'Toen met een lijst van nu errond'

met categorie:  

(foto's: Jan Smets)

Het is een bijzonder lijvig boek geworden: een turf van niet minder dan 592 pagina's.  En dat kan tellen!  Nu ja: leven en werk van Herman De Coninck zijn dan ook niet te vatten in enkele bladzijden.  Met zijn dichtbundel 'De lenige liefde' katapulteerde deze Mechelaar zich in 1969 voorgoed de onsterfelijkheid in.  Hij werd er razend populair door, en mag nog steeds de meest gelezen dichter van Vlaanderen genoemd worden.  Kwalitatief en toegankelijk: het zijn sleutelwoorden die op zijn oeuvre passen.  Herman De Coninck had weinig heimwee naar de stad van zijn kinder-en jeugdjaren.  Leuven was de stad waar hij zich opperbest voelde, en Berchem-Antwerpen was zijn laatste thuishaven.  Mechelen kerfde diep in zijn ziel.  Het complexe verhaal van zijn vader, de moeilijke verhouding met zijn  streng-katholieke en eerder afstandelijke moeder,  de dramatische dood van zijn eerste vrouw An Somers... Jaren had hij nodig om al deze dingen een plaats te geven.  Het werd een louterend proces.  Hij moest dit Mechelen verlaten - thuis opstappen - zijn manier van kijken veranderen, om er mee in het reine te komen. Pas in de jaren negentig kon hij het verwoorden in de bundel 'Schoolslag'.  Met een gedichtencyclus verwerkt hij dit Mechelse verleden in versregels.  Het lange rijpingsproces was nodig.

De biografie van Mechelaar Thomas Eyskens (°1976) belicht uiteraard het héle leven van de dichter.  Toch is dat Mechelse hoofdstuk een belangrijk onderdeel van het boek.  Je kan De Coninck. niet hélemaal begrijpen zonder dit verleden..., zonder Mechelen...

Bij aanvang voelde ik veel schroom.  Je stapt tenslotte ongevraagd in iemands leven.  Je bent een 'indringer' en het voelt heel onnatuurlijk aan.  Voortdurend moet je de grenzen aftasten...

Maar Thomas is er in geslaagd.  Met verve.  Jaren zwoegen en schaven hebben geleid tot deze unieke eerste biografie van Herman De Coninck.  Met veel respect en toch diepgravend werkte hij zich door het leven van de dichter.  Hij won het vertrouwen van  nabestaanden, collega's en vrienden, en het resultaat van vele gesprekken, aangevuld met nooit eerder gepubliceerd fotomateriaal en nagelaten brieven resulteerden in dit werk dat beslist zijn plaatsje moet krijgen op de boekenplank van elke liefhebber van het werk van Herman De Coninck, Mechelenfanaat, en literatuur-en poëzieminnaar...

 

Op 22 mei 1997 stopt het kloppende hart van de dichter.  Abrupt.  Op een terrasje in Lissabon wordt Herman onwel.  Hij glijdt van z'n stoel en sterft even later in de armen van Anna Enquist, de Nederlandse dichteres die net als hij in Portugal is ter gelegenheid van een literair congres.

Hij is dan amper 53 jaar.

Twintig jaar geleden is dat nu. 

In het voetpad op de hoek van de Hombeeksesteenweg en de Brusselsesteenweg, waar ooit de boek-en papierhandel De Coninck-Deron gevestigd was, is een gedenksteen verwerkt die aan dit feit herinnert.  Het is de Mechelse kunstenaar Jean-Paul Laenen die het ontwierp.

 

 

Enkele dagen voor zijn dood was Herman nog voor een laatste keer - heel onverwacht - in Mechelen.  Kortelings;  Hij kwam toen terug uit Groningen waar hij een gastcollege had gegeven.  Toen hij wou uitstappen in Berchem merkte hij dat hij zijn portefeuille kwijt was...  Tevergeefs zoeken...  De trein reed door.  In Mechelen stapte hij uiteindelijk af - als 'verdwaald reiziger'.  Met de eerstvolgende trein keerde hij terug naar Berchem.

Het was de laatste keer dat hij een voet zette in z'n geboortestad waar hij op 21 februari 1944 werd geboren in het 'Moederhuis' in de Maurits Sabbestraat.

 

Thomas Eyskens is eveneens een geboren Mechelaar.  Altijd al was Thomas die wijsbegeerte en journalistiek studeerde en nu medewerker is bij VRT geboeid door literatuur en poëzie.  Een  bijzondere voorliefde voor het werk van De Coninck had hij niet echt.  Maar het is vooral door zijn  toen al hoogbejaarde buurman Karel De Vos die leraar was aan het Sint-Romboutscollege en daar ook ooit les gaf aan Herman De Coninck, dat de in de Korte Maagdenstraat wonende auteur meer en meer geboeid geraakte in de dichter.  Ook de ontmoetingen met Jan, de in alles tegengestelde broer van An Somers, de jonge, verongelukte eerste vrouw van Herman, zette hem op weg. 

 

In 2007 ben ik beginnen gidsen voor Mechelenbinnenstebuiten.  Ik had een route uitgestippeld met plekken in onze stad die herinneren aan Herman De Coninck.  Het idee raapte ik op bij poëzieroute in Gent waar ik ook al gidsbeurten voor verzorgde.  M'n ontmoeting met Marc Rubben van MBB deed de rest.

 

Da's ook weeral tien jaar geleden.  Deze wandelingen resulteerden in 2014 in een knap boekwerkje van Thomas: 'Er is niets te zien en dat moet je zien'  : een nuttig en leuk hebbeding om in Mechelen op stap te gaan in het spoor van de beroemde dichter.  Deze 'literaire wandeling' werd voorgesteld in de stadsbibiliotheek, waar een kleine tentoonstelling rond werd gebouwd.

 

(2014... Voorstelling van 'Er is niets en dat moet je zien' in stadsbib)

 

Het boekje werd een smaakmaker en vingeroefening voor een uitgebreider biografie.

Ik vraag Thomas of hij denkt dat Herman De Coninck tevreden zou zijn met deze biografie...

 

Hij stond wat argwanend tegenover het idee dat iemand ooit een biografie over hem zou schrijven.  Hij wou graag zélf controle hebben over hoe hij herinnert zou willen worden.  In de omgang was hij eerder timide, maar in zijn gedichten en brieven gaf hij zich 'vrij'.  Hij was heel open in zijn gedichten.  Ook in zijn brieven.  Niet minder dan 15 000 zijn er bewaard gebleven.  Hij was daar erg obsessief in.  In zijn brieven was Herman heel ongedwongen, en hoe meer de nacht vorderde werd hij nog opener in zijn schrijven.  Vaak schreef hij erg geestig en hartstochtelijk.

 

Thomas vertelt dat Herman De Coninck een wat timide en ook wat onzekere man was.  Een denker ook.  Typisch voor hem was hoe hij vaak met een vinger nadenkend onder zijn neus in beeld kwam.  Dat valt op op in de vele archiefbeelden die hij bekeek in het VRT-archief.

Thomas Eyskens heeft de gedichten als maatstaf genomen.  Ze zijn de 'kapstok' en leidraad geworden van de biografie. 

De samenwerking met de familie van Herman was zonder meer vlot en positief te noemen.  Hij gaf hen ook de kans om dingen na te lezen en eventueel bij te sturen.  Zo werden ook hier en daar wat geschrapt wat niet echt relevant was.

 

Vele van de mensen die in het boek voorkomen leven nog.  Dan moet je echt wel afwegen wanneer en hoe je iets schrijft.  Dat maakt het net wat moeilijker.  Anderzijds was het nu wel het moment om deze biografie te schrijven daar ik nog met veel leeftijdsgenoten en vrienden-van-toen kon spreken.  Want stilaan verdwijnt een generatie.  Zo stierven vorige maand nog twee uitgevers die het werk van Herman uitbrachten: Fernand Bonnheure die hem lanceerde toen Angèle Manteau hem afgewezen had, en Theo Somtrop die hem een plaats gaf bij de Arbeiderspers...

 

Thomas heeft kunnen praten met Magda, de zus van Herman.  Ook de moeilijke situatie van vader De Coninck kwam aan bod.  Er was inderdaad de 'pedofiliekwestie', waar er flink wat boosheid en wrangheid rond bestond.  Maar de tijd werkte louterend.  Het beeld over deze vaderfiguur werd bijgestuurd en werd genuanceerder.  Herman had deze episode ook al van zich afgeschreven in zijn gedichten en in Humo in de jaren zeventig reeds.

De relatie tussen Herman en zijn moeder was verkrampt.  Ook al mocht ze dan wel een zorgzame grootmoeder geweest zijn en had ze een goeie band met haar kleinzoontje - het kind van Herman en An: tussen moeder en zoon gaapte een kloof.  Moeder De Coninck was eerder een wat koele persoonlijkheid. 

An Somers - zijn eerste vrouw - was totaal anders.  Ze was sportief, open... Hij leerde haar kennen in Leuven - de stad waar hij in zijn studententijd zo van leerde houden.  An was ook van Mechelen.  Ze woonde aan de Koningin Astridlaan. 

Ze trouwden naar de wens van de beide families toch voor de Kerk, ook al was dat tegen de zin van Herman.  Het is Sylvain Tuyls - de nu nog levende 88-jarige priester - die hen in de echt mocht verbinden.  Moeder de Coninck bleef het erg vinden dat haar zoon zijn 'geloof af viel'...

Het noodlot sloeg een anderhalf jaar later toe.  1971. Een auto-ongeval, van Leuven naar Mechelen rijdend.  An was op slag dood.  Zoontje Tomas overleefde het gelukkig ternauwernood.

Het was een drama.  De tijd kon alleen maar heling brengen.

Later leerde Herman de al even Mechelse Lief Coppens uit Battel kennen: een mooie, spontane, vrijgevochten vrouw.  Acht jaar na Tomas werd Herman wéér vader: van Laura.  Ze woonden samen in een commune in Heverlee voor ze naar Berchem verkasten. Tien jaar zouden ze samen blijven.  Ze evolueerden beiden anders.  Niet altijd was hij de echtgenoot  of vader naar wie er thuis werd verlangd.  Het werd een moeilijke en pijnlijke scheiding, ook al zouden ze later nog contact blijven houden.

Thomas Eyskens had mooie gesprekken met Lieve die heel open heeft gepraat.

Dat vertrouwen kreeg Thomas ook van Hermans  weduwe Kristien Hemmerechts.  Voor 'Er is niets te zien en dat moet je zien' schreef ze het voorwoord.  Ze zette het toen reeds zo op papier - en dat spreekt van veel waardering voor de biograaf:

 

Thomas Eyskens heeft met groot geduld en doorzettingsvermogen Hermans herinneringen getoetst aan die van klasgenoten, familieleden, buren en kennissen.  En vervolgens heeft hij voor zover mogelijk al die herinneringen getoetst aan de harde feiten.  Soms waren die feiten bikkelhard.  (...) Zonder enige twijfel heeft Herman het met zijn biograaf getroffen.  Maar dat geluk dankt hij ook aan zichzelf.  Herman beschikte over een wonderlijke gave om regels en zinnen te schrijven die mensen prikkelen en inspireren, en goesting geven om op zoek te gaan naar de man achter het werk.  En dus dook naar de stad achter de man achter het werk.  Thomas Eyskens heeft die zoektocht tot een boeiend eind gebracht...(...)

 

 

Zo klonk dit al voor het eerste boekwerkje.  Het geldt helemaal voor deze biografie die nu van de pers is gerold.

Herman De Coninck: we leren hem in zijn biografie kennen als zwijgzaam, als een rokende, 's nacht levende en werkende man : beslist niet het gezondste leven leidend.  Het schildert een heel genuanceerd en rijk portret van zijn leven en werken, schrijven en liefhebben.  We krijgen een heel brede kijk op de dichter, de journalist bij Humo, de columnist bij De Morgen en de eindredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift.

Thomas Eyskens geeft de dichter ook terug aan Mechelen.  Want hoewel Herman De Coninck dikwijls gelinkt wordt aan Antwerpen, zit deze stad ontegensprekelijk in zijn genen en plakt ze aan zijn ribben. Basisschool Ursulinen en Sint-Romboutscollege, de legendarische 'Herten Aas', de Malinois, de Sint-Jan Berchmanskerk,de OLV-over-de-Dijlekerk waar An haar uitvaart kreeg, de Vismarkt,het appartement van zijn moeder aan de Tervuursesteenweg, 'De Groene Lantaarn en de Beethovenkelder', ... Stil hoopt Thomas dat nog meer gedichten van De Coninck in het Mechelse straatbeeld zouden opduiken...

 

Op 21 oktober wordt het boek officieel voorgesteld in de Zwarte Panter in Antwerpen.

Op vrijdag 3 november wordt tijdens een nocturne deze biografie belicht op de jaarlijkse Boekenbeurs.

En in november zal het boek van Thomas Eyskens ook nog eens worden voorgesteld in boekhandel Salvator in Mechelen.  Een datum dient nog geprikt te worden.

Het samenstellen en schrijven van deze biografie heeft veel tijd, bloed, zweet en tranen gekost aan Thomas.  Maar het is dan ook een pracht van een werk geworden. 

 

'Toen met een lijst van nu errond' werd uitgegeven door de Arbeiderspers en telt 592 pagina's.  Hij is verkijgbaar aan de prijs van 34,99 Euro.

 

 

 

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken

thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.

Er is niets te zien, en dat moet je zien

om alles bij het zeer oude te laten?

 

Er is hier.  Er is tijd

om overmorgen iets te hebben achtergelaten.

Daar moet je vandaag voor zorgen.

Voor sterfelijkheid.

 

 

Deze versregels staan te lezen aan 't Groen Waterke in de Stassartstraat.  Ze werden ook afgedrukt op zijn doodsprentje...