Gruwel in de kathedraal!

met categorie:  

(foto: Jan Smets)

Het klinkt als een goedkoop griezelverhaal of een thriller van bedenkelijk allooi...  Sorry mensen - in deze komkommertijd moet een blog soms aan klantenbinding doen, en dan is een titel als deze natuurlijk een ideale kapstok!  Of niet soms?   ;-)

Nee, alle gekheid op een stokje...

Ontelbare keren moet ik er al voorbij gelopen zijn..

Ontelbare keren sloeg ik op dit kleine schilderijtje in onze Sint-Romboutskathedraal géén acht, geïmponeerd dat ik was door barokke heiligenbeelden, machtig gesculpteerde preekstoel, Jordaens, of het schrijn van Rumoldus...

Maar enkele weken geleden, met de Flickrmeetup in de Mechelse kerken, die we organiseerden, viel plots mijn oog er op.  En...niet alleen het mijne.  Ook Peter Meuris was gebiologeerd door dit aparte en 'gruwelijke werk'...

(foto: Marc VC)

Net als ik, maakte Marc VC er een foto van.  We merken één of andere gevaarlijke uitziende soldaat (?) die de ogen 'uitvijst' bij één of andere geestelijke...

Maar wat stelt dit tafereeljte voor?  Welke heilige (?) is hierop afgebeeld?  Kan iemand dit werkje situeren in de tijd? 

Ik weet er zo goed als niks van - maar... het intrigeert me wel...

Hier nog een foto van het schilderij in zijn lijst:

(foto: Jan Smets)

Welke bloggende medemens helpt ons wat verder hiermee?

Ik heb bijgaand artikel gevonden over een heilige wiens ogen werden uitgestoken:

http://www.heiligen-3s.nl/heiligen/12/14/12-14-0348-Spiridon-Cyprus.php

Misschien kan iemand achterhalen of het inderdaad de heilige op dit schilderij is. En kan iemand achterhalen wie de schilder zou kunnen zijn... 
Ik zoek ook nog verder.

Bedankt voor deze reactie Gebba!

Zou het écht over deze Spiridon gaan??  Zou deze Griekse heilige naar onze contreien 'getransporteerd' zijn?  ...of was het een algemene mode om heiligen het licht in de ogen niet meer te gunnen?  en..is het dus toch nog een andere?

NB.: Spiridon ontmoette ik vorige zomer in Korfoe, waar hij héél erg vereerd wordt.  De kathedraal van Kerkyra (hoofdstad van het eiland) is genoemd naar deze heilige, die oorspronkelijk van Cyprus kwam.  Vier maal per jaar gaat er in de stad een grote processie uit ter zijner ere.  Ik maakte ze mee...  En...met alle commerciële randactiviteiten erbij!  ;-)  Hier worden plastieken iconen van Spiridon verkocht...

 (foto: Jan Smets)

Maar gaat het in Sint-Rombouts wel over Spiridon?  Ik durf het betwijfelen...

Hoort het onderschrift Leo Deo Arjus duidelijk bij de prent of is het een soort onderschrift op de kader ?

Leo Deo : Goddelijke Leeuw of  Paus Leo II ?

Arjus : Hetzelfde als Argus - Argusogen ?

Ik heb het effe nagegoogled, maar tot zover noppes !

BTW :

Links onder het kleed van de Heilige staat precies, half verdoken, een naam van de schilder.  Misschien kan Jans er meer van maken op zijn HiResFoto.

(foto: Jan Smets)

Ik heb ook eens aan het googlen geweest op Arius (en daarvan afgeleid Arianisme) en er is een link tussen Spiridon en Arius, maar geen link met Mechelen.

Arius <> de Heilige Antonius <> Antoon Fayd'herbe

http://www.heemkringopwijk.be/fr/st.-antonius_abt.htm

Misschien - Misschien ook niet.

De pluimen op de helm van de soldaat doen me vermoeden dat deze lid was van het Pauselijke Leger (vermoedelijk een voorloper van de Zwitserse Wacht - check foto's op WWW ter vergelijking), die (misschien op vraag van Paus Leo II) de "ketter" Arius martelt.

Dit tafereel is dan misschien door een lid van de Fayd'herbefamilie in Mechelen geschilderd geweest.

Waar juist is dit schilderij te vinden in St Rombouts ? In een kapel ? Welke ?

Na heel wat zoekwerk (het is nu 5 uur in de morgend) dan toch gevonden.

Het gaat hier over een schilderij, voorstellende de H. Léger of Léodegaire.

De beul doorprikt de ogen van de heilige en wordt als dusdanig aanzien als de heilige tegen de oogziektes.

De schilder van dit werk is onbekend en werd geschonken aan St Romboutskerk in 1699 door de dekaan van het "Chapitre Léodegaire" Charles De Decker (+ 12 oct. 1723).

 

Léger (ook Leodegar of Leodegarius) van Autun, Frankrijk; bisschop & martelaar; † 678.

Feest 2 & 3 oktober.

Léger moet rond 616 geboren zijn als zoon van Sint Sigrada van Soissons († ca 680; feest 4 augustus); hij was een broer van Sint Warinus (ook Gérin of Guérin; † 676; feest 25 augustus) van Arras. Zijn familie maakte deel uit van de hoge adel; vandaar dat hij als kind voor zijn eerste vorming naar het hof van koning Clotarius II (ook Chlotarius of Lotharius; † 629) werd gestuurd. Enige tijd daarna vertrouwde men hem toe aan zijn oom, bisschop Dido van Poitiers. Deze gaf hem een gedegen opleiding en zag in hem zijn toekomstige opvolger. Hij wijdde hem daartoe in 636 op 20-jarige leeftijd tot diaken en enige tijd later tot aartsdiaken. In 653 benoemde hij hem tot abt van de St-Maixentabdij (nu: St-Maixent-l'École ten zuidwesten van Poitiers). Hier vestigde hij al gauw de aandacht op zich door zijn vaste hand van besturen en zijn energieke aanpak; zo voerde hij de regel van Sint Benedictus in. Dat alles ging gepaard met vriendelijkheid, vroomheid en wijsheid.

Toen koning Clovis II in 657 stierf werd koningin Bathildis († 680; feest 30 januari) regentes. Zij riep Léger naar het hof als haar persoonlijk raadsman; alsmede de bisschoppen Ouen van Rouen († 683; feest 24 augustus) en Chrodobert van Parijs († ca 663). Het was ook de koningin die ervoor zorgde dat Léger in 663 tot bisschop van Autun werd benoemd, met instemming van haar adviescollege, inclusief de later zo geduchte hofmeier Ebroïn († 683).

Met de van hem bekende energieke aanpak herstelde hij zowel op politiek als kerkelijk vlak de orde, voerde in alle kloosters de regel van Sint Bendictus in en herstelde, waar nodig de kloosterlijke geest. Hij liet de vervallen stadsmuren verstevigen, het bisschopshuis opknappen en de kerk verfraaien. Kortom, onder zijn bestuur maakte de bevolking een periode door van rust en veiligheid. Hoe bekwaam hij als bestuurder ook was, hij verloor nooit zijn liefde en zorg voor de armen. Zo liet hij aan de ingang van de kerk een registratiekamer bouwen waar de behoeftigen en noodlijdenden van de stad terecht konden. Hij zou ze in zijn testament gedenken: "Ik benoem tot mijn wettige erfgenaam de St-Nazairekerk, mijn titelkerk. Ik vermaak de villa van Marigny-sur-Yonne die koningin Bathildis mij destijds bij koninklijk besluit geschonken heeft; het landgoed van Tillenay-sur-Saône dat mijn eigendom is via mijn voorouders van moeders kant; het domein van Ouges en van Chenôve bij Dijon dat ik heb gekregen van Bodilo en Sigrada. Ik vermaak al deze goederen met alles wat daarbij hoort - mensen van welk geslacht ook:

Deze toevoeging geeft ons een inkijkje in de gevoeligheden van die tijd. Immers nog op het concilie van Mâcon (585) was er een bisschop opgestaan met de bewering dat je vrouwen geen echte mensen kon noemen. Maar andere aanwezigen brachten deze man in herinnering dat er aan het begin van de bijbel bij de schepping van de mens geschreven staat dat God de mens schiep als man en vrouw. Daarop was die bisschop gekalmeerd!
Deze anekdote is opgetekend door Gregorius van Tours in zijn 'Geschiedenis van de Franken' [VIII, xx]. Ze is echter niet te vinden in de Acta van dat Concilie. Régnier veronderstelt daarom dat dit zich in de wandelgangen heeft afgespeeld.

verder: landerijen, wijngaarden, waterputten, meertjes, waterlopen, bossen, kleine en grote graasplaatsen voor wild - dit alles vermaak ik aan de registratiekamer die we bij de ingang van de St-Nazairekerk hebben laten bouwen. Daarmee moeten de proost en degenen die de bisschop van Autun tot zijn opvolgers zal benoemen elke dag veertig broeders te eten geven. Zij op hun beurt zullen in hun gebeden tot God aanbevelen het koninkrijk, het heil van de koning en van de overige landsbestuurders."

Geschiedkundigen zijn het er onderling niet over eens of dit testament authentiek is.

Toen koning Clotarius III in 673 stierf, waren er twee zoons die streden om de troon: enerzijds Childerik II († 675), o.a. gesteund door Léger, en aan de andere kant Thierry (of Diederik; † 690/91) die gesteund werd door Ebroïn, hofmeier van zowel Neustrië als Bourgondië. Hij was zeer op macht belust en stelde alles in het werk om uiteindelijk zelf alle macht in handen te krijgen. In eerste instantie viel de strijd uit ten gunste van Childerik; deze wilde Léger voortdurend bij zich in de buurt hebben als persoonlijk raadsman. Thierry werd opgeborgen in de abdij van St-Denis bij Parijs, terwijl Ebroïn verbannen werd naar het strenge klooster Luxeuil in Bourgondië.

Als raadsman ging Léger te werk zoals hij dat tot nu toe steeds bij zijn bestuurlijke taken gedaan had. Met gevoel voor wat goed en kwaad was, recht op zijn doel af, moedig, voortvarend en met stevige hand. Hij spaarde koning Childerik niet, wanneer daar aanleiding voor was. Na twee jaar begon de koning al die kritiek danig de keel uit te hangen. Zo probeerde hij met een dronken kop in de paasnacht de bisschop tijdens de dienst in de kerk om het leven te brengen. De bisschop moest een veilig heenkomen zoeken, werd achterhaald, aangehouden en op zijn beurt gevangen gezet in Luxeuil.

Nog in datzelfde jaar, 675, werd de koning zelf slachtoffer van een aanslag. Zo kon Léger zijn bisschopstaak weer op zich nemen tot vreugde van zijn mensen. Maar niet voor lang. Want Thierry bevrijdde zich uit St-Denis en maakte zich meester van de troon. Ook Ebroïn wist zich te bevrijden, en was woedend dat niemand van het landsbestuur er aan gedacht scheen te hebben om hem een hoge functie te geven. Hij bracht een leger op de been, veroverde Neustrië en nam Thierry gevangen, die overigens niet al te veel weerstand bood. Nu trok Ebroïn alle macht aan zich. Als een van zijn eerste daden stuurde hij een gewapend gezelschap naar Autun onder leiding van de hertog van Champagne; deze werd vergezeld door twee onwaardige bisschoppen, die eerder vanwege hun wanbestuur waren afgezet en nu nog iets goed te maken hadden, alsmede twee onbetrouwbare edellieden die voor alles in waren. Zij moesten Léger uitschakelen. Om de stad geen last te bezorgen gaf Léger zich zonder meer over. Bij zijn arrestatie staken zijn overweldigers hem de ogen uit en bewerkten zijn oogkassen met gloeiende ijzers.

Het schijnt dat deze maatregel destijds niet ongebruikelijk was. Abten van kloosters pasten ze toe op monniken die zich schuldig hadden gemaakt aan een ernstig vergrijp. Deze handelwijze zou op het concilie van Frankfurt (794) worden veroordeeld en door Karel de Kale († 877) officieel verboden.

Volgens de overlevering gebeurde dat vlakbij Autun in de buitenwijk Couhard. Ebroïn probeerde nu Léger te beschuldigen van de moord op Childerik! Maar dat kon zelfs deze slechterik niet waarmaken. Hij liet Légers broer, graaf Warin, doodstenigen in de buurt van Arras en sloot Léger zelf op in het klooster van Fécamp. Vandaar schreef de verbannen bisschop nog een brief aan zijn moeder, Sigrada. Na een schijnproces liet Ebroïn hem ter dood brengen met het zwaard: 2 oktober 678.
[Rég.1988p:34-37]

Uit haat tegenover kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zat Ebroïn ze zoveel mogelijk dwars: hij liet er verbannen (zoals bv. Lambertus van Maastricht: † 705; feest 17 september); een aantal liet hij er ombrengen (naast Sint Léger bv ook Ferriolus van Grenoble: † ca 680; feest 16 januari; Ragnebertus van Bugey: † 680; feest 13 juni). Hij werd op zijn beurt om het leven gebracht in 683.

Legenda Aurea
Dit hele verhaal is als volgt terecht gekomen in de Legenda Aurea van Jacobus de Voragine († 1298; feest 13 juli).

'Leodegarius bloeide in elke vorm van deugd. Vandaar dat hij tot bisschop van Autun werd gekozen. Toen koning Lotharius stierf, kwam alle zorg voor het koninkrijk op zijn schouders terecht. Met Gods wil en op advies van de landsbestuurders stelde hij Hilderik tot koning aan; hij was een jongere broer van Lotharius en leek zeer geschikt. Maar Ebroïnus wilde liever Theodorik als koning hebben, de broer van Hilderik. En dat niet omwille van het landsbelang; omdat hij uit de macht verdreven was en door iedereen werd gehaat, vreesde hij nu de toorn van de koning en de overige landsbestuurders. Vandaar dat Ebroïnus doodsbenauwd aan de koning toestemming vroeg om zich in een klooster te mogen terugtrekken. Dat vond de koning goed. Tegelijk zette deze ook zijn broer in een klooster gevangen, zodat hij het land geen enkel kwaad kon berokkenen. Zo leefde iedereen in vrede door de zorg en de heiligheid van de bisschop.

Maar enige tijd later bleek de koning op grond van slechte raadgevers van zo'n diepe haat jegens de bisschop vervuld dat hij vastberaden een aanleiding zocht hem te doden. De bisschop verdroeg dat zachtmoedig en leverde zich over in de handen van zijn vijanden. Met de koning sprak hij af het paasfeest in de stad te vieren: hij was immers de bisschop. Maar diezelfde dag werd hem bericht dat de koning besloten had in de komende nacht een moordaanslag op hem te plegen. Niet dat het de bisschop bang maakte. Integendeel hij genoot diezelfde dag samen met de koning de maaltijd, en nam meteen daarop de vlucht naar klooster Luxeuil om daar de Heer te dienen. Daar verbleef op dat moment ook Ebroïnus die zich in monnikspij verborgen hield. Ook hem diende de bisschop met christelijke naastenliefde.

Niet lang daarna stierf de koning en Theodorik werd als zijn opvolger gekozen. Op aandringen van de abt en bewogen door de smeekbeden en tranen van zijn volk keerde Leodegarius daarop naar zijn bisdom terug. Ebroïnus gaf zijn staat als geestelijke op en werd hofmaarschalk van de koning. Was hij vroeger een boosaardig mens geweest, nu bleek hij zelfs zo boosaardig dat hij Léger met alle geweld zocht te doden. Hij zond zijn ridders er op uit om hem gevangen te nemen. Toen Leodegarius daarvan hoorde, wilde hij hen in hun woede tegemoet komen en schreed in bisschoppelijk ornaat de stad uit. Ze maakten zich van hem meester en staken hem meteen de ogen uit.

Twee jaar later werd Sint Leodegarius met zijn broer Garinus, die door Ebroïnus verbannen was, op het paleis ontboden. Hij werd door Ebroïnus smadelijke behandeld, maar hij bleef vriendelijk en verstandig. Toen liet de booswicht Garinus stenigen; Leodegarius liet hij blootvoets over de scherpe stenen op de bodem van een beekje lopen. Toen hij hoorde dat de heilige tijdens deze martelgang God loofde, liet hij hem zijn tong uitsnijden, en gaf hem een persoonlijke bewaker; dat gaf hem de tijd om intussen weer nieuwe pijnigingen te bedenken. Toch verloor de heilige zijn spraakvermogen niet; integendeel, hij preekte en vermaande zoveel hij kon. Hij voorspelde van zichzelf en van Ebroïn hoe zij aan hun eind zouden komen. Daarop werd zijn hoofd omstraald door een kroon van licht. Velen zagen dat en vroegen wat het was. Maar hij wierp zich neer in gebed, dankte God en spoorde alle omstanders aan hun leven te beteren. Toen Ebroïn hiervan hoorde, werd hij ontzettend kwaad. Hij stuurde er vier beulen op af met de opdracht hem het hoofd af te slaan. Toen de beulen met deze opdracht bij hem kwamen, sprak hij: "Broeders, laat alle plichtplegingen en doe gewoon wat degene die jullie gestuurd heeft, je heeft opgedragen." Drie van de knechten bekeerden zich, vielen hem te voet, en smeekten hem om genade. Maar de vierde sloeg hem het hoofd af. Op hetzelfde moment werd hij door de duivel bezeten; die stootte hem in een vuur zodat hij jammerlijk aan zijn eind kwam.

Twee jaar later hoorde Ebroïn hoe het lichaam van de heilige man veel wonderen bewerkstelligde. Dat maakte hem ziedend. Hij stuurde een ridder naar het graf om te zien of het allemaal waar was. Toen die ridder bij het graf aankwam stootte hij achteloos en overmoedig met zijn voet tegen het graf en riep: "Wie gelooft dat een dode wonderen kan doen, zou zelf maar dood moeten!" Onmiddellijk voer de duivel in hem, en hij stierf. Zo werd door zijn dood de roem van de heilige nog vergroot. Toen Ebroïnus dat hoorde, werd hij nog kwader en deed er alles aan om de roem van de heilige teniet te doen. Uiteindelijk kwam hijzelf op jammerlijke wijze aan zijn einde door het zwaard, juist zoals de heilige het hem had voorspeld. Sint Leodegarius onderging zijn lijden in het jaar Onzes Heren 680 ten tijde van Constantijn IV.'
[LAu.1979]

Verering & Cultuur
Een deel van zijn relieken bevindt zich in de St-Léger te Ebreuil (ten noorden van Clermont-Ferrand). Ca 970 ontstond in Autun het lange gedicht 'La complainte de Saint Léger'.
In Frankrijk is hij patroon van Autun en van de St-Légerabdij in Soissons; in Duitsland van de kloosters Murbach en Wessobrun; in Luxemburg van Saint-Léger, en in Zwitserland van het kanton Luzern.
Hij is beschermheilige van de molenaars; zijn voorspraak wordt ingeroepen bij bezetenheid en oogziekten.
Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter, staf) met een boor (in zijn ogen); met ogen, tong of dergelijke op een blad of op een boek; met naald of haak (martelaarschap), pinnen of spijkers in zijn ogen; soms met spijkers in zijn ledematen (een gevolg van een verkeerde interpretatie van zijn levensverhaal).

Hartelijk bedankt voor het opzoekwerk Jos !

Jos: schitterend opzoekingswerk heb je verricht!  Ik heb het lange verhaal heel geboeid gelezen.  Het 'mysterie' lijkt me hierbij opgehelderd..

Bedankt!

Ik ging net beginnen zoeken maar Jos, de nachtraaf, is ons voor geweest. Dus als toemaatje volgt hier een alternatief prentje.

Bedankt voor de aanvulling Luc!  Maar een nachtraaf als Jos konden we niet voor zijn!  ;-)

Nu de man 'bekend' is, vond ik ook nog een ouwe miniatuur waarop hij is afgebeeld:

                                

Heel mooi, Jos !  Prachtig opzoekwerk !

Een verhaal uit de Tijd van de Vadsige Koningen, dus.  En een beetje vergelijkbaar met wat we kennen uit de eerste Blackadderreeks van op TV (Kruiperijen, afgunst en machtshonger tussen Koningen en Prinsen versus Pausen en Kardinalen).

:-)

Hier zit een schoon verhaaltje in :-)

(likkebaard al)

Tekst onderaan is dus Leodegarius :-)

Een uiterst interessante post van Jans en een denderend antwoord van Jos, dat ons een pak wijzer maakt.

Meteen ook een staaltje van wat je met Mechelen Blogt kan bereiken.

Zo is dat Jan!  ;-)

...en voor die 'verhaaltjes' doet een gids het, hé Peter!  ;-)

In zijn boek ' Geschiedenis der Metropolitane Kerk van den H. Rumoldus ', 1914, schreef koster Frans Verhavert: ' Aan den buitenkant der kapel bemerken wij een oud geschilderd paneel, verbeeldende den H. Leodegarius wiens oogen wreedaardig uitgeboord werden. De geloovigen, welke lijden aan kwade oogen, komen hier zijnen bijstand afsmeeken ' .

 Wat een stadsgids, een vrijdenker en een christen al niet vermogen uit te pluizen waar het oogartspraktijken betreft! Schitterend mannen!!! Dat is waar de blog voor dient en niet voor politiek gekissebis van over-Zense would-be politiekertjes.

@ Gim

Uw vraag naar de uitvergroting,voor wat betreft de naam van de schilder, heeft blijkbaar als resultaat : de datum van de verering van de heilige, nl 2 - 3 Octob (onderaan de schilderij).

Prachtig, Jos !

En wat deed bij jou een lichtje branden ivm de te zoeken naam ?  Want in de ondertiteling zat ik blijkbaar mis : geen Leo Deo Arius, maar Leodegarius.  Dus eigenlijk stond alles daar vlak onder onze neus.

:-)

En in 2016 vieren we 1400 jaar zijn geboortedatum ! Als dat geen toeval is ! :-)

Als daar maar geen stadsvisioen van komt !

:-D

@ Gim.

Ook ik heb eerst aan 't googelen geweest. "Leo Deo Arjus", maar niets gevonden dat met Mechelen te maken had.

Dan maar gaan zoeken in "Histoire de l'Eglise Métropolitaine de Saint - Rombaut" à Malines par le Chanoine J. Laenen.

Twee delen in 't frans.

In het eerste deel : niets.

In het tweede deel : gans achteraan > prijs. Maar het heeft me wel 4 uur gekost.

Ge kunt niet geloven hoe ik me voelde.

Direct op de blog gezet. Ik wou de eerste zijn !!!

@Jos: En bovendien mag je je nu kenner noemen van de Metropolitane kerk :-D

@ Jos : Hahaha !  Heel mooi ! 

En dan nu een nog moeilijkere of zo ?  Effe Jans of MarcVC mailen voor een volgende opgave !

:-D

Geweldig leuke post Jan,

en ik was ook zeer benieuwd naar het verhaal van deze schildering.

Bedankt voor de credits.

Ik vind het opmerkelijk een heel knap hoe Jos deze info heeft kunnen vergaren.

Meer dan interessant. Ik heb veel geleerd vandaag.

 Schitterend, deze post en ook een aantal reacties. Nog van dat!

Schitterend opzoekingswerk Jos !! Bedankt voor het uitgebreid en leerzaam licht dat je in deze duitsernis bracht.

Wat niet op het schilderij vermeld is: Toen die soldaat Leodegarius' oog aan 't uitvijzen was, riep de geestelijke:  "als ge dat nog één keer doet, dan bezie ik je niet meer"  :-)

 De Jos is ne krak. Kan niet anders als ge in de rue Picard gewerkt hebt.

En toen zijn tweede oog er ook uit was riep Leo luid : aan mijn rechter voet heb ik nog een eksteroog.

bah gruweltijden

Zie ook deze foto.

http://www.heiligen.net/heiligen/10/02/10-02-0678-leger.php

Beste mijnheer Smets

 

Het betreft hier de Heilige leodegarus. staat ook op de lijst onderaan.

zijn oog wordt hier niet uitgeprikt maar met een holle boor bewerkt.

Dit werktuig hoort tot het alaam van de timmermannen en heet een lepelboor of avegaar.

De hier afgebeelde is vrij goed vervaardigd.

De soldaat houdt het gereedschap niet juist omdat dit eigelijk met één hand bovenhands moet en met één onderhands.  Het is dan ook geen houtbewerker.

De heilige martelaar ondergaat dit zonder verpinken . Het is dan ook  een heilige

met vriendelijke groet

Charles Indekeu

Docent houtconservatie

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <p> <span> <div> <h1> <h2> <h3> <h4> <h5> <img> <map> <area> <br> <br /> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <table> <tr> <td> <em> <b> <u> <i> <strong> <font> <del> <ins> <sub> <sup> <quote> <blockquote> <pre> <strike> <code> <cite> <center>

Meer informatie over formaatmogelijkheden

To prevent automated spam submissions leave this field empty.