofd.  Geheimzinnig lachte ze.  Zo'n lief maar ergerlijk lachje dat de groeiende 'frustratie' van deze sporenzoeker nog wist te vergroten.

"Je zit er naast!". Zo zei ze dat. 

Verkeerde gok blijkbaar.  Ik probeerde het nog een paar keer. 

"Nee" zei ze.  Nogmaals nee.  "Je zit er naast!"

En daar moest ik het dan maar mee doen. 

Nog een aantal maanden.

En dan brak de dag aan en ook het water brak.  Zo'n dag om in te lijsten.  En ook al maakte ik het dus al twee keer eerder mee: het blijft een wonderlijk gebeuren waarvan je een krop in de keel krijgt en je ogen vochtiger worden dan gewoonlijk.  Zo'n moment ook waarop deze man een bodem Gouden Carolus Whisky nodig heeft om te bekomen.  een mijmerdag.  Een dag om zich meer dan anders nog een schakel te voelen tussen verleden en heden en toekomst. 

Zo'n dag was het.

Ze zou Nel heten. 

Nel - klein zot geweld.

Ik proefde de letters.  Ik sprak haar naam uit.  En het voelde juist.  Hoe kon ik deze niet geraden hebben?  Paste perfect bij Juul...

"Je zat er dus naast!" zei ze triomfantelijk met pretlichtjes in de ogen.  Mijn echtgenote, de grootmoeder....

En plots begreep ik het.  Want ik mijn vertrouwde hoek - bureautafel met PC... in de boekenkast op amper dertig centimeter van mij verwijderd...: daar stond ze: Nel.  Graphic novel van Peter Theuny,ck en Lies Van Gasse.

Maandenlang stond ze naast mij terwijl ik m'n hoofd brak over de naam.

Nel zou ze heten. 

Ik verdrink telkens weer in haar oneindig diepzeeblauwe ogen en spartel me telkens gelukzalig weer naar het wateroppervlak. 

Kome wat komt.  De toekomst ligt nog open voor haar. 

Ik zat er dus naast, en wellicht zit ik er nog dikwijls naast met gefantaseerde toekomstdromen.  Alléén hoop ik dat Mechelse Nel iets méér van deze stad zal houden dan haar wispelturige bekende Brusselse evenknie...  Mag ik dat stellen als rechtgeaarde Maneblusser?