Mechelen zoals Leo Roels het zag

met categorie:  

    

De naam van Leo Roels zal slechts bij weinigen nog een belletje doen rinkelen.  En da's best begrijpelijk..  Leo Roels die in 1882 werd geboren in Antwerpen en tot 1945 inspecteur-generaal was van het Katholiek onderwijs, is al jaren geleden overleden en uit de belangstelling verdwenen.  Oudere Mechelaars zullen misschien nog wel herinneringen aan hem hebben, daar hij na zijn pensioen het hele land afschuimde om lezingen te geven over pedagogische thema's.  Waarom ik hem dan ken?  Dat is vooral omdat hij de grootvader is van m'n goeie vriendin Ria Vanherteryck.  Bij het opruimen van mijn boekenkast herontdekte ik een pocketje: 'Onder Sint-Romboutstoren', waarin Leo Roels vertelt over zijn kinderjaren en zijn jeugd...

 

Cyriel Verleyen - nog zo'n monument van een man, die eveneens zijn sporen verdiende in onderwijsmiddens, schreef over hem in 1967, toen het boekje werd uitgegeven:

 

Nadat Leo Roels op rust werd gesteld begon hij prompt een tweede carrière en werd een van de meest gevraagde sprekers van de jongste twintig jaar.  Hij was door grondige studie en door eigen ervaring tot het besef gekomen dat het gezin zijn pedagogische rol slechts volledig zou kunnen vervullen, als een aantal vooroordelen en ouderwetse opvattingen werden opgeruimd. Mede dank zij zijn overredingskracht, zijn tal van ideeën, die hij aanvankelijk tegen de gevestigde traditie in verdedigde, nu algemeen aanvaard.  Leo is nooit een 'redenaar' geweest, wel een boeiende causeur wiens heldere uiteenzetting ook door de eenvoudigste toehoorde gevolgd kon worden...

 

Maar ik wil het nu zozeer over de 'onderwijsmens' Roels hebben.  Wat me vooral boeit is hij kijk op onze stad bij de aanvang van vorige eeuw.  Hij beschrijft op een uiterst kleurrijke manier ons Mechelen, en daarom licht ik graag enkele leuke passages uit dit boekje.

 

De eerste ontmoeting met Mechelen is er in 1897.  De jonge sinjoor, Leo, is dan vijftien jaar oud.  Leo wou graag kunstenaar worden, maar...

 

Mijn zinnen stonden nog steeds op tekenen en schilderen.  Vader en moeder meenden echter: kunstenaars slaan zich moeilijk door het leven, ze lijden dikwijls armoede, en worden slechts na hun dood gewaardeerd.  (...) Op het einde van de zomer 1897 legde ik het toelatingsexamen af in de normaalschool.  Vader reisde mee naar Mechelen.  Hij haalde mij 's middags af aan de school, en ging met mij een biefstuk eten in Het Hof van Beffer.  Het was mijn eerste maaltijd in een restaurant.  De volgende zou nog jaren op zich laten wachten.

 

De reis van Antwerpen naar Mechelen was in die tijd een groot avontuur...  Luister maar.  Het Antwerpse station zoals we dit nu kennen werd kort nadien opgetrokken.

 

 

De grote vakantie 1897 was geëndigd.  Nu was ik normalist.  Dagelijks zou ik met de trein naar Mechelen reizen.  Ik vertrok uit Antwerpen kwart na zeven, keerde terug met een boemeltrein te Berchem omstreeks vijf uur. (...) Dat heen en weer rijden vond ik wel prettig. (...)  Het Antwerps station, een houten gebouw, stond waar nu het Astridplein is.  (...)  De spoorweg was nog niet opgehoogd.  Tot aan de vesting was hij afgeboord met een schutting van oude dwarsliggers.(...)  Een directe trein maakte de reis Antwerpen-Mechelen in 25 minuten; een gewone trein deed er ruim 45 minuten over.  Een kaartje enkele reis Antwerpen-Mechelen, derde klas, kostte 90 centiem, een retourtkaartje 1,50 frank, een schoolabonnement voor een jaar 100 frank.  Er was nog geen station Nekkerspoel.  Dat van Berchem was niet meer dan een afgedankte spoorwagen.  (...)  Geen gangen in de treingen.  Er waren echter afzonderlijke kompartimenten voor niet-rokers, voor dames (geen enkele dame rookte!) en, tijdens het jachtseizoen ook voor jagers met hun honden.  Doch deze laatste afhandelngen waren enkel aangeduid door ovale etiketten, op de ruiten geplakt.  We vermeden de afdelingen waarin melkboeren hadden gezeten.  Daar stonk het vreslijk.  Behendig liepen de treinwachters langs de treeplank op de kaartjes na te zien.  Bij het vertrek hadden zij er werk mee de opengebleven portieren dicht te gooien en in de klink te slaan.  De trein had soms reeds een tamelijk hoge snelheid wanneer zij, in een zwierige beweging, op de loopplank wipten, een deur openrukten en in een kompartiment verdwenen.  Zij riepen hun waarschuwingen in het frans. (...)  O, de treinen van toen, vergeleken met die van thans!  De binnenvliegende rook, geladen met asse, bedekten de zitplaatsen, legde zich neer op uw kleren, op uw hoofdhaar.  De banken in derde klas waren ver van komfortabel.  Vooral wanneer het kompartiment arbeiders had geherbergd, was de vloer soms walgelijk vuil.  Allen immers rookten en ze spuwden als om prijs.  De vrouwen met hun lange rokken en mannen die een mantel droegen moesten bij het in-en utistappen uiterst voorzichtig zijn.  Wanneer het vroor werden in de eindstations, met veel gebons en gedruis zware verwarmingsbuizen met kokend water gevuld, op de versplinterde vloeren neergeworpen en voortgeschoven...(...)

 

Zo kwam Leo in Mechelen aan.  's Middags gingen de 'forenzen' van de normaalschool in 'De Globe' eten, op de Botermarkt, naast het postkantoor dat daar toen zou gelegen hebben.

 

 

Madame Van Battel, een gezette weduwe, baatte de Globe uit.  Het was voor die tijd een nette gelegenheid.  Tafels, stoelen en banken waren degelijk.  Op de plankenvloer was steeds wit zand gestrooid.  Vier grote schilderijen bedekten de wanden.  Ze stelden vrouwenfiguren voor, zinnebeelden van de vier werelddelen.  Een twaalftal normalisten patroneerden de Globe met hun klandizie en gebruikten er elk drie pistolests en koffie waaraan vooraf de melk was toegevoegd.  Er werd slechts 25 centiem aangerekend...

 

Als snel begon de jonge Leo zich thuis te voelen in Mechelen.  De beschrijving van onze stad is erg leuk om lezen:

 

 

Niet alleen aard ik in de normaalschool en vind ik het dagelijks heen en weer sporen plezierig, de atmosfeer zelf van Mechelen valt me mee.  Een kleine stad, vergeleken met Antwerpen.  Van om 't even waar zijt ge in enkele minuten buiten, in 't open veld.  Een sympathieke stad met haar oude gebouwen, haar straatjes zonder stoepen, met hobbelige straatstenen, met haar schilderachtige hoekjes, met haar kronkelende Dijle, met haar vlieten en vlietjes, jammer genoeg sedertdien gedempt.  Een stad vrijwel zonder verkeer:  van om 't even waar kunt ge de rammel horen, om 't even waar zoudt ge midden in de straat uw ezel kunnen opstellen en ongestoord aan 't schilderen gaan. Doorgaans dan ook een zeer rustige stad.  Op zaterdagvoormiddag echter kent ze leven.  Stad en omgeving hebben dan afspraak op de markt.  Tijdens de rekreatie wandelen wij in groepjes van drie of vier tussen de kramen; waar gedrang is wringen wij er ons met weing voorkomendheid door.  We houden ons even op bij de liedjeszanger die zijn teksten aan de man tracht te brengen.  In onze jeugdige verwaandheid hebben wij slechts misprijzen over voor zijn gezang, voor het harmonikaspel van zijn maat, voor het schreeuwerig gekleurd schilderij waarop hij met zijn aanwijsstok de verschillende episoden aanduidt van het griezelige verhaal, één tafereel per strofe.  Wat verder is een jong boerenmeisje schoenen aan het passen.  Wij interesseren ons levendig aan de transaktie, sparen goed-noch afkeurende opmerkingen.  'Neen, die niet! - Ja, dat is een beter paar, niet waar Karel?'  Het kind bloost van ergernis, haar moeder lacht er eens om.  Voelt ze zich in de plaats van haar dochter door deze attenties gevleid? 

 

'Water in de straten'?  Leo kan er ook over vertellen;

 

Nog is het afleidingskanaal van de Zenne niet gegraven.  Bijna geregeld lijdt Mechelen onder een kleine overstroming.  We komen van het station en worden op de Bruul, ter hoogte van de huidige jezuïtenkerk tegengehouden: er staat een halve voet water in de straat.  Het wordt ons een welkom voorwendsel om een half uur te laat te komen in de school.  Mechelen telt veel herbergen; daarenboven is van menige winkel de achterplaats ook een gezellige drankgelegenheid.  Zo in de Lievevrouwestraat bij De Muyter, waar men kerkboeken en paternosters verkoopt.  Men drinkt uitzet of bruine, en betaalt tien centiem voor een groot glas, even breed aan de voet als bovenaan.  Komt het door de vele vleiten?  De stad is in alle geval rijk aan vliegen.  Ze doen zich niet alleen te goed aan de natte ringen op de herbergtafel, ge treft er ook licht een paar aan in uw glas.  Maar ge wipt die eruit.  Toch staan er in elke herberg glazen vliegenvangers met bier als lokaas en doen die een goede vangst.  Ik zie de Grote Markt zoals ze 's middags was, wanneer wij van de school naar de Globe trokken.  In alle richtingen spoeden zich mensen naar huis, velen, meubelmakersknechten op klompen.  Boven het geklepper van de klompen klinkt vrolijk de rammel.  Op het uur speelt hij wel volle vijf minuten.  Me dunkt ik hoor een mars van Sousa en ik neurie mee: 'en we eten soep, we eten soep, we eten soep met ballekens'.  Op maandag, van elf tot twaalf zit meester Denijn voor zijn klavier.  We hebben opzettelijk de ramen op een kier gelaten.  De fijne trillers dringen de klas binnen.  We luisteren naar 'Mijn moederspraak', 'Brise des nuits', 'Comme à vingt ans', 'Milenka'.  Konden we de leraar maar doen zwijgen!  Ik voel me thuis in de stad van Sint-Rombout!

 

 

Ik wil eindigen met een tafereeltje op de Botermarkt:

 

Hoe rustig het in die tijd op de Botermarkt was op het middaguur, we konden van achter de ramen van de Globe, of gezeten vanop de banken voor het café de voorbijgangers gadeslaan, en onze opmerkingen uitwisselen.  Altijd opnieuw viel het ons op wat een grote voeten de gadervils hadden.  En op wat een ouderwetse fiets met naar achteren sterk afhellende freem, de legerofficieren reden van wie er soms een voorbijpeddelde.  Aanvankelijk intrigeerden ons de vrouwen die stoelen droegen waarin een paar broden lagen, tot iemand ons dat sociaal misbruik verklaarde: het vlechten van de zittingen werd gedeeltelijk met brood betaald!  (...)  Eén incidentje zal ik nooit vergeten.  Op een zomermiddag zaten we lekker te luieren op de bank.  Loopt daar de grote hond van een van de buren een tijd als besluiteloos rond, blijft dan voor ons enkele ogenblikken gehurkt zitten, en ja, hoe zal ik het fatsoenlijk uitdrukken, veroorzaakt daar een strategisch punt van werkelijk eerbiedwaardige afmetingen, doch tevens met een luchtje dat ons naar binnen dreef.  Voor niet lang echter.  De jeugd is vindingrijk.  Aan de overzijde was de bazaar van de gezusters Becker.  er lagen daar altijd kartonnen dozen en deksels op de straatweg.  Karel liep een lege doos halen, plaatste ze omgekeerd over het hondeprodukt.  De bedoeling was duidelijk.  heel wat mensen gingen schuin over van de Bruul naar het postkantoor.  Op die lijn lag de doos.  En het ligt in die de menselijke natuur een doos voort te schoppen.  Wie zou het doen?  En met welk resultaat?  We zaten met zijn vieren of z'n vijven op de bank in blijde verwachtign van de komende dingen.  Was het omwille van onze aanwezigheid?  Er kwame mensen van de Bruul naar ons, maar ach, ze trokken al voorbij.  Dan verscheen een brievenbesteller: een vrij jonge man met een zware knevel, een strohoed en een witte broek....(...)

 

Het vervolg laat zich raden.  Zouden er toen ook al GAS-boetes bestaan hebben?

 

(foto's: oude postkaarten)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De reisverhalen per spoor in dit boekje, zijn voor een fervent gebruiker van de latere NMBS van na WO II, in Leo Roels zijn verhaal, zéér herkenbaar. Zeker die houten wagons van 3° klasse als hij de rit naar Mechelen beschrijft.

Op de lijn naar Dendermonde, een trip die ik als kind met mijn vader om de veertien dagen maakte om naar zijn ouderlijk huis in Buggenhout te trekken, reden nog tot in de beginjaren zestig die door de Duitse oorlogsschuld uit WO I gefinancierde treinwagons.

Ooit gebeurde het dat mijn broertje Karel, die steeds aan de deur van de wagon wou staan om niets te missen van het uitrijden van het Mechelse station, verrast werd door de  openzwaaiende deur, en recht in de armen viel van de treinconducteur die op de al rijdende trein sprong en toen de deur ontsloot. Of dit reglementair was toegelaten blijft hier in het midden. De man hield tenslotte de veiligheid van de vertrekkende trein zo lang mogelijk in de gaten en sprong als laatste het compartiment binnen. Van pa mocht broer nooit meer bij vertrek van de trein aan die deur zijn kinderlijke nieuwsgierigheid gaan bevredigen. De gevolgen hadden wel een tikje te katastrofaal kunnen uitdraaien.

(detail uit foto van de Beeldbank Mechelen)

Die 3e klas wagons waren niet alleen gevaarlijk omdat de deuren tijdens het rijden simpelweg met een klink van binnenuit konden geopend worden, maar de conducteur diende zich na elke stop te vergewissen of alle deuren gesloten waren alvorens hij het signaal gaf dat de trein mocht vertrekken.  En dat waren er wel enkele, ik schat dat er 8 à 10 deuren per wagon waren. 

 

@Roger Kokken: Zat er aan een compartimentdeurtje ietsje onder de klink niet ook een palletje waarmee de deur vergrendeld kon worden, zodat ze niet van buitenuit kon geopend worden?

Ik heb nog wel tot 2e klasse omgebouwde derdeklassers met houten banken geweten, maar niet zoals op de foto uitgerust met twee treden over de ganse lengte van de wagon.

De laatste treinen, met handbediende deuren, die Mechelen aandeden waren de Diesels (reeksen 59 en 62) met gekoppelde L-rijtuigen op de lijnen naar Dendermonde en St Niklaas en dit tot de invoering van IC-IR plan.

anekdote uit onze studententijd: Pendelaars op de voorgenoemde lijnen stapten dan in Mechelen dikwijls over op de (moderne) treinen naar Antwerpen of Brussel. Wij, mannen van 't stad, vroeger dan wel eens of ze onderweg nog 'cowboys of indianen' zagen.... en of er ook vee op 't spoor was te zien bij vertragingen.

Om in de sfeer te blijven: een paar foto's die ik schoot op de tentoonstelling '175 jaar Belgische spoorwegen' in Lamot, in 2010:

...reisde zo Leo Roels naar Mechelen?  Hij beschrijft dat zo mooi - haast in 'filmbeelden'.  Ook zijn markttafereel is bijzonder plastisch neergeschreven.  Met wat verbeelding wandel je zo in gedachten door dat Mechelen van lang geleden...