Anton: een Mechelse dominicaan van 27 jaar...

  (foto's: Jan Smets)

Op de trappen die leiden naar het voormalige predikherenklooster waar binnenkort onze gloednieuwe bibliotheek zal verrijzen, haalt hij plots zijn witte habijt uit het reiskoffertje en trekt deze aan voor de foto's.  Voordien was hij tijdens ons gesprek op deze bloedhete dag 'gewoon' zomers gekleed -sportief in korte broek.  Anton Milh is een Mechelse jongeman van bijna zevenentwintig lentes oud en zowat een half jaar geleden geprofest als dominicaan of predikheer ...

 

 

Die pij draag ik niet altijd.  Wél tijdens gebedsdiensten of andere liturgische vieringen.  Maar af en toe kom ik er ook in buiten.  Dan voel je wel de blikken van passanten, of krijg je er vragen over.  Dit habijt dragen is voor mij een manier om getuigenis af te leggen.  Toch weeg ik het steeds wel af wanneer ik het aantrek.  Zo ga ik er bijvoorbeeld niet mee naar de supermarkt om maar iets te zeggen.  Contesteren hiermee wil ik allerminst.  Mijn getuigenis mag geen tegengetuigenis zijn.  Bij de witte pij hoort ook van oudsher een zwarte kapmantel.  Het is bij de dominicanen de gewoonte dat de habijten van overleden broeders overgaan naar andere broeders.  Ik heb zo de kapmantel van pater Domien geërfd.  En daar ben ik sterk aan gehecht.  Domien was Mechelaar van geboorte en voor mij een erg belangrijk figuur waarnaar ik opkeek.  Het was een goeie man, veel met psychologie bezig.  Afkomstig was hij van de Hanswijkenhoek of Colomawijk en zijn naam was eigenlijk Dolf.  Dolf Vaganeé; een oom trouwens van de overbekende jazzmuzikant Frank Vaganeé en zijn broer Guido, de voormalige burgemeester van Bonheiden.  Al lachend werd hij wel eens 'professor Barabas' genoemd, want daar leek hij een beetje op.  Ik leerde hem kennen in de gemeenschap van Leuven.  Pater Vaganeé hield erg veel van zijn geboortestad Mechelen en voelde er zich stevig verbonden mee.  Met grote belangstelling volgde hij de situatie van het zoveel jaar leegstaande Predikherenklooster en de restauratieplannen...

 

  (Domien - Dolf Vaganeé)

 

 

Ook Anton houdt veel van Mechelen.  Nog steeds, al woont hij nu in de Brusselse dominicanengemeenschap.  Vooral dat verbindende aspect tussen de diverse gemeenschappen waar onze stad zo veel belang aan hecht trekt hem erg aan.  Vandaag is hij op weg naar zijn ouders... 

 

 

Terug in zijn 'gewone kledij' verschilt hij uiterlijk in niks van een andere jongeman van zijn leeftijd...

Al pratend lopen we van de Stassartstraat terug richting Grote Markt.  Ik ben nieuwsgierig naar het waarom van zijn levenskeuze.  Ik ben wellicht niet de enige.  Ooit wemelde het in onze aartsbisschoppelijke stad van religieuzen.  Nu zijn de resterende kloosterlingen op één hand te tellen.  Iedere familie had vroeger zowat een 'tante nonneke' of 'nonkel pastoor'.  Niemand keek er van op.  Die tijden lijken wel voorgoed voorbij.  "Al ben ik wel op weg om ne nonkel pater te worden" lacht Anton.  Waarom maakt een jonge kerel als Anton zo'n ingrijpende keuze die helemaal ingaat tegen het tijdskader waarin hij leeft.

 

Vijandigheid heb ik nooit gevoeld.  Eerder dus wel die nieuwsgierigheid.  Want er is vaak een grote onwetendheid over religie bij jonge mensen.  De kennis over godsdienst ebt weg.  Jongeren komen nog weinig in contact met geestelijken, laat staan met kloosterordes.  Men kent ook het verschil niet meer tussen een pastoor, of een broeder of pater...

 

En nog vaker is het beeld dat men heeft van kerk en godsdienst niet altijd zo positief gekleurd.

De ouders van Anton hadden het aanvankelijk moeilijk met zijn keuze.  En daar heeft Anton alle begrip voor.  Ondanks het feit dat het erg gelovige mensen zijn was de beslissing van hun zoon niet zo gemakkelijk te verteren in het begin.

 

Het was niet zo eenvoudig om hier over te vertellen thuis.  Nochtans hadden mijn beide ouders altijd al een groot respect voor de clerus.  (lacht)  Men noemde ons hier en daar een 'godvruchtig' gezin, wat dit ook mag betekenen.  Vooral mijn moeder had tijd nodig om het idee een plaats te geven.  Moeders en zonen hebben dan ook een speciale band met mekaar.  Het ging dan ook eerder om liefde en bekommernis.  Wellicht dacht ze ook ze me 'kwijt' ging spelen.  Mijn vader zal het even moeilijk gehad hebben, maar hij is zwijgzamer van aard. Hij uit moeilijker zijn gevoelens.  Toch hebben we net voor mijn professie een mooi, eerlijk en open gesprek gehad rond dit alles.  Ik noem het een vruchtbaar moment, en nu zie ik dat ze vrede hebben met mijn keuze.  Voor mijn zussen was alles OK.  Ze wisten altijd al dat hun broer een 'zoeker' was.  Verrast leken ze niet echt.  Op mijn professie was heel de familie aanwezing: mijn ouders, zussen en ook mijn twee trotse grootmoeders...

 

Het gezin Milh woonde tot het zevende levensjaar van Anton in Bonheiden.  Beide ouders hebben altijd in de zorg gewerkt.  Moeder is al haar hele beroepsloopbaan actief als verpleegkundige in het Mechelse, van het Imeldaziekenhuis, woonzorgcentra Egmont en Ambroos enzovoort...  Om de vijf jaar wisselde ze graag van voorziening.  Nu werkt ze in woonzorgcentrum 'de Beiaard' dat een onderdeel is van de vzw Borgerstein, waar vader Geert algemeen directeur is nadat hij er vele jaren geleden gestart is als 'opvoeder'. 

 

We hebben een groot gezin.  Ik ben de enige zoon naast vijf zussen.  Van Bonheiden verhuisden we naar Mechelen, dat toen nog iets betaalbaarder woningen kon aanbieden voor zo'n grote familie dan Bonheiden.  Op diverse plaatsen hebben we gewoond in deze stad.  Lange tijd in de Leopoldstraat.  Nu iedereen begint uit te zwermen hebben mijn ouders het huis verkocht en ze wonen nu in de 'nieuwe' Mayke Verhulststraat.  Onze parochie was die van OLV-over de Dijle (voordien was dat Sint-Ludwina in Bonheiden).  Ons gezin was erg actief in de parochie die een serieuze impact had op ons allen.  We voelden ons erg betrokken.  In de jeugdbeweging Jamaswapi hebben we heerlijke tijden beleefd. Kort heb ik nog meegeholpen bij de nevendiensten.  En we zongen in het koor van deze kerk.  Nu nog zijn een aantal zussen lid van het koor.  Ikzelf heb nog zangles gekregen van de legendarische priester Bob Peeraer.  Hij was de man die 'een zingende gemeenschap' hoog in het vaandel droeg.  Als koorknaap droeg ik nog een witte albe met kroene afbiezingen.  Zo was dat toen.  Peeraer was een gedreven priester die jarenlag deze parochie schraagde.  Nu - oud geworden - verblijft hij in het Milsenhof, in de schaduw van 'zijn kerk'....  Kortom: veel draaide bij ons rond deze kerk en de parochie...

 

  (Bob Peeraer)

 

Anton deed zijn Vormsel in de OLV-kerk.  Toen werd nog twee jaar gezinscatechese ingericht.  Nadien werd dat verminderd naar één jaar.  Zijn ouders vonden dit jammer, want ze zagen een 'steviger' traject meer zitten om bewust gelovig te kiezen voor het Vormsel.  Zo zijn ze voor de zussen op zoek gegaan naar wat andere parochies in het Mechelse aanboden en kwam men terecht in Sint-Jozef Coloma waar het project 'De Lange Weg' enkele jaren voordien was opgestart.  17-jarigen kiezen hier na een traject van vijf jaar bewust om zich wel of niet te laten vormen.

 

De charismatische oud-pastoor van deze parochie die hier trouwens aan de wieg stond van De Lange Weg, Paul Van Steen, is hierover nog komen praten in ons gezin, en wetend dat ik begonnen was met theologiestudies in Leuven, polste hij of ik niet mee jongeren zou willen begeleiden.  Dat heb ik dan ook zeven jaar gedaan.  Maar ook hier is evolutie merkbaar.  De eerste jaren ging het om grote groepen.  Nu zijn de groepjes kleiner.  Het geeft niet.  Ik blijf geloven in de formule.  Voor Paul Van Steen die binnenkort negentig jaar wordt heb ik trouwens veel respect.  Hij is een man met visie, jong van geest, ook kritisch, maar steeds heel coöperatief werkend...

 

  (Paul Van Steen)

 

Het is in het jaar dat het schandaal van de Brugse bisschop van Gheluwe aan het licht komt dat Anton kiest om theologie te gaan studeren.  In die periode daverde kerk in ons land op haar grondvesten.  Velen keren zich af van de kerk.  En nét dan trekt Anton naar Leuven...

 

Ik heb een tijd getwijfeld.  Op de schoolbanken zat  ik in het Sint-Romboutscollege en ik liep met het idee rond om klassieke filologie te gaan studeren. Waarom ik dan uiteindelijk toch opteerde voor theologie?  Goh, ik had vaag met de gedachte gespeeld om naar het seminarie te gaan.  Ik had er evenwel met niemand over gesproken.  Toch voelde ik me nog te jong om op de leeftijd van achttien jaar die grote stap te zetten.  Achteraf gezien was die maar best zo.  Ik ging naar Leuven.  Weet je dat ik voordat ik me inschreef nog nooit in deze studentenstad was geweest...  De richting beviel me wel.  Actief was ik in een aantal studentenverenigingen en ik werd praeses van de richting theologie.

 

Wat zou de toekomst brengen?  Op dat moment wist Anton het nog niet.  Vier à vijf jaar had hij zelfs een relatie, maar dan kriebelde toch 'iets' wat je als 'roeping' kan betitelen.  Maar erg duidelijk was het nog niet helemaal voor hemzelf.  Ook praatte hij er weinig of niet over in zijn naaste omgeving.

 

  (Marc De la Marche)

 

Maar dan ben ik bij de jezuïeten in de Bruul terechtgekomen voor wat men noemt 'geestelijke oefeningen'.  In mensentaal: een begeleidingstraject voor zoekende mensen zoals ik.  Ik had er wekelijks een afspraak met pater Marc De la Marche.  We  lazen dan in de Schrift en mediteerden.  Dat heb ik zo een jaar gedaan.  Marc was een fantastisch man, maar op het einde van  het traject wist ik het: jezuïet zou ik zeker niet worden.  Ik vond dat deze toch erg cerebrale  orde te weinig gemeenschapsleven had.  Ik wou méér!  Ook parochiepriester wou ik niet worden.  Ik diende dus verder te zoeken.  Historisch onderzoek is mijn passie (ik ben aspirant-onderzoeker vij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen).  Historisch onderzoek is mijn passie.  Geboeid ben ik in de kerkgeschiedenis.  Dat is mijn talent dat ik van God heb meegekregen.  In Leuven leerde ik de dominicanen kennen.  Voordien was ik ook al door mijn Leuvense promotor gevraagd om een thesis te schrijven over deze orde die in 1216 werd gesticht en toen zo'n achthonderd jaar bestond.  Op dat moment wist ik nog niet zo bijster veel van deze orde.  Maar ik ben me er dus in gaan verdiepen.

 

(Dominicus Guzman)

 

Stichter was de Spaanse kanunnik Dominicus Guzman naar wie de orde zou genoemd worden.  Hij verkreeg in 1216 van de paus de goedkeuring voor zijn initiatief.  De orde wou zich toeleggen op prediking en zielzorg.  Net zoals de Franciscanen waren ze van meetaf een bedelorde en volgden ze de regel van Augustinus.  De orde werd altijd gekenmerkt door intellectuele inspanningen, grondige studie en een grote en actieve interesse in de samenleving.  Kortom: contemplatie (beschouwing) én actie.

Eerst waren ze werkzaam in Zuid-Frankrijk waar ze zich verzetten tegen de Katharen.  De dominicanenorde groeide heel snel en over heel Europa geraakte ze vespreid.  Ooit werden de dominicanen wel eens de 'honden van de Heer' genoemd - een knipoog naar hun naam.  Herdershonden van God... Thomas van Aquino was één van de bekendste dominicanen.

 

Maar ook 'onze' Belgische pater Dominique Pire mogen we niet vergeten.  Zijn inzet voor vluchtelingen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog was groot, en hierdoor werd hij overal bekend.  Hij stond aan de basis van Vredeseilanden.  In 1958 verkreeg hij zelfs de Nobelprijs voor de Vrede!   de orde kende tijden van bloei én verval.  Ten tijde van de Franse Revolutie was de orde nagenoeg uitgestorven.  Enkel in Italië vond men nog wat schaarse gemeenschappen.  Pas in de negentiende eeuw kwam er een heropleving.  De orde werd 'hersticht'.

 

In ons land wonen en werken nog een zestigtal dominicanen, verspreid over de gemeenschappen van Brussel, Leuven, Luik en Louvain-la-neuve.

 

En binnenkort wordt een nieuwe gemeenschap opgericht in Antwerpen.  De broeders hebben momenteel meestal een respectabele leeftijd maar we tellen er ook nog die in de dertig of in de veertig zijn.  Toen ik met hen kennismaakte werd ik meteen heel gastvrij ontvangen.  Hier ontdekte ik een groot gemeenschapsgevoel.  Men heeft zéker geen druk uitgeoefend om me te laten intreden.  Integendeel.  Daarin waren ze helemaal niet assertief.  Men ging er van uit dat als het werkelijk om een roeping gaat, men toch komt...  Hier vond ik dus een thuis.  En wat de toekomst brengt of waar ik ooit nog terecht kom?  Laat God maar zijn werk doen.  Elke tijd heeft zijn eigen manieren om het geloof te belijden en hoe men vorm geeft aan dat geloof.   Toch durf ik hopen op een keerpunt.  Zo zie ik bijvoorbeeld at in Nederland alleen al bij de dominicanen tien mannen in opleiding zijn.  In feite leven we nu zo'n beetje in een nieuwe 'stichtingsfase'.  De gemeenschappen van Luik en Louvain-la-neuve zijn slechts een tiental jaar oud en ook de Brusselse bestaat nog maar zo'n twintig jaar.  Er sluiten ook steeds meer broeders uit het buitenland bij ons aan, zoals nog niet zo lang geleden drie Indiërs.  Maar laat me het zo stellen: een orde is geen doel op zich.  We zijn er om het evangelie te verkondigen.  Het klinkt misschien wat ouderwets, maar zo is het wel: 'ten bate van het heil van de zielen'.  Dat is dé drive van de dominicanen.  Ons doel is verkondigen.  Waar dan ook.

 

Anton Milh woont nu in de Brusselse gemeenschap van de dominicanen, vlakbij het Jubelpark.  Daar wordt samengeleefd in een groep van tien confraters, allen tussen de leeftijd van zevenentwintig en vijfentachtig jaar.

 

Onze dag start met het ochtendgebed: de vespers.  Daarna gaan we samen aan tafel want de maaltijden houden we steeds gemeenschappelijk.  Elke avond is er ook een gebed en een Eucharistieviering.  Mijn collega's en ik zijn voornamelijk aan de slag in grenssituaties, zoals in ziekenhuizen, in de gevangenis van Ittre, tussen migranten in Molenbeek, in de armenwijken...  We zijn een orde die met beide voeten in de wereld staat.  Zo is er ook iemand die zich vooral bezig houdt met retraites en lesgeven en een andere is dan weer secretaris van de Europese bisschoppenconferentie.  Een Portugese broeder die bij ons woont is voornamelijk aan de slag met pastoraal in de grote Portugese gemeenschap van onze hoofdstad.  Een Poolse broeder doet net hetzelfde voor de Poolse bevolkingsgroep.  Ikzelf focus me op onderzoek en predikatie zoals homilies houden, catechesesessies voor kinderen en volwassenen.  Men vraagt me vrij veel hiervoor.  Mijn dagen zijn gevuld.

 

Anton koos 'Anton-Marie' als kloosternaam bij het begin van zijn noviciaat...

 

Ik had het met Onze-Lieve-Vrouw afgesproken: als het goed zou gaan met mijn keuze, dan doe ik een 'geste' terug (lacht).  Ik heb haar naam dus toegevoegd.  Een héél andere naam wou ik echter niet aannemen.  de naam Anton heb ik van mijn ouders meegekregen en het was mijn doopnaam.  Hiervoor heb ik te veel respect.

 

Anton staat met beide voeten op de grond.  Heel zelfzeker praat hij over zijn niet zo vanzelfsprekende levenskeuze en overtuiging.  Voor het najaar werd hem gevraagd om in Mechelen een lezing te geven over de dominicanenorde in onze stad, in het kader van Soirée Lamot in het Hof van Busleyden.  Noteer alvast 26 september!

 

 

De orde die in Frankrijk van start ging kende een grote bloei in de dertiende eeuw, en ondermeer in Gent en Brugge werden gemeenschappen gesticht.  Ook in Den Bosch.  Maar daar werden de predikheren in 1629 uitgedreven door de protestanten.  Na lange tijd en omzwervingen kwamen ze in Bornem terecht.  Een groep van deze religieuze vluchtelingen vroeg de toestemming om zich in Mechelen te vestigen.  Dat gebeurde in 1651.  Aanvankelijk woonden ze in een patriciërshuis.  Een jaar later kregen ze de toelating om een klooster en een kleine kapel te bouwen op de hoek van de Jodenstraat en de Kerkhofstraat (nu Goswin de Stassartstraat).  Bij aanvang was er tamelijk veel verzet tegen hun komst.  De burgerij morde dat er al zovéél kloosters waren in de stad en de lokale clerus vreesde dat de dominicanen de mensen zouden weghalen uit de parochies.  Andere bedelorden zagen in hen dan weer concurrenten...  Maar het klooster werd gebouwd.  Het bestond uit vier vleugels rond een vierkante binnenplaats.  De te klein geworden kapel werd tussen 1720 en 1735 vervangen door de huidige kloosterkerk.  Zo'n honderdvijftig jaar - wat niet zo erg lang is - waren de predikheren hier actief in de stad.  De Franse Revolutie gaf echter de doodsteek aan het klooster.  In 1796 werd het gesloten.  In 1802 werd hier de Mechelse Commissie van Burgerlijke Gast-en Godshuizen opgericht ten behoeve van arme bejaarden.  Nog later werd het klooster een militair hospitaal en de kerk werd gebruikt als krijgsarsenaal.

 

 

Daarna stond het jarenlang te verkommeren - een kankerplek in de stad.  Vele plannen werden gesmeed - nog meer werden terug afgeblazen.  Maar nu is er licht aan het einde van de tunel.  Het Predikheren herbergt heel binnenkort wellicht de mooiste bibliotheek van het hele land.  Nog niet zo lang geleden bezochten Anton en zijn medebroeders de site onder leiding van een gids.  Het gebouw is schitterend gerestaureerd.  In de gangen tref je hier en daar nog oude grafstenen aan van broeders én leken.

 

 

Weet je dat de Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans in de Sint-Romboutskathedraal oorspronkelijk in de kloosterkerk van de predikheren stond?  Na de sluiting van het klooster is ze naar hier gekomen, maar in feite stond ze allereerst in Den Bosch.  Ze is dus een zwervende OLVrouw.  De preekstoel van de kloosterkerk is dan weer terechtgekomen in de Brusselse Begijnhofkerk...

 

 

Anton praat over zijn liefde voor deze steeds mooier wordende stad.  In zijn reiskoffertje is het habijt netjes opgeborgen.  Het habijt met de kap van de Mechelse pater Domien - Dolf Vaganeé.  Twee generaties.  Toch geestesverwanten.

In niks verschilt Anton uiterlijk net van een jongeman van zijn leeftijd.  Hij gaat af en toe ook op café, heeft een facebookaccount...  En toch. 

Zijn ouders zullen blij zijn dat hij straks weer even thuis is.  Ze hadden het ooit een tikkeltje moeilijk met de levenskeuze van hun zoon, maar zien nu dat hij volkomen gelukkig is met het volgen van zijn roeping.  En daar draait het uiteindelijk om.  Ieder moet de weg volgen die hij denkt te moeten gaan.  Hiervoor kan je alleen respect hebben, welke gezindheid je ook mag hebben of welke filosofie je mag aanhangen.

Enne: naar die lezing van 26 september kijk ik uit!