Nog elke dag kijkt hij naar alles met verwondering...

 

(foto boven: Jan Smets)

Gisterenavond zag ik hem nog getuigen in het eerste deel van de zesdelige CANVAS-reeks 'De Kinderen van de Kolonie' (overigens onder eindredactie van de onvolprezen Mechelse historicus Geert Clerbout!).  Vandaag ontmoet ik hem in 't Ankertje aan de Dijle voor een lange babbel.  Kan ook moeilijk anders: Etienne Mylemans is een bijzonder boeiend  verteller met een ongelooflijk rijke schat aan verhalen.  Wellicht is hij wel dé beste archivaris van een tijdperk dat voorgoed voorbij is, en waar den Herten Aas en aanverwante geschiedenissen een hoofdrol in hebben.  De hippie van ooit is hij al lang niet meer.  Maar deze, naar eigen zeggen, bijzonder creatieve periode heeft hem gemaakt tot de mens die hij nu nog altijd is.  De vorm is gewijzigd.  Etienne mag straks 74 kaarsjes uitblazen.  Toch kijkt hij nog alle dag met verwondering naar alles om zich heen.  Het vroegere enthousiasme is gebleven.  Cynisch is hij nooit geworden - ondanks de tegenslagen die hij in het leven moest incasseren.  Zelf noemt hij zich een pessimistische optimist.  Als groene jongen ziet hij hoe onze planeet naar de verdoemenis dreigt te gaan door de wijze waarop wij met ons milieu omgaan.. De verontwaardiging hierom is groot. Daar ageert hij ook tegen.  Anderzijds laat dit alles zijn levenslust niet bederven.  Hij houdt van het leven en de mensen.  Etienne is en blijft een gevoelsmens.  Zijn jeugdjaren verbleef hij in Kongo, hij was Kabouter van het eerste uur, hij reisde maandenlang door nu als onveilig betitelde landen, maakte meubels voor het Hof in Saoedi-Arabië, beklom de stellingen van Sint-Romboutstoren aan de buitenzijde, leefde in commune en was milieu-activist toen de goegemeente daar nog echt niet mee bezig was.  Hij was en deed dit allemaal.  Zijn leven is één avonturenroman.  Misschien moet hij dat boek ooit wel schrijven waarop velen bij hem aandringen...  Vandaag mag ik even meesurfen op zijn herinneringen...

 

Bijna was er geen sprake geweest van Etienne...  Amper enkele uren nadat hij op 26 november 1944  het levenslicht zag in het Moederhuis aan de Maurits Sabbestraat, sloeg daar één van de laatste V2's in.  Tientallen slachtoffers vielen daar...

Etienne komt uit een wel héél erg burgerlijk milieu.  Zowel aan vaders- als aan moederszijde.

 

Mijn grootvader langs moeders kant was Meester Robert Olbrechts, advocaat en stafhouder aan de balie.  Samen met mijn grootmoeder en zijn 9 kinderen woonde hij in het voormalige Hof van Duffel in de Augustijnenstraat dat later werd omgebouwd tot het nu ook verdwenen OLV-Instituut voor Verpleegkunde.  Dit was een bijzonder groot huis mét koetshuis, paardenstallen en hondenhokken dat aan de achterzijde uitgaf op de Bleekstraat.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog vormden de ruime kelders een toevluchtsoord voor de buurtbewoners.  Ik heb hem nooit gekend, maar hij werd omschreven als heel erg streng en conservatief Katholiek.  Het verhaal gaat dat hij koppels die om een echtscheiding bij hem aanklopten, de deur wees. Grootvader was ook nog voorzitter van de Bond voor Grote Gezinnen en van de Vlaamse Toneelstrijders.  Er werd naar hem opgekeken. Mijn grootmoeder, Marie Ryckmans groeide op in een Mechels burgerlijk gezin - Franstalige bourgoisie.  Zij liep school bij de Dames de Marie.  Grootmoeder was een twijg van een illustere stamboom die teruggaat tot Maayke Verhulst, kunstenares én schoonmoeder van Pieter Brueghel.  Bomama werd 102 jaar.  Bij leven had ze dus 9 kinderen, 32 kleinkinderen en ook nog een tiental achterkleinkinderen...  Ik had een sterke band met haar.

 

(foto; Jan Smets.  Het Hof van Duffel in de Augustijnenstraat)

 

Meester Olbrechts is een man met een onwrikbaar plichtbewust karakter.  Weinig buigzaam.  Als één van zijn zonen, Albert, in de Tweede Wereldoorlog een foute keuze maakt,  de strijd wil aangaan met de Bolsjewieken en persoonlijke vriend wordt van Léon Degrelle, stelt hij hem voor de keuze: "Uw familie of Léon Degrelle...!".

 

Mijn oom was even koppig.  Hij bleef bij zijn idee.  Grootvader verbood  dat de naam van zijn zoon nog ooit werd uitgesproken in de familiekring.  Maar toen hij stierf - het klinkt dramatisch - was het laatste woord dat op zijn lippen lag: 'Albert...'  Mijn oom leeft nog.  Hij woont in Duitsland, en is nu 104 jaar oud.  Enkele jaren geleden organiseerde ik in Mechelen  - in reiscafé ViaVia een familiereünie.  Ik had hem ook uitgenodigd.  Je voelde de spanningen.  Ik probeerde hem - ondanks alles - toch te begrijpen.  Je moet alles in zijn context zien zonder daarom iets goed te keuren.  Mijn oom Albert is zeker niet rancuneus.  Hij heeft zijn verhaal gedaan, zonder excuses te zoeken...

 

Of grootmoeder in ging tegen de banvloek van haar man?  Zij was door haar opvoeding opgeleid tot volgzaamheid... 

Ook in de flamingante familie langs vaderkant worden in de Tweede Wereldoorlog verkeerde keuzes gemaakt.  Grootvader Theo Mylemans leidt een meubelfabriek aan de Geerdegemvaart.  De gevel van de fabriek, hoewel sterk verbouwd staat er nog steeds, evenals het huis waar zijn eveneens 9 kinderen tellend gezin woonde...

 

Mijn vader werd in 1917  tijdens WOI in Engeland geboren, en werkte een tijdje in de fabriek van zijn vader.   Twee broers van vader werden Oostronter. Het Verdriet van België... Maar na de oorlog werd mijn grootvader de rekening gepresenteerd voor economische collaboratie.  De meubelfabriek werd openbaar verkocht en grootvader werd opgesloten in de Dossinkazerne.  Daar is hij ook gestorven ten gevolge van het feit dat hij zijn medicatie tegen diabetes niet kreeg... Na verschillende professionele tribulaties trok mijn vader naar het toenmalige Belgische Kongo...

 

De vader van Etienne is een avonturier.  Een onverschrokken jonge man.  Als scoutsleider is hij betrokken bij een stadsspel in de buurt van het Arsenaal waar op dat moment een zware brand uitbreekt.  Als goeie scout probeert hij samen met zijn broer mensen uit de vlammen te redden.  Een steekvlam zal hem levensgevaarlijk verwonden.  Zwak hoort hij de dokters nog zeggen dat hij er zeker niet 'zal doorkomen'...  Hij redt het evenwel, maar zal zowat één jaar gehospitaliseerd worden.  Zware littekens over zijn hele lichaam houdt hij er aan over.  Toch heeft hij hierover totaal geen complexen...

 

(de vader van Etienne)

 

Mijn vader leert mijn moeder kennen door zijn schoonzus die secretaresse is bij Meester Olbrechts.  Ze trouwen en in 1951 zal ons gezin dat vier kinderen telt, naar Kongo verhuizen. Daar wordt in 1954 een zusje geboren dat amper 1 jaar later in België zal overlijden ten gevolge van wiegendood. Economisch boomt dat Afrikaanse land, en mijn vader ziet daar brood in.  Hij heeft daar de grootste meubelfabriek van Kongo opgebouwd.  6 jaar lang is hij daar aan de slag, en toen is hij in de houtvesterij beland.  We verhuisden naar de brousse.  Later is hij gepassioneerd in de luchtvaart terecht gekomen - eerst in de militaire en daarna in de civiele...  Ik was 7 jaar toen ik voor de eerste keer in Kongo kwam.  Mijn moeder had aanvankelijk problemen met het klimaat, maar daarna paste ze zich goed aan.

 

 

Afrika heeft Etienne sindsdien niet meer losgelaten.  Thuis, in Rijmenam, waar hij de laatste decennia woont, heeft hij, belezen als hij is,  niet minder dan 3000 boeken, en heel veel hiervan gaan over dit continent.  Hij was dan ook een geknipt persoon om als getuige te fungeren in de CANVAS-reeks. 

 

(opnames voor de TV-reeks.  Foto Etienne)

 

Men heeft hier twee dagen opnames komen maken bij mij thuis.  Twee keer 7 uur.  14 uur interview... Een fantastische ploeg!  Men vroeg me of ik niet te moe was?  Helemaal niet...  Het is een spraakmakende reeks die ongetwijfeld heel wat tongen zal losmaken.  Voor de eerste keer worden ook Kongolezen zélf aan het woord gelaten over de koloniale periode.  Misschien zal er ook wat wrevel zijn bij een aantal oud-kolonialen.  Velen hadden immers de beste bedoelingen. Er waren veel idealisten bij.  We weten allemaal dat er verschrikkelijke dingen gebeurden, maar je moet ook weten dat de dingen die voorvielen onder het bewind van Kongo-Vrijstaat van Leopold II niet doorgingen tot 1960.  Je moet alles in het juiste tijdskader zien.  Maar toch was onze kijk op de plaatselijke bevolking heel paternalistisch.  En verkeerd.

 

(met moeder in Kongo)

 

Etienne was dol op zijn leven in Kongo...  Toch nadert met 1960 ook het abrupte afscheid van dit land.  Etienne is dan 16 jaar...

 

We werden gevangen genomen en in een militair kamp op de luchtaven opgesloten.  En dan zijn we plots bevrijd door para's - in een jeep...  We moesten zonder dralen mee.  Op blote voeten ben ik vertrokken - met een hawaïhemd en een turnshort.   3 dagen zaten we vast in een vliegtuighangar in Brazzaville, wachtend op een SABENA-vlucht.  Met een overvol vliegtuig zijn we geland op Zaventem.  Het was kermis in Mechelen.  Ik vond de Belgen maar 'raar' gekleed, zelf niet beseffend dat ik daar nog altijd op blote voeten stond...

 

Het gezin Mylemans telde oorspronkelijk 5 kinderen.  Een broer kwam ( om in een motorongeval in Kongo en dan was er nog het jonge zusje dat overleed ten gevolge van wiegendood.. Moeder vertrekt met de kinderen. Vader blijft in Kongo...

 

Later ben ik - in 1964 - nog 1 jaar teruggeweest naar Kongo. Ik werkte er voor de Verenigde Naties.  Om mijn militaire dienst te vervullen keerde ik weer naar België.(ik volbracht mijn dienst in Kassel in Duitsland na een opleiding als telegrafist in kazerne Baron Michel).  Bij aanvang haatte ik België.  Ik voelde me hier niet thuis.  Pas later ben ik van dit land gaan houden.  Maar de eerste 2 jaar ging ik door een diep dal.  Ik had communicatiemoeilijkheden en klapte volledig toe.  Mijn vader was alleen in Kongo achtergebleven.  Het was er té onveilig voor de gezinnen.  We hadden er geen vermoeden van dat hij een alcoholprobleem begon te ontwikkelen. Wat trouwens een frequent gegeven was bij de Europse maneen in die periode die eigenlijk erg leden onder de eenzaamheid en het gemis van hun gezin.  Pas nadat er een brief toekwam van onze trouwe boy Isidore waarin hij schreef: "Madame il faut venir bien vite. Le patron est très malade", zijn we met de hele familie hals over kop naar Kinshasa vertrokken.  Het was beslist een dramatische periode.  Mijn moeder heeft hem er toch 'doorgesleurd'...  Tot zijn pensioen is hij blijven werken in Kongo.  15 jaar heb ik mijn vader amper gezien.

 

Etienne vindt onderdak bij zijn grootmoeder die ondertussen woont aan het Raghenoplein... Haar man overleed al in 1951.

 

We hadden een erg goede band.  Zij was burgerlijk en gereserveerd, maar tegen mij vertelde ze dingen die ze nooit aan haar kinderen had verteld.  Ze kookte voor mij, al kon ze dat hélemaal niet.  Bij de Dames de Marie, had ze 'goede manieren' geleerd, pianospelen, poëzie schrijven, zingen enzovoort... Maar praktische dingen niet.  Daar waren meiden voor.. Thuis vulde ze kruiswoordraadsels in in het Frans, en ze was daar heel bedreven in!  We praatten over Russische schrijvers als Dostojevski, Gorki, Sjolochow (ik was erg geboeid door Russische schrijvers...) - boeken die zij niet had gelezen, maar die des duivels waren omdat ze uit het 'communistische Rusland' kwamen. De socialist in mij ontkiemde toen.  We spraken ook over godsdienst, en wat volgensm mij fout liep in de Kerk.  Met alles was ze niet akkoord, maar we hadden een wederzijdse sympathie voor mekaar.  Zelfs over sex hadden we het!  Stel je voor.  Zij was toen al over de tachtig.  Ze vertelde dat ze als jong meisje, wonend in een groot huis in de Merodestraat - streng gelovig als ze was - elke week te biechten ging in de Sint-Romboutskathedraal.  In de biechtstoel (!) regelde de pastoor een rendez-vous met Meester Olbrechts die hem had gevraagd haar te 'benaderen' met deze vraag.  Die ontmoetingen verliepen natuurlijk altijd in aanwezigheid van chaperones!  Bomama vertelde me dat ze op haar eerste huwelijksnacht tegen haar kersverse man zei: "Robert: doe uw plicht..."

 

Tot haar honderdste levensjaar woont grootmoeder Marie Ryckmans alleen in haar huis.  Dan verhuist ze naar een home in Bosvoorde omdat daar in de buurt een dochter woont.  De ogen van Etienne worden plots vochtig...  Het emotioneert hem als hij het vertelt.

 

Half comateus sprak ze me op haar ziekbed met mijn troetelnaam aan: "Titi: we zijn toch altijd goede vrienden geweest hé..."   Dat waren de laatste woorden die ik van haar hoorde.  Ze was 102 als ze stierf... 

 

Etienne heeft dus ernstige aanpassingsproblemen in België.   Daar heeft hij stevig tegen gevochten.  Als zelfopgelegde therapie begint hij aan een toneelopleiding.  Maar eerst sluit hij zich nog aan bij de amateurgroep De Noordster.  Omdat die onder de leiding van Dries Bogaert, directeur van de toenmalige Erasmusschool in de Hanswijkstraat, nogal rechts van strekking zou zijn gaat Etienne nadien drama studeren aan het conservatorium bij Luc Philips.  Daar krijgt hij nog les samen met Nelly Rosiers, Camilia Bléreau, Tuur De Weert, René Verreth...   Ook de Jeugdstudio scheurt zich al van De Noordster.  Voortaan noemt deze zich Mechelse Jeugdstudio, en het is Frans Croes die er voorzitter van wordt...

 

Ik heb mijn opleiding wel afgemaakt, maar ben niet verder naar Brussel of Antwerpen gegaan omdat ik in mezelf niet echt een acteur zag...  Ik heb een tijdje gewerkt bij de roemruchte Vic Siebens in muziekhandel De Monte in de Adegemstraat.  Mijn job werd daar later overgenomen door Jan De Smet van de Nieuwe Snaar...  Ik lach er altijd mee dat ik in de salon van mijn grootmoeder hippie ben geworden.  In 1966 begonnen de wilde sixties ook in Mechelen - zij het in zeer beperkte kring.  We wilden met de Mechelse Jeugdstudio de jeugd hier wakker maken en in contact brengen met diverse uitingen van kunst en cultuur.  Ik luisterde naar nieuwe Angelsaksische muziek: de Beatles, de Rolling Stones, maar vooral  Bob Dylan, naast jazz en blues...  Een nieuwe wereld ging voor me open.  Een volledig nieuwe wind die mij erg heeft beïvloed. Met Rob Feremans, Roger Van der Merckt  en Eric Weynants was ik één van de eerste vier hippies in Mechelen.  We zochten een lokaal om jazz-en poëzie-avonden te organiseren... Den Herten Aas op de Haverwerf werd onze artistieke kroeg...Hij werd opgericht door Frans Croes en door Willy Donni.  Frans wou de kroeg algemener zien.  Willy wou zich dan weer meer focussen op jazz, en heeft later de Begijnenzolder opgericht waar tal van fameuze internationale jazzmusici optraden...

 

(foto: Jan Smets. citaat dat ook werd opgenomen in het schitterende boek over die periode: 'Niet van Gisteren'.  Expo in Cultuurcentrum)

 

 

In den Herten Aas ontmoeten ze mekaar: Herman De Coninck, Jan de Winter, Piet Pyrijns, Willy Van Eeckhout, Chris Joris, enzovoort.  Naast de muzikale of poëzie-avonden ageerde men er ook voor de burgerrechten van de Afro-Amerikanen en tegen de oorlog in Viëtnam.  Hier lagen ook de kiemen voor Dada, Provo en later de Kabouters.

 

 

 

Later zou mijn vriend  Rob Feremans met zijn compaan Theo Dams De Verloren Zoon aan de overkant van de Dijle, op de Vismarkt  openen.  De Vismarkt werd het kloppend hart van al wat alternatief was.  Nog later ben ik met Rob naar het Zennegat getrokken en stonden we aan de toog van Haken en Oogen... Heel wat wilde verhalen kan ik er over vertellen, maar ook een paar tragische...  Bodo Vandevoorde was eveneens een goeie vriend van mij.  Hij was een echte tedere anarchist.  Met Frans Croes, die toch een bezieler was van den Herten Aas werkte ik met  vele anderen nauw samen.  Wij gaven ook alternatieve tijdschriftjes uit als 'Zeggen' en de 'Nieuwe Gazet'.   Frans was naast een uitstekende cafébaas ook een zeer creatief man, maar soms werd hij belaagd door de heimelijke duivel alcohol.  En als die hem te baas werd gooide hij zijn klanten gewoon op straat, al tierend: "Dit is mijn café!"  We zeiden dan: "OK!" en verlieten het café.  Hij zoop dan zijn voorraad leeg, trok zijn pitteleir aan, en zette zijn hoge hoed op, en ging dwalen door de stad om dan enkele dagen of nachten later in de goot gevonden te worden.  Na een nacht versobering in de cel werd hij vrij gelaten..  De volgende ochtend stond hij terug, relatief fris achter de toog alsof er niets was gebeurd. Maar hij betekende wel wat voor die tijd in Mechelen.  Met Herman De Coninck kwam ik ook goed over de baan.  Ooit reden we samen met zijn R4'tje naar Amsterdam.  We bekeken er 'Easy Rider' (een film die ik wou zien) en 'Vrijdag' van Claus (dat Herman perse wou bekijken).  We hadden geen geld om op hotel te gaan, en sliepen in onze auto...

 

(foto: Jan Smets.  Enkele jaren geleden bij een eerbetoon aan de overleden Frans Croes: Etienne draagt zijn portret.  Links van hem Bodo Vandevoorde)

 

Rond 1970 ontstond de Kabouterbeweging en in 1971 doet deze mee aan de gemeenteraadsverkiezingen.  

 

We amuseerden ons rot.  Op spectaculaire wijze namen we deel aan de Bloemenstoet en we organiseerden happenings tegen de lucht-en waterbezoedeling én tegen de consumptiemaatschappij.  We haalden wel wat stoten uit.  Zo heben we eens een keer Sint-Romboutstoren langs de buitenkant via de stellingen beklommen. Boven dronken we een fles wijn leeg en we hebben er op een expo 'geleende' vlag van Nepal op gehesen.  Op de muziektrommel veranderden we een aantal pinnetjes wat zorgde voor een kakafonie de andere dag...  Mijn grootmoeder wist natuurlijk niet alles.   Ik wou haar gemoedsrust niet verstoren, maar we begrepen elkaar in wederzijdse sympathie en vriendschap.  Oud versus jong, wijs en bezadigd tegenover temperamentvol, oma tegenover kleinzoon, conservatief tegenover revolutionair.  Dat kon allemaal. Later ben ik in een commune gaan wonen in de Lange Penninckstraat.  We woonden daar afwisselend met zo'n 5 tot 15 man.  Dat varieerde constant.  Het was soms ook erg internationaal.  Er passeerden Amsterdammers,een Amerikaanse harpiste met 2 kinderen, een andere Amerikaanse uit Califorinië, een gepensioneerd Italiaans kapitein van de lange vaart... Soms bleven die een paar weken, soms enkele maanden...  Beneden woonden 4 Marokkaanse gastarbeiders waar we uitstekend mee overeen kwamen.   Enkel als onze feestjes te luidruchtig waren durfden ze al eens de zekeringen uittrekken.  Op een bepaald moment is 's morgens vroeg de politie met getrokken pistolen komen binnenvallen omdat men ons verdacht van een holdup op een bank.  Maar dat bleek vals nieuws, en men heeft ons na enkele uren vrijgelaten... Later werd dit huis de 1ste Mechelse moskee.  Vermoedelijk na een grondig reinigingsritueel om het terug halal te maken...

 

('De Verloren Zoon' op de Vismarkt.  Etienne met bord.  In deurgat staat Rob Feremans)

('haken en oogen' aan het Zennegat)

 

De reismicrobe had   Etienne eerder al te pakken gekregen.  Voor 5 maanden trekt hij in 1968 over land naar Indië over Turkije, Iran...  Ook Pakistan en Afghanistan worden bezocht.  Edith Lambert waarmee hij dan een relatie heeft is bij het reisgezelschap dat verder bestond uit Rob Feremans, Erik Weynants, Linda De Donder en Che Vander Merckt...

 

Later kwam ik in Antwerpen terecht waar ik op de afdeling Klassieke muziek in een grote platenzaak ging  werken.  Het boeide me wel maar na een tijdje gaf ik toch mijn ontslag.  Ik had behoefte om met mijn handen te werken en herschoolde me tot meubelmaker via de RVA.  Ik ben daarna werkzaam geweest in die sector - ondermeer bij het meubelbedrijf Hendrickx in de Kanunnik De Deckerstraat;  Later had ik ook een klein atelier aan het Zennegat.  Het is daar waar nadien Frans Croes ging wonen en zijn atelier had...  Meubelzaak NOVA kreeg op een bepaald moment de kans om een aantal opdrachten te versieren bij de koninklijke familie in Saoedi Arabië.  Daar heb ik een aantal maanden ook gewerkt.  Boeiende periode was dat!  Ik heb zelfs 'illegaal' gezwommen in het zwembad van het paleis.  Goed dat men het niet te weten is gekomen.  Men zou er niet mee kunnen lachen hebben.

 

(de wereldreiziger...  Links zit Etienne...  Edith naast hem...)

 

Maar Etienne doet meer...  Hij was dan ook van vele markten thuis.  Aan het Rika volgt hij de opleiding Toegepaste Filmkunst en maakt in dat verband met zijn filmmaat Paul Amand een twintigtal films...

 

We draaiden kortspeelfilms, 1 langspeelfilm, bedrijfsfilms en een paar over Mechelse kunstenaars als Beniti Cornelis en Brice Heyndels.  Ook films in opdracht zoals van de stad Antwerpen over de politie-hervorming of over de omgang met diversiteit.  Met onze films behaalden we tal van prijzen in het amateurcircuit tot en met de Gouden medaille op het UNICA-festival in Aachen met 'Het Huis aan de Overkant'.  Dit is dé hoogste internationale prijs op het niveau van de amateurfilm.  Ook in het professionele circuit konden we een aantal prijzen binnenrijven.  Aan een vijftal films deed ik mee als production designer en scenarist.  Ondermeer aan horrorfilms.  Aan onze langspeelfilm 'De Laatste Vriend' werkten ondermeer Bert André, Jaak Van Assche, Jenny Tanghe, Gie Mortier, Tuur Reynders, Jan Lauwers, Mark Uytterhoeven mee...  Enkele jaren geleden maakten we ook een 'stille' film over Mechelen in opdracht van de stad.  We deden dit samen met stadskunstenaar en jazzmuzikant- en componist Frank Vaganée...

 

 

Vele verhalen krijg ik te horen in 't Ankertje aan de Dijle...  Etienne is een aangenaam verteller...  Ik luister geboeid.  In het gesprek schemert me ook de romanticus door...  Sentiment is hem niet vreemd.  Een dogmaticus wil hij niet genoemd worden, al poneert hij soms radicale stellingen.

 

Ik kan goed relativeren en nuanceren, maar op het gebied van het klimaat voel ik me een ecologische Marxist.  Gek hoe die man al met het milieu begaan was, lang voordat er van de huidige problemen sprake was.  Ik kwam al twee keer op voor Groen in Bonheiden/Rijmenam, waar ik nu toch al zo'n 40 jaar woon.  Soms is die partij me op federaal vlak wat milieu en klimaat betreft niet radicaal genoeg.   Een totale ecologische omwenteling zal nodig zijn.  We moeten ons economisch systeem totaal herdenken: duurzaamheid in plaats van ongeremde groei. Ik ben niet ambitieus ingesteld.  Zetelen hoef ik niet.  Als ik mensen maar bewust kan maken.  Mechelen kan ik niet loslaten.  Hier wonen zovéél vrienden.  Minstens 3 keer per week kom ik naar hier afgezakt.  Maar in heb de natuur nodig.  Dat is een erfenis van Kongo.  Ik woon er in mijn bos in een oude hoeve waar de tand des tijds aan heeft geknaagd... Je hoort er alleen de vogels.  Ik woon er met mijn dieren, mijn herinneringen...

 

Etienne heeft een aantal relaties gehad, maar is nooit getrouwd.   Dat vond hij te conformistisch.  Met de moeder van zijn zoon Bram, die ondertussen ook een zoon heeft, heeft hij nog een goede band.  Het koppel ging uit mekaar toen Bram 16 jaar was.  Maar nooit werd er ruzie gemaakt in zijn aanwezigheid...Het was een rustige, vredige scheiding...

 

Een aantal oud-lieven zie ik nog.  Ik ben zelfs met drie van deze ex-en eens samen gaan eten.  Rancune of wraakzucht ken ik niet.  Ik heb een fundamentele behoefte aan een vredevol samenleven.  Spijt heb ik over weinig dingen.  Misschien had ik wel graag verder gestudeerd... Maar ja, ik was geboeid in te veel en verschillende dingen.

 

Etienne is al lang die hippie niet meer, maar bleef wel dezelfde in een andere vom.  De gevoelsmens die hij is schrijft zijn wedervaren en emoties vaak neer in knap verwoorde stukjes op zijn Facebookprofiel.  Velen lezen dit met plezier....

 

Wat ik niet wil vertellen, zal ik ook niet vertellen.  Maar dit is wel een uitlaatklep.  Ik wil alleen niet te drammerig overkomen.  Men vraagt me regelmatig om al die dingen neer te schrijven in een boek.  Misschien moet ik dit toch wel écht overwegen...

 

Etienne heeft een heel gevarieerd leven geleid tot hiertoe... Opgegroeid in een burgerlijk milieu koos hij een andere weg...  Hij werd een zwerver en een idealist, een dromer en een doener...  Hij verhuisde zowat 32 keer,  werd begeesterd en soms ontgoocheld in de liefde, maar bleef verliefd op het leven.   Cynisme is aan hem niet besteed.  Bij de pakken blijven zitten ook niet...

 

3 keer kreeg ik kanker.  3 keer overwon ik de ziekte.  Eén maand voor mijn 70ste verjaardag kreeg ik de diagnose darmkanker te horen.  Mijn ex had nét een feestje voor mij gepland op een kasteel in de Voerstreek.  Er was veel volk uitgenodigd.  Ik vroeg aan de dokter of hij de noodzakelijke operatie wou uitstellen tot na dat verjaardagsfeest.  Ik wou immers niemand ontgoochelen.  De dokter weigerde.  Het moest écht wel gebeuren.  Ik ben toch naar het feest geweest: met een groot buikverband en een kale kop door de chemo.  De dokter had me op het hart gedrukt om het kalm aan te doen...  Ik heb de hele nacht gedanst!  Er hing een goeie sfeer.  Het feest heeft niet minder dan 4 dagen geduurd...

 

Etienne glimlacht en nipt van zijn glas rode wijn.  Hij proeft van het leven.  Daarna staat hij op.  Hij wil nog naar zijn zus Mieke, die nog niet zo lang geleden weduwe werd, en voor wie hij een grote bewondering heeft.  Als sociaal geëngageerde vrouw woont zij in de wijk Mahatma Gandhi waar ze zowat een 'moederfiguur' is voor vele jongeren...

Etienne Mylemans: zijn leven is als een avonturenroman. 

Veel is gezegd en nog meer is niet uitgesproken...

Hij ontgroeide het burgerlijke bestaan.  In het salon van zijn grootmoeder werd hij hippie.  En zij - zij wist niet alles, maar ze begrepen mekaar.  Wederzijdse empathie.  "Titi" zei ze: "We zijn toch altijd goede vrienden geweest...".   En in die ene zin ligt alles vervat.  In die ene zin ontplooit zich de schoonheid van het leven, van graag zien, van anders en toch gelijk zijn...  Zo zie ik ook Etienne als hij vertelt van het leven in Kongo.  Zo zie ik hem als hij vertelt over vredevol samenleven...  Zo voel ik hem aan als hij op TV spreekt over de hoop op 'genezing' van koloniale wonden.  Etienne koos niet voor evidente paden, of voor vaartochtjes op rimpelloze waters...  Maar hij timmerde aan de weg.  Toen en ook nu nog.  En hij verlegde stenen in het water om het met Bram Vermeulen te zeggen.  Kabouters...ze kunnen groot zijn. 

 

(foto: Jan Smets. Etienne, enkele jaren geleden...)