'De blik van de tiener'

met categorie:  

 

(foto's:  Goedele Smets en Annemie Verreydt)

Het is weer rustig in de stad.  De tribunes zijn leeg - Intermezzo tussen wat was en wat komen zal.  De stad praat na over het gebeuren, en wacht op het orgelpunt.  Ik zit met Tom Kestens op een terras op de IJzerenleen.  We praten over de Cavalcade en de mythe die er rond hangt, en over dat 'Mechelen-gevoel', over traditie en erfgoed, over nostalgie en soldidariteit, over de kracht van vrijwilligerswerk en verbondenheid...  Eén van m'n dochters die afstevent naar 'midden de twintig', had me Cavalcadeheld genoemd met een zweem van milde spot, vaderliefde en fierheid in haar stem,  Palmenzwaaiend was deze pseudo-Jeruzalemmer haar voorbijgeschreden op de Veemarkt - in een bijbels tenue van overjaarse woestijnbewoner.  Tom lacht.  Hij begrijpt het.  "Moet je dit horen...", zegt hij me - en hij haalt zijn laptop boven.  "Ik heb een tekstje gepleegd...".  Hij begint te lezen, en er is zoveel herkenbaardheid...  Dat is het! Daarom doen we het Hossana Filio David of zeemansliederen zingend op het Schip van Oorlog, - in de voetstappen van vele generaties Mechelaars voor ons...

 

 

De blik van de tiener

 

Mechelen stond afgelopen weekend massaal te genieten van alweer een historische Hanswijkcavalcade.  Onze speciale editie van de Hanswijkprocessie die om de 25 jaar uitrukt.  Met praalwagens, duizenden figuranten, het befaamde Ros Beiaard en uiteraard een wervelende Ommegang met Reuzen, vuurspuwende draken en andere tot de verbeelding sprekende figuren uit ons rijke verleden.  Ik herinner me de vorige Cavalcade nog, exact 25 jaar geleden dus.  Ik was 14 (zo oud als mijn dochter vandaag) en stond gefascineerd te kijken naar de processie en in het bijzonder naar mijn vader die, getooid in minnestreelkledij, op een praalwagen de luit bespeelde.  Ik aanschouwde het natuurlijk met gemengde gevoelens.  Ik begreep die hele processie niet zo goed, laat staan waarom mijn vader per s" zo'n al bij al potsierlijke outfit aan moest.  Maar ik begreep wel dat heel Mechelen zijn engagement toejuichte, en mijn borst gloeide toch van voorzichtige trots.  Ik had nooit durven voorspellen dat ik dit weekend ingehaald zou worden door het onvermijdelijk lot.  Daar ging ik, getooid als een piraat, op het 'Schip van Oorlog'.  De hele Dijlestad rond.  Met een pak jeugdige matrozen aan mijn zij en een knappe zwarte kapitein die recht uit The Pirates of The Caribbean was gestapt.  Door een megafoon zong ik zeemansliederen en sprak de Mechelaars dankbaar toe.  Want regisseur Michael De Cock gaf één regieaanwijzing voor aanvang: "Richt je maar tot het volk.  En amuseer u."  En zo geschiedde.  Ik was op dreef, genoot van de samenzang van de toegestroomde mensen, zag ambiance op de volgepakte tribunes.  Ik zag hoe uitbundig jong en oud, blank en gekleurd, genoten van het schouwspel.  Een stad verenigde zich rond een traditie.  Tot ik plots, ergens halverwege het parcours, de blik van mijn dochter kruiste. De boot zwenkte net de Van Hoeystraat in.  Daar zat ze,  gehurkt op de stoep, omringd door vrienden.  Ik zwaaide enthousiast en zette voor de honderste keer "Allen die willen te kaapren varen" in.  De meisjesblik die ik ontmoette herkende ik in een flits van een seconde.  Die vertwijfelde blik die boekdelen spreekt.  Die blik die wil kijken maar aarzelt om te zien.  Die blik die zo eerlijk is dat hij pijn doet.  De blik van de tiener.  Het was mijn blik van 25 jaar geleden.  Ik stond perplex natuurlijk, maar hoorde mezelf toch verder zingen.  De automatische piloot in mij trad in werking, de processie cavalcadaverde voort, maar het onheil was geschied.  Ik was niet langer mijn personage, maar een Mechelse vrijwilliger die in zijn vaderlijke hemd stond.  55 000 paar ogen keken toe, maar die ene blik zinderde na.  Ooit, binnen 25 jaar, mag mijn dochter zich aan een telefoontje verwachten.  "Doedemee?"  Ze zal in een flits terug denken aan haar gène van dit weekend.  En dan beseffen: meestappen in de Hanswijkcavalcade, daar zeg je als Mechelaar onmogelijk neen tegen.  Zo gaat dat al honderden jaren.  En zo zal dat blijven gaan.

 

 

 

Ik hoor monkellachend toe.  Tom klapt de laptop dicht, en we blijven even zwijgend zitten. De plaatjes zullen binnenkort weer in een gedenkboek belanden, zoals die keren voordien.  Tussen de regels zullen - wij vaders - nog andere dingen lezen....