Gevelijzers met ogen...

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets)

Je moet er maar oog in hebben... Eerlijk gezegd was het me nog nooit opgevallen, ook al behoort dit huis tot één van de bekendste stadsgezichten.  Tony Schaerlaeken heeft zo'n speurdersoog én zin voor detail.  Bovendien is hij meer dan geboeid in de geschiedenis van onze stad, en dan is het natuurlijk geen wonder dat zoiets hem sterk intrigeert...        Het gaat over dit pand: Lange Schipstraat 8 - een  huis dat met 'z'n voeten in het Dijlewater' staat - schilderachtig gelegen nabij de gotische Hoogbrug.  Let nu eens goed op de achtergevel!  Daarin steken enkele ijzeren staven met ringen...  Waarvoor zouden die in godsnaam gediend hebben?   Mij is het alvast een raadsel...  En dat is het eerlijk gezegd voor Tony ook.  Maar misschien is er wel iemand die hierover iets meer weet?

 

 

Maar laat ik hem zélf het woord geven:

 

Honderden keren zijn we er voorbij gelopen en niemand schenkt er denkelijk aandacht aan.  Aan het huis in de Lange Schipstraat nr.8, maar wel aan de achtergevel welke we aan de Dijle kunnen zien, bemerken we ingemetseld in de gevel, ijzeren staven met ogen.  Hoe dikwijls heb ik me niet afgevraagd waarvoor die ijzers gediend hebben?

 

Vele jaren geleden - het moet zo rond 1985 geweest zijn, vroeg Tony het aan architect Hyacint Vermeulen die er recht tegenover woonde op de Zoutwerf...

 

 

Hij beweerde dat deze ijzers vroeger dienden om er stokken door te steken en waaraan de stokvis gedroogd werd.  Het kon, maar... mijn twijfel was groot en ik bleef op mijn honger zitten.

 

Jaren gingen voorbij en telkenmale Tony Schaerlaeken de gevel zag dacht hij na over het raadsel van de ijzers, tot hij onlangs in het maandblad voor oudheidkunde-geschiedens, kunst-, taal-en volkskunde van juni 1925 iets opviel.  Men schreef dat zo'n ijzers nog te zien waren aan het huis in de OLV-straat dat 'de Groote Roos' werd genaamd.

 

Natuurlijk moet men deze toenmalige gevel van 'De Groote Roos' niet meer gaan zoeken.  Maar... opnieuw was mijn aandacht op deze ijzers gericht.  Ik ben verder op zoek gegaan en las in het boek 'Historische Saemenspraeke van Mechelen 1776' wel één en ander op bladzijde 116...

 

"Het huys 'De Groote Roose' geseyt is eene seer oude herberghe met groote erve van plaetse, stallingen en hovingen, is seer hoog gebouwd waer aen men nog siet eenige ijzers met oogen waer door men spaeren ofte lange stocken kan stecken, welke men voortyts aen vele huyzen hadde ende geordonneert geweest was ter tyde der Pestilentiele sieckte om Decksels, Kleederen des nachts uyt te hangen, waer van men bevint onder andere in de Ordonnantie door de Weth vernieuwt in het jaere vyfthien hondert seven dat als men naer iemants doodt uythangen wilde eenige Kleederen, Decksel men alsdan moeste daer af adverteren (= verwittigen) ses, acht of thien persoonen van de naeste gebueren ende die Kleederen en Decksels en mochten niet uythangan als des nachts tusschen de Dief-Clocke en de Dach-Clocke op de boete van eenen Rijder."

 

Dienden de ringen om stokken door te steken om stokvis aan te drogen te hangen, of was het eerder dit vreemde gebruik ten tijde van de Pest? 

Maar dat het bij het  huis in de Lange Schipstraat nog steeds  over een zelfde soort ijzers gaat als bij het aangehaalde huis 'De Groote Roose' in de OLV-straat, gaat, is wel vrij duidelijk

"Zouden die ijzers daar dus ook voor gediend hebben?"  vraagt Tony zich af?

Wie weet meer?

 

   

(foto's: Tony Schaerlaeken)

 

 

 

 

 

 

 

Die Pestilentiële Ziekte werd ook wel de Engelse Ziekte of Zweetziekte genoemd.

De Mechelse stadsarts Joachim Roelants (1496-1558) schreef er al over in zijn "De novo morbo autoreis, quem anglicum vocant".

BTW :

Mooie uitdrukking : Dief Clocke oftewel "De klok, waarmede de nacht wordt aangekondigd, nachtklok" ( bron )

Die Rijder bleek een soort Rijksdaalder te zijn geweest ( bron )

En die Decksels zijn gewoon bedekking, deksel, kleding ( bron )

Conclusie :

De (nacht)kledij en bedekkingen (lakens en dekens) van iemand die aan hoge koorts leed moest 's nachts ontlucht worden.  Zoniet kreeg men een GAS-boete van een rijksdaalder.

:-)

Wat tijdsperiode klopt het wel: De Roos in de OLVstraat werd reeds vernoemd in 1544 en de eerste huizen aan de rechtse kant in de Lange Schipstraat waren bekend vanad 1559 ( cfr. Reydams ). Waar ik mijn wenkbrauwen frons is dat het bij pestgevallen normaal de straatzijde was waar men ' waarschuwingen ' hing en niet langs de Dijlekant waar ( vermoedelijk ) toch geen ingang was voor vreemden.

@ Luc :

Werden pestlijders niet gewoon of verplicht ondergebracht in het pesthuis op domein Roosendael ?

Huis Cadix ( zoek : pest ) - Geschiedenis Roosendael

Roosendael door H. Van Wel

Roosendael poortgebouw

@Gimycko: neen, het waren de zwartzusters die zich ontfermden over de pestlijders in hun pesthuis schuinover het huidig stedelijk kerkhof. De cabinetkaart van Ferraris duidt de plaats aan, bovenaan horizontaal is de Vrouwvliet.

@ Luc :

Waren de Zwartzusters niet het meest bedrijvig tijdens de Grote Pestepidemie (1348-1352) ?

Correct me if I'm wrong

BTW :

Zou die Zweetziekte misschien geen soort van Klierkoorts kunnen geweest zijn omdat ge te lang bij de Zak (of Verzakking) in de Zakstraat had gestaan, waar het krioelde van de venaonege muggen, of zo ?

:-)

Ik kan Luc in zijn redenering volgen wat betreft de plaats van deze ijzers aan deze kant.  Je zou die dan eerder verwachten aan de straatkant...

 

Uit volgende tekst...

Derde Deel Van Den Vierden Placcaet-Boeck Van Vlaenderen

...maak ik uit dat Pestilentiele Sieckte niet direct van muggen komt, maar van bijv. pollen in de lucht.  

Dus als ge den boel ondersnottert (bijv. hooikoorts) gaat ge uw kleren, lakens, dekens en zakdoeken niet langs de straatkant hangen, maar in uwen hof of int stad langs de waterkant.

@Gim: ge moogt met een gerust hart de pest vergeten in relatie met die gevelijzers. Wanneer een pestlijder nog kon rondlopen moest hij een lange stok met een witte vod eraan bevestigd meedragen. In het geval hij was overleden en zijn huis was onbewoond, werden witgeverfde latten voor de deur- en vensteropeningen gespijkerd om dieven te waarschuwen voor het besmettingsgevaar. ( cfr. ' Hongersnooden en volksziekten te Mechelen ' door Delafaille ).

Om als steun voor een wasdraad te dienen, leken die gevelijzers mij een beetje overdreven dus gaat op dit ogenblik mijn voorkeur naar ' stokvis '. Op die locatie werd en zowel rivier- als zeevis verkocht op de zijde van de Zoutwerf en op het pleintje in de Lange Schipstraat.

Indien ik op die plaats zou wonen en ik zou verse ( sic ) vis gekocht hebben dan zou ik ze inzouten, op een stok rijgen die ik in die ringen zou steken zodat ze in het zuiderzonnetje zouden kunnen drogen. Ze hangen hoog en droog langs de Dijlekant zodat niemand ze gaat pikken.

@ Tony: si non è vero .... !

De foto werd genomen in 1900 in het Noorse Bergen en het is deze vis die aan stokken geregen werd gedroogd en gezouten.

@ Luc : Elke uitleg is aanneembaar.

En er was een visrokerij vlakbij, nu gekend als Hotel Vé oep de Vismèt.

Wat mij ook altijd opvalt bij dat pand, is dat het een hooghuys is.  Een aanwijzing ?

Zicht vanaf de Zoutwerf - Zicht vanaf de Lange Schipstraat

Hoe steiler de dakhelling, hoe ouder het huis. De percelen waren reeds bebouwd in de 16 e eeuw dus er is een kans dat de kern nog van die periode is. Voeg daar dan nog 400 jaar van verbouwingen aan toe en dan is er alleen nog een antwoord te verwachten van de stadsarcheologen ( indien de huizen ooit zouden gerestaureerd worden ). Wanneer die ijzers dus in de achtergevel geheid werden is bij deze onopgelost.

Hier meer informatie over de Lange Schipstraat...

Inventaris Onroerend Erfgoed

Interessant is het volgende :

"...In het begin van de straat tegenover nummer l-11 is er een open plaats aan de Dijlekade, heden afgezet met ijzeren leuning, eertijds markt waar "groenvis" of vis van tweede kwaliteit (riviervis) verkocht werd.  Vandaar de benaming "Groen Vismarkt". In de 16de eeuw, toen de Vismarkt nog op de Vliet (IJzerenleen) gevestigd was, bijna geheel door vissers bewoond..."

Hoera, het is opgelost ! Tijdens de bombardementen van WO2 is een deel van de dakpannen weggeblazen. Er werd een groot zeil over het dak geslagen en met touwen op zijn plaats gehouden tot in 194- ? Nietwaar Luc.

Een weet of een gok?  Waar komt deze info vandaan?

Mijn boerenverstand zegt mij dat bij een vernield dak het niet nodig is om de onderliggende twee verdiepingen ook af te schermen. Bovendien is dat huis volgens mij niet gebombardeerd geweest, noch in WOI als in WO II. M.a.w. ik blijf bij mijn stokvis-theorie.

@ Luc : Heeft De Noter geen prentje van dat pand ?

Gim, dat was een goede hint. Hierboven een detail uit een tekening die de situatie op het einde van de 18e eeuw zou weergeven. De gevelijzers zijn ook op de andere gevels terug te vinden!

Tony heeft dus een nieuw stukje erfgoed gevonden. Nu nog maar alleen uitvissen waarvoor ze zouden gediend hebben. Proficiat!

Hoera !  Spiekmedeulle veur mao.

:-D

Behalve, de tekening roept nog meer vragen op want die "dingen"
( ? naalden met ogen ? ) hangen op verschillende niveau's.

Ook hangen de ijzers ter hoogte van de ramen en niet eronder.

Het huis met de houten gevel heeft er geen.

Wat was het gebouw ?  Het lijkt op een soort herenhuis en niet op een stulpje van één of andere vissersfamilie.

Als ge bovenbeschreven huidige streetview-links bekijkt, dan ziet ge dichtgemetselde in-of uitgangen.  En de hedendaagse garagepoort - langs de vrije kant - is erg laag.

Misschien waren de gevelijzers niet voor het drogen van vis of lakens en dekens, maar om op gepaste tijden de stadsvlaggen uit te hangen.

Die "siertrap" rechtsonder intrigeert mij, want verdwenen.  Wat lijdt tot volgende veronderstelling :

Koningen, keizers en kardinalen kwamen geregeld de Oude Hoofdstad bezoeken.  Ze konden kiezen tussen hun sierkoets of hun sier(rivier)boot.  De Vaart lag te ver weg van het centrum, dus ze kwamen langs de Dijle.

Wat krijgt bovenstaande Hogere Adel als eerste te zien : de Oude Hoogbrug met Christusbeeld en de Stadsvlaggen.  Niet slecht als entréé, want eenmaal de siertrap bestegen zijt ge direct op de IJzerenleen en oep de Groete Mèt (Het klaroengeschal moet ge er maar bijfantaseren).

Aanmeren langs de Zoutwerf is not done omwille van die lullige trappetjes.  Ook de huidige Vismarkt valt af, want daar stond dat houten visverkopersplatform en de Haverwerf lag vol met haver en vermoeide kraankinderen.

:-)

Zoutwerf

@Gim: welk vlag zou jij in 1790 in die ringen laten hangen? Die van het toekomstig België? In het geval van het hoekhuis, acht keer naast mekaar? :-)

@ Luc :

Hier hebt ge uw vlag.

En hier hebt ge uw gevelijzers waar de stokken doorsteken.

Bedenk, het zijn geen gevel-ankerijzers !

Allez, da's mijn idee, zeunne...

Nog een laatste toelichting over mijn stokvis-teorie: hieronder de Afrikaanse versie zonder gevelankers.

De Spanjaarden hadden bij ons gezeten. Ik denk dat we via hen bakkeljauw ontleenden, voor geweekte en in lappen gesneden stokvis. Van het Baskisch 'bakaiļao': Walvisvaarders uit Biskaje waren de eersten die het basisproduct, kabeljauw, bij Newfoundland gingen vangen. Naar 't schijnt van in de 14de eeuw (dik voor Columbus, dus) zat men al bij Groenland te vissen.

Volgens deze etymologie lijkt het of Hollanders bakkeljauw naar Mechelen zouden gebracht hebben. Na de Vrede van Utrecht (1713) klopt dat wel, en ons stedeke zou die 18de eeuw haar visgeur wijd verspreiden (zoek maar op 'Mechelen' in dit PDF-bestand).

Het lijken nogal weinig ringen om zoveel ingevoerde vis op stok te hangen. Een boot kwam toch met veel meer dan een paar tientallen beestjes tegelijk. Ik zou dus een reeks grote rekken met een zestal stokken boven elkaar verwachten. Die kent men in Nederland en Skandinavië net als op de foto uit Afrika hierboven. Waren het dan visdroogstokken op huishoudelijke schaal?

De gevelijzers zijn inderdaad nogal fragiel.  De dekens vallen af.  In mijn visie is de vis twijfelachtig.  Dus ik ga voor de vlaggen.

Misschien was het pand wel het Huys van de Baljuw of van de Master of Ceremony, die geregeld door den Burgemeester ende Schepenen de opdracht kreeg om den boel te bevlaggen bij Blijde Intredes.

Dat zou zelfs G.L. doen bij een volgende Blijde Intrede in Mechelen van bijv. Prinses Elisabeth.

;-)

BTW : Iemand een idee van de oude naam van het pand ?

De ringijzers lijken niet te fragiel. Ze gaven te weinig lopende meters stok.

De truc voor ongepekelde stokvis zou van Canadees Indiaanse oorsprong zijn en al rond het jaar 1.000 door Vikings overgenomen geweest. De Basken begonnen er maar enkele honderden jaren later mee. Tegen 1789 gold in het Portugees bacalhao voor ongezouten of  [meestal] gepekelde. De precieze betekenis van 'stokvis', 'bakkeljauw' en 'kabeljauw' zou nogal van periode, plaats en context afhangen. De soort was kabeljauw, al droogde men zo van langsom ook kabeljauwachtigen (Gadidae) als leng, lom, koolvis, schelvis, wijting en (nu meestal tot de nauw verwante Phycidae gerekende) heek.

Visgeur en manegeblus

De stokvisringentheorie staat echter op nogal losse schroeven.
Noch de gepekelde (op klippen gelegde) zongedroogde vis [bij ons meestal bakkeljauw genoemd], noch de ongezouten op stokken in wind en zon gedroogde vis [vooral stokvis genoemd], lijkt bij ons gedroogd geweest te zijn. Het oude maandenlange droogproces moest in relatief droge en vooral frisse lucht gebeuren. Met nuttige bacteriële werking dicht bij vrieskou: Op Newfoundland (Canada) en in Noorwegen, van februari tot mei. Hij werd volkomen gedroogd aangevoerd. Ik zie geen reden om die hier op stokken te hangen, tenzij om de geur buiten te houden, weg van grijpgrage handen. Maar hij moet koel en droog bewaard worden om een jaar houdbaar te blijven. Een goed verluchte zolder had dan alle voordelen.

Een gevangen kabeljauw van vijf kilo wordt o.a. onthoofd en gegut en droogt uit tot 1 kg stokvis, en die levert (zonder de dikste graat) 2 kg panklare vis. Ook stokvis die al soepel geslagen (meestal door de importeur) en (tamelijk kort voor de bereiding) opgeweekt werd (3 etmalen met 3x per dag vers koel water) en gewoonlijk ook al versneden, zou bakkeljauw genoemd zijn. Verse kabeljauw was hier destijds waarschijnlijk nooit te krijgen.

e spiekmedeulle? Oe macheert da?

Ik kreeg deze reactie doorgestuurd van Tony Schaerlaecken:

 

In de boeken 'Mechelen zoals J.B. De Noter het zag - deel II' op blz.132 (prent 281) ziet men dezelfde ijzers met ogen.  Ditmaal ondersteund.  Dus voor zwaardere lasten.  Het zijn 100 % geen gevelankers.  In het boek 'Mechelen volgens V.d.Eynde' blz. 130 (prent 57) zijn de ijzers ook afgebeeld.  Maar iets onduidelijker (rond 1840).  De Benediktijnerkapel van St.-Hubert in de Ardennen bezat een Mechelse refugie op de Kattenberg.  De fefugie die aan de achterzijde van het Olivetengodshuis paalde, werd in 1841 aangekocht door het toenmalige armenbestuur van de stad.  De twee gebouwen dienden als bejaardenhome.  Dus zie ik niet in dat het te maken had met vis drogen.  De Dijle vloeit wel verder.  Curieus is dat de ijzers altijd aan de bovenramen hangen en niet gelijkvloers.  Dus veronderstel ik wel dat het diende om kleren of lakens enz...  Voorbijgangers konden er dus niet aan...

 

Een gevelijzer met ogen en met ondersteuning zal inderdaad gediend hebben voor het zwaardere werk : natte kleren, zware lakens en dekens.

Maar die fragiele dingen aan dat pand in de Lange Schipstraat is voor het lichtere werk.  Daarbij denk ik aan bijv. douchegordijnen of... stadsvlaggen !

Op de bovenste foto zijn er oogijzers net links en rechts van een raam. Het volgende oogijzer zit vlakbij de hoek. Een andere grote foto toont dat er geen raam dicht onder of ergens boven dat verste stuk is.

Hoe zou men vis, kleren of dekens daar over een stok kunnen gehangen hebben? Of een vlag aan die laatste ring vastgebonden hebben? Met een ladder die in een boot staat te wiebelen, zeker! Met een haak aan een lange steel iets over een stok hangen is erg moeilijk, en bij het zo binnenhalen van de droge was zou men de helft uit de Dijle moeten gaan vissen.

Iets dat minder wind vangt, zoals stokvis, zou wel zo kunnen geplaatst en teruggenomen worden, eens men de kneep door heeft. Of moet men de kneep vast hebben? Hoe en waartoe werd een cnijphake /  knijphaeck zoal gebruikt? 'Daar zit ['m] de kneep' is in het Duits 'da sitzt der Haken', dan zal de betekenis 'truc  /  handigheid' wel van een oud soort knijphaak komen, een tuig waarvan de werking niet op 't eerste zicht doorgrond was en/of tot voldoende behendigheid wat inoefening vroeg. (Een simpele brandhaak zou ook wel knijphaak genoemd zijn. Nu dienen knijphaken om iets aan een baar in de kleerkast te hangen, maar zo een knijper heeft men meteen vast want er valt niets aan door te krijgen / doorheen te halen.)

De Mèchelse Kerjeuze nr. 66 toont op pag.38 en 40 twee prachtfoto 's van een trapgevel op de Kattenberg met verscheidene gevelijzers. 

In dat zelfde nummer op pag. 54 staat de uitleg over de gevelijzers: ' Nu deze yzers met oogen dienden om spaeren of lange stokken door te steken welke men voortyds aen vele huyzen hadde en geordonneert was ten tyde der pestilentiele ziekte om deekdels, kleederen en des nachts uyt te hangen, waer van men bevindt onder andere in de ordonnantie door de wet vernieuwt in het jaer 1507 dat als men naer iemands dood uythangen wilde eenige kleederen decksel en men alsdan moest daer van verwittigen zes acht of tien persoonen van de noeste geburen en die kleederen en decksels en mogten niet uythangen als des nachts tusshen de Diefklok en de Dagklok op boete van een Ryder.'

Bron De Autotoerist 1946 F. Van Hammee

Ik zal mijne vis dan maar ergens anders hangen!

Als ge gene hof of geen groot dakterras hebt, moet ge iets anders verzinnen.

Behalve staat vers gewassen wasgoed voor geen meter langs de straatkant.

Allez, toch niet in Mechelen !

:-)

Luc & Gimycko, de tekst in de Kerjeuze en de Autotoerist, of oorspronkelijker in de 'Geschiedkundige Wandeling' uit ons Archief, is een bewerking. Jan Smets zette 'm al van meet af aan hierboven, met bron 'Historische Saemenspraeke van Mechelen 1776' p. 116, m.b.t. het Huys 'De Groote Roose' in de Lievevrouwestraat. Jullie behandelden dit in de eerste reacties.

Ook daarvoor geldt het probleem van het technisch onbereikbare wasgoed.

Tony Schaerlaeken stelde de vraag: pestijzers of stokvisijzers. Ik leverde voor elk een argument (geen sluitend bewijs) dat dit behoorlijk onwaarschijnlijk is. Noch de historische bron uit 1776 (pest), noch de bewering van architect Hyacint Vermeulen uit 1985 (stokvis), is uit de tijd dat die ringijzers gebruikt werden. Dikwijls wordt een gok neergeschreven en gaat een latere historicus of heemhundige ernaar verwijzen, alsof het een 'gekend gegeven' zou zijn.

We hebben een meer oorspronkelijke bron nodig, ofwel een nieuwe gok zoals de vlaggen van Gimycko. Maar dan moet dit wel getoetst worden aan de logica van de technische haalbaarheid en van geen simpelere en goedkopere oplossing voor een realistische behoefte, ofwel door 'iets' gestaafd zijn (zoals iets gelijkaardigs in een andere stad).

Omgevingsfactoren, zoals de (sier)trap, kunnen een aanwijzing zijn naar de oplossing.

Voorbeeld van een gok: Vroeger werden niet-demonteerbare meubelen ter plaatse gemaakt. Prima, tot men verhuisde en iets niet door de deuren of zo geraakte. Tenzij door een raam en het dan laten zakken. In de Schipstraat langs achter, tot op een platte schuit. Een katrolhaak kan vanuit een hoger raam in een ring gestoken worden, of (met de koord al door de katrol) met een brandhaak overgehaakt in de ring bij de hoek. Zo kreeg men de meubels in de achterkamers op het gelijkvloers weg. Maar zou men die niet gewoon door het raam gestoken hebben en laten aanpakken door mensen op de schuit? [Bij hoogtij maar ik betwijfel of dat in de 16de eeuw al tot de stad reikte; maar water stond er.] Men zou ringen boven de hoogste ramen geplaatst hebben en een brandhaak gebruiken, zodat ook de hoogste verdieping kon gelost worden. Onwaarschijnlijk dus.

Gimycko, a.j.b. geen gezever: Elke bloglezer heeft internet en vindt iets op 'meubelen', 'brandhaak', 'verhuizen'. Reageer op een reactie strikt ter zake, of niet. Werk iets nieuw zelf uit, geen vage wilde oprisping zonder nut.

Voor vis, dekens en lakens hebt ge geen ogen nodig.  Enkele haken en een dikke koord is voldoende.

Die ogen dienen voor een stok.  Een horizontale vlaggenstok.  En de vlag wordt er niet op vastgehangen met wasknijpers want daarvoor was de stok te dik.

Vermoedelijk bestonden de vlaggenstokken uit 2 of meer delen en waren ze inschuifbaar of invijsbaar en met een afsluitsysteem te vergrendelen aan beide uiteinden.

Zucht! Dat vis op stokken gehangen werd en wordt, is op honderden foto's te zien. Voor kleren en dekens zou ik ook een wasdraad verwachten, maar die was vroeger misschien te vlug rot. Denk voor je schrijft, a.u.b.! En om een stok doorheen de lussen van een vlag aan het verste eind te halen, zou men volgens mij iets te gevaarlijk ver uit het raam moeten hangen hebben. Het middelste ringijzer zou geen 60 cm van het raam in de muur steken met de ring nogal ver van dat ankerpunt. Voor een banier / vlag zou verankering op 20 cm stevig genoeg geweest zijn. Probeer eens in de plaats van de toenmalige lui te denken.

Ringen voor bvb. katrollen of voor een stok? Ter plaatse nagaan of de ogen op 1 lijn liggen. (Omdat een uiterst precieze plaatsing moeilijk is, kunnen de ringen wel 2x de stokdoormeter gemaakt zijn.) Zo niet, kunnen 3 ogen noch voor 1 stok noch voor 2 stokken gediend hebben.

De ijzers zitten in een aparte zandsteen. Oorspronkelijk van bij de bouw of men kan een gat gekapt hebben om een in de zandsteen verankerd ringijzer in te metsen. Zit een ijzer aan de binnenkant van de zandsteen geborgd? Waarom geen ijzer gewoon tussen de baksteenvoegen geslagen, als het voor lelijke stokvis of pestlakens moest dienen? En in tussentijd minder aandacht naar onprettige gedachten trok. Een sierkarakter steunt misschien de vlaggenhypothese, of de katrollen die maar op een blauwe maandag zouden gebruikt zijn. Maar niet erg overtuigend. Esthetisch... vonden wij tot voor kort auto's op de markt amper storend maar bewonderden Magriet te midden ervan; rommelpubliciteit en verkeerspalen ontsieren gans de stad wijl schatten aan details gespendeerd worden... Status van zandsteen t.o.v. direct in metselwerk, kan ook een rol gespeeld hebben.