Jezuke-van-Praag...

met categorie:  

(foto: Jan Smets)

Sjagrijnig was hij.  Mokkend zat hij daar op zijn stoeltje.  Hij voelde zich opzij gezet.  Zijn gebeitelde kop toonde nog een brede grimas, maar in feite was dit slechts een pose.  Innerlijk kookte het in zijn houten lijf.  Na de vorige afstofbeurt had ze hem een halve meter opgeschoven op de Mechelse kast.  En dat zinde hem niet.  Maar nee - Opsinjoorke zweeg in alle talen, zijn wrok in stilte verbijtend.  Hij begreep het niet.  Hij: hét zinnebeeld van de Mechelse identiteit.  Al eeuwenlang boegbeeld van deze Dijlestad.  Mascotte van eerste categorie.  Tegen de dames op dezelfde kast durfde hij al helemaal niks beginnen.  Onder de  stolp stond ene OLV-van Hanswijk in haar barokke hoedanigheid vroom te wezen.  'Mechels?' foeterde hij binnensmonds.  Ze was dan ook maar een importproduct.  Als ze niet vrank en vrij haar bootje had laten vastlopen  in het slib van de Dijle, had ze hier nooit een voet aan wal kunnen zetten.  Maar hij zweeg.  Tegen de Moeder Gods viel toch niks te beginnen.  Wat verder pronkte Margareta van Oostenrijk in haar gesculpteerde elegantie.  'De ijdeltuit!'.  Wat was er Mechels aan haar?  Door haar aders stroomde Bourgondisch en Oostenrijks bloed.  Het is niet omdat ze hier als landvoogdes was gedropt dat ze...  Maar hij slikte de woorden in.  Tegen vrouwen kon hij niet op.  Hij wist waartoe ze in staat waren.  Toen hij al eens vuil brassend en scheve schaatsen rijdend naar huis kwam gezwalpt hadden een aantal exemplaren van het zogenaamde zwakke geslacht hem mores geleerd door hem een paar meter de lucht in te katapulteren.  Hij beet op zijn tong.  En hij zweeg.  Maar aan één sujet op de kast had hij een nog een veel grotere bloedhekel. Dat 'gesjalotterde heilig-beeleke'' - dat zich 'Jezuke-van-Praag' placht te noemen was hem méér dan een doorn in het oog...

 

Het Praags postureke had al langer een bevoorrechte positie op de pompeuze kast.  Maar sinds kort leek het wel of dit venteke met zijn potsierlijk kroontje nog meer in de kijker was gezet.  Ten koste van hem.  Gedegradeerd met een halve meter.

Opsinjoorke vond het maar een bedenkelijk kereltje.  Duidelijk was zijn plaasteren koppeke al eens gescheiden geweest van het gedrapeerde lijfke.  Maar dat was er in een zekere onhandige restauratiepoging weer opgekleefd.  Zijn te rozig gezichtje zou best ook wat bijgeplamuurd worden en hij mankeerde een paar vingers.  Kortom: hij begreep niet waaraan dit vreemde 'Jezuke'  deze podiumplaats verdiende.

Hij wou nog even doorbomen over de ware Mechelse identiteit.  Maar hij zweeg.

'Jezuke-van-Praag' -  In Godsnaam!  Het manneke was ooit vanuit Spanje naar de stad aan de Moldau getrokken en had daar een toppositie weten te bemachtigen.  Maar waarom hij dan ook nog eens diende vereerd te worden op een Mechels meubel?  Hij begreep er geen jota van.

Maar toen besefte hij plots - en dat besefte hij ineens als een schok - dat zijn roots met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook  niet zo 'zuiver' Mechels waren.  Want lag zijn oorsprong eveneens niet zo'n beetje op dat Iberische schiereiland?

Mocht hij schaamrood kunnen vertonen: dan zag Opsinjoorke nu zo rood als een pioen.  Maar dat kon hij dus verbergen.  Hij zweeg voortaan over 'zuiver' en 'identiteit'. 

En 'Jezuke-van-Praag'? 

Vanop zijn bevoorrecht plekje blikte hij kinderlijk vroom de living in.  God zij geloofd.