een freule, een koning met kiespijn en simpele duiven...

met categorie:  

(foto's: Jan Smets)

 

De freule van waterland had die avond iets meer gedronken dan Spa bruis.  Niet dat de dame stevig boven haar theewater was - ik zou het niet durven beweren - maar, ze was toch redelijk in de wind.  En dat mag natuurlijk.  De boog kan niet altijd gespannen staan...

 

De freule had immers een druk bestaan, en het was algemeen geweten dat ze regelmatig optrad als bemiddelaarster bij uit de hand lopende kruistochten en andere uitstappen van Hier tot Ginderachter.  En daar had ze haar handen vol mee, en daarvoor werd ze ook erg gewaardeerd.  Bovendien vulde ze deze dagvullende taak ook nog aan met gastoptredens in allerhande Minnespelen, schouwtonelen en wagenspelen.  Kortom: ze was een bezig bijtje dat dan ook af en toe de spanning mocht wegspoelen bij een borreltje.  Of twee.  Of drie.  Moet kunnen.  Ze had alleen in deze hoedanigheid van lichte beschonkenheid en beneveling niet  de teugels van haar koets moeten manipuleren.  Want toen ze huiswaarts kerend, langs kronkelende wegen, bochtenwerken en zijpaadjes, spoorslags van 't Rechte Pad afweek, leek ze de slagboom die haar doorkomen verhinderde, niet gezien te hebben, en ze stoof er met haar gespan dwars doorheen, zodat het slagboomhout versplinterde en dus stuk was.  Daar was geen been aan gebroken, want van de weg Links of de weg Rechts kwam er geen andere koets, hondenkar of ruiter aangereden.  Gelukkig maar.  Alleen had de freule niet opgemerkt dat er een dienaar van de  Baljuw achter ene boom verscholen zat - de stiekemerd.  "Oeps", dacht de doorluchtige freule plots ontnuchterd: "Hier is stront aan de knikker".  Dat was de meest juiste conclusie die de waterlandse maken kon.  De wethoudende loontrekkende van de de Baljuw kon niet echt smakelijk lachen met het vergijp van de freule, en liet dit dan ook duidelijk merken.  Zijn grimassen makende snorharen en wenkbrauwen lieten sterk vermoeden dat hij het er niet bij zou laten.  Toch was hij nog redelijk mild in zijn optreden.  Ze diende niet mee kerkerwaarts te gaan.  Maar ze zou er nog wel van horen.  En dat ze er van zou horen, dat kon ze wel raden door te kijken in de vernauwde pupillen van de wettelijke vertegenwoordiger van s' Lands Orde.  Alleen kon de beduusde lady op dat eigenste moment nog niet vermoeden op wélke manier...

 

De baljuw boog zich over het perkament - de monocle op de neus - Over het perkament waarop het vergrijp van de freule in keurige maar afkeurende bewoordingen neergepend stond.  Dat was me het verhaal wel, dacht de hooggeplaatste arm der wet.  De freule was dan ook niet van de minste!  Ze behoorde tot de naaste hofdames van de Prinses van Rode, en van die laatste wist te baljuw pertinent dat ze aasde op de troon van de Blauwe Koning.  Er waren wel meer adelijken en iets minder blauwbloedigen die zichzelf al zagen met de scepter van de Koning.  Dat was op zich niet zo vreemd.  Maar er heerste toch een grote zenuwachtigheid in het land.  De edelen, ministers, bondgenoten, en konkelfoezende lakeien voelden het aan hun grote teen en ook aan hun water. Zou de Koning de kroon aan een ander moeten overlaten, of kon hij rustig en lustig verder blijven regeren over zijn Land van Melk en Honing?  De vorst had het land welvarend gemaakt en verfraaid. De paleizen blonken, en de met bloemenperken omzoomde pleinen waren prachtig gekasseid.  Over de waterpartijen lagen sierlijke bruggen en de parken werden netjes onderhouden door de Groene lakeien van de koning.  Kortom: het was een land dat door vriend en vijand werd bejubeld.  De Koning was een tevreden man.  Dat straalde hij uit.  Hij hield van zijn land, en schreef er zelfs een dik boekwerk over.  En zijn land hield van hem.  Of toch een groot deel van zijn land.  Er waren hier en daar wel ridders met andere stambomen die niet elk Koninklijke Besluit en Uitvoering als hemels en goddelijk beschouwden.  En er waren ook nog een handvol vendelzwaaiende zwarte ridders en andere gekleurden die morden.   Deze niet als erg positief betitelden vonden dat er te veel in de schatkist werd gegraaid om dit alles mogelijk te maken.  Maar de Koning zag er geen graten in.  "Uitgeven om te kunnen ontvangen!" placht hij dan te zeggen.  "Zo moet het.  En niet anders!".

 

Maar laat me nu even wederkeren naar de werkplaats van de Blauwe Baljuw.  Hij zat nog steeds peinzend over het perkament met de beschreven misstap van de freule van Waterland gebogen.  Wat moest hij hier mee aan?  Toen wist hij het: hij zou de in alcohol gedrenkte strapatsen van de hofdame van de Rode Prinses aan de Koning melden, voordat Anderen dit zouden doen.  Want hij stond bij hem op een goed blaadje, en dat wilde hij zo houden. Hij was een integer man.  Hij bond een blauw lintje rond het Geschrevene, en stak het in het werkwillige bekje van Zijne Blauwe Geschelpte, die hiermee klapwiekend naar het paleis van de Koning kon zwerken.  Alleen had de baljuw niet erg opgelet toen hij het deurtje van zijn duivenhok opende.  Een paar andere overijverige duiven wilden hun kunnen demonstreren, en stortten zich met overmoed en zonder besef van hun grensoverschrijdende daden op de kopies die de baljuw van het bezwarende document had bewaard.  Denkend dat ze hiermee goed zouden scoren, vlogen deze simpele gevleugelden er eveneens hemelwaarts mee.  De Blauwe Geschelpte leverde de boodschap netjes af, en de niet zo slimme duiven bezorgden hun eigenste exempaar af aan een paar herauten, die bij elk aangebrand nieuwsbericht al in extase kwamen.  Daar konden ze zéker wat mee aan!  Absoluut! 

 

De herauten vertelden het nieuws verder.  Je weet hoe dat gaat.  Ze vertelden het aan hun getrouwen, en deze briefden het door aan de dienstmaagden en de visverkoopsters, aan de knechten, schoenmakers, beenhouwers en wijnhandelaars.  Het kwam aan de oren van de torenwachter en de uurwerkmaker, de lijfeigenen, de vrouwen van lichte zeden en de edele ridders.  Het hele land roddelde mee.  Er werd gegist, verondersteld, gefantaseerd, gemopperd, overdreven, gescholden,...  En het nieuws verspreidde zich verder - als een lopend vuurtje...  Al snel werd het nieuws over de lichtbeschonken feule hét gebeuren-van-de-dag in het Koninkrijk.  De Koning die de aanzwellende geruchten hoorde vanachter de dikke paleismuren, verslikte zich bijna in zijn gebraden parelhoen.  Hij liep mauve, met paarse vlekken aan, en toen de hofnar met nauwelijks verholen leedvermaak 'Vandaag is rood' begon te zingen, kreeg hij een nooit geziene woede-aanval.

 

De geschrokken Koning die al een tijdje geplaagd werd door plotse opstoten van kiespijn, probeerde het tij te keren.   Er zat heus niks achter het feit dat de baljuw het akkefietje van de bereden freule aan hem wou laten weten.  O nee.  En verdorie: wat had hij toch last van kiespijn.    De Prinses van Rode zag het wel even anders.  Ze vond het helemaal niet kunnen dat de baljuw zijn boekje zo te buiten was gegaan.  Domme postduiven of niet: het beheer van de blauwe duiventil was wel zijn verantwoordelijkheid. 

 

De baljuw durfde zich niet meer vertonen. Hij kwam tot het besef dat hij zich gedeisd diende te houden. Hij was een man van eer én gewetensvol,  en  hij trok het boetekleed aan, en vertrok uit het Blauwe Land  om Wie-Weet-Wanneer terug te keren.  De Koning die voor de buitenwereld het gezicht in rustige plooien had getransformeerd, probeerde door een tandje bij te steken, zich uit de netelige situatie te redden.  In die dingen was de Koning sterk.  Dat was geweten.

 

De freule en de Rode Prinses bleven in hun heilige verontwaardiging nog even verder  mokken met hun vazallen, getrouwen en gevolg van potsenmakers en kunstminnende vrienden.  Want de Prinses had vele Kameraden onder hen.  De freule probeerde zich uit het verhaal te redden door met een onschuldig gezicht te verklaren dat ze door de slagboom reed omdat ze het écht niet kon begrijpen dat deze niet defect was omdat hij zo lang gesloten bleef...  Echt waar.  En heus: ze was niet ladderzat geweest.  Hoogstens een beetje tipsy.  En dat is niet zo heel, héél erg.  Alleen een heel klein beetje.  En dat beaamde de prinses die aan haar zijde de herauten toesprak.  De prinses legde de grootste schuld bij de onvoorzichtige baljuw die zijn getrouwheid aan de vorst iets té breed zag.  Want zo dacht zij hierover.

 

De ridders van de andere adellijke families, de ongeduldige troonpretendenten, en ook de afgunstige edelen en jaloerse hofdames dachten er het hunne van, en zwegen.  Voorlopig.   Want in voorlopigheid scoorden zij goed.   Alleen gonsde het van de geruchten en achterklap in de koninklijke wandelgangen, aanpalende zalen en aangrenzende vertrekken.   Want het was nu eenmaal zo dat het die dagen nog onbeslist was of de Koning op de troon zou kunnen blijven.  Alles hing af van het volk dat de balkonscènes, paleisrevoluties, goede mares en onheilsberichten op de voet volgde.  Dra zou de beslissing vallen. 

 

De Koning had een zware dag gehad.  Die verdomde kiespijn bleef hem parten spelen.  En hij was moe.  Doodmoe.  De nar was al naar zijn bedstee vertrokken.  Het werd tijd dat hij ook onder het dons kroop.  Nog even keek hij in de spiegel, om deze zoals steeds te onderwerpen aan de prangende vraag die hem al zovele jaren bezig hield.  Maar de spiegel zei net als gisteren en eergisteren en al die vorige dagen - getrouw als een koninklijke spiegel zijn kan: "Jij, mijn Koning, jij bent de beste van het land...".  En toen legde de Blauwe koning zijn hoofd te ruste.  En  hij hoopte dat de vervelende kies hem niet zou storen vannacht.

 

En het hele land was slapen gegaan.  De hofdames en de waarden, de leerlooiers en de belleman, de schildwachten, de kannonier en de poorters...  De Hoge Toren legde zijn donkere schaduw over het paleis en de krochten, en over de pleinen met bebloemde perken, de parken en de mooie en lelijk bevonden bruggetjes, over Waterland en Bosrijk, over de met goeie voornemens gekasseide straten, kantelen en torens en al wat boven het gemiddelde uitstak.  En de maan scheen vredig en blauwig over het te ruste gegane land.

 

Morgen zou er een nieuwe dag komen.  Een dag waarop sluipschutters, konkelfoezers, mouwvegers, jaloerse vazallen, overijverige herauten, volksmenners, praatjesmakers en kroonpretendenten weer aan de slag konden gaan.  Want het Leven is soms hard en bitter en  de mensen soms nog meer.  Fouten worden opgespoord met vergrootglazen en dolken geslepen...voor freules die nét iets meer drinken en baljuws, en Koningen en Anderen.

 

Het land was stil onder de maan die scheen.  Alleen: ... in de duiventil was het nog véél, véél stiller...   In een hoekje - niet beschenen door het maanlicht - lagen tussen  wat blauwgrijze pluimen, en hoopjes aangekoekte drek, een paar simpele duiven, de nek omgedraaid - vakkundig, met pijnlijke precisie uitgevoerd.  Het is wreed, en het is niet anders.  Ergens moet men altijd schuldigen vinden.  Zélfs in sprookjes.  Het is niet mooi, en het is niet fraai.  Maar het is altijd zo geweest.  Hier en Ginderachter en Altijd en Overal.

 

 

 

 

 

 

:-) met plezier gelezen.

:-) Jan Grimm op zijn best ... 

Bedankt.  Met dit grimmige sprookje heb ik de zaken op mijn manier willen 'ordenen'.  De feiten en interpretaties laat ik aan anderen.  Daarvoor heb ik té weinig kennis.  Ik spreek me dan ook niet uit over de fouten die door deze of gene zijn gemaakt.  Ieder zal in het sprookje andere dingen lezen.  Het hangt maar af met welke bril je het leest, of je betrokkene bent of niet, of tot welk 'kamp' je hoort.  Elke interpretatie is bij deze dus juist en ook onjuist.  Daar gaat het me niet om.  Ik sta alleen soms verbaasd te kijken naar een schouwspel dat mensen maakt of kraakt, en hoe een verkiezingsperiode kan leiden tot hoogst 'merkwaardige' ontwikkelingen.  Overeind blijft alleen 'de vermoorde onschuld' op het einde.  De kop omgedraaide duiven als metafoor hiervoor...

Ontzettend knappe metaforen en bijzonder boeiend geschreven. Ware het niet, dat het echte verhaal er overduidelijk doorschemert - wat natuurlijk ook de bedoeling is. En in de beschouwing van dat echte verhaal zit dus een vergissing: neen, het is niet erg dat iemand eens een borrel drinkt. Of twee. Of drie. Maar in geen enkel geval kruip je daarna achter het stuur en rijd je zeker niet door het rode licht. Zo mager dat je sneller dronken wordt? Begin je na (niet gecontroleerde) zes minuten wachten, te twijfelen of de lichten stuk zijn? Flauwekul! Dat er van links of rechts geen koetsen aankwamen, doet niets ter zake. Er hadden wél nuchtere, plichtsbewuste en ook hardwerkende mensen kunnen opduiken, die de freule met haar vertroebelde blik en in haar geagiteerdheid door het wachten, misschien niet zou opgemerkt hebben. Stel eens, Jan, dat die bijvoorbeeld Nele of Goedele of Annemie zouden geheten hebben en ze daarna van het asfalt moesten geschraapt worden? No mercy voor dronken rijders of rodelichtnegeerders. Punt.

Moeten die dan aan de schandpaal worden genageld omdat ze een openbaar mandaat ambiëren. Neen, er zijn veel ergere wandaden, gepleegd door mensen die al jaren zo'n mandaat bekleden en die de hele maatschappij veel meer schade toebrengen.

Heeft de Baljuw bewust het hele duivenkot losgelaten? Ik geloof het niet. Ik weet zelf heel goed, hoe snel je tijdens het mailen op een verkeerde naam of te snel op de verzendknop klikt. Het kan gebeuren. Waar mensen werken, wordt nu eenmaal gemenst.

Er is echter één partij die in de parabel niet besproken wordt: hoe interessant de inhoud van een vertrouwelijke mail ook mag zijn, ook voor een mail geldt het briefgeheim - zeker als het woord 'vertrouwelijk' erbij staat (wat hier het geval is). De journalisten wisten verdomd goed dat deze mail niet voor hen was bedoeld, per vergissing in hun mailbox was terecht gekomen en als ze één sikkepit juridische kennis hebben, dat ze die mail nooit openbaar mochten maken. Als ik alle aantoonbare en bewijsbare informatie die me ooit off te record en vertrouwelijk wordt toegespeeld, zou publiceren, dan kon driekwart van onze zetelende politici naar huis om nooit nog weer te keren! En een heleboel collega-journalisten ook...

Als de freule geloofwaardig wil zijn, dan kan ze ook best een klacht indienen tegen de duiven die wederrechtelijk een non-news hebben verspreid enkel en alleen om iemand te schaden.

 

 

 

Schitterend verhaal! En een uitstekende manier om ermee om te gaan. 

Vele mensen smullen van "schandalen" en verwisselen het met waar het in de politiek echt om te doen is: om een goed beleid voor de gemeenschap.

Als dit sprookje kan aanzetten tot relativeren, en ik denk dat het kan, is het absoluut geslaagd.

Bedenk wel dat deze freule lid is van een Rederijkerskamer.  Dus met een beetje goede retorica lult ze zichzelf, met het nodige bombast, wel uit deze " penibele " situatie.  Altijd een goeie stijloefening voor een volgend landjuweel.

;-)

Na de harde nieuwsfeiten en het leuke sprookje missen we hier eigenlijk nog een coole cartoon.

Wie voelt zich geroepen ?

;-)

een prachtig verhaal en uw verschijning in terzake deze week wasook te smaken.

noot: zouden er nog andere problemen in de wereld zijn?

 

Jan heeft zichzelf nogmaals ruim overtroffen.

Mooi verhaal, vooral die episode over " sluipschutters, konkelfoezers, mouwvegers, jaloerse vazallen, overijverige herauten, volksmenners, praatjesmakers en kroonpretenden " laat zich smaken. Daarom ging ik dan nog even in mijn archieven kijken en meer bepaald in een krantenknipsel van  20,21 en 22 juli 2012. " Journalisten van verschillende media moeten een boete van vijftig euro betalen omdat ze de bij de start van de ronde van Belgie in de autoluwe binnenstad hebben gereden.De journalisten volgden echter gewoon de wegwijzers naar de persparking."

Ik heb me al dikwijls afgevraagd hoeveel mailverkeer daarover zou zijn gepleegd.

prachtig neergeschreven stukje hedendaags proza, ik heb ervan genoten!

Mooi schrijfsel Jan.

De absolute macht van de koning, waaraan in dit verhaal (en in de media) nogal gemakkelijk  voorbijgegaan wordt, doet mij huiveren...