bakkerskoppel David en Maria Van Roey-Buts deed het...briljant

 

(foto's: Jan Smets en familie-archief Van Roey)

Heel gastvrij wordt ik ontvangen in hun keurige en smaakvolle appartement in het dorp van Bonheiden, waar ze sinds een zevental jaar wonen.  Maria Buts is een vriendelijke, praatgrage vrouw die een zekere elegante klasse uitstraalt.  Ze stribbelt eerst wat tegen om gefotografeerd te worden, omdat ze pas twee dagen later naar de kapper kan.  Maar ik verzeker haar dat ze er prima uitziet, en toon op het kleine schermpje de foto die ik nam.  Ze kan er blijkbaar mee leven. Haar knie wilt niet mee, en ook diabetes speelt haar parten... Het beperkt haar mobiliteit een beetje, en dat is niet eenvoudig voor iemand die heel sociaal ingesteld is.  Maar Maria is karaktersterk - Het leven leerde haar dat.  Ze mag er voor haar 85 lentes nog best zijn.  En niets anders kan  gezegd worden over haar zorgzame man, David, die nog vier jaar ouder is.  Dit echtpaar is een tandem - ze kunnen niet zonder mekaar.  In september zijn ze 65 jaar gehuwd, en deze briljanten bruiloft willen ze vieren met hun vele familie en vrienden, net zoals ze vroegere jubilea vierden.  Ze kijken er erg naar uit.  Twee lieve mensen - Maria en David.  Ze hebben hun hele leven keihard gewerkt, en ze hebben 'het' gemaakt.  Nochtans zag alles er in hun jeugdjaren niet zo rooskleurig uit, en hebben ze een aantal trauma's moeten verwerken.  Maar het heeft hen gesterkt.  Ze begonnen op de onderste sport van de ladder, maar gestaag hebben ze iets bereikt in het leven waar ze trots mogen op zijnBakkerszaak Van Roey op de Grote Markt, op de hoek met de Bruul, hebben ze tot 1978 opengehouden, en het was een bloeiende zaak toen ze deze overlieten om na hard werken van het leven te kunnen genieten...

 

 

Nee, het leven heeft hen niet gespaard in hun kinderjaren.  En dat is op zijn zachtst uitgedrukt.  De kleine Maria verloor haar vader zoen ze zes jaar was.  De man was slechts 42 jaar en stierf na een zware niercrisis.  Plots werd haar moeder dus weduwe met twee dochters: Maria, en haar tien jaar oudere zus, Mathilde.

Vader Buts was hovenier, en het gezin woonde in de Boetestraat, niet ver van de Leuvense vaart.  Het noodlot had hard toegeslagen en moeder moest zien dat ze de eindjes aan mekaar kon knopen.  Hoveniersvrouw zijnde, begon ze dan in 1940 met hulp van een aantal bevriende buren en hoveniers  een groenten-en bloemenzaak in de Adegemstraat 11, vlak over Lamot.

Maar dit huis heeft hen geen geluk gebracht.  Het gezin werd weerom héél hard getroffen.  Bij het bombardement van 19 april 1944 op onze stad, vielen brandbommen op de kerk van OLV-over-de-Dijle...en op het huis van de familie Buts in de Adegemstraat.  Een bom kwam tussen moeder en Maria terecht, en ze werden zwaar gewond naar het 'gasthuis' gebracht. (zus Mathilde was op het moment van het bombardement gelukkig niet thuis)  Beiden hadden heel ernstige brandwonden opgelopen.  Enkele dagen later zou moeder aan haar verwondingen overlijden.  Maria was veertien jaar, en wees...   In het gasthuis kwamen koningin Elisabeth en kardinaal Van Roey op bezoek, maar wat had je hieraan als lot zo ongenadig was, en het verdriet zo groot...

Toen op 1 mei nog een zwaarder bombardement de stad teisterde, lag Maria nog in het ziekenhuis...

Veertien jaar...  Schoollopen was afgelopen.  Gelukkig ontfermden de schoonouders van zus Mathilde zich over het meisje. Dit was natuurlijk beter dan het weeshuis...  Ondertussen had de oudere Mathilde immers verkering gekregen met een jongen van Battel.  Aan de Hoge Weg werd ze liefdevol opgevangen, totdat later het winkeltje in de Adegemstraat terug opgeknapt was, en ze het met haar zus weerom kon openen.

Maar een ongeluk komt nooit alleen. Tot overmaat van ramp stierf de man van Mathilde na slechts twee jaar huwelijk aan leukemie.  Zesentwintig was hij maar...

Maar de zussen zetten door. 

Ook David kende een moeilijke start in het leven.  Eigenlijk werd hij in familiekring Ernest genoemd naar de toen pas benoemde kardinaal Ernest Van Roey.  De officiële naam, David, kwam van zijn dooppeter.    David werd in 1926 geboren in een landbouwersgezin in Leest.  Zijn vader was twee keer getrouwd, en twee keer werd hij weduwnaar.  De kleine jongen was het tiende kind van het gezin.  Maar zijn moeder heeft hij nooit gekend.  Ze stierf als David nog erg jong was.  Gelukkig werd hij mee opgevoed door zijn oudere zussen.

David was geen studiehoofd, en op 14 jarige leeftijd begon zijn opleiding tot patissier.  Het begon allemaal bij patissier Van den Eynde in de Consciencestraat nabij de 'Kommiezenhuizen'.  Bij patissier  Van Uytven in Leuven kreeg hij kost en inwoon, en kon hij zich verder bekwamen.  Later zou David ook nog een tijdje werken in Elsene én in de Brusselse Wetstraat.  De job lag hem.  Hij deed het graag én goed...

Maria was een doorzetter.  In 1950 kreeg ze de kans om in een coöperatieve winkel aan de Schuttersvest te werken: de COPOP, een winkel waar mensen van het arsenaal, de post, enz.  voordelig konden kopen

 

Ik had niet lang school gelopen, en Frans kon ik niet goed.  Maar rekenen lukte me wel heel erg.  Ik solliciteerde en men moet 'iets' in mij gezien hebben. Toen me mij vroeg 'hoe men 'commerce' moet doen', heb ik geantwoord dat je verzorgde kledij moet dragen, gekende merken moet verkopen, niet té veel winst maken, en vriendelijk zijn'.   Men moet gezien hebben dat ik zakentalent had.  Ik wilde er komen!  Voor de winkel was ik veel de straat op, en gaandeweg leerde ik 'commerce' doen.  Ik hield m'n ogen goed open...

 

David en Maria.  Ze begonnen onderaan de ladder, maar hadden de vaste wil om iets te bereiken in het leven.

Ze leren mekaar kennen op Stuivenberg.  Een tweede ontmoeting volgde met Battel Kermis.  Maria was nog maar 16 jaar, en zekreeg voorzichtig verkering met David.  Toch vond men haar te jong, en door haar omgeving beïnvloed, maakte ze het uit.  Later ontmoetten ze mekaar opnieuw, en toen sloeg de vonk terug over.

Ze huwden op 19 september 1950 in de Mechelse Heilig Hartkerk, en de feest ging thuis bij de familie Van Roey in Leest.  Er was op die trouwdag ook wel weemoed, als men dacht aan de zo jong overleden ouders.  Maria vertelt dat de tranen haar soms nader stonden, en toch wil ze niet dat al die dramatische voorvallen de teneur van dit gesprek mogen bepalen. 

Maria had op een bepaald moment ontdekt dat het bakkerswinkeltje van de familie Storms op de hoek van Grote Markt en Bruul, over te nemen stond, en daadkrachtig zoals ze altijd was, trok ze haar stoute schoenen aan, overtuigde haar eerst wat aarzelende man, en ze werden de nieuwe eigenaars van de winkel in 1952.  Met de hulp van familie konden ze dit risico aan.  Met hard zwoegen deden ze de rest.  Eén gast van de zaak Storms namen ze over, en enkele jaren later waren er al drie gasten aan de slag in de bakkerszaak.  (op het einde van hun bakkersloopbaan hadden ze twee winkels en veertien personeelsleden! Maar zover zijn we nog lang niet...).

 

 

Onder de winkel lag een grote kelder die onder de Bruul doorliep tot bijna aan de Keizerin aan de overkant.  In die kelder stond de oven.  Er werd nog met kolen gestookt.  Boven ons hoorden we de trams door de Bruul rijden!     We moesten in die kelder ook regelmatig water wegpompen, want vlietjes zijn in Mechelen nooit ver weg.  Heel langzaam bouwden we alles op.  Dan kochten we een broodsnijmachine, dan weer iets anders, dan een auto voor leveringen, dan een grote koeltoog nadat een toeschouwer van de Hanswijkprocessie die epilepsie had door de oude glazen toog was gevallen...  Later maakten we een kleine gebruikszaal in de winkel...

 

In 1958 openden ze een tweede winkel aan de Battelsesteenweg naast de behangerszaak van Pol Piessens (nadat Maria en David stopten, is bakker Van Eeckhout er ingetrokken).  In die winkel werd zus Mathilde gérante.  Nooit was er ruzie tussen de zussen.  Mathilde had haar zusje geholpen als ze jong was, en nu kon Maria iets terug doen voor haar. 

Maria bleef de winkel op de Grote Markt 'doen'.  Ze begon jong, en het personeel was vaak nog jonger.  Maar steeds onderhielden ze een goeie band met hen - tot op de dag van vandaag.  Velen zijn vrienden gebleven.  Ook met de handelaars in de naaste buurt hadden ze goeie contacten, zoals met beenhouwerszaak Miseur, lingeriewinkel De Bie...

 

 

Het personeel droeg ons op handen.  We gingen als vrienden met mekaar om.  Op ons jublileum zullen er nog een aantal komen!  Zelf hebben we nooit kinderen gehad, maar onze mensen aten hier hetzelfde als wij, en mochten op vrije dagen vaak mee op uitstap met ons...  Ik was 22 jaar als ik begon in de winkel, maar toch zag ik werk, en ik mocht ook iets zeggen aan onze mensen.

 

Pattiserie Van Roey was een begrip geworden in Mechelen.  Alles werd altijd vers gemaakt van het brood tot de astridjes...  En zelfs het ijs en chocolade werden eigenhandig vervaardigd.  Dat laatste deed David nog het liefste.

Maria die creatief is en ook goed tekenen kon, had ook een oog voor 'aankleding'.   De zaak was steeds piekfijn gedecoreerd.  Daar stond Maria op.  En ook vond ze het keurig als de winkelmeisjes allemaal dezelfde voorschot droegen.. 

In de gebruikszaal kwamen de 'madammekes van 's stad' hun koffietje drinken en hun gebakje eten.  Maar iedereen voelde zich er wel thuis.  De mensen van de kermis, die van 't stadhuis, de gewone Mechelaar...En de wat oudere gebakjes werden al eens vriendelijk geschonken aan de politie die toen huisde in het stadhuis, of aan de agent die het verkeer regelde in de 'ton'...

Omdat Maria zo getalenteerd was, werd ze gevraagd of ze geen zin had om voorzitster te worden van de vrouwenafdeling van de 'Bakkersbond  Mechelen en omliggende'.  En die taak heeft ze vijftien jaar met veel plichtsbesef en creativiteit uitgeoefend. Ze richtte Culturele activiteiten in, organiseerde Franse les, zwemmen, turnen...  En het meisje dat maar tot haar 14 jaar schoolliep deed het met verve.  En zo leerde ze ook speechen op officiële gebeurtenissen...  Ze deed het allemaal met stijl, en nog maar enkele dagen geleden hoorde ik vertellen dat 'madame van Roey' toch altijd  een 'ferm madam' was...

 

(vlnr: Van Schap, Guido Verhaeghen, ?, Maria Buts, bakker Dauwe, burgemeester van Daele, iemand van de Nationale Bakkersbond en schepen van middenstand Jean Charlier...)

'Nationaal patroonsfeest, in Mechelen gehouden in 1976.  Vooraan in de stoet achter de man met de vlag loopt Maria...)

(met uiterst links burgemeester Désiré van Daele, en rechts Maria Buts en bakker Victor Jannes...)

(op een door haar ingerichte cultuurdag krijgt Maria een erkentelijkheidsmedaille van de stad, uitgereikt door burgemeester Van Daele, op ons stadhuis...)

 

De Bond bestaat nu niet meer...  Tja, er zijn ook bijna of geen bakkers meer.  Maar ik heb er goeie herinneringen aan.  Ik heb altijd met een goed team gewerkt.  Ik was de commandant - vroeger 'gendarm' en nu...een 'klein policke'... 

 

David lacht.  Hij kent zijn vrouw.  Hij weet ook dat alles niet zo zou gelopen zijn zonder een sterke vrouw als Maria.

 

Het zou me nooit alleen gelukt zijn zonder Maria.  We hebben altijd samen voor deze zaak gewerkt.  Een sterke vrouw is alles.  We hebben hard gewerkt in ons leven.  De eerste jaren namen we zelfs maar 1 dag vrij in de week, en we hadden geen vakantie.  Van niks zijn we begonnen, maar we zijn trots dat al wat we hebben bereikt 'van ons' is.  Nu zijn we oud geworden, en helpen we mekaar.

 

In 1978 beslisten ze beiden om de zaak te stoppen en meer van het leven te genieten. Het leven kan kort zijn.  Hun levenservaring leerde dat.  Maria vertelt me dat ze een stuk jeugd gemist heeft.  Ze kreeg behoefte aan meer rust dan enkel een vrije avond in de week om bijvoorbeeld naar de Ancièn Belgique in Antwerpen te gaan...  De winkel aan de Grote Markt werd overgenomen door Masson, maar die gaat later in faling, en dat is iets wat David nu nog jammer vindt.  Later komt er een horlogewinkel in het pand, en nu is het al heel wat jaren een pralinewinkel van Leonidas.

 

 

Hun broodje was gebakken.  Beiden gingen wonden in een villaatje in Keerbergen: een paradijs voor Maria die veel van haar tuin en haar bloemen hield.  "De Grote Markt was immers altijd hetzelfde.  Ik wou eindelijk ook eens ergens 'schoon' wonen tussen het groen."  Met ouder te worden, werd die tuin onderhouden te zwaar, en men verhuisde naar de Boomgaardstraat.  Nog later werd dit appartement in Bonheiden hun nieuwe stek, en in Bonheiden wisten deze Maneblussers zich goed in te burgeren.  De immer sociale Maria vond haar ding bij Ziekenzorg, en bij OKRA leerden ze nieuwe vrienden kennen. 

 

We hebben hier alles bij de hand, en als we naar Mechelen willen, kunnen we dat gemakkelijk met de bus, want David rijdt nu niet meer met de wagen.  Maar de nieuwe Bruul wil ik nog wel eens zien...  Ach, Mechelen en zijn vele bakkerszaken van toen...  Waar zijn ze gebleven...  Vele andere bakkers waren niet zozeer concurrenten van ons, alswel vrienden...  Ik denk aan de Cock van de Hanswijkstraat, Jannes van de tervuursesteenweg, Dauwe die voorzitter van de Bond was toen ik voorzitster van de vrouwenafdeling werd..; (hij had me nog als kind gekend in het winkeltje van mijn moeder in de Adegemstraat...), Vanderbeek, Verstraelen, Hendrickx...  Velen van die generatie zijn er nu niet meer. 

 

David verstaat het wel waarom de bakkerstiel niet meer gegeerd is.

 

Het is een moeilijke tijd om een zaak op te starten.  Wij zijn kunnen beginnen in een gouden tijd en konden iets opbouwen.  Ook is het héél hard werken - ook op momenten dat anderen feesten...  Jonge mensen zijn daar vandaag minder toe bereid.  Ik heb nergens spijt van.  Ik zou zo terug beginnen.  Ik heb deze stiel altijd graag gedaan, en heb een schoon leven gehad.

 

Een neef belt aan met het ontwerp voor het feest van hun huwelijksjubileum.   Ze keuren het goed...  Ze stralen beiden, en je merkt dat ze er naar uitkijken.  65 jaar delen ze nu lief en leed.  Hun kinderjaren waren niet zo mooi, maar optimistisch en positief ingesteld als ze zijn, hebben ze deze bladzijde omgedraaid en zijn niet bij de pakken blijven zitten.  Het leed heeft hen gesterkt, hun karakter gevormd.  Ze wilden vooruit, en hebben het toch maar voor mekaar gekregen..  Van niets begonnen bouwden ze een succesvolle zaak uit.  En daar mogen ze heel fier op zijn. 

Maria en David: twee schatten van mensen.  Ze deden het...briljant, op de werkvloer en in de liefde...  En dat is mooi om zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Die kelder met die ijzeren valdeuren op de markt .... 

De bakkerijgeur die daar kon uitstijgen!

Zeker geen vlietenkeldergeur ,-)

Soms vraag ik me af waar ik toen leefde. Ik kan me met de bese wil van de wereld die bakker niet herinneren. Kwam ik dan zo weinig in het stad?

Voor een paar weken vroeg ik nog aan hun neef Guy (zoon van schepen Jean Charlier, de zwager van "Marjake" en "onze Neste") hoe ze het stelden. Zeer goed dus. Het ga hen goed.

jan neckers

Dat er zoveel handelszaken int Stad ent Land van Mechelen zijn, is meer dan toe te juichen !

Maar ik dacht dat er ook zoiets was als een Vestigingswet.  Wat deze wet allemaal inhoudt, laat ik over aan diegenen die hebben doorgestudeerd.  Maar ik dacht dat één van de richtlijnen was dat men, binnen een afstand van een X aantal meter, niet een gelijkaardige handelszaak mocht openstellen.  Vermoedelijk om een diversiteit aan verschillende handelszaken te verkrijgen of te behouden die elkaar niet doodconcurreren.

Geen idee hoe het vroeger was, maar wat me - heden ten dage - wel opvalt is dat bijv. Slagerij Dockx in de Hoogstraat geflankeerd wordt door twee bakkerswinkels.  Bakkerij Mens is er al eeuwen maar sinds kort is er langs de andere kant precies ne spiksplinternieuwe bakkerswinkel bijgekomen !

Bakkerij Mens

Wetten zijn er om overtreden te worden beste Gim. Wet van Murphy. Voor meer uitleg, schoon verdiep waar ze er een draai zullen aan geven.