"Mijn vader was spion in Wereldoorlog I"

(foto's: Jan Smets)

Frieda Doms woont in een statige burgerwoning aan de Astridlaan: een huis volgestouwd met kunst en antiek.  Ik zie aan de muren werk van Mechelse kunstenaars zoals Ignace Kennis, Albert Geudens...  Maar vooral ademen de muren geschiedenis en staat het huis bol van herinneringen.  Ze worden door Frieda gekoesterd.  Frieda Doms is een vriendelijke, zelfverzekerde dame, heel intelligent en ze praat krachtdadig als een lerares.  Dat is ze dan ook heel haar leven geweest tot haar pensioen in 2000.  In de Ursulinen in de Hoogstraat gaf ze Nederlands en geschiedenis. Bij een kop koffie vertelt ze over haar vader - de man die ze nog steeds adoreert.  Op de tafel worden oude foto's, documenten, bidprentjes uitgespreid... Aan de hand van al deze tastbare herinneringen wordt het leven van Ernest Doms terug in mekaar gepuzzeld.  Ernest werd geboren in de Mechelse wijk Heihoek in 1896, en stierf op 90-jarige leeftijd in 1986.  Als jongste kind, en 'nakomertje' is de steeds ongehuwd gebleven Frieda, blijven inwonen in het ouderlijke huis, en heeft ze tot zijn laatste levensadem met hem samengeleefd.  Vader en dochter hadden een sterke band, en ik zie ook de fysieke gelijkenis.  Maar op de foto wil ze beslist niet, en ik voel dat ik niet moet aandringen.  Jammer, maar ik respecteer haar wens.  Ernest heeft een lang en boeiend leven gehad.  Hij maakte carrière bij de Belgische Spoorwegen, en was als cultuur-en geschiedenisminnaar lid van tal van verenigingen als de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst, het Davidsfonds en de Mechelse vereniging voor Familiekunde. Ernest was diepgelovig en Vlaamsgezind.  Toch heeft hij de Belgische Staat in de Eerste Wereldoorlog meer dan verdienstelijk geholpen.  De jonge Ernest was immers spion in de Groote Oorlog - lid van de 'Service Lux' - een door en door Mechelse spionagedienst die in 1916 werd opgericht en aan de slag was tot de wapenstilstand...

 

 

Mijn vader is  op 25 januari 1896 geboren in de Korte Heistraat.  Maar de familie Doms is eigenlijk afkomstig van Meise.  Grootvader was commisaris van politie in Mechelen.  Mijn vader liep eerst school in de 'bewaarschool van de Zusters van OLV-van Barmhartigheid' voordat hij naar het Sint-Libertusinstituut ging, het toenmalige externaat van het Scheppersinstituut.  Na er de lagere en eerste twee middelbare klassen te hebben doorlopen, ging hij in 1909 over naar het Sint-Romboutscollege.  het Sint-Libertuscollege werd immers gesloten.  In het college zal hij daar zijn moderne humaniora voleindigen.  Hij was een prima student.  Ik heb nog een aantal schoolrapporten van hem.  Normaal zou vader nadien naar de Universiteit gegaan zijn, maar de Wereldoorlog stak jammer genoeg stokken in de wielen....

 

Maar diezelfde oorlog zal het jonge leven van Ernest veranderen.  In november 1906 is spionagedienst 'Service Lux' opgericht door de Antwerpse priester Julien Buelens.  Deze dienst die zeer verdienstelijk is, spioneert tot de wapenstilstand in dienst van de Britse general Headquarters, en probeert zoveel mogelijk info over de Duitse troepenbewegingen in het bezette België door te geven. 

Deze informatie wordt over de Belgisch-Nederlandse grens gesmokkeld.  In Rotterdam wordt al die bijeengesprokkelde info door de militaire attaché's van Groot-Brittanië verwerkt.

Priester Julien Buelens zou als eerste zijn broer René Buelens contacteren, die op dat moment les geeft in het Sint-Romboutscollege. René spreekt op zijn beurt mensen aan die hij dacht te kunnen vertrouwen,en die bovendien een job bij de spoorwegen uitoefenen.  Deze kunnen het gemakkelijkst info over troepen-en materiaaltransporten verzamelen.

 

.

Zo spreekt hij ook oud-leerling Ernest Doms aan.  De jongeman is dan 20 jaar en hij werkt in het station van Haren bij Brussel.  Ideale positie dus om te spioneren.  Méér zelfs: Ernest groeit uit tot de rechterhand van Buelens.  In die positie gaat hij zelf op zoek naar nieuwe recruten om te spioneren.  Zo werft hij ook de stationschef van Hombeek-Heike, Gust De Mayer aan, die samen met het hele gezin de lijn Mechelen-Gent in de gaten zal houden.  Ook in Muizen gaat hij op zoek naar geschikte personen.  Daar vindt hij twee spionnen - Willems en Stevens, die hun rapporten altijd naar Ernest brengen, die hij op zijn beurt dan weer aan René Buelens bezorgd.  Buelens versast ze hierna naar Antwerpen, waarna ze naar Holland worden gesmokkeld.

 

Ernest helpt dus met de oprichting van de posten in Hombeek en Muizen, maar ook in Vilvoorde.  En zélf observeert hij de troepenbewegingen in Mechelen en omgeving, en is hij verbindingsagent.  Vanaf het voorjaar van 1918 krijgt hij de hulp van zijn twee jaar jongere zuster Jeanne.  Zij helpt haar broer met de observaties van de troepen in de Dijlestad.

Moedig.  Met gevaar voor eigen leven doen ze wat ze denken te moeten doen.

Géén van de twee wordt ooit gearresteerd.

 

 

Later zullen ze beiden erkend worden als burgeragent in dienst van het Britse leger.  In 1919 krijgen zij daarom ook het British War Medal en worden ze vermeld in de orde van het Britse leger.  Ernest verwerft zelfs een militaire titel van officier in het Britse leger, en zus Jeanne Doms krijgt een 'décoration civique, medaille 1re classe'.

 

 

Vader heeft nooit veel van de oorlog verteld.  Ik wist wel van zijn spionageactiviteiten, maar de details vertelde hij niet. Wel heeft hij een eigenaardige gewoonte uit die tijd behouden.  Hij had steeds heel kleine papiertjes op zak waar hij vanalles op noteerde.  Ik zei hem soms wel eens: "neem eens een groot blad pa", maar dat deed hij niet.  In de oorlog had hij geleerd te noteren op kleine stukjes papier die verder gesmokkeld werden.  Hij heeft na de oorlog veel erkenning gekregen in het buitenland, maar ook hier in België natuurlijk.  Alleen in Mechelen was hij geen Sant in eigen Land Was hij te Katholiek of te Vlaamsgezind voor de toemalige stadsbestuurders?  Mijn vader was dan wel een Vlaming tot en met, maar nooit was hij Duitsgezind.  Dat etiket dat men op hem kleefde heeft hem ook moeilijkheden gegeven in zijn beroepsloopbaan bij de spoorwegen.  Maar gelukkig zag men dat na een lang proces in dat men hem absoluut niks kon aanwrijven.  Hij werd in ere hersteld.  Maar tegen dat onrecht heeft hij toch moeten vechten.  Hijzelf trok er zich niets van aan.  Mijn moeder vond het wel erger.

 

Inderdaad: Ernest is ondertussen gehuwd.  En na zijn huwelijk zoektt hij een huis in de Leopoldstraat, maar het zou dit huis worden aan de Koningin Astridlaan, toen nog Wilsonlaan geheten.

 

 

Moeder was ook een intelligente dame.  Ze was licenciate Duits en Engels, en gaf les in het officieel onderwijs in Vilvoorde.  Daarom ook mocht ze les blijven geven na haar huwelijk, in tegenstelling tot het Katholiek onderwijs.  Tot haar 55ste heeft ze voor de klas gestaan.  Ze was een goeie moeder, maar van het huishouden had ze geen kaas gegeten.  Wel kon ze goed koken.  Gelukkig hadden we een inwonende meid.  Maar het heeft altijd goed gewerkt.  Het was een goede afspraak tussen mijn ouders.

 

Ernest Doms is in 1913 aangeworven bij de Belgische Spoorwegen als redacteur.  Tijdens de oorlog is hij eerst twee jaar Mechels stadsambtenaar en daarna leraar in Pitzemburg.  Als de oorlog afgelopen is, hervat hij zijn werk bij de spoorgwegen waar hij zijn loopbaan zou eindigen als inspecteur.  Ernest wordt ook algemeen secretaris van het Christelijk Syndicaat van de Spoorwegen en algemeen voorzitter van het Verbond van het Vlaamsch Personeel der Openbare Besturen (VVPOB), waarvan hij de stichter is in 1921.  In het syndicaat en het verbond ijvert hij voor de eisen van het Vlaamse overheidspersoneel.

Daarnaast wordt Ernest Doms in 1918 de eerste gewestelijke correspondent van 'de Standaard', waar hij vijftig jaar lang de algemene en culturele berichtgeving uit de streek van Mechelen en het nieuws over het aartsbisdom zal verzorgen.  Dit draagt bij tot het feit dat de kerkelijke terughouding tegenover de flamingantische krant vermindert...

 

Van de stad kreeg vader weinig waardering.  Maar van het aartsbisdom des te meer.  Vader kende kardinaal Mercier persoonlijk, en later werd hij ook een goeie vriend van de weinig spraakzame kardinaal Van Roey.  Om de veertien dagen werd op het bisschoppelijk paleis een kaartavond georganiseerd.  Hij ging daar altijd naartoe, maar... kaarten heeft hij eigenlijk nooit gekund...

 

In 1950 krijgt hij een pauselijke onderscheiding op voorspraak van Van Roey.  Hij wordt ridder in de Pauselijke Orde van Sint-Silvester.

In Mechelen speelt Ernest een belangrijke rol in het culturele leven van de stad.  Zo is hij actief in het Davidsfonds en de plaatselijke afdeling van het Verbond der Vlaamse Oud-Strijders (VOS).  Ook van de Vereniging voor Familiekunde en de Mechelse Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen is hij een gewaardeerd lid.

Als vrije student volgt hij de leergangen van de Sociale Hogeschool in Leuven.

 

Ondertussen hebben ook mijn grootouders de Korte Heistraat verlaten, en hebben ze samen met m'n vader een huis gevonden aan de Astridlaan.  Mijn ouders krijgen drie kinderen: Herman, die 15 jaar ouder is dan ik, zou later in de advocatuur stappen, en mijn 14 jaar oudere zus Godelieve, die pas een maand geleden is overleden, werd zoals de meeste vrouwen in mijn familie, regentes.  Ik ben in feite een nakomertje, en onze kinderjaren hebben we niet met mekaar gedeeld.

 

In de Tweede Wereldoorlog zal Ernest als spoorwegambtenaar deelnemen aan de 18-daagse veldtocht van 1940.  Nadien wordt hij ook vereerd met de herinneringsmedaille van deze oorlog.

In deze oorlogsperiode worden ook Duitse officieren ondergebracht in hun huis.  Maar deze zijn steeds heel correct, en de familie ondervindt  van hen geen last.  Eén van de officieren kan goed piano spelen en Frieda kan zich herinneren dat ze bij hem zelfs op schoot mocht zitten...

In die oorlog wordt het huis aan de Astridlaan erg beschadigd bij een bombardement...  de hele achterbouw wordt vernield...

 

 

Ik heb een mooie jeugd gehad.  Ik heb van mijn ouders een grote culturele bagage meegekregen.  Drie maal per jaar gingen we op reis - met de trein uiteraard.  Zowel mijn vader als moeder konden niet met de auto rijden, en zo was ik vaak ook chauffeur.  De reismicrobe heb ik wel degelijk van hen.  Als ik dan later zélf op reis ging, heeft hij mijn reizen mee voorbereid.  Hij wees me er dan op wat ik zéker moest bezichtigen.  Na mijn reis moest ik hem van naaldje tot draadje vertellen wat ik allemaal gezien had.  Daar was hij erg in geboeid.  Ik ben net als mijn moeder ook in het onderwijs gestapt.  Ik studeerde eerst Latijn en daarna vervolgde ik mijn opleiding in OLV-Waver, en kreeg nadien een plaats aangeboden bij de Ursulinen in de Hoogstraat, in de afdelingen Handel, economische wetenschappen en sociaal technische.  Maar...in het Katholiek onderwijs mocht je niet getrouwd zijn als vrouwelijke leerkracht, in tegenstelling tot mijn moeder in het officieel onderwijs.  Ik ben ongehuwd gebleven.  Ook bleef ik thuis inwonen.  Mijn moeder overleed in 1978 na een slepende ziekte.  Mijn vader overleed op 17 juni 1986.  Hij werd 90 jaar.

 

  (Frieda bij Eerste Communie)

 

Niet alleen het gezin van Ernest woont aan de Astridlaan, maar ook zijn ouders., die buren worden van burgemeester Spinoy. Later zullen ook dochter Godelieve en zoon Herman aan dezelfde vest komen wonen.  Frieda herinnert zich nog dat ze met een kleine speelgoedkinderwagen naar haar grootmoeder trok, die ook in de negentig is geworden...

 

 

Frieda Doms heeft 40 jaar les gegeven: Nederlands en geschiedenis, tot ze in 2000 op pensioen gaat.  Ze vertelt dat haar vader die een geschiedenisfreak was (hij was bijvoorbeeld erg geboeid door de figuur van Napoleon), voor haar lessen ook veel opzoekingswerk deed.

 

Ik had een hele goede band met hem.  Hij was geen 'moderne' vader.  Hij was immers een kind van zijn tijd.  Spelen met mij deed hij nooit.  Maar vertellen des te meer.  Als ik later ouder was, en hij terugkeerde van één van zijn talrijke vergaderingen vond hij in mij een luisterend oor om alles van a tot z te vertellen.  Hij had een onleesbaar geschrift dat hij alleen ontcijferen kon.  Voor zijn krantenbijdragen rekende hij op mij om de telegrammen te bezorgen.  Verder was hij heel strikt, maar zich bemoeien met mijn leven deed hij niet.  Hij vond het niet zo erg dat hij indertijd niet zo veel erkenning kreeg in eigen stad, maar de internationale waardering deed hem wel deugd.  In Mechelen werden zijn voorstellen regelmatig afgeketst. Vader was een bescheiden man.  Na zijn pensioen had hij een vast dagpatroon.  Als erg gelovige man werd zijn dag gestart met de mis bij de paters.  Dan volgde een boterham, steevast met honing of confituur, waarna hij de stad introk.  In de Hoogstraat ging hij zijn kranten halen: de Standaard, La Libre Belgique en de Gazet van Mechelen.  Nadien trok hij dan naar de Sint-Romboutskathedraal in de hoop dat hij daar toeristen trof aan wie hij kon vertellen over deze kerk.  Hij hield van deze stad.  Hij kende de geschiedenis van Mechelen door en door.  Hij noemde zich ook Brabander.  Geen Antwerpenaar.

 

 

Ernest Doms is in de vergetelheid geraakt.  Er wordt nooit meer iets over hem gepubliceerd, en zijn generatiegenoten zijn overleden.  Er wordt niet zoveel meer over hem gesproken.

 

Ik heb van hem veel geleerd.  Ik heb een prachtige jeugd en leven gehad, en ben blij met de culturele bagage die ik heb meegekregen.  Vroeger ging ik met hem vaak naar tentoonstellingen, en dat doe ik nu nog.  Ook ga ik dikwijls op reis.  Zo kom ik pas terug van Spanje. Kunstenaars waren hier kind aan huis.  Als ze krap bij kas zaten, mochten ze hier gratis komen eten.  Ignace Kennis was zo een familievriend.  Als je dit allemaal van zo dicht hebt meegemaakt, tekent dat ook je leven.  Ik ben er dankbaar om.

 

Het huis ademt geschiedenis.  Hier hangt nog steeds de geest van een bijzonder man....

 

                              

(en boven de zetel hangt nog steeds zijn geschilderde portret...)

 

Nawoord...

 

Hugo Van der Roost is actief in het bestuur van de wijk Heihoek.  Een tijd geleden kreeg hij van de stad de vraag of het misschien mogelijk was, om in navolging van de wijk 't Veer, borden te hangen aan gevels met verhalen over de huizen en haar bijzondere bewoners....  Hugo ging op zoek en ontdekte dat in de Korte Heistraat een latere spion van WOI was geboren...  Ernest Doms.

Via de Mechelse historicus Geert Clerbout die het boeiende naslagwerk 'Oorlog aan de Dijle' schreef, kreeg hij heel wat informatie over Ernest Doms.

Mogelijk, en na onderhandeling met de huidige bewoners van het vroegere huis van Doms, kan er een bord aan de gevel worden bevestigd, met een korte neerslag van zijn oorlogsactiviteiten en een foto.

 

 

Artikel kwam tot stand na gesprek met Frieda Doms en geholpen door de doorgespeelde informatie van Geert Clerbout, en de hulp van Hugo Van der Roost. Waarvoor dank.  Een andere bron was een oudleerlingenblad van het Scheppersinstituut uit 1959.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zeer boeiend om lezen, een mens vraagt zich af hoeveel geheimen uit de recente geschiedenis nog achter onze Mechelse gevels voortleven;

Voor zij die meer willen weten (en lezen) over Wereldoorlog I is er een nieuw adres :

Kranten van de Groote Oorlog Online

Gewoon doorklikken en zoeken op Mechelen.

Voorbeeld uit bovenstaande link en zoekterm - 7 / 89