Geen klein bier!

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Veel blijft hier niet meer van over... Mochten we de Sint-Jozef-Colomakerk aan de Tervuursesteenweg niet herkennen dan zouden velen die iets minder met deze Mechelse buurt vertrouwd zijn, toch nadenkend de wenkbrauwen moeten fronsen...

Het 'kippenbrugske' is opengedraaid en een volgeladen rivierschip maakt zich klaar om verder te varen.  Aan de oevers van de Leuvense vaart staat flink wat volk.  Rechts in beeld zie je de nu ook al heel lang verdwenen monumentale poort van het domein Coloma van de Dames de Marie. 

Links in beeld zien we op de hoek van Geerdegemvaart en Tervuursesteenweg de vrij imposante gebouwen van brouwerij Feremans.  En het is nu nét de eigenaar van deze brouwerij - de gefortuneerde en flamboyante Charles Feremans (°1865) die ik wil belichten.  De man is verweven met de ontstaansgeschiedenis van de Parochie Sint-Jozef-Coloma. Maar wat méér is: onlangs kreeg ik enkele krantenknipsels in m'n handen die nog een héél ander licht werpen op deze man uit de Hanswijkenhoek....

 

Er zou een nieuwe parochie moeten komen in deze Mechelse uithoek.

Dat was het idee van kardinaal Goossens.  Steeds meer mensen kwamen zich vestigen in den Hanswijkenhoek, en dat alles alles te maken met het feit dat het niet zo veel verder gelegen arsenaal heel wat werklieden aantrok.

Voor 1820 telde de wijk voornamelijk kleine boeren.  Rond 1895 was het inwonersaantal van de Hanswijkenhoek van ongeveer 1000 gestegen naar zo'n 1800.

En: die zielen mochten niet verloren gaan, dacht men aan de Wollemarkt.  Zo was kort voordien ook reeds de Sint-Jan Berchmansparochie opgericht in de wijk Brusselse-en Hombeeksesteenweg.

De Hanswijkenhoek zou nu ook een zelfstandige parochie moeten worden.

En hier komt voor de eerste keer brouwer Charles Feremans op de proppen.  Ik lees bij Hendrik Diddens in zijn 'Mijn kinderjaren in de Hanswijkenhoek'.... (1960)

 

Bij de afzink van de Brugberg vormde het herenhuis en de reeds halfvervallen brouwerij Feremans de spie tussen de de schuinafwijkende steenweg en de Geerdegemvaart.  Diezelfde Feremans bezat ook een paardenfokkerij met weideland langsheen de zuidelijke kant der Voetbalstraat...

 

In 1896 was de brouwerij allesbehalve halfvervallen.  De was in meer dan goede staat en de brouwer zat flink in de slappe was.  De plannen van de Wollemarkt zag hij absoluut niet zitten, en hij diende een bezwaarschrift in bij kardinaal Goossens tegen de bouw van de voorlopige kapel recht tegenover zijn brouwerij!

Of hij dat nu goed vond of niet: de brouwer diende er zich bij neer te leggen, en men ging over tot de bouw van een voorlopige kerk.  Zij zou de naam krijgen van Sint-Jozef.  De Dames de Marie van Coloma toonden zich vriendelijker en vooral gullere buren, en zij schonken de nieuwe parochie de som van 20 000 frank.  Dat vond kardinaal Goossens zo edelmoedig dat hij besloot om de nieuwe parochie te vervolledigen met de naam 'Coloma'.

Op 15 september 1896 ging de spade in de grond.  Het is de eerste pastoor van de parochie, Frans Moeremans, die zich hier mee gelast.

 

  (pastoor Moeremans)

 

Moeremans was een drietal jaar ouder dan brouwer Feremans.  Hij kwam uit OLV-Waver - was een tijdje leraar, en nadien onderpastoor in de Sint-Romboutskathedraal.

Hendrik Diddens schrijft over hem:

 

Ofschoon onze pastoor in de omgang door iedereen 'Moeremenneke' werd genoemd, was hij in mijn ogen de edelste mens van heel de omtrek, Hofstad inbegrepen.  Ik zag in hem geen gebreken.  Alles wat hij zei of dee vond ik vaszelfsprekend goed.  Eens hoorde ik thuis mijn veel oudere broer tegen moeder zeggen: "onze pastoor, dat is ne franskiljon!"  Wat een franskiljon is, wist ik toen nog niet, maar ik voelde dat mijn broer kwaad sprak van de pastoor.  En ik ging hem zonder boe of ba tegen zijn benen schoppen.  Ik kreeg een klinkende oorveeg, maar mijn moeder gaf me gelijk.  Pastoor Moeremans begon zijn gewone zondagse preek altijd met de woorden "beminde in Kristus verenigde parochianen".  was er een bijzondere gelegenheid, dan voegde hij daar één of meerdere adjectieven aan toe.  De vaderlandsliefde was bij hem onafscheidbaar met het godsdienstige gevoel verbonden.  Naar het voorbeeld van en uit bewondering voor kardinaal Mercier was hij tijdens de oorlog 14-18 een verwoed tegenstander van de bezetter geweest, en vele jaren nadien kon hij op de predikstoel nog uitvaren tegen de Moffen, de Pruisen, de Barbaren, de Pinhelmen, de Verdrukkers..."

 

Hendrik Diddens adoreerde de pastoor.  Brouwer Charles Feremans duidelijk niet...  Hij diende in het zand de buigen.  Zijn bezwaarschrift werd afgewezen.  De voorlopige kerk werd gebouwd.  Over zijn brouwerij.  En dat zinde hem niet.

 

(uit het boek van Cyriel Van den Ameele 'Kroniek van de parochiekerk')

 

In 1897 kon de voorlopige kerk worden ingewijd en in 1898 werd de nieuwe parochie bij Koninklijk Besluit erkend.  De eerste vergadering van de Raad der Kerkfabriek had plaats op 19 juni 1898.  Aanwezig waren beenhouwers Karel Cuvelier en Adolf Roegiers, landbouwer Jozef Muyldermans en hovenier van Coloma, Corneel Vanhorenbeeck.  Afwezige was...jawel, brouwer Charles Feremans, die 'na rijpe overweging en om gegronde redenen de benoeming niet heeft aanvaard'.

Een maand later werd de voorlopige kerk (die nu feestzaal 't Kranske is) ingehuldigd.  De nieuwe parochie had nog geen muziekvereniging, en daarom diende men een beroep te doen op de fanfare van Hombeek.

Maar een gemeenschap zonder muziekmaatschappij kon dus niet, en datzelfde jaar werd harmonie 'De Verbroedering' gesticht.  Ere-voorzitter werd: ...brouwer Feremans!

De harmonie kende spoedig succes.  Maar dan komen er 'kweddelen in het huishouden'.  Of onze brouwer er iets te maken mee had, durf ik niet te beweren, maar het geschil zorgde wel voor een scheuring.  De dissidente muzikanten stichtten toen 'Kunst en Vrij'.  (pas in 1919 komt er terug toenadering, en de twee verenigingen komen dan terug samen onder de benaming 'Verbroedering - Kunst en Vrij'.  De harmonie bestaat trouwens nu nog steeds als 'Koninklijke Harmonie Mechelen')

Maar zover zijn we dus nog niet.

In 1901 meende Charles Feremans revanche te moeten nemen op de pastoor omdat hij in het zand diende te bijten bij de bouw van de voorlopige kerk.  Hij zette zijn woning die als eerste pastorij werd verhuurd aan de parochie te koop.  En hiermee zette hij 'Moeremenneke' een hak.  Deze had bovendien nét iets te veel de verderfelijke handelspraktijken van de brouwer aan de kaak gesteld vanop zijn kansel!

Het ging van kwaad naar erger.  Toen eind juni 1906 de eerste Processie door de straten van de Hanswijkenhoek ging, stapte wel fanfare 'Kunst en Vrij' mee op, maar 'de Verbroedering' van brouwer Feremans stuurde zijn kat.

 

 

Pastoor Moeremans had weerom een felle preek gehouden tegen de brouwer die het in zijn hoofd had gehaald om een danszaal te bouwen tegenover 'zijn' kerk!

Charles Feremans verbood daarop zijn fanfare om voortaan nog deel te nemen aan de jaarlijkse Processie en al de leden die deel uitmaakten van het parochiaal zangkoor dienden op staande voet ontslag te nemen!

Het spel zat nu helemaal op de wagen!

In 1905 was de brouwer met nog iets geheel anders in het nieuws gekomen.

De man die nog grond had aan de toenmalige Zeutestraat aan de Leuvense vaart, wou de jonge Mechelse voetbalclub Malinwa voorthelpen met die grond te verhuren aan de club.  De club had eerst een veld op een militair domein aan de Antwerpsesteenweg, en nadien in Kauwendaal.  Maar daar diende men te verhuizen door werkzaamheden aan de spoorweg.

 

 

De brouwer betaalde de kosten van de accomodatie.  Later zal KV-Mechelen weerom verkassen - naar de huidige terreinen, maar de Zeutestraat zou voortaan vanaf 1910 'Voetbalstraat' worden genoemd.

Brouwer Feremans: hij was duidelijk een figuur met invloed.  Het waren ook deze feiten die ik min of meer kende uit de verhalen van mijn grootvader die in deze wijk geboren is, uit de herinneringen van Hendrik Diddens en Staf Van Goethem...

Maar toen doken deze krantenknipsels op....

 

 

 

Verbazend.

In 1908 moet de toen 44-jarige echtgenote van Charles Feremans,Françoise Van Noyen, samen met haar 21-jarige zoon Victor, verschijnen voor de Correctionele rechtbank voor Brussel, voor... moordpoging!

En via deze knipsels krijgen we een toch een ongeneerde inkijk in het 'familieleven' van de brouwer.

De echtelieden Feremans-Van Noyen moeten een allesbehalve harmonieus leven gehad hebben.  Uit het verslag van het proces:

 

(...) Madame Feremans die met een notaboekje in de hand zit, komt van tijd tot tijd tusschen en beweert dat haar man haar vroeger wilde dooden heeft en haar met een revolver heeft achtervolgd.  Zij staat recht en nadert de plaats van den voorzitter, zeggende : ik had veel van mijn man te klagen, wat ik te verduren had is ongelooflijk.  Hij had betrekking met andere vrouwen..."

 

Charles Feremans beweerde op het proces anderzijds dat hij 'zoo bevreesd was van zijne vrouw dat hij altijd op de koer at...'" En hij zou altijd op de zolderkamer moeten slapen hebben.  Ook zou hij al eens afgetuigd geworden zijn met een 'stoofhaak'. De zoon en dochter van Charles kozen partij voor hun moeder...

 

 

Feremans vertelde ook dat zijn vrouw scheiding van goederen wilde en dat zijn vrouw hem wilde vermoorden om meesteres van de brouwerij te worden.

Françoise vatte heb plan op om haar man te vermoorden.  Hiervoor zocht zij in Sint-Gillis, Louise Heremans, een vroegere meid op.  Ze kreeg van de brouwersvrouw een flinke som om enkele kerels bij mekaar te zoeken om haar man een kopje kleiner te maken. Het zou gegaan zijn om een som van 4000 frank!

Deze meid ging vervolgens naar een kaartlegster (ene Elisa Drumont) om raad te vragen.  De kaartlegster bracht haar in contact met een jonge man 'die er eerlijker uitzag dan hij was'

De jonge kerel hapte toe (of deed toch alsof) en zocht twee makkers op.  Zij zouden 'met Karnaval' brouwer Feremans bestelen en hem daarna in het water gooien.  Zo zou men nadien denken dat de arme man verdronk nadat hij bestolen werd.  Het zou allemaal moeten gebeuren op de dag dat de brouwer met zijn rijtuig zijn 'kalanten in den omtrek' zou bezoeken. (of dat zou gelukt zijn, was nog maar te betwijfelen, want Charles kon zwemmen...)

Het drietal zou de brouwer daar opwachten.  Feremans zou die dag zo'n 7000 frank op zak hebben gehad.

Maar...het vermetele plan ging niet door.  Als de meid nog een afspraak plande aan de Brusselse 'noordstatie' met de drie, kwam één van hen niet opdagen.  Hij zou het plan aan de politie hebben doorgebriefd.

Zo kwam het hele plan uit.  Een proces volgde.  Vele familieleden zaten in de rechtzaal.  En ja: mevrouw Feremans bekende de feiten...

Zij zou een gevangenisstraf krijgen van 3 jaar en kreeg een boete van 100 frank.  Ook de kaartlegster kreeg dezelfde straf.  Meid Louis vloog 1 jaar achter de tralies en diende 100 frank op te hoesten...

De zoon van de brouwer, die achter de plannen van zijn moeder zou hebben gestaan en door de onderzoeksrechter 'een zeer sterke kerel, maar bekrompen van geest' werd genoemd, werd niet schuldig bevonden.

 

Een smeuïg verhaal uit het begin van vorige eeuw uit de Hanswijkenhoek...  Voorwaar géén klein bier!

 

 

 

 

@ Jan

Prachtig stukje uit den "Beestenhoek"!

Voor mij betekent deze historie misschien een tikje meer dan voor de huidige bewoners van den Hanswijkenhoek.

In 1914 gingen mijn grootouders Staf Bouckaert en Virge Verbiest café "de Pjeirewôa" (Paardenweide of Peerdewei) openhouden om de gezinsfinanciën wat op te krikken. Ik meen uit de vroegere verhalen van mijn oma Virge en va Staf en van mijn moeder te hebben onthouden dat zij 'bierden' van brouwerij Feremans en dat fanfare De Verbroedering hun lokaal had in hun herberg.

De gebeurtenissen tussen brouwer Feremans en zijn echtgenote zullen ze niet ter sprake hebben gebracht om onze jeugdige oortjes niet te moeten belasten met de promicuïteit van de brouwer. Jij daarentegen hoeft je nu niet meer in te houden om ze onder mijn aandacht te brengen. Ik zou zeggen : Hoe vettiger hoe prettiger. Nog meer van dattem!

@ Jan

Het "kippenbrugske" waarover Zatte Armand den brugdrôaier" heerste als een middeleeuwse vorst over zijn koninkrijk, is steeds een bron van ergernis geweest voor wie daar dagelijks het kanaal overstak. De chauffeurs en passagiers van de busverbinding naar Vilvoorde hielden, totdat ze aan de overkant waren, meestal hun adem in tot ze zich veilig waanden. Als voetganger kon je personenwagens nog uit de weg springen op de smalle zijbalken maar een autobus of vrachtwagen kon je niet anders dan voorrang verlenen en wachten tot die de overkant haalden. Menige ruzie tussen autobezitters die ieder voor zich het recht opeisten om als eerste over de brug te kunnen en dan neus aan neus op elkaar scheldend de duivel zaten aan te doen, waren dagelijkse kost.

Als knaapje dat tijdens en na de oorlog school liep in den Hanswijkenhoek, zijn wij kinderen uit de stationsbuurt die daar samen naar de kindertuin bij de 'Dames de Marie' en later naar de jongensschool in de Vredestraat gingen, meerdere winterochtenden moeten rondlopen langs de Plaissancebrug wegens panne of vastgevroren toestand van dat onding. De overzetbootjes aan de Stationstraat en de Rosiersstraat konden niet gebruikt worden 'wegens dichtgevroren'. Dat was een omweg van circa 2 km door de vrieskou. Voordeel: Je kwam klaarwakker aan op school. Als het lang genoeg gevroren had durfden we in de namiddag al eens over het ijs de terugweg naar huis nemen. Dat was echter buiten meester Van Hoof, de kampbeul van de Vredestraat, gerekend. 's Anderdaags werden al die ijsboefjes in het midden van de speelplaats op het appel geroepen en voor gans de school als voorbeeld van ontoelaatbaar zwaar krimineel gedrag te kakken gezet. De zeer originele straf bestond erin dat we minstens 50x de gevleugelde woorden: "Onder het ijs zitten geen draagbalken" moesten produceren in ons kinderlijk schoonschrift.

Wat er uitziet als tonnen op dat scheepje, doet me denken aan de toen nog zeer druk bevaren Leuvense vaart. Ik kan veronderstellen dat het biervaten waren. Begin jaren '50 van vorige eeuw was er een bijna dagelijks transport van vaten met één of meerdere scheepjes van de Leuvens brouwerij 'Stella Artois'. Die snelle boten waren in de zomer ons geliefkoosd doel om, indien hun reddingssloepje achteraan hing, daarvan de rand te grijpen en ons dan te laten meetrekken van aan de Withuisstraat tot aan de Voetbalstraat. Dan hing de door ons moeder gebreide wollen zwembroek door de sterke stroming al wel op onze hielen. Tijd dus om los te laten en onze piemeltjes weg te stoppen in die hobbezakken van zwembroeken. We zwommen dan terug naar het trapje aan de Boutersemstraat. Later  werden die wangedrochten van zwembroeken vervangen door de meer comfortabele latexslips.

Ook de brandstoffenfirma 'Shell' beschikte over één of meerdere snelle scheepjes in het genre van die van 'Artois'.

Aan het kanaal dat 's zomers een onuitputtelijke bron van speelmogelijkheden was, heb ik nog steeds de beste herinneringen en een boel verhalen die nog altijd een monkellachje teweegbrengen als ik ze terug voor de geest haal. Ik mag hopen dat men het scheepsvervoer zal kunnen aanzwengelen en dat men er nooit een snelweg over bouwt!