Het verhaal van Tineke Diddens, het levende geheugen van de Hanswijkenhoek...

met categorie:  

 

  (foto's: Jan Smets)

Ze is 92 jaar en een spraakwaterval gezegend met een ontzettend goed geheugen.  Tineke Diddens is één van de oudste, authentieke bewoners van de Hanswijkenhoek en vertelt me haar levensverhaal.  Drie uur lang luister ik naar haar.  Ze slaat af en toe een 'zijstraatje' in, om daarna weer feilloos en zonder hapering terug op de 'hoofdweg' te komen - chronologisch correct.  Ik sta versteld.  Tineke vertelt zoals haar broer Hendrik  het neerschreef.  Hendrik Diddens werd bekend van het eerste Woordenboek van het Mechels dialect, zijn 'Fabels van de Voddemèt', tal van historische verhalen én van 'Mijn kinderjaren in de Hanswijkenhoek'.  Hij schreef met veel nostalgie over deze Mechelse wijk zoals alleen onderwijzers van zijn generatie dat konden...  Maar zijn jongere zus Tineke vertelt het even kleurrijk op haar manier.  Tineke Diddens: een gewone huisvrouw uit 'den Hoek', erg sociaal en intelligent.  Haar gezichtsvermogen mag dan wel sterk achteruitgaan: haar memorie is levendig en haar verhaal is doorspekt met tal van details.  Ze mag dan ook terecht het 'levende geheugen van deze wijk' genoemd worden...

 

 

Tineke die sinds tien jaar weduwe is, woont nog zelfstandig in haar huis aan de Tervuursesteenweg, naast electrozaak Van der Goten.  Ze had een gelukkig huwelijk met haar man Staf Schillemans, maar dankzij de goede zorgen van haar drie kinderen heeft ze de draad van haar leven terug kunnen oppakken.  Tineke heeft twee zonen: Luc en Dirk en een dochter, Hilde, die wel drie keer per dag bij moeder langsloopt en een aantal dagen van de week  ook haar potje kookt.  Ze is mijn 'numero uno' zegt Tineke dankbaar.  Dochter Hilde die er bij zit, wuift dat compliment bescheiden weg en schenkt ons nog een derde kopje koffie...

Zélf is Tineke het jongste kind uit een nest van zeven.  Ze werd geboren, vijf jaar na het laatste kind.  Haar ouders moeten hun gezin al als 'compleet' hebben ervaren.  Maar daar diende Tineke zich aan - het kakenestje, tweeëntwintig jaar na haar oudste broer. Ze werd geboren in de kliniek van Peeters, met de keizersnee, één van de eerste verrichtingen van de toen nog jonge dokter Lindemans.(vader van de latere dokteres Lindemans).

 

Ik had vijf broers en één zus.  Ik woon nog steeds hier in mijn ouderlijke huis.  Als jongste heb ik steeds voor mijn ouder wordende ouders gezorgd.  Ik en Staf hadden wel de kans om een nieuw huis te kopen aan het Esdoornplein, maar mijn wenende moeder zag dat niet zitten, en toen besloten we maar aan de Tervuursesteenweg te blijven wonen...

 

(het Colomabrugske over de Leuvense vaart, met de Sint-Joze-Colomakerk en links de brouwerij van Feremans aan de hoek met de Tervuursesteenweg...)

 

De grootouders van Tineke zijn rond 1880 in de Hanswijkenhoek komen wonen.  Ze hadden een huis over de Abeelstraat.  Maar de Diddensen zijn eigenlijk afkomstig van Leest.  Broer Hendrik beschreef de oude familiegeschiedenis vanaf 1540.  Negen generaties Diddens hadden hun stek in Leest.  Een heel merkwaardig verhaal is dat van een voorouder Diddens die lang 'den desserteur van Leest' werd genoemd, omdat hij als soldaat wist te ontsnappen uit het grote leger van Napoleon.  Hendrik construeerde zijn levensverhaal.  Nu nog zijn er Diddensen te vinden in het Mechelse Zennedorp.

 

In die tijd hadden nog velen in de Hanswijkenhoek een bijnaam.  Onze familie werd die 'van 't kardinaaltje' genoemd.  Zo was er een andere familie die 'die van den buskop' werden geheten... Mijn vader werkte aan 't Arsenaal zoals erg veel mensen van de Hanswijkenhoek.  Hij deed mee aan een examen van den Ijzerenweg, en mocht zich sinsdien 'chef visiteur van de locomotieven' noemen.  Weet je dat hij de eerste was bij dat examen?  En dat van het hele land...  Onze pa was een rasverteller, en misschien had onze Hendrik, of ik, het wel van hem...  Maar ons moeder had niet zo graag dat hij aan ons verhaaltjes vertelde.  'Kinderen vertellen al te veel leugens' zei ze dan.  Moeder was niet echt de gemakkelijkste en vrij autoritair.  Ik denk ook niet dat ze erg in mij geloofde.  Waar de oudere kinderen de kans kregen om te studeren, moest ik stoppen met school, en vanaf mijn veertien jaar thuis aan de slag in het huishouden.  Ik ben niet ongelukkig geweest in mijn leven, maar ik heb altijd hard gewerkt, en soms had ik wel een minderwaardigheidscomplex omdat ik niet heb kunnen studeren.  Nochtans was ik niet van de domste.  Ik haalde 90 % in mijn 'achtste studiejaar' (de toenmalige 'vierde graad').  Zélfs mijn broers vonden het erg voor mij dat ik de school diende te staken... Maar ja: moeder vond dat ik in het huishouden diende mee te werken...En ik luisterde.

 

 

(het kramikkelige 'Kippebrugske' over de vaart: de toegang tot de Hanswijkenhoek...)

 

De broers van Tineke mochten verder leren.  Edouard trad in bij de broeders van Scheppers; Bert werd technisch ingenieur en begon bij 'den intercom', en Hendrik werd onderwijzer.

 

De meisjes gingen in dien tijd naar school op Coloma, en de jongens gingen naar de Vredestaat.  Nadien zijn er enkelen naar de Broeders van Barmhartigheid in de OLV-straat geweest.  ze studeerden allemaal goed.  Zo was onzen Bert de eerste voor godsdienst van heel Mechelen. Hiervoor kreeg hij als prijs een mooi boek én 200 frank wat toen heel veel geld was,  Onderpastoor Dubois van ons parochie zei tegen hem dat als hij dat geld aan hem gaf, hij mee mocht gaan op de bedevaart van de wijk naar Lourdes...  We schrijven jaren dertig van vorige eeuw...  Onzen Hendrik ging naar de normaalschool.  Ook hij was een briljant student, en hij kwam met 98% uit.  Op enkele maanden tijd behaalde hij nadien zijn franstalig diploma, en zo mocht hij ook in Brussel lesgeven, want dat was in die tijd vereist.  Later gaf hij ook les bij de Jezuïeten in Antwerpen.  Maar voor mij was het dus: stoppen met school.  Het was zo'n beetje het motto van 'ons thuis': blijf maar bescheiden.  's Morgens diende ik vroeg op te staan om er mee voor te zorgen dat mijn broers naar school konden met proper gepoetste schoenen en dergelijke...  En dan diende ik mee te werken in het huishouden.  Maar m'n broers hebben dit altijd erg gewaardeerd.  Ze zagen me graag en zijn ook later regelmatig bij mij over de vloer gekomen.  Ze beseften wat ik voor hen had gedaan...

 

(bedevaart van den Hanswijkenhoek naar Lourdes...)

(de Tervuursesteenweg.  Rechts het hoekhuis met Leliestraat: het huis van Dokter Installé, later van zijn opvolger dokter Gobien...)

 

Toch kon ze door bemiddeling van haar broers avondschool volgen om te leren naaien.  Dat deed ze in de vakschool in de Milsenstraat.  Later kreeg Tineke nog de kans om wat bij te leren in de stadsschool voor modisten in de Stassartstraat nabij 't Klapgat.  Het was in een oud gebouw, het was eveneens avondonderwijs en bovendien gratis.

Haar eerste communie deed Tineke in de Sint-Jozef Colomakerk "Ik droeg een blauw kleedje" , en haar plechtige communie deed ze later in diezelfde kerk in een lang wit kleed dat haar zus Leonie voor haar had gemaakt.

 

Ik weet nog dat ik toen héél erg graag een grote kaars wou hebben die ik had gezien in het 'winkeltje' met religieuze artikels van onze koster Van Heck.  Ik vond dat ik dat verdiende, want ik had altijd mijn best gedaan om als eerste in de kapel te zijn tijdens de dagelijkse en  zes weken durende voorbereiding voor ons communie.  Maar dat pakte niet bij ons moeder...Die kaars heb ik nooit gekregen.

 

Broer Hendrik Diddens was al heel vroeg geboeid door het Mechels dialect en hij moet zo'n vijftig jaar gewerkt hebben aan zijn woordenboek: heel nauwkeurig hield hij alles bij op steekkaarten voordat het boek in 1986 uitkwam.  Er kwam veel opzoekingswerk aan te pas.

 

Ik heb hem ook geholpen hierbij.  Ik niet alleen trouwens.  Onze Hendrik heeft altijd veel geschreven. Veel over geschiedenis, zoals voor de reeks 'Historische verhalen', een tijdschrift waarop vele scholen waren geabonneerd, en dat om de drie maand verscheen bij uitgeverij de Sikkel en waar Mechelaar Cyriel Verleyen iniatiefnemer van was...  Toen het 'Woordenboek van het Mechels dialect' uitkwam, was er een receptie gepland op ons stadhuis, ter ere van hem.  Maar twee weken voordien stierf hij... Plots.  Hij was maar tweeënzeventig.  Erg jammer dat hij het niet meer kon meemaken.  Zijn weduwe leeft nog, en woont nu in den home...

 

(Tineke toont de foto van broer Hendrik Diddens...)

(Hendrik over de Leestse roots van de familie Diddens...)

 

Vooral huishoudelijk werk deed Tineke als jong meisje.  Maar in de oorlogsjaren hielp zij ook een beetje bij een bakker op de hoek van de Vredestraat en de Kruisveldstraat.  ("omdat de bakkersvrouw nog tijd zou overhebben om te smokkelen...").   Zo mocht ze ook eens mee naar het bakkersbal in de Royal op de Grote Markt...

 

Daar moest ik wel een serieus kleed voor hebben.  Ik heb het zélf gemaakt.  Het was groen en tamelijk opvallend.  En zo moet Staf me toch opgemerkt hebben.  Hij vroeg me of ik met hem wou dansen.  Hij kon dat goed, want hij ging al wel eens dansen in den Alcazar; Engelse Wals enzovoort.  Ik kon het helemaal niet goed, maar dat vergoeilijkte hij: ik kon wél dansen, maar ik kende alleen geen maat.  Na die avond vroeg hij me later weer eens uit.  En op een keer was het zover.  Op een avond bracht hij me van 't stad terug naar de Hanswijkenhoek, en onder een gaslantaarn op de Tervuursesteenweg heeft hij me voor de eerste keer gekust.  Oep mijn kaak natuurlijk!  Zo ging dat toen.  Staf werd thuis 'goedgekeurd'.  Hij was immers een 'harde werker'.

 

(trouwfoto van Tineke en Staf)

 

Ze trouwden op 20 januari 1947. Tineke en Staf.  Het was putje winter.  Ze huwden in de Colomakerk en het huwelijk werd ingezegend door pastoor Verbruggen.  Haar trouwkleed maakte ze helemaal zelf...

 

Voordien trouwden we op het stadhuis.  Ik werd als bruid afgehaald door een koets met twee paarden.  Staf wachte op mij in 't stadhuis.  Maar op de hoek van de Botermarkt en de Kleinen Bruul schoof een paard uit.  Ik was een 'gevallen bruid'..., en moest te voet verder.  Gelukkig was het niet meer ver.  Maar Staf stond al een beetje ongerust te wachten.  "Zou ze hem laten zitten?"  Maar dat zou ik nooit gedaan hebben.  Ik zag hem daarvoor veel te graag.  Achteraf was er een groot trouwfeest in ons huis aan de Tervuursesteenweg.

 

Staf Schillemans was afkomstig van Blaasveld, en vanaf zijn veertiende levensjaar reed hij in zijn dorp al rond met brood.  Maar de stiel leerde hij pas echt als 'halve gast' bij een bakker in de Bergstraat in Mechelen. Hij klopte er veel uren en lange dagen.  Tien jaar werkte hij van 4 uur 's morgens tot 21 uur 's avonds.  Zo werd hij wakker als de kinderen nog sliepen, en toen hij 's avonds moe thuis kwam, waren ze al in bed.

 

Ik kon nergens naartoe.  Ik had veel werk in het huishouden, met mijn drie kinderen en m'n zieke moeder.  Bovendien deed ik nog veel naaiwerk voor Jan en alleman.  Pastoor Verbruggen van Coloma die eveneens van Blaasveld afkomstig was, en nog samen met Staf op de schoolbanken had gezeten, zei me zelfs dat ik zo  niet naar de mis moest komen omdat ik hier werk genoeg had!  Later heeft de directeur van 't Volksbelang Staf een andere job aangeboden.  Hij mocht nu brood rondbrengen.  Dat waren regelmatige uren.  Een hele verbetering.  En zo werd Staf 'den bakker van 't Volksbelang'!

 

(Staf en Tineke...)

 

De Eerste Wereldoorlog heeft Tineke niet meegemaakt omdat ze nog niet geboren was.  Maar de familie ging wel op de vlucht.  Ze trokken tot de Franse grens, maar keerden spoedig terug. De Tweede Wereldoorlog ging niet aan Tineke en Staf (die mekaar toen nog niet kenden) voorbij...

 

Ik zal zo rond de twintig geweest zijn als ik verplicht tewerkgesteld werd.  Ik had de keuze om te werken in de Erla aan de vaart nabij het Colomabrugske, dat een fabriek van vliegtuigonderdelen was, of... in het Arsenaal.  Ik koos op aanraden van onze pa voor dat laatste.  Ik maakte bekleding voor de treinzetels, en nadien deed ik er ook kleine administratie.  De controle van de Duitsers was erg streng.  De bombardementen op het arsenaal heb ik ook meegemaakt.  Maar toen was er geen werkvolk meer aanwezig.  Wij hadden thuis een goeie gewelfde kelder om te schuilen.  Eén jaar en tien maanden heb ik gewerkt in het Arsenaal; daarna keerden de opgeroepen werkmannen die in Duitsland waren tewerkgesteld terug om hun vroegere taken op te nemen...

 

Staf werd tijdens de oorlogsjaren opgepakt door de gestapo en naar Duitsland in een werkkamp ondergebracht.  Omdat hij bakker was moest hij later in een groot fabriek voor brood en patisserie werken.  Het gaf hem de kans om af en toe brood mee te smokkelen voor zijn kameraden.  Van 1942 tot 1944 zat Staf Schillemans in Duitsland.  Bij de Bevrijding haaste hij zich snel naar huis, zonder de stempel van de Amerikanen die vereist was om later nog iets 'te trekken' als verplicht terwerkgestelde...

 

(Staf op het einde van zijn leven...)

 

Tineke en Staf hebben een heel gelukkig huwelijk gehad.  Ze noemt hem 'een gouden'.  Toen hij stierf nadat hij de laatste jaren van zijn leven erg sukkelde met zijn gezondheid  heeft Tineke moedig de draad weer opgepakt met de hulp van haar kinderen.

 

Zo was mijn karakter van kindsaf gevormd.  Ik wou beslist niet klagen.  Ik ben blij dat ik nog in mijn huis kan wonen en dat ik nog mag eten wat ik wil.  In ben van de Hanswijkenhoek en heb het geluk dat ik hier nog steeds kan wonen...  Maar doordat ik slecht zie mag ik van mijn kinderen niet meer alleen buiten.

 

Die Hanswijkenhoek is haar heimat.  En zoals broer Hendrik het zo mooi neerschreef, kan zij het vertellen:

 

(het boekje dat broer Hendrik schreef in de jaren zestig...)

 

Het was hier steeds een levendige wijk.  Iedereen kende mekaar, en de mensen zaten vaak met een stoeltje aan hun voordeur.  Velen werkten aan het arsenaal of aan den IJzeren Weg.  De mensen hielpen mekaar.  Hier woonden vele kroostrijke gezinnen.  De meesten die hier woonden waren arbeiders.  Er was altijd veel 'leven' op de steenweg.  Meer passage, ook van de boeren die met hun karren vanuit de Geerdegemstraat naar de stad trokken...  Nu is alles anders natuurlijk.  Ik herinner me alles nog of het gisteren was.  Er waren indertijd enorm veel café's op de Tervuursesteenweg en in enkele zijstraten.  In de Stenenmolenstraat was er zelfs eentje met een 'liggende wip'.  In de jaren dertig, voordat er nog een andere kwam wat verderop, was er al een cinema: 'de Minerva'.   In het 'Zwèt kot' op de hoek met de Sint-Jozefstraat, was vroeger een café met balzaal.

 

Dan schiet haar nog een leuk verhaal te binnen:

 

Naast de grote brouwerij van Feremans aan het begin van de Steenweg (die reikte tot aan de Witveldstraat) was er het kleine 'legumewinkeltje' van Wiske, en daarnaast het snoepwinkeltje van Charlotte.  Charlotte had een papegaai.   De snoepekes lagen allemaal mooi uitgestald op ondertaskes.  Toen iemand binnenkwam, krijste de papegaai: "Charlotte!!", waarna deze laatste dan het antwoord gaf: "Ja, ik kom sebiet Coco!"

 

De mensen kregen in die tijd veel toegeworpen namen.  Tineke noemt er een paar: 'Stien Kak', 'Belleke Pontak' (die mijn overgroomoeder is!), ''t Schief Gat....

in de Hanswijkenhoek werkten in de jaren dertig en later zo'n drietal kappers: Polleke en zijn broer Fons, De Winter...  Er waren een paar bakkers, en je had ook Juul den Beenhouwer die 'de beste pensen en kop' van Mechelen had...

Op de hoek van de Leliestraat en de Tervuursesteenweg had 'de stad' de zogenaamde barakkenschool opgericht omdat daar nood aan was.  Ze werd zo genoemd omdat ze bestond uit houten barakjes.  Later zou ze afgebroken worden, en zou een nieuwe gemeentelijke school worden gebouwd in de Acaciastraat.

 

Toen de barakkenschool afgebroken werd, kwam een heel groot stuk grond braak te liggen.  Het is toen dokter Installé geweest die er een huis liet bouwen (later werd dit ook het huis en praktijk van zijn opvolger dokter Gobien...).  Dokter Installé was de eerste en enige dokter van de wijk.  Voordien diende een dokter van de stad te komen: Dokter Neefs van de Raghenoplaats.  Hij kwam dan naar de Hanswijkenhoek met zijn koets met koetsier en paard!  De tandhygiëne was toen helemaal niet zoals nu.  Als men uitzonderlijk toch naar de tandarts ging, moest men te voet naar de Speecqvest.

 

Op de Tervuursesteenweg was er ook een kleermaker: Vaganée.  En zijn zaak noemde 'de Gulden Schaar'.  Het is de grootvader van de bekende muzikant Frank Vaganée die zijn roots heeft in de Hanswijkenhoek... 

 

Je had wel wat markante figuren in onze wijk...  Er zijn er teveel om op te noemen.  Zo had je de 'mannen van de sjiek', drie broers die bezetters waren.  En je had ook het rommelwinkeltje van 'de mannen van de Gillé'.  In hun zaak aan de steenweg kon je letterlijk alles verkrijgen.  Ze stonden ook op de markten in Mechelen en ver daarbuiten met hun krulspelden, patattenmesjes, jartellen, stikzijde, ritsen...  Tot in Blankenberge toe...  Waar is de tijd...  De mensen werkten hard in de Hanswijkenhoek.  De mannen én de vrouwen.  Gelukkig was er voor die laatsten wat ontspanning op zondagnamiddag in de 'zondagschool' op Coloma.  Net voor het Lof.  Er moet daar veel afgeroddeld zijn geweest...  De kerk bepaalde het leven in de hoek.  De huidige kerk die nu in restauratie staat werd gebouwd bij het begin van de Eerste Wereldoorlog.  Voordien was het huidige Kranske de eerste kerk van de wijk.  Nu nog noemt men het soms nog "'t Oud Kerkske'.  Ik herinner met nog al de pastoors en onderpastoors...  van Heuvelmans tot 'Moeremanneke' (Moeremans), tot Sampermans, Verbruggen, Van Steen, Van Dessel en nu Stefaan Callebaut...  Staf ging vroeger rond met de schaal in de kerk.  En nadien werd het geld hier thuis geteld, en netjes in rolletjes van papier van een telefoonboek gedraaid.  Het was zo dat er na een vakantie wel wat 'vreemd' geld in de schaal terecht kwam!   Staf was lid van het Kerkfabriek, en af en toe hielp ik mee de kerk kuisen.  Tenminste als ik er nog tijd voor had.  Ik had mijn handen immers altijd vol.  Tijd voor hobby's had ik amper.  Maar naaien, breien en haken deed ik veel.  En ik ging ook al eens andere mensen helpen in de geburen... 

 

(de Zondagsschool van Coloma voor de vrouwen van den Hanswijkenhoek...)

(de Colomakerk met daarnaast pastorij en 't Oud Kerkske)

 

92 jaar is Tineke Diddens ondertussen.  Maar dit is maar een mathematische leeftijd.  Ze kan een aantal jaren 'liegen'.  Haar fenomenale geheugen is opvallend.  Drie uur lang hang ik aan haar lippen, luister, noteer...  Door haar komt de oude Hanswijkenhoek waar ook mijn grootvader Clément Lauwers zo vaak en kleurrijk over vertelde, weer tot leven.  Haar verhaal borstelt een uniek tijdsbeeld.  

Van het grote gezin Diddens is zij de enige die overblijft.  Ze is al ouder dan haar broers en zus ooit geworden zijn.  Haar schat van een man, Staf, is al tien jaar niet meer aan haar zijde..    Toch is Tineke een gelukkige en dankbare vrouw.  Hard gewerkt, niet kunnen studeren wat ze zo graag wilde...  Maar er is geen plaats voor frustratie of verbittering.  Tineke Diddens woont nog steeds in haar geliefde Hanswijkenhoek, en daar is ze heel tevreden mee.

 

(het gezin Diddens voor de geboorte van Tineke rond 1920...)

(...en in 1929.  Tineke zit centraal op een tafeltje...)

(de vader en broers van Tineke...)

 

Zo spreken ook haar ogen: de taal van wijsheid en eenvoudig geluk.  En dat is mooi te noemen. 

 

92 jaar is ze nu, maar haar leeftijd is puur mathematisch.  Voor mij zit een vrolijk kind,  een jonge moeder die de handen vol heeft, en een verliefd meisje, kussend onder een gaslantaarn.  Tineke blijft eeuwig jong...

 

(Tineke met dochter Hilde: twee handen op één buik...)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het volgend nummer van De Mechelse Kerjeuze (verschijnt rond 15.8.) bevat een grote selectie uit dat boekje van Hendrik Diddens over de Hanswijkenhoek. Hij is trouwens te zien op een foto die gemaakt is van zijn woning en die van zijn buurman grootvader Somers. Kleinzoon Jan Somers van de Kerjeuze heeft tot zijn zesde met vader, moeder en zuster An bij die grootvader ingewoond en ging geregeld op bezoek bij Hendrik Diddens die hem dan verhaaltjes vertelde.

En een historische correctie (ik kan het niet laten): in Mechelen was er geen Gestapo (officieel heette de organisatie in het bezette land trouwens Sipo/SD). De arrestaties van werkweigeraars gebeurden in de stad door Hilfsgendarmen en Fahnders; Vlaamse collaborateurs die ondergeschikt waren aan de Feldgendarmerie in de Bruul. Deze gewapende en zeer goed betaalde heren hadden nog al eens de gewoonte om bij een inval Pferden-Deutsch te spreken omdat ze (terecht) vermoedden dat nogal wat gewone Mechelaars dan extra onder de indruk waren.

Bedankt voor jouw reactie janarthurleo.  Dan zal Jan Somers van 'De Mechelse Kerjeuze' veel van zijn liefde voor deze stad, als kind, meegekregen hebben van Hendrik Diddens...  Dat kan niet missen   ;-)

 

De Gestapo (verkorte naam van de Geheime Staatspolizei) was net als de Kripo (Kriminalpolizei) een onderdeel van de Sipo (Sicherheitspolizei).
Sinds 1939 waren Sipo en SD (Sicherheitsdienst des Reichsführers SS) één, met afdelingen voor Duitsland (SD-Inland) en erbuiten (SD-Ausland).
De Gestapo, de SD, de SS (Schutzstaffel) en het politiek bestuur van de NSDAP (Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei) werden op de Neurenbergse processen veroordeeld als criminele organisaties.

Mechelaars spraken van "mannen van de Gestapo" zonder hun papieren gevraagd te hebben of de juiste kentekens te kennen of erop te letten. Althans de meeste Mechelaars vonden het onderscheid nogal irrelevant.

Wat ik me eigenlijk altijd heb afgevraagd is hoe de Oude Hanswijkhoekers stonden tegenover de Nieuw Hanswijkhoekers die, vanaf de Jaren 1970, voorbij de Beukenstraat kwamen wonen in al die nieuwe prachtwijken in de Abeelstraat, Jozef Verbertstraat en Mahatma Gandhistraat.

Zagen al die "oude Coloma-families" al die nieuwe snuiters als vreemde indringers of niet ?  Echt welkom heb ik me nooit gevoeld bij bijv. Chiro-Coloma en aldus heb ik het daar ook niet langer volgehouden dan een kleine 3 maand.  Maar ja, ik woonde toen vlak tegenover Frituur Paula.