Ze had het voor mekaar gekregen...

met categorie:  

 

Ze had het voor mekaar gekregen.  Margareta kreeg steeds haar zin.  God had eerst getwijfeld en wat tegengeprutteld, maar toen hij haar vranke Habsburgse blik aanschouwde, had Hij zijn bezwaren opgeborgen, en was hij tot de beslissing overgegaan.  Ze mocht gaan.  Jawel.  De voormalige landvoogdes mocht voor een uitje naar de aarde, naar het Mechelen-van-Vandaag dat ze al in eeuwen niet meer had gezien.  Mevrouw Van Oostenrijk noemde het een 'studiereis', maar Engel Gabriël die een tikkeltje sjagrijnig aan de rechterflank van de Vader zat, mompelde tussen de tanden met iets minder engelachtigte zoetgevooisdheid dan normaal, dat deze 'excursie' naar haar ouwe hoofdstad eerder moest gezien worden als een wispelturige opwelling van de adelijke dame, en dat dit God nog zuur zou opbreken, én dat dit ongetwijfeld precedenten zou opleveren.  Maar de Allerhoogste kneep een oogje toe voor de wensdroom van Margriet...

 

Hij had immers een boon voor de dame, die met haar natuurlijk leiderschap het Mechels Compartiment van het Hiernamaals naar behoren wist te besturen.  Ze deed dit met gezag, doordachtheid en souplesse - en het maakte dat Mechelen-van-Hierboven als één van de Heerlijkste Afdelingen van de Hemel werd geprezen. Margareta had die uitzonderlijke gave in het bloed.  Ze kende haar Afgestorven Maneblussers als géén ander.  Noem het een vorm van sterk ontwikkelde mensenkennis.  De gestorven en in de schoot der Hemel ogenomen Mechelaars aanbeden hun 'aller tante', omdat deze met gewiekstheid en kennis van zake, haar Onderdanen af en toe een pleziertje gunde.  Als de rijstpap met gouden lepeltjes hen wat te saai werd, mochten ze al eens een uitschuiver maken naar het Verboden-maar-af-en-toe-zo-sensuele-bijhuis van de Hemel: het Wulpse Vagevuur - la Maison du Plaissance - om zich daar te laven aan Gouden Carolus of helse Duvels, en zich over te geven aan ontspannende amourettes.  Niet té vaak en niet té gortig - maar toch.  Deze toegestane gunsten maakten de landvoogdes populair, en het zorgde voor loyaliteit tegenover hare doorluchtige persoonlijkheid.  God was in principe niet steeds akkoord met deze strategie, die niet al té katholiek was, maar in zijn Diepste Binnenste begreep hij haar politiek.  God is ook maar een Mens.  Sinte-Pieter, Aartsengelen, Cherubijnen en Serafijnen, de kwezelachtigste exemplaren van de Heiligen, en de deugdelijkste Zaligen en Schijnheiligen mopperden hierover wel eens, en deden dan hun beklag bij de Vader.  Hoe kon de Allerhoogste zo meegaand zijn met de Mechelaars?  Maar God wuifde de kritiek dan weg: "Niet alles is Evangelie" placht hij dan te zeggen.  "Amen en uit.  Punt, andere lijn!".  En daarmee was het vat af.

 

En nu wou de Landvoogdes zélf eens een uitstapje maken.  Naar het Aardse Bestaan nog wel.  Na wat Goddelijke overpeinzingen, had Hij het begrepen.  God zou haar deze éénmalige uiting van escapisme gunnen.  Margareta was in de wolken.  Nog méér dan anders.  "Maar...", zei de Vader van Hemel en Aarde en Al wat Leeft en Ademhaalt, en ook van Al wat al een tijdje het Tijdelijke voor het Eeuwige verruilde, met gespeelde strengheid: "Je kan niet zomaar in uw adelijke tenue van de jaren stillekens in uw Hofstede verschijnen, om daar - ik zeg zomaar wat - U neer te vleien op een terrasstoel aan de Vismarkt.  Dat gaat niet - dat past niet, en bovendien komt dit wat anachronistisch over.  De Mechelaars zouden denken dat je een verloren gelopen restante bent van de Hanswijkprocessie.  En ook voor de Cavalcade is het nog te vroeg.  Dat gaat dus niet.  U moet uwe blauwbloedige fysieke aanwezigheid verhullen in meer hedendaagse verpakking!"  Margareta van Oostenrijk gaf hieraan toe.  Ze wilde de Vader na de verkregen gunst niet voor het hoofd stoten, en stak zichzelf in een correct mantelpakje in pied-du-poule, dat toch een zekere gemanierdheid en voornaamheid uitstraalde.  Je bent een vrouw van stand of je bent het niet.  Het is niet omdat de huidige Dames met zogenaamde Klasse die nu de stad in hun vrouwenhanden hadden informeler aangekleed waren, dat zij hiervan een kopie moest zijn.  O nee.  Bourgondische en Habsburgse elementen in haar opvoeding maakten dat haar kledingwissel 'gepast' en deftig elegant mocht genoemd worden.  Een gezelschapdame had ze geweigerd.  Wie zou ze tenslotte meenemen?  Mevrouw van York - haar stiefgrootmoeder zag de reis niet zo zitten wegens last van haar Bovenste Luchtwegen, en andere freules wou ze niet op sleeptouw.  Eigenzinnig koos ze voor de trouwe Jef Denyn als reisgenoot.  De man was nog niet zo vreselijk lang weg uit de stad - Hij zou een goeie gids zijn.  Margriet was er al in eeuwen niet meer geweest, en zou besliste de weg kwijt spelen in de straten van het Mechelen-van-Nu.  Jef vond het een hele eer, en van puur contentement en ook wel wat van nervositeit plukte hij aan zijn knevel.  "Je mag mee!" dicteerde ze met welwillende kordaatheid: "'t is voor jouw verjaardag Jozef!  tenslotte ben je al honder jaar Wedergeboren in onze Hemelse Contreien, en dat mag beslist gevierd.  Nietwaar?"

 

Zo vertrokken ze dan.  De landvoogdes in haar grijze kostuumpje met een broche met een kunstig in filigrijnzilver uitgevoerd margrietje, een Delvaux-handtas en haar koperen lokken door de krultang gehaald, en de vroegere beiaardier, die iets minder aan zijn uiterlijk moest corrigeren.  God keek hen na - met een zekere bezorgdheid, maar de Alwetende gaf toch zijn zegen.  Sinte-Pieter had de sleutel van de kriepende Hemelpoort van zijn riem gehaald, en gezucht.  "Die Mechelaars toch!".  Hij zou ze nooit begrijpen.  Hij had het er dan ook vaak serieus mee te stellen als ze zwalpend terugkwamen van minder evidente hoeken van het Hiernamaals, met een stuk in de voeten en ook in de kreaag.  "God-hoe-is't mogelijk!" dacht hij dan dikwijls.  Maar God veegde de kritiek onder een wolk: "Beter dat, dan dat ze alle dagen scheurpen..."

 

Ze gingen op stap.  Margareta en Jef.  De laatste had de landvoogdes voorkomend en voorzichtig een arm aangeboden toen ze afdaalden langs de met Goede Voornemens geplaveide Wegen naar Beneden.  Ze daalden af naar de BourgondischeHeerlijheid, en zoals men weet is het van Verhevenheid naar Laag-bij-de-Grond een héle lange weg, tenzij voor diegenen die diep vallen.  Dat gaat sneller.   Margareta verbaasde zich erover dat men de stad zomaar inkon zonder door een stadspoort te moeten schrijden.  Tenminste als je niet per karos door de voornaamste straten over de kasseien wou dokkeren.  Ze stonden wat later op de Grote Markt.  Jef kende ze nog goed, en keek blij en met veel herkenning naar links en rechts.  Margareta had meer aanpassingsproblemen.  Het zag er allemaal niet zo uit zoals ze het in 1530 had achtergelaten toen die verdomde beenkwaal een orgelpunt zette achter haar leven met hoogten en laagten.  Het was dan ook behoorlijk lang geleden dat ze haar laatste adem uitblies.  De gevels hadden hun houten façaden verruild voor een stenen exemplaar, en er stond hier en daar wat tussen dat nog niet in de mode was in de tijd van haar doorluchtige aanwezigheid.  Zij zweerde indertijd voor renaissance - dat stond chique -  De barokke krullen kon ze missen.  Jef was een attente gids.  Hij had vochtige ogen toen hij alles bekeek, en nog méér toen de beiaard van Mechelens Trots een schone melodie liet dwarrelen over de stede.  "Mijn klokkenspel!..." stamelde de virtuoze beiaardier.  Margareta had hem met fronsende wenbrauwen wat vragend en nog meer verontwaardigd aangekeken.  Maar toen begreep ze hem.  "Kom Jef, we gaan verder!", want ze ontwaarde daar wat verder een stenen kopie van hare Persoonlijkheid.  Ze stond er stil monsterend naar te kijken.  "Enfin.  Het kan er mee door wat die Tuerlinckx er van gemaakt heeft...".  Margaeta was tevreden met de vastberaden blik die de beeldhouwer had weten kappen in het marmer, en ze vond het zichtbaar geweldig dat de kunstenaar haar 'Damesvrede' in haar handen had gebeiteld.  Alleen was ze minder opgetogen met de naar haar oordeel wat té brede heupen.  "Nooit gehad".  Maar het kon er mee door, bij Leven en Welzijn, en ook nog daarna.

 

Ze gingen iets drinken, want ze wou niet langer wortel schieten tussen haar standbeeld en het kraam van Luc Vis.  'Den Engel' bestond niet meer, merkte ze op.  Maar toen herinnerde ze zich dat neef Karel het etablissement na een akkefietje ooit liet veranderen in 'den Beer'.  't Was na haar tijd.  Toch had ze het moeten weten, want Kwa Beth was toch één van haar Hemelse Onderdanen geworden, en deze kon er na al die jaren nog steeds 'een zaag over spannen'.   'De Keizerin' vond ze passen bij haar waardigheid, en met gezwinde pas - Jef volgde in gehoorzaamheid - stapte ze de zaak binnen.  Daar hing waarempel ook een portret van haar.  Ze stond afgebeeld met imposante schoudervullingen, en hiermee kon ze gelukkig toch monkellachen.   Ze dronken er een koffie - zij en Jef.  "Een Turkendrank" had ze nog eerst gezegd - en omdat haar familie niet steeds close was met deze Oriëntbewoners, wist ze eerst niet of ze dit wel kon doen.  Maar toen ze in het zwarte brouwsel roerde, en het daarna naar de lippen bracht, knikte ze goedkeurend.  "Ze hebben het Paleis van de Grote Raad dan toch afgekregen!" merkte ze op door het raam.  Op de voorgevel spotte ze nu neef Karel  - volgroeid en wel, met een volle baard die de niet zo flatteuze Habsburgse onderkin verborg.  Ze zag hem daar zitten, met zijn attributen van wereldse macht, en tussen zijn Zuilen van Gibraltar.  "Onze Karel toch...", mompelde ze.  Was het uit herkenning, familiale fierhied of lichtelijke afkeuring om zoveel uitgestalde protserigheid?

 

Ze waren incognito.  Dat was een voorwaarde van de Vader.  Maar Margareta zou Margareta niet zijn, als ze toch geen clausule wist te verwerken in de Goddelijke beslissing.  De Keizerlijke gouvernante wou beslist ontvangen worden door de huidige gezagvoerders van 'haar' stad.  Er waren naar verluidt wel wat blauwen tussen, en ze vond dit wel passen bij de kleur van haar bloed.  Het rood nam ze er dan maar bij - Ze zou dan maar denken dat ze tot de Grote Raad behoorden.  Kwestie om zich niet te hoeven ergeren.  En ook dat groene zou ze er dan maar bijnemen.  Ze was immers breeddenkend - Margareta.  Zo stapten ze het stadhuis binnen.  Onherkenbaar - of toch bijna.  Burgemeester Bart Somers ontving hen met de nodige plechtstatigheid - wat zenuwachtiger dan anders, en zijn spraakvaardigheid ging wat verloren bij de aanblik van de illustere Habsburgse die met adelijke tred op hem toestapte. De Heer Somers had ten Paleize al wel ontmoetingen gehad met gekroonde Coburgs, maar deze Dame was toch nog wel een klasse apart.  De burgervader had zijn tricolore sjerp omgegord.  Achter hem stonden in het gelid nog een trits schepenen, met netjes gepoetste schoenen, en wat 'opgelaten' nu ze oog in oog stonden met de bekendste Mechelse aller tijden.  Ze wilden er allemaal bij zijn.  Zéker voor het groepsportret.  Ze hoopten dat ze hiermee morgen in de kranten zouden komen, of minstens op Mechelenblogt.  Het was immers binnenkort 'keus',  Maar ze waren er niet: Jan van het Mechels blogske of Sven Gazet.  Nee ook geen Nieuwsblad, Laatste Nieuws, Streekkrant of RTV.  God had het uitdrukkelijk verboden.

 

"Mevrouw: wees welkom in deze stad!" begon de burgemeester, die zijn juiste attitude en zelfverzekerdheid had teruggevonden, zijn korte toespraak, waarna hij Jef en Margareta voorging naar de raadzaal om er een plechige zitting te houden.  De belleman die in de haast was opgetrommeld, kondigde met luide stem aan: "de Landvoogdes!".   In het gestoelte veerden de gemeenteraadsleden recht - zélfs die oppositieleden die het anders niet zo begrepen hadden op monarchen en aanverwanten.   Er werd een plechtige zitting gehouden, en Frank Vaganée mocht een 'stukske' spelen.  Wat zeg ik: een gepast streepje muziek van kwaltatief gehalte.  Dat vond ook Jef, en die kende er toch wat van.  De blauwbloedige Hoogheid liet het zich welgevallen.  Deze égards streelden haar ijdelheid.  Ze was weer even thuis.  Er werd een parelend drankje geschonken onder de 'Slag bij Tunis', en Margareta voelde zich vorstelijk bij de beleefde maar wat onderdanige voorkomenheid van stadvaadren- en moederen van het Mechelen-van-Nu.

 

Het werd een mooie dag.  Margareta kreeg wat geschenken, zoals een bronzen klokje van Michiels en een fotoboek van Marcel Kocken.  Als relatiegeschenk gaf zij de burgemeester een gehandtekend exemplaar van het Groot Gebedenboek.  En daar keek aartsbisschop Léonard die ook op de zitting aanwezig was,al met gretigheid naar.    Nadien maakte ze nog een wandeling door de stad, langs pleinen en straten, en ze keek haar ogen uit.  Ze lachtte toen ze daar twee kwibussen met een trits volgelingen hoorden zingen van 'Ons moeder was een Mèchelès...en 'Ze hemme Margrietje oepzoa gezet...", en ze genoot.  Maar ze jammerde ook om wat verdwenen was, en maakte zich niet weinig boos omdat ze zag dat het Hof van Cortenbach, dat ooit één van de mooiste stadspaleizen was, zo verloederd was...  Ze leek verbaasd dat de vismarkt aan de IJzerenleen niet meer bestond  (die ze in haar tijd al behoorlijk vond stinken), maar dat men blijkbaar wel de gewelfde vliet kon bezoeken.  En dat vond ze eigenaardig.  Ze liepen gearmd langs de Dijle, over de Lamottige Brug die ze enkel maar bekeek, maar waarover ze diplomatisch geen uitspraken wou maken, langs de Haverwerf en de Kraanbrug, en over de Melaan...  En ze genoten, en ze absorbeerden alles was ze zagen en voelden en roken.  't Was hun Mechelen al lang niet meer.  De Bourgondische Hoofdstad van weleer was niet meer wat ze was.  En toch bekroop haar een gevoel van verknochtigheid en warmte toe ze door de straten struinde van 'haar' Mechelen.  Ze kneep in de hand van Jef Denyn, en hij begreep.  Want ook hij had de krop in de keel.  "Eénmaal Mecheleir, altijd Mecheleir..." wist hij met bibberende stem uit de brengen.  "In Fide constans" beaamde de Grote Dame het plechtstatig maar welgemeend.  Vanop de skywalk keken ze naar op de daken van de stad  en op kantelen en torens.  "Dit is mijn Heerlijkheid!"

 

Toen klonk de stem van God van nog nét een beetje Hoger.  En als de God die alles geschapen heeft, stervelingen galmend  aanspreekt, moet je hier gehoor aan geven.  De Allerhoogste had geamuseerd en zelfs wat ontroerd toegekeken hoe twee van zijn beschermelingen en favoriete Afgestorvenen met levendig enthousiasme hun herinneringen voeding gaven.  Maar nu moest hij toch een einde maken aan de trip.  Om het besluit te verzachten zette hij ter hunner ere een regenboog over de stad, want hij wou niet zo abrupt te werk gaan zoals men het ooit Assepoester lapte om middernacht.  Hij wenkte vriendelijk.  Beslist.  Maar wel vriendelijk.

 

Ze zijn weer ten Hemel opgestegen: de landvoogdes en de beiaardier, met illusies armer én illusies rijker.  Wedergekeerd stonden de andere Mechelaars die in Eeuwigheid vertoefden hen om te wachten met vragende ogen, en nog meer vragen op de lippen.  Want ze zouden zeker veel te vertellen hebben.  Ze stonden hen allen op te wachten: Kardinaal Mercier en Graaf Ado, Rombout Keldermans en Rumoldus, Torke Lembrechts en Adriaan van Lanscroon, Jeroom van Busleyden en Rik Wouters, Mille Antiek en Kobe, en al die anderen.  Allemaal stonden ze daar toen de landvoogdes arriveerde in haar stijfdeftig mantelpakje, en Jef met zijn wandelstok.  En ze vertelden en vertelden.  Van het mooie en het minder mooie.  Over al wat verdwenen was en over alles wat nieuw was.  En ze luisterden - de Mecheleirs - over alles wat mooi was en alles wat beter kon.  En ze hoorden over wat verdwenen was in eeuwigheid en eeuwigheid amen, en over het nieuwe...

 

En God keek toe.  Hij keek naar het levendigste departement van zijn Hemels Gewest.  En hij zag dat het goed was.  Het Mechels Hiernamaals heeft nog lang nagekaart.  Memorie en heimwee, ontroering en chauvinisme: het waren de sleutelbegrippen van de dag.  Het werd laat in de Mechelse Zevende Hemel.

 

Petrus sloot al zuchtend de Hemelpoot, en hing de sleutel weer aan zijn riem.  Hij vond het godgeklaagd dat deze gunstmaatregel toegestaan was geworden.  "Jezus toch, het was nog nooit voorgevallen dat de dooien mochten wederkeren uit hun Laatste Rust..."  De haan kraaide, want die wist beter.   Hij slofte naar zijn concièregwoning.  Maar God is God en hij heeft een boon voor Margareta.  Zo was het nu eenmaal.  En dat diende men te aanvaarden.

 

De Habsburgse had haar haren weer netjes verstopt onder de witte gesteven weduwenkap, en zag er weer tijdloos Margareta uit.  Ze spiegelde zich tevreden en stak haar trotse kin vooruit.  Maar de ogen van de Oostenrijkse blonken als nooit tevoren.  Zo hadden ze enkel geschitterd in de wittebroodsweken met Filibert.  Lang geleden.  En in de pupillen zag je lichtjes flonkeren.

 

"God zijn geloofd", zei ze dankbaar.

 

"Amen" zei de vader met besluitend wederwoord.  Hij deed de boeken toe en liet twee cherubijntjes zijn hoofdkussen opschudden.  Morgen was het immers weer vroeg dag, en God moet immers als eerste uit de veren.  God-zijn heeft immers zijn consequenties.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen ons Margriet de Lamot bezocht, heb ik ze kunnen fotograferen !

Aldus is dit verhaal van Jans... waar !

;-)

Lamot - Etage X - Foto Gimycko

Natuuuuuuurlijk is dit waar Gim.  Alleen heb jij die dag een schim gezien.  Ze droeg immers een grijs  mantelpakje in pied-de-poule met filigrijnzilveren margrietje op de kraag.

Ze mag altijd binnen, zolang ze maar niet langskomt in een afgebleekte jeans en op sletsen of crocs !

;-)

BTW : Cool, eigenlijk, zo een "ghost in the brewery".  Net zoals destijds in Walem.

ONS MAGRIT… WADDE WAOF! Plaats van handeling: Het Heizelstadion in de zomer van 1950 tijdens de Europese Atletiekkampioenschappen. Twee jaar eerder had een Hollandse athlete tijdens de OS in Londen 4 (vier) gouden medailles behaald op de sprintnummers 100, 200, 80 m horden en de 4 x 100 m estafette. Dankzij dit sportieve exploot werd Fanny Blankers-Koen de wereld rond bekend als de Vliegende Huisvrouw en door de Engelsen werd ze The Flying Dutchman genoemd. Tijdens die EK-athletiekmeeting op de Heizel in 1950 besloten mijn oom Lode Berkvens en zijn toenmalige buur Torreke Lembrechts - Malinoisidool en international voetballer en uitbater van café Glasgow in de OLVstraat - op een namiddag naar Brussel te gaan om die dame te zien optreden in een paar loopnummers die haar in Londen wereldroem opleverden. Tijdens de 200 meter die zij die namiddag met gemak won, liep zij, eenmaal voorbij de finish richting haar echtgenoot die met één van haar kinderen had plaats gevat in de bocht na de aankomstlijn. Ze omhelsde haar echtgenoot en nam haar dochtertje in haar armen en je kon in het propvolle Heizelstadion een speld horen vallen. Dat was het moment solennel waarop de volksjongen Torreke, mijn nonkel aanstootte en van pure admiratie voor de prestatie en het familiale geluk na de streep, de gevleugelde woorden uitgalmde : “Loewie… wadde waof!!!). Minstens een kwart van de tribune barstte toen in een bevrijdend lachen uit en mijn oom kleurde rood tot in zijn nekwervels. Jans, ik vind jouw verhaal over ons Margriet ook prachtig en zou zoals Torreke willen uitroepen ter ere van Margriet “Jan… wadde waof !!!”

En wie mag er nu eindelijk ons Margrietje eens een wasbeurt gaan geven ?  Want ze heeft dringend een bad nodig !

Heeft ons Blauwbartje voor de Chiro (misschien die van Coloma) of de Scouts (misschien die van Frassati) gekozen ?  Of laat hij het liever doen door de KSA ?

Die gasten hebben geld nodig voor hun naderend zomerkamp, zeunne !

;-)

MM - Jeugdbewegingen in Mechelen

Een schoon authentiek verhaal van Jef maar hij mocht er toch bijvertellen dat den Tôô minstens even hard kon lopen als Fanny. 

OK verhaal Jan. Zeer interessant. Als mensen me door de band vragen hun verhaal eens te lezen en advies te geven is m'n eerste reactie meestal (zonder de boel gelezen te hebben) Halveren.

Dat heb ik ik bij deze tekst ook. Maar nog straffer. Goed verhaal. Goeie schrijver, goeie tekst maar veel te veel woorden. Doe hetzelfde met een kwart van de oorspronkelijke tekst en hetn is schitterend.

Bedankt voor de opbouwende kritiek Wout.  De woordenwatervallen, wolligheid, gespeelde hoogdravendheid en herhalingen gebruikte ik wel doelbewust als 'stijlfiguur' in deze 'Goddelijke Komedie'....  ;-)  Maar goed.  Ik sta open voor suggesties, en ben daarom ook blij met jouw reactie.

Zeg Wout, geeft gij u  hier nu uit als een expert ? Liever niet hoor.

Graag zouden we morgen eens iets van u te lezen bekomen waar we kunnen op inhakken.

Als  het moet wel te verstaan .

Ik heb heel het stuk vijf keer met veel genoegen herlezen, maar ik heb geen enkel woord teveel gezien. Misschien was het woord "enkel" hier niet echt nodig. Ik zal er misschien nog eens over nadenken, hoewel, bij nader inzien...  Bedankt voor dit leuke stukje proza Jan, ik heb er van genoten, en met mij de reeds meer dan vijfhonderd lezers.

Nog maar diagonaal gelezen, maar zwaar onder de indruk. Even afgedrukt want eerlijk op een scherm lezen valt me lastig. Nu kan ik rustig op een blad verder lezen. Het oogt schitterend. En dat wollige - past toch gewoon bij het verhaal... Dikke proficiat Jan, ik sta perplex.

Leuk geschreven Jan. Knap werk.

Meestal als ik het woord "God" zie staan, ben ik automatisch gedemotiveerd om verder te lezen, maar dit is een uitzondering :-)

Om een cursiefje te zijn vind ik het nog te neutraal, maar daar ga ik nu niet over ziften.

Heel leuk om lezen, Jan. Hoe je je werk nu ook zelf benoemd of hoe anderen het noemen.