tienduizend jaar geleden

De redactie is erg blij dat onzen Belleman bereid is om mee te komen gastbloggen. Dus vanaf nu vinden we Francois niet alleen in het straatbeeld, hij bellemant er hier ook op los op Mechelen Blogt. Welkom !

(Foto Jan Smets)

BELLEMAN 

Hoe het begon

of

Hoe word je “zo iets” 
 

We zijn in het voorjaar 1990.

Adegemstraat. Het inmiddels ter ziele gegane restaurant Den Kriekenboom. Den boom – weliswaar zonder krieken – heb ik er nog geweten.

Op een mooie dag krijg ik een telefoontje van theater De Peoene of ik mij misschien kon aanbieden in het pas geopende eethuis. Begreep niet direct de bedoeling. Wat bleek nu. De patron van Den Kriekenboom zocht iemand om op een “originele manier” publiciteit te maken voor zijn zaak. Zich aan Gent spiegelend, alwaar hij Julien Pauwels, aan het werk had gehoord en gezien, rees bij hem de idee om, jazeker, een belleman in dienst te nemen en in huis te halen. Wij dan maar naar Antwerpen, toneelkostuums Baeyens in de Lamorinièrestraat, om aldaar ter plekke wat uit te zoeken. Het werd uiteindelijk een pak van een soldaat uit de Napoleonperiode. Vervolgens naar het huis Michiels op de Korenmarkt voor een heuse bel, gewicht 10 gram minder dan twee kilootjes.

Tijdens de weekends en ook ’s avonds werd ik – mooi uitgedost – aan de deur van het restaurant geposteerd om hongerige klanten te lokken en of te verwelkomen.

Met kerstnacht en van oud naar Nieuwjaar werd van mij verwacht dat ik bij hem aanwezig zou zijn teneinde de “plats” aan te kondigen en de gasten te “entertainen”.

Een gage kreeg ik niet maar mocht wel, een aantal keer per week, uitgebreid en gratis komen eten.

Na een aantal weken werd ik daarenboven de straat opgestuurd, beladen met adreskaartjes en “flyerkes” van de zaak. Zelf voelde ik dat dit niet de uiteindelijke bedoeling van een “echte” belleman kon en mocht zijn.

Mijn stil vermoeden werd bevestigd.

Den Kriekenboom sloot de deuren maar inmiddels werd ik al “een opgemerkte figuur” onze stad.

Van de een op de andere dag kreeg ik enkele aanbiedingen om als “echte” belleman op te treden. Jos Van Dessel, van de dienst toerisme, vroeg me of ik op maandagavond een toertje wou maken om de aandacht te vestigen op de beiaardconcerten. René Blavier nodigde me uit om mee op te stappen bij de opening van de jaarmarkt en de kermis. Karel Verbist deed op mijn diensten beroep voor de verwelkoming bij de kinderkankerdag in Planckendael.

De mensen van de karnaval (o.m. Jean Aerts) stelden voor om de jaarlijkse karnavalstoet open te luiden.

Het “serieuze” werk was eindelijk begonnen. Gelukkig maar.

De ene opdracht volgde de andere op. Buurtfeesten, spreekbeurten voor verenigingen, groenbeurs in Hombeek, Posse-Leest, cultuurmarkt, bloemenstoet Blankenberge, Mechelse dagen aan de kust en ga zo maar door.

Op dit moment zijn we zowat twintig jaar later en ik doe het nog altijd met even veel plezier en tomeloze inzet. Toch heb ik tien jaar gewacht op de zogenaamde “officiële erkenning” door het stadsbestuur, dankzij de onverdroten inzet van Karel Verbist en wijlen schepen Blavier.

Hoe lang ik het nog volhoud?

Zolang de gezondheid het toelaat.

Dat ik op die twintig jaar al één en ander beleefd heb hoeft geen betoog.

Maar dat is voor een volgende keer.

Men zegge het voort…men zegge het voort…

Mooi verhaal, Swa! Zit met spanning te wachten op die volgende keer......

 Ik wacht mee Jokke !!

Welkom Swa!  Ik ben blij dat je op mijn vraag om gastblogger te worden, zo gretig inging! 

;-)

Echt fijn!  En je kan vertellen als géén ander!  Ik ben nu al benieuwd wat je met belgerinkel aangekondigd, nog op deze blog zal gooien...

Tof verhaal Swa, Nog van dat !

En ik maar denken dat het artikel over mij ging... Wat een teleurstelling. ;o)

Mooi verhaal François.

Merci.

François, we wachten op verdere verhalen.  Kom op met jouw ongetwijfeld smakelijke anecdotes.

Alvast bedankt.