Mark over grootvader Prosper...

(foto's: Jan Smets)

Ik was nooit een grote fan van kunstschilder Prosper De Troyer.  Waarom?  weet ik veel.  Ik had géén affiniteit met zijn werk.  Het kan heiligschennend klinken als opener van een artikel over hem.  Tja.  Toch moet ik zeggen dat de expo in Lamot die nu van start is gegaan, me toch nét een veelzijdiger beeld geeft: een welgekomen aanvulling op mijn gebrekkige kennis van het werk van De Troyer - in zoverre dat ik toch heel wat meer waardering krijg voor zijn artistiek talent.  Niet élke stijlperiode weet ik even erg  te smaken.  Maar toch krijgt Prosper 'eerherstel' in mijn ogen.  'Prosper De Troyer. Schilder in beweging' is een knap opgezette expo die de Mechelse kunstenaar en eigenzinnige modernist alle eer aandoet.  Kleinzoon, TV-icoon Mark Uytterhoeven haalt herinneringen op aan zijn beroemde grootvader...

 

  

(foto op de expo toont Prosper en zijn vrouw in hun schilderswinkel op de Brusselsesteenweg)

 

Als men me vraagt of ik herinneringen aan mijn grootvader heb, dan moet ik zeggen: nee.  Ik ben geboren in 1957, en hij stierf in 1961.  Van de weinige herinneringen die ik heb, vraag ik me nu af, of ik die zelf heb meegemaakt, of dat ik ze ken van de verhalen van mijn grootmoeder, of mijn moeder, die zijn jongste dochter was.  Mijn grootvader Prosper was eigenzinnig en koppig, en had een sterke en pittge persoonlijkheid.  Net zoals mijn grootmoeder, die ik veel langer heb gekend.  Ze waren dus aan mekaar gewaagd.  Toch twijfelde grootvader vaak aan zichzelf.  Hij stierf aan de late  gevolgen van een verkeersongeval, op 81-jarige leeftijd.  Hij maakte voor mij soms nog bibberend tekeningetjes.  Maar eigenlijk waren die niet meer om aan te zien.  Dat ongeval had hem 'naar de knoppen' geholpen'...

 

Prosper De Troyer was niet van Mechelen.  Hij werd geboren in Destelbergen in 1880.  Bij het uitbreken van WO I wordt hij onder de wapens geroepen, geraakt gewond, en komt in Mechelen tercht.  Hij blijft hier 'plakken'.  Hij start een verfwinkel op de Brusselsesteenweg, en wordt 'nijverheidsschilder' of huisschilder.  Het stelt hem in staat financieel onafhankelijk te zijn, en zich zo met kunst bezig te houden...

In de tentoonstelling merk ik werken op uit zijn vroegste periode, die me héél sterk doen denken aan het werk van onze beroemde Rik Wouters.  De verftoetsen, het kleurgebruik, stukken linnen die wit blijven, een model met een froufroutje die me dadelijk de ascociatie met Nel doet maken...  Zelfs de jurk is geïnspireerd op de vrouw van Rik - zij het nu blauw-wit gestreept in plaats van rood-wit als bij Nel Duerinckx...

 

 

Het is ook zo.  Bij aanvang is Rik Wouters een inspiratiebron.  Het fauvisme kleurt duidelijk zijn werk.  Maar later zal Prosper bewust afstand nemen van deze 'oude' kunstvorm, en gaat hij rusteloos op zoek naar vernieuwing.  Hij zou héél zijn leven zoeken naar nieuwe wegen.  De modernist De Troyer evolueert.  De periode uit zijn leven die deze vernieuwing het best illustreert is de tijd tussen 1915 en 1935.  Kubisme, futurisme, geometrisch-abstacht, expressionisme...  Prosper flirt met al deze stijlen.  Het levert telkens verrassende, krachtige en persoonlijke beelden op.  De Troyer gooide de deuren open, en ging 'buiten' zoeken naar nieuwe onderwerpen voor zijnkunst.  Spoorwegen, treinen, beiaard, en veel meer...: het duikt allemaal op in zijn werk.  De Troyer gaat vaak gedurfde kleurencominaties aan.Later komt er een nieuwe breuklijn, als Prosper in 1938 afstand neemt van al deze tendensen in de moderne schilderkunst, en terugkeert naar het figuratieve.  Heeft het te maken met zijn vaderschap?  Als hij 41 jaar is wordt wordt zijn dochter Theodora geboren...  De modernist kiest nu voor makkere en volksgebonden taferelen..., en schilderijen die met het moederschap te maken hebben.  Hij geraakt wat verbitterd in de jaren dertig over het idee dat de kunstwereld van hem zou hebben.  Heeft hij niet het onderste uit de kan kunnen halen?

 

('dood van de kardinaal' - uit 1926.  Mercier op zijn sterfbed)

 

De tentoonstelling toont zo'n 75 schilderijen en tekeningen die de evolutie in het werk van De Troyer mooi aantoont.  Bij het opzetten van de expo is veel onderzoek gedaan in het privé-archief van de schilder.  Naast de werken uit musea van Antwerpen, Brussel, Gent, Mechelen, Oostende, de Belfius-collectie, het FeliXart Museum en de rijke verzameling van de familie, is door heel wat speuwerk toch nog wat opgedoken in privé-collecties.

 

Als kind werd ik vaak naar vernissages meegenomen.  Ik had er een grondige hekel aan.  Ik hield me liever bezig met voetballen.  Toch is mijn belangstelling voor kunst hierdoor wel aangewakkerd.  In huis waren bij ons geen verbleekte plekken op het behangpapier.  Dat kreeg de kans niet: om de drie maand veranderden de werken...  Vaak heb ik ook mogen helpen om tentoonstellingen op te zetten.  Weet je wel - schilderijen van zolder naar beneden dragen - "pas op manneke...", en nadien terug naar boven.  Ik was toch wel fier op hem.  Ik liep school op het Atheneum, en in die tijd liep er in het Cultureel Centrum een tentoonstelling van z'n werk.  Misschien was ik toen 14 jaar, en ik  pochte met mijn grootvader.  Er hing een werk met een borstvoeding gevende vrouw, en de gids vertelde dat de schilder borsten als voetballen schilderde.  Men lachte me toen uit: "uw grootvader kan geen borsten tekenen!"

 

 

   

 

In de tentoonstelling zie je een opeenvolging van stilistische en thematische reeksen die de samenhang en visionaire kracht van De Troyers beeldentaal ten volle tot zijn recht laat komen.   Toch werd Prosper door zijn Vlaamse vrienden-critici naar voor geschoven als een einzelgänger.  Uit het persoonlijke archief blijkt dat dit tussen 1919 en 1928 allerminst het geval was.  De Troyer had nauwe contacten met de belangrijkste kunstenaars, tijdschriften, galeries, critici en kunstkringen van zijn tijd.  Vanuit zijn verfwinkel sloeg hij de brug tussen de kunstscènes in Antwerpen en Brussel, en zocht hij banden op met muziek, theater, architectuur en literatuur...  Paul Van Ostayen, Felix De Boeck en Michel De Ghelderode waren intieme vrienden.

 

Onze familie heeft in het vooruitzicht van deze tentoonstelling alles wat maar waarde kon hebben geschonken aan het Mechels stadsarchief.  Ik vraag alleen het voorrecht om iets terug naar huis te halen als ik iets grondiger van mijn grootvader wil lezen....

 

 

Op de tentoonstelling die loopt over twee verdiepingen, en die artistiek - sober en toch verrassend,  werd vormgegeven door de Mechelse Hogeschool, is er ook een 'biografische schatkamer', die put uit het persoonlijk archief van de kunstenaar, en waarin zijn rijke persoonlijkheid tot leven komt...  In die sfeer ontdek je de (gevoels)mens Prosper.  Over drie ruimtes wordt ingezoomd op het leven van de kunstenaar.  Het verhaal start in de verfwinkel aan de Brusselse Steenweg.  Zijn atelier laat zijn voorliefde voor theater en groteske personages naar Jeroen Bosch zien..., toont palletten, verfresten, foto's...  De woonkamer toont de kunstwereld en de sfeer van de vele contacten die Prosper had met bekende tijdgenoten...

 

Toen ik belangstelling kreeg voor voetbal en sport in het algemeen, vond m'n grootmoeder dat op z'n minst merkwaardig, want daar had in de familie nog nooit iemand mee bezig gehouden...  Toch was mijn grootvader lid van racing-Mechelen!  Stel je voor.  Maar het zou me verbaasd hebben als hij ooit bleef tot het einde van een wedstrijd!

 

 

Mijn vroegste TV-optreden heb ik trouwens gemaakt in 1958, in een uitzending van het legendarische 'Ten Huize van'.   Je kan dit zelfs bekijken op de tentoonstelling.  Ik zat als kleine uk op de arm van mijn moeder - tussen mijn grootvader en andere personaliteiten.  Maar ik heb de show gestolen door een glas water om te kiepen...

 

De tentoonstelling loopt tot 22 september.  De toegang in Lamot bedraagt 8 euro, of 5 euro voor jongeren onder de 26 jaar of ouderen vanaf 65 jaar.  Groepen vanaf 15 personen die vooral reserveerden, alsook mindervaliden, en bezitters van een lerarenkaart betalen eveneens slechts 5 euro.  2 euro voor de bezitters van een Uit-pas, en kinderen tot 12 jaar, Vrienden van de Stedelijke Musea Mechelen, begeleiderspas, VMV, ICOM, houders van de kaart Toeristische gids: gratis.

 

(er is een informatieve bezoekergids, en curator Kurt De Boodt heeft naar aanleiding van de tentoonstelling een boek geschreven, dat verschijnt bij Pandora Publishers)

 

 

Het is de mooiste tentoonstelling van mijn grootvader die ik ooit zag.  En ik heb er véle gezien.  In ben onder de indruk van de kwaliteit.  Gelukkig is hier gemikt op z'n beste periodes.  Een aantal werken had ik al lang, of zelfs nooit gezien...

 

Zijn jullie van plan deze tentoonstelling te gaan bekijken?  Of, heb je hem al gezien?  Wat vond je er van?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gisteren de tentoonstelling bezocht met een schitterende presentatie door Bart Stroobants, curator van de Stedelijke Musea. Ik kan het alleen maar eens zijn met de lovende woorden van Marc Uytterhoeven!

In de Kerieuze Mecheleir was daar ook het een en ander over te lezen.-)

Ik heb de tentoonstelling zondag bezocht ... in alle rust want weinig bezoekers wegens terrasjesweer

.... en gisteren nog eens met de Vrienden van de Musea mét enthousiaste/deskundige uitleg van Kurt De Boodt. 
 

De werken hebben mij bijzonder geboeid - ik vind De Troyer  zeker een miskende/ondergewaardeerde schilder. 

De tentoonstelling is ook heel goed opgebouwd - een pluim voor al wie zie hiervoor inzette !

 

Gisteren onder begeleiding van Bart Stroobants samen met de stadsgidsen deze prachtige

tentoonstelling bezocht.

Een hartelijk proficiat aan de dienst "Musea" en Bart.

Geen  enkele echte Mechelaar mag deze tentoonstelling missen!!

Deze Mecheles bezocht vandaag de tentoonstelling:"Prosper De Troyer, schilder in beweging"

Een revelatie, mooi werk, koud in de zalen, in elk geval in tegenstelling tot buiten, en we bleven in beweging inderdaad...

Wat hebben we niet gezien, opgemerkt, hoe komt het dat we onze weg, zeker in Zaal Scala, zo slecht vonden? We zijn vrij doorwinterde tentoonstellingbezoeksters, maar ditmaal was het best ingewikkeld de bezoekersgids te volgen. We hebben niet allemaal het geluk Bart Stroobants persoonlijk te kennen.

Verder alle lof voor de samenstellers, want we lazen dat er heelwat uit privébezit is tentoongesteld, het moet niet simpel geweest zijn al die werken overal te lokaliseren.

Geslaagd was ook de schatkamer van PDT.

Mijn tochtgenote komt uit Mol en vond het best de moeite.

We namen in de vlucht, bij wijze van spreken, een kleine maar fijne tentoonstelling mee van René Carael, magisch realistische doeken in het Huis van de Mens tentoongesteld.

Gingen ook in de kathedraal een kijkje nemen bij de fotottentoonstelling. Knap werk!

Mijn tochtgenote vond het de moeite om haar echtgenoot aan te sporen eens te komen kijken gezien hijzelf een verdienstelijk amateurfotograaf is.

Al bij al een geslaagde dag.