bevoorradingsbonnen

met categorie:  

In het boek ' Adieu frank ' over de geschiedenis van het Belgische geld, vond ik iets wat mijn aandacht trok.

Volgens het onderschrift zou de onderstaande foto ' bevoorradingsbonnen ' weergeven, ' symbolen voor de degradatie van de levensomstandigheden tijdens de bezetting '

Rechts zie ik groene zegels met een waarde ' 200 Kg ' en een afbeelding van eensteenkoolterril ( ? ). Misschien stond dat voor de levering van 200 kilogram steenkool (-afval ? ).

De blauwe reeks onderaan roept vragen op.

Indien het cijfer 5 op deze zegel stond voor een bepaalde waarde, welke waarde was dat dan? Had iedere stad zijn eigen zegels? Was er een verschil tussen ' rantsoenbonnen ' en ' bevoorradingsbonnen '? of heeft men hier alles op een hoop gegooid?

Heeft iemand hier een antwoord op, of heeft iemand afbeeldingen van de ganse stedenreeks,

mocht die bestaan hebben? Met stijven dank.

Ratsoeneringsbonnen werden door de overheid in het leven geroepen om bij een tekort aan producten, er voor te zorgen, dat iedereen aan deze producten kon geraken. Door middel van een verdeelsysteem en controlesysteem, de distributiebonnen. Distributiebonnen als controle, maar ook om hamsteren door de bevolking tegen te gaan, en speculeren door handelaars tegen te gaan door bevoorradingsbonnen. 

Dus de klanten leverden hun distributiebon in bij de handelaar, de handelaar leverde deze distributiebonnen om voor bevoorradingsbonnen. Waarmee hij zijn goederen kon inkopen.

De aanmaakt en de verdeling van de bonnenkaarten waren taken voor de gemeente. Die was ook verantwoordelijk voor de distributie van de schaarse voedings- en andere producten die de stadsdiensten leverden aan de winkeliers waarbij iedereen zich verplicht moest inschrijven. Iedere gemeente maakte ook eigen bonnen aan voor sommige producten. In Mechelen huisde de dienst voor Voedselvoorziening en Rantsoenering in de danszaal Magic in de Goswin de Stassartstraat. De Mechelse oorlogsburgemeester Baeck (VNV) deed er met schone en vuile middelen alles aan om iedere aardappel of bloemkool die in Mechelen geteeld was ook in Mechelen aan te bieden. Hij werd geregeld op de vingers getikt maar trok zich daar weinig van aan: "eigen Mechelaars eerst" was zijn leuze.

Een van mijn verste herinneringen is dat ik met mijn moeder aan het trapje van het Busleydemuseum (?) aanschoof voor rantsoeneringsbonnetjes.  Vermits ik het mij nog herinner, was het wellicht al na de oorlog, ik vermoed eind 1946 of misschien nog later??  Janarthurleo weet wellicht tot wanneer die zegeltjes werden uitgereikt.

Merkwaardig dat de zegels van 1943 de oude gevel van het postgebouw tonen alhoewel die rond 1907 werd verbouwd tot de trapgevel zoals we hem nu nog kennen.

Ik kan mij niets voorstellen bij de waarde ' 5 ', was dat veel of was dat weinig? Wat Janarthurleo zegt over bons voor de kleinhandel of distribiteurs, is een uitleg die zeer plausibel is. Als je niet over een kolenkelder beschikt is een bon voor 200 kilo kolen niet uit te leggen. Net zoals in de jaren vijftig gingen die mensen een zakje kolen van 10 kg kopen.

Wat de gevel van het postgebouw betreft, misshien gebruikte men een bestaande postzegelcliché uit of vóór WO I? 

Ik herinner me dat bij een autorondrit in de jaren '80 we Joegeslavië doorkruisten. We dienden daar aan de grens benzinebons aan te schaffen.


Ik heb het niet speciaal opgezocht maar ik meen me te herinneren dat de vleesrantsoenering in januari 1948 verdween. Zuivelproducten en tekstiel waren einde mei 1948 niet langer op de bon. Alleen alle nodige dingen voor brood en taarten bleven nog tot einde 48 begin 49 op de bon. Ik herinner me ook nog de vrolijkheid bij de familie toen in 1954 de mededeling kwam dat de rantsoenering was afgeschaft bij de grote overwinnaar; "den Engelsman" zoals de Mechelaars toen zeiden.

Als kinderen uit de drankgelegenheden allerhande aan het Stationsplein, hadden we verschillende speelterreinen waarop we ons konden uitleven. Eén daarvan was de aardeweg langs de Vaartdijk. Aan die hobbelige oeverweg van het kanaal paalde het gebouw van "Het Zegel". Daar werden de Belgische postzegels gedrukt en ook alle soorten rantsoeneringszegels van tijdens en na WO II.

Op een mooie zomerdag hadden ze in die drukkerij de vuilnisbakken buiitengezet op de Vaartdijk. Die waren propvol gestopt met alle mogelijke resterende vellen van die zegeltjes. Waarde hadden ze toch niet meer. Zowel niet als zegel dan als verzamelobject. Het waren er teveel om er een antiquiteit van te maken. We vermaakten ons die voormiddag om die vellen gegomd papier, overal waar ze maar wilden kleven, op te plakken. Het was eens iets anders dan dan de zoveelste voetbalmatch op de kasseien van de Van Kerckhovenstraat.