Marthe...

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Ze keek naar de einder - in gedachten verzonken.  Een vissersboot keerde weer naar de veilige haven. Haar blik volgde de trage vaart.  Ze legde haar hand op haar buik - als een beschermende schelp.  Haar blik stond op oneindig.  Ver weg was Mechelen.  Ver weg was haar familie.  Hier in deze kustplaats in de Vendée wou ze alles op een rijtje zetten.  Ver van de nieuwsgierige of afkeurende blikken.  Hier, waar ze met haar familie zowat vijftien jaar geleden verbleven had op de vlucht tijdens Wereldoorlog I.  Hier was ze teruggekeerd, als was het een tweede vlucht.  Deze keer ging het niet om oorlogsgeweld of ander onheil...

 

Het was heftig geweest.  De emoties hadden hoog opgelaaid.

Ze had hem écht graag gezien.  Ze herinnerde zich zijn laatste kus en zijn beloftes - en zijn verklaring van eeuwige liefde.  Ze had gezweefd.  Zevende Hemel.  Romantiek in het licht van de gaslantaarn.  En de hoge toren was er getuige van, zoals hij dat altijd was van alles wat in deze stad gebeurde.  Hij stond dan ook boven alles en iedereen.

Had ze beter moeten weten?

Weten komt altijd te laat.

Hij had de verloving verbroken.  Eensklaps.  En dat kwam aan.  Hard aan.

Hij koos voor een ander. 

En toen voelde ze het leven in haar schoot.  Verwarring. 

Ook die andere voelde dat.  Ook zij droeg zijn kind. 

En toen ze in allerhaast huwden in die Mechelse kerk, haar prins op 't witte paard die de verkeerde afslag nam, én die 'ander', gingen haar zussen en vriendinnen 'blauwsel' strooien op de arduinen trappen toen het bruidspaar buitenkwam. (*)

Maar Marthe zweeg.  En ze leek te verdragen.  

Of was dit maar schijn?

Ze verliet de stad.  En achter haar liet ze de vragende blikken, de roddel en de achterklap.

Ze keerde weer naar de zee van de Vendeé, waar ze in oorlogstijd haar jeugdjaren had doorgebracht.

Hier kon ze denken.

Marthe keek naar de golvende bewegingen van het water en de vissersboten... 

Ver weg was Mechelen.  En dat was maar goed.

Ze liet zich fotograferen met een tradionele kanten muts die in deze streek gedragen werd.

Een momentopname.

Even stil staan.

Denken...

Maar Marthe kwam terug. 

Ze stond in de statie onder de gietijzeren welfsels - Stil maar vastbesloten om de draad  weer op te nemen.  En de toren stond er nog steeds.  Als eeuwige getuige.  En hij zweeg zoals hij altijd al deed.

En iedereen zou zwijgen.  Omdat zwijgen soms beter is dan praten.

En het kind werd geboren.  En dat kind werd gekoesterd.

En elders in de stad zag een ander kind ook het levenslicht.

En ze huwde met een buurjongen die als een vader werd voor dat kind.

En de stilte en het zwijgen deed vergeten.  Of?

Plooien gladgestreken.  Verhalen als deze enkel binnenskamers verteld.

Maar de foto toont het geluk van een moeder

met in haar armen het kind

dat gelukkig

niet het

kind van

van de rekening werd...

Misschien moest het golven van de zee van de Vendée leren wat de Dijle in haar bescheiden stromen niet kon.

 

 

(*) 'Blauwsel' staat voor blauw poeder dat gebruikt werd voor het bereiden van witkalk en voor de was.  'Een blauwtje lopen'....  Volgens volksgebruik gestrooid bij een verbroken verloving.

 

 

bij deze is mijn tweeduizendste blogschrijfsel gepubliceerd...