Laissez passer pour Folkestone

(foto's: Jan Smets)

Daar stond ze dan.  Ze was moe.  De wekenlange vlucht had haar tol geëist.  Ze was een sterke vrouw, maar nu leek het er allemaal té veel te worden.  Haar driejarige zoontje trok aan haar mouw en probeerde haar aandacht op te eisen.  Maar ze wist het allemaal ook niet meer.  Daar stond ze dan, met haar zes kinderen.  Eén jongetje - kleuter nog, en vijf dochters.  Haar man was gemobiliseerd.  Met amper wat haastig bijeengesprokkelde spullen had ze de deur van haar huis in de Hanswijkenhoek toegetrokken, richting Sint-Katelijne-Waver, naar haar jongere zus, in de hoop daar tijdelijk opgevangen te kunnen worden.  Maar ze ving er bot.  Deze zag het helemaal niet zitten om het kroostrijke gezin in huis op te nemen.  Geen plaats in de herberg.  Pas véle, vele jaren later - op haar sterfbed - vergaf ze het haar zus die huilend en met een onverwerkt schuldgevoel afscheid van haar kwam nemen.

Oktobermaand in Oostende.  De zee rimpelde grijs en wijds.  Men schreef in het trouwboekje: 'Laissez passer pour Folkestone'.  Achter de einder lag de vrijheid en was er veiligheid.   Ze waren er niet alleen.  In de haven waren tal van vluchtelingen bijeengestroomd.  Een maand voordien had de Mechelse gemeenteraad, die de wijk had genomen naar Gent, besloten om zoveel mogelijk Mechelaars op de dool naar het Verenigd Koninkrijk te sturen.  Dit gebeurde vanuit Antwerpen waar twee keer per week zowat 250 Mechelaars de oversteek konden maken.  Dit gebeurde ook hier, in Oostende.  Er was hiervoor een overeenkomst getekend met Groot-Brittanië.  Over het Kanaal zouden de Mechelse vluchtelingenfamilies een nieuwe heimat vinden.  Voor hoe lang?

 

Het waren hectische weken geweest...

De gebeurtenissen waren mekaar snel opgevolgd.  Men had het voelen aankomen.  Alhoewel.  Sommigen zagen de dreiging als een donkere wolk al langer een schaduw werpen. Anderen staken de kop in het zand.  De moord in Serajevo - stoere verklaringen - Het raderwerk kwam in beweging.  De oorlogsmachine werd geolied.  De tandwielen haakten steeds sneller in mekaar.  En de dominosteentjes vielen.  Eén voor één...

Op vrijdag 21 augustus 1914 werden de eerste Duitse verkenningstroepen gesignaleerd in onze Dijlestad.  34 Ulanen naderden de stad via de Leuvensesteenweg.

Dit was de eerste fysieke ontmoeting met 'de vijand'.  In de stad was het uitzonderlijk stil.  De spanning was voelbaar.  Angst om wat komen zou...  Ongerustheid.

Vliegtuigen vlogen over.  Luchtgevechten...

Vanop de Sint-Romboutstoren werden de Duitse troepen bespionneerd en als reactie daarop besloot de bezetter om de toren onder vuur te nemen.  Op 25 augustus bombardeerde men de stad en toren voor de eerste keer.  Het uurwerk van de toren werd meer dan ernstig beschadigd.  Huizen op de IJzerenleen deelden in de klappen.

Na de ochtendlijke beschietingen beklom koning Albert I de toren om de vijandelijke troepen te aanschouwen.  Nadien besloot de legertop om Mechelen te verlaten.  Dit gebeurde een dag later.  Richting Antwerpen...

Het was het startsein voor een ware exodus.

 

 

In de Sint-Jozefstraat in de Hanswijkenhoek pakte ze wat spullen bij mekaar en verzamelde ze haar kinderen rond zich.  Ze trok de deur dicht en stak de grote sleutel met een zucht in haar zak.  Het leek allemaal zo onwezenlijk.  Zij, haar kinderen, zonder man...

Ze draaide zich niet meer om.  Ze voelde een pijn die ze niet verklaren kon.  Maar ze zweeg om haar kinderen niet nodeloos ongerust te maken.

Tervuursesteenweg, Colomabrug over...

Een grote groep angstige, verweesde mensen trok de stad uit in het kielzog van de soldaten.  Gepakt, gezakt - jong en oud.  Strompelend, stil, zacht huilend, soms vloekend, de vuisten gebald, de ogen op de weg voor hen gericht..

..De stad achterlatend en een toren als eenzame wachter die stoer en ongenaakbaar 't lot afwachte.  Ook de toren was stil.  Stadsbeiaardier Jef Denyn was de wenteltrap afgedaald.  De klokken zouden zwijgen.  Voor lange tijd.

Wanneer zou men hun huis terugzien?  In welke staat zou men het ooit weer aantreffen?

Woensdag 26 augustus.  een dag vol chaos.  Niemand wist goed waarheen. 

In de stad waren er geen Belgische soldaten meer.  Het front had zich teruggetrokken, de stad als prooi achterlatend voor de roofvogels die zouden neerstrijken.  Oorlog schilderde altijd al tableau's met hoogst dramatische penseeltrekken.

Een dag later werd Mechelen weerom gebombardeerd.  De stad toonde zich verlaten.  Paniek.  Inwoners die niet gevlucht waren, zochten een schuilplaats in hun kelder.  De straten zijn uitgestorven.  Doods. Plunderingen. 

Er zouden nog zwaardere beschietingen volgen. Vernielingen alom.  Een deel van de stad vloog in brand.  De IJzerenleen kreeg het genadeschot. Een stad in puin. 

Op 28 december werd Mechelen bezet door de Duitsers.  De macht van de pinhelmen bepaalde het dagelijkse leven.

Via Sint-Katelijne-Waver trok ze verder met haar kinderen.  Met pijn en ontgoocheling probeerde ze de weigering van haar zus te verbijten.  Ze moesten verder via Antwerpen, en zo verder... naar de kust.

Ook burgemeester Dessain had nu de stad verlaten en had zich voorgenomen om zijn vluchtende stadsgenoten te begeleiden over het Kanaal.  De burgemeester zou  pas op nieuwjaarsdag 1915 naar Mechelen weerkeren. 

Kardinaal Mercier was op 20 oktober al terug naar de stad teruggekomen.  En hij liet maar wat graag zijn onverzettelijkheid blijken. 

De koning trok richting Westhoek nadat Antwerpen viel.  Buiten dat kleine lapje België grenzend aan de Noordzee was het hele land nu in de handen van de Duitse bezetter.

Oostende.

13 oktober 1914.

De zee plooide zich in eentonige grijsheid voor hen uit.  De verhalen over de door hen verlaten stad vertelden weinig fraais.    In werkelijkheid was  het relatief rustig geworden in de Dijlestad.  Drie dagen eerder waren flink wat Mechelaars teruggekeerd.  Een Belgische zege leek verder dan ooit, maar de stad was redelijk veilig te noemen. Toch waren nog heel wat huizen gesloten of gebarricadeerd en vele andere waren vernield.  Maar de weergekeerde Mechelaars probeerden zo goed en zo kwaad mogelijk de draad weer op te nemen.

Jef Denyn stak met zijn gezin de Noordzee over.  Net zoals zovele stadsgenoten...

 

En de golven spoelden aan, en rolden weer terug...

Steeds opnieuw in een eeuwigdurende beweging.

De zee laat zich niet dwingen, en doet steeds koppig haar eigen ding.

Eb en vloed.

Aanspoelen en wegtrekken.

onverstoorbaar

 

Ze was moe.  Ze keek naar het handschrift in het trouwboekje:

 

 

'gezien te Gent'

'Laissez passer pour Folkestone'.

Wachten.

Langer wachten.

Hopen.

Wanhopen.

en wachten.

Nooit zouden ze overvaren naar het Verenigde Koninkrijk.  De Plas werd niet overgestoken. 

Engeland is gesloten.  Ze taste in haar zak.  De sleutel is gelukkig niet gebroken.

Met haar zes kinderen trok ze de Franse grens over.

Verder.

Nog verder.

Aanspoelen en wegtrekken.

Dan bereikten ze het kustplaatsje Les Sables D'Olonne.

Daar zouden  ze vier jaar lang wonen.

Ook hier rolde de zee - op en neer.   Eb en vloed.

geven en nemen

 

De meisjes werkten er in de vismijn.  Het jongetje liep er school.

Vier jaar lang.

En de Groote Oorlog schreef geschiedenis.  Veldslagen. Wapengekletter. Gruwel.  Vele, vele jonge levens werden opgeofferd op verre akkers.  Zoveel onnoemelijk leed. 

Verzuipende Westhoek waar papavers bloeiden...

Vier jaar Frankrijk: en dan keerde men terug.

Wegtrekken, aanspoelen, wegtrekken, aanspoelen...

En terwijl de trein de Mechelse statie kwam binnengereden merkte het nu zevenjarige jongetje de stoere Sint-Romboutstoren op.   Hij had gewacht.  Onverstoorbare stoere wachter.  Net als vier jaar geleden trok hij ongeduldig en met een zeker gevoel van spanning aan de mouw van z'n moeder.  Ze waren weer thuis.

 

 

Het trouwboekje ligt voor mij: verhakkeld en onhandig aan mekaar geplakt.  In de kreuken voel ik opgespaarde emotie.  Papier is soms niet geduldig... Soms vertelt het méér dan verzamelde letters en woorden in beknopte samenvatting denken te moeten zeggen.