"Ik mocht op de tank zitten!"

met categorie:  

  (foto's: Jan Smets.  Marie-Louise Van Dijck)

Ze toont me een oude foto - Hij dateert van 4 september 1944.  Op die dag werd Mechelen bevrijd, en dat is zeventig jaar geleden.  Enkele dagen geleden schreef ik erover in een ander blogartikel naar aanleiding van de officiële viering op de Grote Markt.  Toen had ik haar reeds ontmoet: Marie-Louise Van Dijck ("Maar iedereen noemt me 'Si'").  Toen liet ze deze zelfde foto zien aan de burgemeester.  We maakten een afspraak, en vanmiddag ging ik bij haar en haar man Alfons, op bezoek in de Arsenaalstraat... Want, ik wou graag verder borduren op het thema. 

 

 

Het wordt een aangenaam gesprek met twee sympathieke senioren, die nog volop in het leven staan.  Aan het vensterraam hangt een affiche van het 5de Mechels Gildejuweel dat zondag zal plaatsvinden in het stadscentrum met een historische optocht.  Beiden zijn dan ook méér dan actief aan de slag in de Mechelse Kolveniersgilde.  Fons mag zich 'tweede dienende deken' noemen (want alles en iedereen heeft zijn naam die de sfeer van lang vervlogen tijden uitademt).  Met zijn haast 83 levensjaren denkt hij nog lang niet aan stoppen.   Graag en veelvuldig steekt hij zijn handen uit de mouwen in zijn geliefde gilde die zowat 480 leden telt.  En ook Marie-Louise laat zich niet onbetuigd.  Ze delen dezelfde hobby, en zijn steeds samen op pad.  Maar omdat ze iets moeilijker te been is geworden, en reuma haar te parten speelt, 'schiet' ze niet meer.  Maar ze kwijt zich vakkundig van haar taak als 'boekhouder' - of nee: 'tessaurier'...

 

 

Ik wil het graag allemaal vermelden, want het zal zondag weer de moeite lonen.  Wat zal er weer enorm veel te doen zijn in het centrum: 'Jazz at home', 'Global Fiësta', 'Open Monumentendag', Klokkenwerpen', het 'Gildenjuweel'... Nee: zondag moet je beslist uit je luie zetel komen!

Maar ik ben hier niet voor wat zondag gaat gebeuren, maar om een terugblik op die nadagen van Wereldoorlog II.  Marie-Louise was zeven jaar in dat laatste oorlogsjaar, en was getuige van die historische feiten...  Fons die in Turnhout geboren werd, maar als kind reeds naar Mechelen verhuisde met zijn familie, was een zestal jaren ouder, en woonde toen in de Belgradestraat, en nadien in de Sint-Jan Berchmansstraat.  Maar de kleine Marie-Louise woonde aan de Steenwegstraat, haast in de schaduw van Sint-Rombout.

 

Ik woonde aan de Steenweg, in de bocht naar Onder den Toren toe.  Nu is in mijn geboortehuis een dagbladwinkel gevestigd, maar toen was het een café.  Mijn ouders hebben dat café 'In de Post' uitgebaat.  Ik had nog twee broers.  De oudste was negen jaar ouder dan ik, en mijn jongere broer was elf jaar jonger.  Er waren dus erg grote leeftijdsverschillen.  Beiden zijn ze al overleden.  Mijn oudere broer Alfons was slechts zesentwintig jaar toen hij met de auto verongelukte...  De herinneringen aan het begin van de oorlog zijn slechts erg vaag.  Ik weet nog wel dat we op de vlucht gingen: mijn moeder, mijn broers, een tante, een nicht, en ik...  Mijn vader was toen gemobiliseerd.  Veel weet ik er niet meer van.  Ik zie nog wel voor mij dat we in een kolonne achter een kar met goederen stapten.  Mijn moeder had mijn oude kinderwagen volgeladen met vanalles en nog wat, goederen en klederen...  Hoe het juist in mekaar zat, kan ik niet vertellen, maar we werden 'ergens' bijeengedreven op een plein door Duitse soldaten.  Hoe mijn moeder met ons is ontkomen, is voor mij een raadsel, maar feit is dat we de groep zijn verlaten.  Later hoorden we dat er op de groep geschoten is.  Wat later mochten we schuilen op een boerderij.  Door een kier zagen we dat het binnenplein vol Duitsers stond.  Maar we hadden geluk.  We zijn naar huis kunnen terugkeren.  Moeder deed het café terug open, en we hebben van toen een min of meer normaal bestaan geleid.  Er kwamen zelfs af en toe ook Duitse soldaten iets drinken.  Velen waren ook maar gewone jongens die een hekel aan de oorlog hadden.  De 'zwètte mannen' (SS) waren wel wat anders.  Daar waren we bang van.  Onze kelder die dikke muren had, moest gebruikt kunnen worden mocht er een bombardement komen.  Toch betrouwde moeder onze kelder niet, en bij alarm gingen we elders schuilen.  Zo schuilden we in de kathedraal of in het trappenhuis van de Sint-Romboutstoren.  De mannen klommen dan hoger om te kijken hoe onze stad werd beschoten...  Ook herinner ik me dat we schuilden in de kelder van de Groene Lantaarn op de hoek van de Begijnenstraat.  We zaten er tijdens twee bombardementen met zo'n vijftiental mensen.  Er ztaen er zelfs gewapend met pikhouwelen (of dat wat had kunnen helpen...?).  Ik weet nog dat mijn moeder een natte doek op mijn gezicht duwde om me te beschermen tegen het vele stof bij zo'n bombardement.  Maar écht schrik had ik niet...  In  de crypte van Hanswijk en wat nu de vlietenkelder is onder de IJzerenleen zaten ook mensen.  Wij nooit.

 

Vader was ondertussen gevangen genomen en men zou hem deporteren.  Toch is hij kunnen vluchten.  Marie-Louise vertelt dat ze hem nog altijd ziet thuiskomen - doodvermoeid - Hij heeft toen erg lang geslapen...

 

Op een winterdag was ik in de sneeuw aan het spelen en gooide met sneeuwballen naar omstaanders.  Zo mikte ik naar een Duitse soldaat - Het was nog een jong ventje.  De sneeuwbal raakte zijn achterhoofd en zijn kepie schoof naar voor.  Hij is toen erg boos geworden en liep het café binnen, waarna hij mijn moeder in het gezicht sloeg.  Het sneeuwballen gooien stopte dadelijk...

 

Héél wat anders dan sneeuwballen, waren de bommen...

 

Ik zie nog voor mijn ogen hoe de bommen werden gedropt.  Van aan de Steenweg zagen we boven de toren van Sint-Rombout een bommenlijn richting Leuvensesteenweg waar men mikte op het arsenaal.  Het arsenaal zelf leed weinig schade, maar veel huizen op de Leuvensesteenweg zijn fel geraakt.  Nog erger waren de latere V1-bommen na de Bevrijding.  Want na 4 september was het leed nog niet geleden.  Die V1-s werden gedropt op de Elisabethkliniek, de Astridlaan, de Melaan...  Ze floten tergend, en als dat geluid ophield wist je dat ze spoedig zouden vallen.  Alleen wist ne niet waar.  Toen de Melaan werd gebombardeerd was moeder me aan het klaarmaken voor school.  Ze gooide me eensklaps onder de kapstok in de keuken en gooide zich boven mij ter bescherming... Alle ruiten in de omgeving sneuvelden.

 

Echtgenoot Alfons Cornelissen heeft van de Bevrijding en de tijd daarop niet veel meegemaakt.  Toen was hij elders in een vakantiekolonie voor kinderen van RTT-werknemers.

 

Ik woonde in een andere buurt.  In de Belgradestraat en later in de Sint-Jan Berchmansstraat in de wijk Brusselsesteenweg.  Ik liep school in de Veldenstraat, en later ging ik naar de TSM. Mijn vader had de kelder in de Sint-Jan Berchmansstraat gestut met oude telefoonpalen.

 

Fons was ook zes jaar ouder.  Marie-Louise maakte het allemaal jonger mee.  Haar vader was glazenmaker, en hij heeft ook nog meegewerkt om de historische glasramen uit de kathedraal te verwijderen en op te bergen in de kelders van de kerk.  Ze werden vervangen door gewoon geelkleurig glas. 

Maar toen kwam 4 september: de dag van de Bevrijding...  Om 12u15 kwamen de eerste Engelse tanks de stad binnengereden, gevolgd door Canadese infanterie en gegidst door leden van het verzet.

 

 

We hadden het nieuws vernomen op de radio.  Duitse soldaten zetten het op een lopen.  De mensen kwamen met vlaggen buiten, en er werd gezongen, er was lawaai...  En er was vreugde en euforie alom.  De tanks kwamen de Bruul doorgereden, over de Grote Markt richting Sint-Katelijnestraat.  Mensen sprongen op de tanks.  Ik stond  met mijn familie te kijken aan de Steenweg toen een politieagent, Rik Jacobs, me plots op een tank hees ter hoogte van het 'Volksbelang' Onder den Toren.  Ik kuste de sergeant - een Canadees.  Op de tank lag een Duitse Stahlhelm als souvenir.   Het maakte indruk op mij.  Fotograaf Van Daele heeft er toen een foto van genomen, die mijn moeder later kreeg.  Wat later maakte ik ook de repressie mee... vrouwen die werden kaal geschoren, enzovoort...  De foto heb ik al die tijd bewaard, en ook krantenknipsels uit Gazet van Mechelen die later de foto afdrukten bij een artikel over die oorlogsdagen...

 

De oorlog is nu zeventig jaar geleden voorbij.  Er resten alleen een handvol herinneringen en een iconische foto... Na 35 jaar werden de deuren van cafe 'In de Post' gesloten bij het overlijden van de moeder van Marie-Louise in 1969...  Het zevenjarige kind van toen is nu een vrouw van zevenenzeventig.  De gebeurtenissen van toen hebben haar nooit los gelaten...

 

Ter gelegenheid van de zeventigjarige viering van de Bevrijding van Mechelen werd een kroniek uitgegeven.  Info: www.of-pa-mechelen.be      filipdoms@skynet.be

 

(Marie-Louise in haar mooie klederdracht van de Kolveniersgilde...)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In een oorlog is niets normaal en mensen reageren dan dikwijls instinctief. Waarschijnlijk zal de moeder van de dame in kwestie wel gewaarschuwd hebben tegen "de zwette mannen" die je niet kon verttrouwen. Tezelfdertijd vertelt mevr. van Dijck hoe ze gingen schuilen in De Groene Lantaarn; het stamlokaal van de Dietsche Militie/Zwarte Brigade waar die "zwette mannen" vergaderden onder de portretten van Staf de Clercq en zijn opvolger Rik Elias. Iemand heeft me verteld dat als je de huidige muurbekleding verwijdert je direct de zwarte referenties ziet.

Zelfde ouderdom, zelfde periode, zelfde tijdstip. Ongeveer hetzelfde verhaal. Het is ook zo dat het bij mij nog in het geheugen is gegrift. Het enige verschil zit hem in de drie kilometer tussen Mechelen en Hombeek en verder enkele details. Misschien hebben we nog naast mekaar gezeten in de schuilkelder op de Lein. Wat de witte en de zwètten betreft, laten we het dan na zoveel jaren liefst over pensen hebben.

Gilden in 2007

Foto Gimycko

Gim, gilde 2007 ??? Ik dacht dat het verslag van Jan ging om 1940-1945 :-)

Hier nog meer over dat gildenjuweel in 2007

Gildes getooid met Coninckxbreuck

Kolveniershof aan de Grote Nieuwedijkstraat

Foto's Gimycko

De politieman, Rik Jacobs, waarvan sprake en te zien op de foto, woonde in de Ham, Korte Ridderstraat.

Hij werd later directeur van de reinigingsdienst.

"...Fotograaf Van Daele heeft er toen een foto van genomen, die mijn moeder later kreeg..."

Was dat familie van...

a) Désiré Van Daele ?

b) Van Daele Fotografie op de Veemarkt ?

Foto Gimycko

Aan foto's, prentjes en 'beelekens' geen gebrek Gim...  Maak er nu geen 'mannekesblad' van hé Gim...  ;-)

Jan, ge kunt mijn gedachten niet beter verwoorden. Een oud zeer van deze blogger steekt na vele maanden afwezigheid opnieuw de kop op: een hoop van het internet geplukte afbeeldingen die weinig of niets bijdragen aan het item.

Roger, ik denk nochtans dat Gimyco hier betere afbeeldingen kan laten zien. Ik zit dus met vragen. Of dat iets met oud zeer te maken heeft is natuurlijk een andere vraag.

Toen fotografie nog maar in zijn kinderschoenen stond was Mechelen al begeven van de fotografen (A.Roman-Adrien Ter Meer-Charles van Boghout-De Bruyne-Dubois-Walton-Gunckel-Morren-Smith-Koekoek-Schelfermeyer) die voornamelijk aan portretfotografie deden.  Vermoedelijk was dat begin 20e eeuw en waren buitenopnamen nog niet aan de orde.  Daarom dat de foto's uit Wereldoorlog I voornamelijk bestaan uit zichtkaarten en gazetfoto's.  Tegen wereldoorlog II zal de fotografie al wat meer ingeburgerd geweest zijn, maar nog niet bij de gewone mensen.  Da's pas vanaf de jaren '50 of 60 wanneer iedereen een kodakske kan aanschaffen.  Dus was fotograaf Van Daele vermoedelijk nog nen ouderwetse vakman die de mogelijkheid zag om de realiteit van de Bevrijding van Mechelen vast te leggen.  En misschien was Van Daele van de Veemarkt, die - geloof ik - in 2007 zijn zaak sloot, wel een kind of kleinkind van die toenmalige fotograaf.

En omdat de naam Van Daele een belletje deed rinkelen heb ik er effe Désiré bijgevoegd.

Neen Gymicko, de "Van Daele" van het doodsprentje is (was) geen familie van de fotograaf "Van Daele".

Op het doodsprentje staat vekeerdelijk "Désiré". Zijn echte naam was "Désideer".

Fotograaf Willy Van Daele had 3 zonen nl. Erik, Guy en Jan.

Erik nam de zaak van zijn vader over.

Merci, Jos.  We zijn weeral wat slimmer geworden.

:-)