Luc Van Balberghe: van journalist tot toneelauteur (1)

met categorie:  

     

(foto's: Jan Smets)

Méér dan drie uur hebben we gepraat - of beter: heb ik geluisterd naar een man met een boeiende levensloop.  De tijd werd vergeten op het terras van het Oud Conservatorium...  Alleen de deze zomer nooit afwezige regen noopte ons om binnen het gesprek voort te zetten.  Luc Van Balberghe is Mechelaar - beminnelijk en charmant,  en eigenaar van een sterk karakter tegelijk.  Hij doorzwom tal van watertjes.  Maar er is één rode draad in het verhaal: de schrijfdrang - de nooit aflatende passie om gedachten in woorden om te zetten - in zinnen, artikels, toneelstukken of andere schrijfsels.  Hij was journalist, publicist en uitgever, voorzitter van de Vlaamse journalistenvereniging..., en nu is hij toneelauteur.  Hij houdt van deze stad, al woont hij nu in Bonheiden - is gehuwd - trotse vader van een zoon en een dochter, en een opa die veel  van zijn kleinkinderen houdt...  Hij is het allemaal.  Het zijn allemaal facetten van deze Maneblusser.  Samen maken ze hem tot een gesprekspartner waarbij je aan de lippen hangt.  Luc werd  in onze stad geboren in 1950.  Vier jaar geleden werd hij ziek.  Hij wil er niet over uitwijden - hij leerde met dit ongemak leven.  Maar het had een aantal consequenties.  Zoals al vaker in zijn leven, kreeg Luc hierdoor nieuwe kansen.  Hij greep ze ook met beide handen aan.  Nu zegt hij zelfs dat het goed is dat die ziekte hem overkomen is.  Luc leeft met een aantal beperkingen, maar hij beleeft nu bijzonder veel voldoening aan het schrijven van toneelstukken..  Het bloed kruipt waar het niet gaan kan...  De pen bleef schrijven, maar met enige omhalen ging ze een andere richting uit...

 

Hij wou me zijn verhaal vertellen.  Ik ging er graag op in.  Ik kende Luc wel - ook al was het vaag.  We spraken dus af op de Grote Markt, waar het nog rustig en stil was op deze vakantiedag, 10 uur in de ochtend.  Enkel een filmploeg was bedrijvig op het terras van Stuffed om een paar scènes in te blikken voor een nieuwe TV1-serie.  De Keizerin waar we ons wilden neervleien was gesloten, en Luc stelde het Conservatorium voor.  Daar zouden we in alle rust kunnen praten.

Hij zager relaxed uit, en gelukkig.   Ook al gelooft hij niet in de term 'gelukkig zijn'.  Men kan geluksmomenten hebben, en die kunnen mekaar snel en veelvuldig opvolgen...  In die zin is Luc inderdaad gelukkig.  Hij kan doen wat hij graag doet.  En dat is mooi.  Het is niet de enige keer dat ons gesprek de filosofische toer opging.

 

Het verhaal begint op Nekkerspoel...

 

Luc Van Balberghe werd in 1950 geboren in de Nekkerspoelwijk.  Om precies te zijn: in de Bakelaarstraat.  En die straatnaam draagt een oude geschiedenis in zich.  De naam verwijst immers naar 'de bakelput' waarbij Rombout, de Ierse monnik zijn eerste sermoenen afstak en de toenmalige Mechelaars probeerde te bekeren.  Diezelfde Rombout zal later nog in ons gesprek terugkeren.  Want Rombout die patroonheilige van onze stad is geworden, zou Luc later - veel later - nog inspiratie geven tot een roman - een razend spannende roman, met een flinke dosis geschiedenis, spanning, onverwachte wendingen en een brok mysterie.  Momenteel ligt het script bij de uitgever - wachtend...  Maar zover zijn we nog niet.  We focussen ons terug op de Bakelaarstraat en de eerste stapjes van Luc.  Op zijn drie jaar, zou het gezin Van, Balberghe verhuizen naar de nabijgelegen Jan Bolsstraat.  En het toeval wil dat in de tuin van de woning de oorspronkelijke bakelput zou gestaan hebben...

 

Jozef Van Balberghe... 

 

Voor vader Jozef Van Balberghe, die zich z'n hele in de Mechelse geschiedenis van Mechelen verdiepte, is dit een uniek feit.  Dat kan je wel stellen.  Jozef was folklorist en geschiedkundige, en schreef heel wat publicaties bij mekaar.  Terwijl ik deze zinnen uittik, ligt naast mij op mijn bureau 'Help, de toren brandt' en andere dappere daden' - één van zijn werken.  Voor velen is Jozef in de hoedanigheid van historicus van grote waarde geweest voor deze stad, en de geschiedschrijving er van.  Tot nu klinkt zijn naam in de Maneblussersstad  bekend in de oren.  Jozef bezat een grote bibliotheek, en veel van de toenmalige bekende schrijvers kwamen over de vloer bij hem.  Bij het opruimen van zijn archief, vond zoon Luc later nog brieven van ondermeer Ernest Claes, Maurice Sabbe, enzovoort...  Ook de toenmalige bekende Mechelse schrijver Staf Weyts (die nog een grootoom van me is), was een huisvriend.  Het werd een leuk intermezzo om even door te bomen over deze nu haast vergeten auteur - 'nonkel Staf'.

De kleine Luc besefte het toen niet ten volle.  Het drong niet voldoende door dat zijn vader wel iemand van betekenis was in dat Mechelen-van-toen.  Maar hij 'absorbeerde' het wel allemaal.  En bovendien had hij ook gemakkelijk toegang tot de bibliotheek van zijn vader.  Hij verslond boeken.  En vader zag dit graag gebeuren.

 

 

een opstel dat wijst op talent

 

Luc ging naar de zogenaamde 'beerputtenschool', zoals de Sint-Pietersschool op Nekkerspoel in de volksmond werd genoemd.  In het derde leerjaar werd ontdekt dat hij méér dan behoorlijk opstelletjes kon schrijven.  De zin tot schrijven zat er dus vroeg in.  Rond zijn negende schreef hij al een verhaal.  Luc weet niet meer juist over wat het handelde - maar een beetje in de geest van die tijd zal het wel een soort van heiligenverhaal geweest zijn...  Moeder - een goeie huisvrouw met vooral een praktische geest, vond het toch wel belangrijk dat de aandacht vooral gericht was op het schoolwerk.  Maar vader Jozef vond het fantastisch.  Vader was eerder een zwijgzaam man, en reageerde niet op de uitlaat van zijn zoon 'dat dat schrijven iets was wat hij heel zijn leven wou doen'...  Jozef wou niet dat zijn zoon armoedzaaier zou worden.  Maar stiekem was hij wel tevreden met het ontplooide talent.

Luc zou woord houden.  Hij zou voortaan zijn leven aan dat schrijven wijden.

 

toeschouwer aan de zijlijn van mei '68

 

Luc groeide op.  In de jaren zestig giste er heel wat in dit Mechelen.  Eerder als toeschouwer zag hij hoe 'mei 1968' de geest van de mensen, en vooral de jongeren veranderde.  Hij maakte 'de Herten Aas' mee, en zag vanop de zijlijn hoe kunstenaars en wereldverbeteraars het allemaal anders wilden aanpakken.  Maar Luc wou er niet helemaal in meegaan.  Hij observeerde het wel.  Ergens vond hij dit alles toch wat 'nep'.  'Het klopt niet helemaal', dacht hij.  'De wereld verbeteren begint immers bij jezelf', was hij van mening. 

 

de 'gazet-van-Langenus'....

 

Luc studeerde in Mechelen moderne talen.  In die tijd was hij bevriend met Dirk Gooris (die nu kunstenaar is, en ondermeer bezieler van de Kunstvestdagen).  Dirks oudere broer Gunther was toen al een begaafd kunstenaar, en over hem maakte Luc die toen een kerel was van 17-18 jaar, een stukje - dat hij in jeugdige overmoed  spontaan dropte in de bus van Gazet van Mechelen.  Tot zijn grote verbazing werd dat schrijfsel gepubliceerd in de krant!  Euforie!  Luc was zo in de wolken dat hij dadelijk wel twintig exemplaren van dit nummer van Gazet van Mechelen opkocht.  Hij moet er nog om lachen.  Het was dan ook niet niks om gepubliceerd te worden in 'de gazet-van-Langenus'!  Langenus was Piet Langenus.  Piet was hét gezicht van de krant, en bij leven al een legende.  Hij was zowat de 'Sven-Gazet' van zijn tijd.  Een monument...

De publicatie gaf de jonge Luc moed.  En wat later maakte hij een tweede artikel dat hij hoogstpersoonlijk ging afgeven aan Piet.  Hij was niet weinig verbaasd dat Langenus 100 frank voor het eerste artikeltje aanbood.  Lucs mond viel bijna open...  Nog wat later kreeg Luc een gele postkaart van de algemene directeur van de Gazet: Mr.Goossens.  Hierin stond dat hij terug persoonlijk contact diende op te nemen met de plaatselijke correspondent, Piet Langenus.  Er lag immers een voorstel op tafel!

 

Schrijven over Mechels toneel

 

In die dagen had Mechelen een bijzonder bloeiend toneelleven, met zo'n twintigtal gezelschappen.  Het vertegenwoordigde allemaal een flink deel van het sociale en culturele weefsel van Mechelen.  Elk jaar mochten die gezelschappen  één maal optreden in de Stadsschouwburg.  Piet Langenus volgde als journalist deze stukken allemaal, om ze te becommentariëren in de krant.  Maar het werd wat veel voor de reporter om élke voorstelling bij te wonen.  Piet was een imposant figuur - geliefd en gehaat tegelijk - onafhankelijk, kritisch, bejubeld en gevreesd.  'Hij was alles wat een goed journalist dient te zijn'.   Piet richtte zich tot Luc en zei hem dat hij opvolging zocht.  Hij wou iemand hebben die objectief kon schrijven, maar géén banden aan met de toneelwereld.  'Gij moet dat doen!' zei hij op gebiedende toon.  Luc stribbelde bij aanvang wat tegen. 'Ik ken niks van theater...'.  Maar Piet Langenus gaf als antwoord dat men niets van theater hoefde te kennen.  Luc moest schrijven voor de mensen - voor de mensen die het publiek vormden...  Dat was de doelgroep.

Luc aanvaarde de opdracht.  Zo werd de jonge Van Balberghe theaterrescencent.  Hij had een grote vrijheid.  'Soms schaam ik me er voor.  Ik was een jonge twintiger, en had al eens last van puberstreken.  Je beseft niet steeds de impact van woorden...' Luc zou er in leren, en hield er een morele code aan over: hij wilde in zijn schrijven de mensen niet kwetsen.  Hij zou niet denigrerend spreken over 'lege stoelen' en stukken neersabelen.  Daarvoor had hij te veel respect.  Alléén voor mensen die een publieke functie hebben, en die betaald door de gemeenschap, in hun functie grove fouten maken, had hij in zijn latere loopbaan als journalist minder medelijden...

 

journalist...

 

Het was een mooie tijd.  Al zegt Luc nu zelf dat hij de kans die Piet Langenus hem toen gaf, nu niet meer zou aannemen, of aan jongeren zonder ervaring zou toevertrouwen.  In jeugdige overmoed kan men soms schade aanrichten...  Maar een goeie leerschool is het alvast geweest.  Ondertussen had Luc een privé-opleiding journalistiek gevolgd (échte schoolse opleidingen waren er nog niet), en ging aan de slag bij Het Laatste Nieuws.  Nu nog zegt Luc dat hij méér leerde van figuren als Piet Langenus van Gazet van Mechelen en Jaak Brouwers van het Laatste Nieuws, dan van de opleiding die hij volgde...

 

'De Stem van Sint-Antonius'

 

Het leven ging voort, en zoals zo vaak, zat het vol toevalligheden en kansen.  Luc Van Balberghe werd freelancer, en dat boerde goed.  Er was toen ook een veel grotere verscheidenheid van bladen dan nu.  Je had de kranten, maar ook de Zondagsvriend, tal van weekbladen en wat weet ik nog allemaal...  In Mechelen werd door de paters Franciskanen een missieblaadje uitgegeven: 'De Stem van Sint-Antonius'.  Het werd in eigen huis gedrukt op 200 000 exemplaren (wat gigantisch veel was).  De man achter dit blad was Pater Karel (die toevallig ook nog aalmoezenier was van toneelkring de Xaverianen in de Bergstraat).  Voor het blad schreven heel wat toenmalige bekenden - waaronder ook de reisreporter Bernard Henry...  Luc maakte een artikeltje voor het blad.  Wat later mocht hij bij Pater Karel langskomen die hem vertelde dat hij jong bloed wilde in zijn ouder wordende redactie.  Hij wou dat zijn blaadje er wat 'cooler' zou uitzien (om het met eigentijdse woorden uit te drukken...).  Pater Karel had een idee: hij zag iets in een reeks interviews met 'vedetten van toen', zoals Louis Verbeeck, Jos Gheysen, Miel Cools en een opkomende Zjef Van Uytsel, om maar enkele namen te noemen.  'Je moet praten met deze artiesten, en ze laten loskomen, zodat ze vertellen over hun leven, enz..'  Het was best een moderne visie.  Luc ging aan de slag, en schreef zowat 25 interviews bij mekaar.

 

'De Krant' van Louis Verbeeck

 

Door de ontmoeting met Louis Verbeeck kreeg zijn beroepsloopbaan een nieuwe wending.  Twee jaar na de babbel met deze man, kreeg Luc een telefoontje uit Limburg.  Louis wou een eigen gazet beginnen - als tegengewicht voor het alom tegenwoordige Belang van Limburg, en vroeg Luc of hij voor hem wilde werken.  Maar Limburg was zo ver van Mechelen...  Maar goed: hij hakte de knoop door, en in 1974 ging hij aan de slag bij 'de Krant', die toen van de persen rolde.  De redactie van het nieuwe dagblad was in Hasselt.  Er waren kantoren in Turnhout, Leuven én Mechelen.  Luc mocht de leiding nemen in Mechelen.  Voordien had Louis Verbeeck ook al het weekblad 'Koerier' opgericht.  Nu was er dus ook een krant.  Het kantoor in Mechelen bevond zich in de verdwenen Euroshopping, en Luc had er enkele medewerkers.  Maar...: de krant ging na zes maand al op de fles.  Luc stapte over op 'de Koerier'.  Het was een vangnet.  Maar werk was er veel te weinig voor al die medewerkers.  Luc verveelde zich.  Toch greep hij de kans om de redactie op alle mogelijke manieren te leren kennen.  Letterlijk alles heeft hij er gedaan: van lay-out tot distributie...  Alle afdelingen van het bedrijf leerde hij zo kennen.  Nog altijd noemt Luc het een ongelooflijke leerschool.  Ook dit.

 

'De Koerier'

 

Toch kwam ook 'de Koerier' in moeilijkheden, en om een lang verhaal kort te maken: het weekblad kwam in Nederlandse handen terecht.  Die Nederlanders waarvoor Luc toch veel respect heeft, hadden wel een heel andere mentaliteit.  Toch wisten ze verduiveld goed waarmee ze bezig waren.  De structuur van de Koerier bleef wél hetzelfde.  Luc deed de redactie van het blad met wel veetig medewerkers.  Later zou Koos Hybrechts hem de leiding van het bedrijf toevertouwen.  'Ik ben een schrijver - een 'artiest' - Ik ken niets van boekhouding...'.  Koos ze dat hij het wel zou leren.  En zo werd Luc Van Balberghe directeur.  Een nieuwe uitdaging was het - een nieuwe kans.  En hij was er blij om.  Hij leerde in die jaren ontzettend veel over management, leiding geven, productie, efficiënt leren werken, tijdmanagement, en omgaan met stress...

 

Een eigen persagenschap

 

In 1982 kwam aan dit alles abrupt een einde.  De Nederlanders doekten de Koerier op.  Het zou te ver leiden om hier dieper op in te gaan, maar Luc kreeg nu wéér een nieuwe kans.  Hij kon zijn eigen persagentschap oprichten: Ready Press Agency, dat teksten leverde aan allerlei algemene nieuwsbladen en vakbladen zonder eigen redactie.  Met de komst van VTM waren heel wat regionale adverteerbladen over de kop gegaan door het missen van advertentieopdrachten.  De kranten overleefden het wel. Zij hielden het hoofd boven water bij deze wijziging in het medialandschap.  De regionale pers had het véél moeilijker, en wilde nu ook redactionele stukjes brengen, om hun blaadjes te laten verder bestaan.  Aan die nieuwe markt kon het persbureau van Luc zijn teksten kwijt.  Het liep allemaal vrij goed.  Soms was het moeilijk - en de verantwoordelijkheid voor bedrijf en werknemers gaf af en toe kopzorgen, maar Luc bleef er in geloven.  Vijf personeelsleden werkten in het bedrijf, waaronder ook de dochter van Luc.  Maar Luc zag al vlug in dat er geen opvolging zou zijn voor zijn zaak.  Zijn zoon wou een andere richting uit.  Hij studeerde internationale communicatie in Rijsel. Toch heeft Luc nog een tijd zijn bureau gerund met drie.  Zijn dochter was vooral grafisch actief.  Op het laatste werkte Luc nog enkel met z'n dochter.  Vier, vijf jaar geleden werd Luc Van Balberghe ziek, en heeft hij zijn bedrijf afgebouwd.  Zijn dochter kon gelukkig elders aan de slag.

 

een nieuwe wending?

 

Ziek worden.  Het is niet evident.  Het komt vaak als een dief in de nacht.  'Hoe ga ik daar nu mee om?  Hoe ga ik mijn weg opnieuw vinden...?  wat zijn mijn mogelijkheden...'. Luc was ondertussen 58 jaar.

We pauzeerden even, en bestelden een nieuwe koffie.  Buiten was het harder gaan regenen.

Het verhaal krijgt een nieuwe wending...