Mireille bekijkt de wereld door een breedhoeklens

met categorie:  

(foto's: Jan Smets)

Het is één van de meest grijze en natste dagen van deze zomer.  Alles smaakt naar een te vroege herfst en kille mistroostigheid.  Maar dan verschijnt ze, en de dag krijgt kleur.  Een aanstekelijke lach, een spraakwaterval met pretlichtjes in de ogen.  "De regen deert me niet.  Zo slaap je 's nachts goed!"  Optimistisch, intelligent en sociaal.  Ja, het zijn etiketten die op haar passen.  Helemaal.  Mireille Schepers is al zo'n tien jaar Mechelse in hart en nieren - geboren in Congo, 39 jaar geleden, met Afrikaans, Nederlands en Pools-Joods bloed in de aders... 

Ze studeerde vergelijkende cultuurwetenschappen, was actief bij Artsen zonder Grenzen, behaalde een bachelor intercultureel management, en gaf in die hoedanigheid communicatietraining - aan de Thomas More Hogeschool en sinds maart op zelfstandige basis...  En naast dit alles is ze 'gewoon' moeder van drie opgroeiende dochters.  Haar identiteit is complex, maar al die facetten van haar roots heeft ze lief.  Overal voelt ze zich thuis, en ze heeft door haar voorgeschiedenis geleerd niet af te gaan op louter uiterlijkheden.  Mireille is van overal en nergens: een boeiende vrouw met een boeiend levensverhaal - te bewonderen om wat ze in het leven heeft bereikt, te bewonderen om wie ze is...

 

 

Tien jaar geleden kwam ik in Mechelen wonen.  Tot dan woonde ik met mijn man in Gent.  Mechelen had een goeie ligging, en een nicht van mij woonde hier.   Het was géén liefde op het eerste gezicht.  De eerste twee weken waren een hel.  Ik had een hekel aan deze stad.  Ik kwam dan ook uit een bruisende en open studentenstad.  We hadden een huis gekocht in de Gasthuisveldstraat.  Ik voelde me 'bekeken'...  De liefde is moeten groeien.  Nu wil ik niet meer weg uit Mechelen.  Ik heb deze stad zien veanderen van een in mijn ogen groezelig, eng stadje - een 'zwarte stad' met slechte verlichting en ik weet nog wat allemaal, naar een interculturele stad.  Ongeloofllijk wat hier in tien jaar gebeurde.  In de jaren negentig was Mechelen zo'n beetje een laboratorium rond interculturaliteit.  Ik zag de groei van deze stad, ...de positieve tendens.  Nee: naar Gent wil ik niet langer terug...

 

Is Mireille dan 'thuisgekomen'?  Toch wel. Mireille voelt zich thuis in deze stad waarvan ze de mooie kanten stilaan leerde kennen.

Haar levensverhaal en dat van haar familie leest als een roman.

Ze werd geboren in Zongo, in Congo.  Haar moeder die in april op 63-jarige leeftijd overleed, was Congolese.  Haar vader die een flink pak ouder was dan zijn vrouw, en stierf toen Mireille 14 jaar was, was een Bruggeling met Nederlandse roots.

En wat méér is: de grootmoeder van vaders kant was eigenlijk een Poolse met joods bloed in de aderen.  Ze was al rond de Eerste Wereldoorlog naar Nederland afgezakt, waar ze haar grootvader leerde kennen.

 

Ik heb dit alles veel later ontdekt.  Van die joodse voorgeschiedenis wist ik niets. Maar via Facebook heb ik een neef leren kennen die de hele stamboom van de familie Schepers had opgesteld, compleet met geboorte-aktes enzovoort.

 

 

 

Grootvader was een schrijnwerker, en verhuisde van het Nederlandse Roosendaal naar Brugge.  Hij had een bedrijf van dakwerken, en had de wens dat zijn twee zoons ooit de zaak zouden overnemen.  Ze zijn beiden ook schrijnwerker geworden, maar na de dood van hun vader, gooiden ze het roer om, en gingen hun eigen weg.

 

Nonkel Jan richtte de eerste bioscoop op in Brugge, en mijn vader die gek was van techniek, wou in die richting verder.  Hij was door techniek helemaal gepassioneerd.  Hij haalde uurwerken uit mekaar, en moto's...  Kortom zijn hobby werd zijn werk.   Vader was erg getalenteerd.  Bovendien was hij heel sportief en werd hij ooit Belgisch kampioen sidecarcross. Hij was een echte 'sloeber'.  Toen hij de vijftig voorbij was - was het zijn midlifecrisis? - brak hij met België.  Hij was dan wel getrouwd en had een dochter.  Maar in de crisisjaren van eind '60 en begin '70 geraakte hij hier niet meer aan de bak - vond moeilijk werk, en hij dacht erover, net als neven van hem, te emigreren naar Zuid-Afrika.  Het zou dus Congo worden.  Officieel zou hij nooit van zijn vrouw scheiden, ook al werd het contact verbreken.  In Kinshasa begon hij te werken in een garage als 'chef de garage', en daar was hij het manusje van alles.  Toen later het bedrifj stopte, ging hij aan de slag in het ontwikkelingswerk bij Minderbroeders.  Hij was dan ook sterk geëngageerd. 

 

In Kongo leert hij de moeder van Mireille kennen.  Ze krijgen twee dochters: Mireille en haar vijf jaar oudere zus.  In feite waren ze beiden buitenechtelijke dochters dus.  Als Mireille geboren wordt, is vader reeds 56 jaar.

 

Voor hem was ik de zoon die hij nooit zou hebben.  Ik mocht hem meehelpen in zijn atelier, zoals de sleutels aangeven als hij ergens aan één of andere machine of motto aan het werken was.  Misschien ben ik daardoor ook wel iets of wat technisch aangelegd.  Nu doe ik nog trouwens dingen die een doorsnee vrouw normaal niet zou doen...

 

De moeder van Mireille is veel jonger.  Ook zij draagt een opmerkelijke geschiedenis mee.  Haar overgrootvader was niet de natuurlijk opa van van haar moeder.  Overgrootmoeder was de knappe dochter van een plaatselijke notabele.  Ze kon geen kinderen krijgen en dat werd toen als een schande beschouwd.  Haar familie moedigde haar aan om een scheve schaats te rijden met een Portugese handelaar - een zekere Freitas - die rond 1900 in de streek langskwam.  Ze kregen een zoon: Mireilles' grootvader.  de man was heel Westers opgevoed, kreeg de kans om te studeren en werd zelfs schooldirecteur van de hele regio.  Ondanks die Westerse achtergrond dacht hij toch wel conservatief over de opvoeding van zijn dochter...

 

Moeder mocht dan wel intelligent zijn: studeren mocht zij niet, in tegenstelling tot haar broers.  Kansen kreeg ze niet.  Ze kon zelfs niet lezen of schrijven ook al mocht haar vader dan wel directeur van de school in Zongo zijn...  Ach ja: we moeten dat zien in die tijdsgeest.  We schrijven de jaren zestig van vorige eeuw.  Niet zo erg veel eerder kregen vrouwen in België ook die kansen niet.  Moeder heeft dit wel erg gevonden.  Het was of ze iets miste in het leven.  Ze was immers verstandig en sprak vier talen.  Hoe ouder ik ben, en hoe meer ik terugblik op haar leven, merk ik hoe slim ze wel was.  Ik denk dat ik haar taalgevoeligheid heb meegekregen.  Zelf ken ik nu zeven talen.  Met mijn vader sprak ik steeds Nederlands.  Nu nog spreekt m'n zus die altijd in Congo blijven wonen is, nog altijd Nederlands.

 

Mireille kent een zorgeloze en vrije jeugd in Congo.  Avontuurlijk ook.  Ze kan op blote voeten op straat lopen, en als negenjarige mag ze met een brommer de brousse in om vis te kopen..., en kan ze als vaders 'zoon' crossen op de termietenheuvels in de buurt...

Vader Schepers ziet de toekomst van zijn dochters in Afrika.  Nooit staat hij stil bij het idee dat ze misschien wel aan emmigreren denken.  En toch uit Mireille de wens om ooit eens naar België te trekken.  Vader begrijpt dat niet.  Zelf gaat hij niet terug.  Hij is niet gescheiden en hij wil niet geconfronteerd worden met de situatie die hij had achtergelaten door zijn vertrek naar Congo: niet met het verdriet, of het onbegrip...  Doordat hij niet gescheiden iss, zijn Mireille en haar zus nooit erkend geweest als zijn wettelijke dochters.

 

 

En dan sterft haar vader...  Hij had al langer kanker.  De plannen om eens naar België te reizen verdwijnen in de koelkast.  Maar Hugo Van den Daele en zijn vrouw Josée die in Congo goed bevriend waren met vader Schepers herinneren zich de wens van Mireille, en willen hieraan tegemoet komen.  Het moet mogelijk zijn om het meisje te laten studeren in ons land.  Voor moeder is dit geen probleem.  Mireille is in Kinshasa als in '91 de situatie in Congo volledig uit de hand loopt.  Het régime van Mobutu wankelt.  De toestand is ronduit gevaarlijk en Mireille vindt een veilig onderdak in de ambassade van de Benelux.  Bij toeval gaat alles nu heel snel: ze kan naar België, maar ze heeft geen papieren, geen identiteitskaart, geen visum...  Allemaal voortvloeiend uit het feit dat vader zijn dochters niet officieel heeft erkend.  Dat komt nu allemaal uit.  Zo komt ze uiteindelijk 'illegaal' terecht in ons land.  Maar als minderjarige wordt ze gelukkig niet teruggestuurd.  Hugo en zijn vrouw ontfermen zich over het veetienjarige meisje, en richten dadelijk een werkgroep op om een verblijfsvergunning te verkijgen voor Mireille.  Bovendien organiseren ze benefieten om haar studies te bekostigen: een waarborg dat ze hier kan blijven...

 

De oorlog brak ondertussen uit in Congo.  Ik kon niet meer terug.  Het was verschrikkelijk.  Mijn moeder en zus bleven daar achter, en ik kon hen niet eens telefonisch bereiken, en ook de briefwisseling verliep problematisch.  Zowat tien jaar hebben we haast niets van mekaar vernomen.  Mijn zus werd verpleegster, trouwde er, en zou later twee jaar in België komen toen haar man die dokter werd hier tropische geneeskunde kwam studeren.  Met mijn moeder had ik slechts sporadisch contact.  En dat was niet steeds gemakkelijk.  Slechts één keer is ze me kunnen bezoeken in Mechelen - in 2005, toen ik bevallen ben van mijn tweede kindje.  Wat ze toen zei, vergeet ik nooit: "Het is de eerste keer dat ik een bevalling meemaak van een kleinkind..."

 

Mireille kreeg wél de kansen die haar moeder nooit kreeg.  En dat heeft alles te maken doordat ze goed omringd werd door wat zij noemt 'hoogopgeleide wereldverbeteraars met een brede interesse..".   Mireille zou toerisme volgen in Diest, nadat ze weigert om boekhouden te studeren.   In die puberteitsjaren zal ze twee jaar verhuizen naar een klooster in Genk, bij haar 'tante Nonneke' - een zus van de Van Daeles.  Even denkt ze erover of in dat klooster een toekomst voor haar ligt.  Maar dat duurt niet lang.  Ze beleeft immers een eerste kalverliefde.

Als ze haar middelbaar eindigt wil ze verder studeren in Brussel voor vertaler-tolk, Frans, Spaans.  Ze zoekt een kot in de hoofdstad.

 

Ik koos het om de verkeerde redenen.  Het was géén goeie keuze.  Ik had nooit geleerd om te studeren en kende m'n eigen capaciteiten niet.  Ik begon na te denken over wat me écht boeide.  De band met mijn familie was doorgeknipt.  Wilde ik terug naar Congo?  Ik beleefde zowat een identiteitscrisis.  Mijn schoonbroer wou dat ik een beroep leerde en dat ik terugkeerde naar Congo om daar aan de slag te gaan.  De vraag van wie ik was kwam steeds bovendrijven.  Ook als mensen me vroegen van waar ik was, ergerde me dat.  Nu ben ik daar uit: ik kom uit mijn moeders baarmoeder!

 

Mireille besluit het roer om te  gooien en gaat Afrikaanse taalkunde studeren in Gent.

 

Koppig als ik was wou ik alles zélf rooien.  Ik was meerderjarig en niemand zou me kunnen tegenhouden.  Ik ging samenwonen met mijn lief die ik kende van mijn Brusselse studietijd.  Ik was negentien jaar, en hij vierentwintig.  Wat waren we beiden onbezonnen: twee domme ganzen.  Studeren, jobjes aannemen om financieel verder te kunnen...  Soms was het een hel.  en toch heb ik het gedaan gekregen.  Mijn lief, die later de vader van mijn drie kinderen werd, was mijn grootste stimulans.  Zonder hem zou het misschien niet gelukt zijn.  Ik studeerde af en in 2005 kwamen we dan in Mechelen wonen.  Drie kinderen kregen we: Noa, die  nu veertien is, en school loopt in Scheppers kreeg ik toen ik nog studeerde; Juta die negen is, en Iva die vijf is...

 

Het zijn drie Hebreeuwse namen?

 

Ja.  Dat is echt eigenaardig.  Toen ik mijn dochters kreeg wist ik nog niets af van mijn joodse roots.  En toch voelde ik per se dat ik voor deze namen moest kiezen.  Maar ik wist niet waarom.  Ook mijn hekel aan Duits kon ik nooit verklaren.  Ergens las ik later dat collectieve trauma's kunnen overgedragen worden.    Dat was dus de verklaring.

 

In de Gasthuisveldstraat koopt het jonge koppel een huis.  Een huis met een tuintje.  Kindjes.  Bij haar huwelijk wordt Mireille Belgische  Het plaatje klopt. 

Toch besluit het koppel in 2010 uit mekaar te gaan.  Als alleenstaande moeder probeert ze nu alles te combineren: werk en gezin.  Het is soms hectisch, maar het lukt haar.  Altijd heeft ze zelf haar boontjes moeten doppen en het heeft haar sterker gemaakt.

 

ik kies heel bewust om in België te blijven wonen.  En toch is er ergens die stiekeme droom om ooit terug te keren naar Congo.  Ik heb er zelfs een lapje grond gekocht...  Om me af en toe terug te trekken?  Om er mijn oude dag te slijten?  Ik weet het niet.  Ik heb een liefde-haat relatie met Congo.  Soms erger ik me er dood, en wil ik dadelijk terug.  Wat is mijn identiteit: je groeit daar in.  Al wat ik meekreeg heb ik lief.  Al die facetten maken deel uit van mijn leven.  Ik voel me overal een beetje thuis - ik ben van overal en nergens.  Ik kijk niet naar uiterlijkheden en kijk door de oppervlakkigheid.  Het mooiste compliment kreeg ik van een neef die met een Turkse vrouw wou trouwen maar daarbij ook moeilijkheden moest overwinnen.  Hij zei me mij te bewonderen om wie ik was.  Hij zei dat ik niet kan zien dat ik van Congo ben als ik tussen de blanken vertoef, en dat ik volkomen opga tussen de zwarten als ik in dat milieu vertoef.  Hij wou dat zijn kinderen ooit zo zouden mogen opgroeien.

 

Mireille weet dat er een vrij grote Congolese gemeenschap in Mechelen is.  Met de voorzitter van het Mechels-Afrikaans Huis, Nieki Cyprien, heeft ze een erg goeie band.  Maar Mireille zoekt die gemeenschap niet speciaal op.

 

Toch neem ik bewust mijn engagement op voor de Afrikaanse gemeenschap in België, om hen bij te staan.  Vooral in vrouwenzaken.  er leeft immers een feministje in mij!  Soms denkt men door mijn huidskleur dat ik een Marokkaanse ben.  Gek misschien.  En toch.  We delen dat 'Afrikaanse karakter'.  Eén van mijn beste vriendinnen is een gelovige Moslimvrouw, en door mijn vroegere werk bij Femma in Brussel kwam ik veel in contact met Marokkaanse vrouwen.  Soms denken we hetzelfde.  Alleen de religie is anders.  Maar onze waarden en normen delen we.  Ze zijn soms exact dezelfde.  Eigenlijk is het voor ons allemaal een uitdaging om meer naar de gelijkenissen dan naar de verschillen te kijken.  Joden, Christenen en Moslims komen immers uit dezelfde 'zandbak'.

 

Het actuele vluchtelingenprobleem doet een maatschappij erg nadenken over multiculturaliteit.

 

Je ziet hoe mensen verkrampen.  Angst, massahysterie, schrik voor het onbekende...  Economische schommelingen geven ook reëele angsten.  We zitten in het Westen op een berg rijkdom.  We zullen de taart moeten leren delen.  Anderzijds zie je nu ook een omgekeerd rascisme ontstaan.  Veel bedrijven verhuizen naar het Zuiden...  Hoe zal de toekomst worden?

 

 

Mireille Schepers is van vele markten thuis.  Als projectcoördinator zorgde ze in Thomas More voor de voorbereiding van studenten op hun stage in het buitenland.   Cutluur, antropologie  en interculturaliteit zijn haar stokpaardjes.  Voor Artsen zonder Vakantie zorgde ze meer dan twee jaar dat zo'n veertig teams naar Congo konden trekken met materiaal tot operatiekamers toe...  Ze stelde personal travel plannen op voor Congo..., en als consulent in interculturaliteit bouwt ze nu op zelfstandige basis haar beroepsloopbaan uit.

 

Ik ben een heel tevreden vrouw en tel mijn zegeningen.  Ik heb veel geluk gehad, en ben daar ook dankbaar voor.  Een Indiaans spreekwoord zegt dat je een pijl kan afschieten, maar dat je niet weet waar die ooit zal terecht komen.   Ik mijn kinderen herken ik mijn achtergrond.  Wat er van hen gaat worden weet ik niet.  Maar ik geloof er sterk in dat wat je ze meegeeft ook meegedragen wordt.

 

Wie ben ik?  Van waar kom ik?  Waar ga ik naartoe? 

Mireille is van overal en nergens.  Mireille is overal een beetje thuis.  Mireille geeft kleur aan de dag.