Oude Mechelse beroepen

met categorie:  

i.o. Marc De Boeck

Bij het opmaken van een stamboom vind je soms hun beroepen terug. Maar wat hielden deze verdwenen beroepen in? Een tamelijk recent beroep, één van vorige eeuw is dat van plakhoutsnijder, ik kan mij inbeelden dat dit gebruikt werd voor gebombeerde meubelen. Meubelen waarvan het bovenste, door de plakhoutsnijder gesneden laagje op goedkoper hout werkt geplakt.

Zoutmeters maten niet de hoeveelheid zout maar het zoutgehalte. Graanmeter en kolenmeters, de kwaliteit van hun grondstof. Maar wat deden vistelders juist? Knopmakers maakten knopen maar wat moeten we ons voorstellen bij karrebinders, mestrapers en buildragers.

Voor ‘n droogscheerder vond ik volgende verklaring: Droogscheerders, droogscheren is een proces dat plaatsvindt bij de lakenbereiding. Hierbij worden, na het vollen, de uitstekende pluisjes met een grote schaar afgeknipt, waardoor het weefsel een glad oppervlak verkreeg. Eerst werd daartoe het weefsel gekaard, ofwel opgeruwd met de stekels van een kaardebol. De beste kwaliteit laken was aan beide zijden aldus bewerkt. Dit werd scharlaken, dus eigenlijk schaar-laken genoemd. De persoon die deze werkzaamheden verrichtte werd een droogscheerder of doekscheerder genoemd.

Maar wat deed een sargiemaker(wol)? En wat is de jobinhoud van een lijntrekker zoveel eeuwen geleden?

Ik vond, lijntrekker is iemand die ontzetten traag zijn werk doet, bootafhouder.

Buildragers vind je hier.

Mestrapers verzamelden str*nt in de stad om ze op de weien van Nekkerspoel te verspreiden (zie Nekkerspoel is cool)

En waren lijntrekkers (of boottrekkers) niet de personen die een boot over een kanaal trokken ?

En de karrebinders waren dan misschien de mensen tussen 'n buildrager en 'n cordewagenaar, dus zij binden de vracht die de buildrager van of uit de boot haalde, op de kar van de cordewagenaar die deze de staat in voerde.

Ieder zijn jobke.

@ peter In de vijftiger jaren van vorige eeuw woonde en werkte er in de O.L.Vrouwstraat een kleermaker die tot de meest verfijnde beroepsmensen in zijn vak werd gerekend. Hij was een meester-kleermaker die menig vermogende Mechelse burger in het meest geraffineerde kostuum en dito overjas, gemaakt van het fijnste laken, stak. Zijn familienaam kon niet beter bij zijn beroep van meester-kleermaker passen dan die waaronder hij in Mechelen gekend was: "meneer Scharlaeken". What's in a name?

't Wijkt misschien een klein beetje af van de eigenlijke bedoeling van de post (ik zal het nooit meer doen...), maar deze kan ik niet nalaten om te vermelden na de eerdere tussenkomst van Jef, hierboven...

In Mechelen kon men in het begin van de vorige eeuw zich laten kieken door...:

jawel:

'kijk eens naar het vogeltje':  Pierre Koekkoek

(foto: Jan Smets)

Tot in de 19e eeuw had je nog het beroep van stofzuiger, maar dat is nu volledig geautomatiseerd.

Zo was mijn vader jarenlang officieel 'zwembadmachinist' in den ouwe zwemdok. Hij reed uiteraard niet met het zwembad, maar die benaming werd toegekend omdat het water op stoom verwarmd werd (eerst op kolen, vanaf de jaren 60 werden de stoomketels opgewarmd met mazout)

@ Alex :

Inderdaad, het beroep van "stofzuiger" is inderdaad te zien geweest in één van de afleveringen van "You rang, M'lord".  Toen kwam een rondtrekkend persoon met een eerste generatie stofzuiger de vertrekken van de betere burgerij schoonmaken en werd hij binnengelaten via de ingang voor het huispersoneel.

Those were the days.

:-)

I.v.m. die Vistelders...

Is dat misschien Oud-Nederlands voor iemand die de hoeveelheid vis telt of is het iemand die vis teelt ?

I.v.m. die Sargiemaker kan ik alleen maar uitmaken dat die persoon wollen dekens fabriceerde.  Zoiets als in den tijd van ons moemoe met haar Sole Mio-dekens.

:-)

Zoiets dus ;-)

Wel, mijn grootvader was nen asperge(keuter)boer, oorspronkelijk afkomstig uit Haacht.  En alhoewel hij zijn grote liefde was gevolgd naar Heist-op-den-Berg werd hij geregeld nog gevraagd door de Haachtse herenboeren (die mannen met veel land, veel vee en veel personeel) om, tijdens de Haachtse beestenmarkt, de koeienbeesten te komen keuren.

Na een grondige keuring, door mijn grootvader, van de poten, den uier, het vleesgehalte en de kop van een koe, dan werd er met de koper ne goeie prijs bedwongen door middel van handgeklap ("plekken" noemde hij dat).

Those were the days...

:-)

@Peter: Volgens mijn bron was in 1721 een Mechelse lijntrekker een scheepsjager: ' Rolle naer de welcke die van de nieuwe natie, aengestelt in de plaetse vande ghene voor desen genoemt Lyntreckers .... ' . Voor nen deftigen uitleg zult ge bij iemand anders moeten zijn. ;-)

Hier een lijstje van oude Mechelse ambachten en beroepen.

Peter uwe sargiemaker zal mischien SZkes (seuzes) gemaakt hebben! ;-)

Serge zou een weefsel zijn (pied-de-poule en gabardine zijn daar voorbeelden van)

en die plakhoutsnijder is dat niet eerder iemand die zijn kostje verdient met het vervaardigen van marqueterie ?

@ Jokke :

Dat laatste was ook mijn eerste idee...

Foto Gimycko - Marqueteurs in 't statôôs

(Tekst bij foto op voorgrond : Vlaamse Kunstkring voor Marqueteurs)

Bedankt voor alle reacties. Nog even vlug melden dat deze post in opdracht werd geplaatst van Marc De Boeck :-)

Voor karrebinders zijn we er nog niet helemaal uit, maar het beroep duikt wel op in dit "Wekelycks bericht voor de stad en de provincie van Mechelen - Volume 8"

Wat ik persoonlijk altijd leuk heb gevonden zijn de 'Oude Schoenmakers', die oude schoenen oplappen en de "Nieuwe Schoenmakers" die nieuwe schoenen maakten.

Eenvoudig toch ....

Een prachtige naam blijf ik nog steeds de "Kraenkinderen" vinden.

:-)

Geweldig leuk en interessant, deze post én de reacties.. al veel bijgeleerd !

Mijn vader was nog een "echte" schoenmaker.
Hij vervaardigde schoenen en voerde reparaties uit.
Hij was één van de laatste orthopedische schoenmakers die nog steunzolen maakte met de hand, volledig op maat, en geen plastic gegoten bandwerk.

En een ander merkwaardig oud beroep was dat van beerproever (niet te verwarren met bierproever).  Het was een officieel aangestelde die de kwaliteit van de aalt moest komen controleren.  Bon appétit !

op tervuuursesteenweg?


Plakhout
geringschattende benaming voor multiplex, hechthout, fineer

Zou een plakhoutsnijder niet gewerkt hebben bij bv Schipton aan het guldendal,

fabriek van multi en triplex, dacht ik.

 

 

@ Jan Goovaerts, van de schoenwinkel op Tervuursesteenweg? Vond volgende tekst i.v.m. het beroep van lijntrekker. Wegen waren in die tijd vaak slecht begaanbaar, vandaar dat veel vracht per schip werd vervoerd. Leden van het boottrekkersgilde, de lijntrekkers, twee aan elke kant van de rivier, trokken met touwen de platboomde pleiten over Demer en Dijle richting Aarschot, Leuven of Mechelen.

Een visteller was een belastingcontroleur. Volgend tekstje dateert uit 1383: ' De ghezworen telders sijn sculdich harinc ende vissche zelve te telne metter hant ... '.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <p> <span> <div> <h1> <h2> <h3> <h4> <h5> <img> <map> <area> <br> <br /> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <table> <tr> <td> <em> <b> <u> <i> <strong> <font> <del> <ins> <sub> <sup> <quote> <blockquote> <pre> <strike> <code> <cite> <center>

Meer informatie over formaatmogelijkheden

To prevent automated spam submissions leave this field empty.