JOMME DEN BRUGDRAAIER

met categorie:  

Als aanvulling op "Kranig oudje dient gerevalideerd....) wil ik jullie het verhaal van Willem Van der Elst niet onthouden.

Hier alvast een eerste bijdrage.

 

JOMME DEN BRUGDRAAIER
 
Alhoewel hij reeds vele jaren gepensioneerd is, blijft Willem Van der Elst zijn taak dag in dag uit volbrengen.
Hij is de brugdraaier van de Kraanbrug en doet die job reeds vanaf 1934. Willem Van der Elst beter gekend als “Jomme de Brugdraaier” is de laatste telg van een familie die sedert meer dan honderdvijftig  jaar de Kraanbrug heeft gedraaid. Hij volgde zijn vader op die op zijn beurt de taak overnam van zijn ouders en grootouders en voorouders. Waarschijnlijk gaat de stamboom nog verder maar daarover weet Jomme niets te vertellen.
Jomme de brugdraaier is zoals de filosoof van het Sashuis. Hij bekijkt de wereld vanuit zijn huisje dat hij sedert zijn geboorte bewoont en hij heeft over de wereld zijn mening. Regelmatig inspecteert hij het mechanisme van de brug die nog steeds met de hand wordt open en toegedraaid. De laatste jaren is dit praktisch het enige werk dat hij nog te verrichten heeft. Zeer zeldzaam gaat de brug nog open om een platte schuit van de dienst der Zeeschelde door te laten. Boten varen niet meer zo ver stroomopwaarts de Dijle.
VROEGER DRUKKE SCHEEPVAART
Met Jomme hadden wij een gesprek over vroeger en nu. Tot juist na de bevrijding had de brugdraaier zijn handen vol om dagelijks en ook meermaal ’s nachts de brug open te draaien om de boten door te laten varen. Het waren alle soorten van boten, lichters, mosselschuiten, schepen met steenslag en graanschepen. “Vergeet niet dat in Mechelen toen nog twee bloemmolens werkten”, zo zegde hij ons. Bonte Ridder en Nielsen.
Jomme kent nog de namen van enkele van deze schepen die regelmatig de Dijlestad aandeden : de “Maneblusser”, een Mechels schip, de “Rozalie” en de “Leopold – Clemence”. De mosselschepen brachten bij twee tot driemaal per week lekkere verse mosselen van de kanten van Terneuzen naar Mechelen. Lange jaren heeft Jomme, eerst met zijn moeder en later op zijn eentje, een kleine mosselhandel uitgebaat. Voor het huis van de brugdraaier stonden enkele grote waskuipen met daarin de gekuiste mosselen.
Gedurende tientallen jaren heeft Jomme de hoge en lage tij van de Dijle scherp in het oog gehouden. Hij moest er rekening mee houden want bij hoge tij draaide de winketbrug open en vaarden de schepen de binnen-Dijle op.
Jomme is nu 75 jaar. Hij zegde met klem dat hij zijn beroep steeds met liefde heeft uitgevoerd. Voor hem telde geen zondag of feestdag. Vakantie heeft hij nooit genomen. Hij stond steeds paraat om zijn brug te bedienen en de schippers van dienst te zijn.
In 1940 toen de meeste Mechelaars vluchtten voor de naderende Duitse legers bleef Jomme op zijn post. Hij had geen schrik. Een Duits officier wandelde bij hem binnen en zegde dat hij zijn job moest voortzetten. Dit was een overbodig bevel want Jomme had bij zich zelf reeds het besluit genomen “zijn brug” niet in de steek te laten.
 
DE TIJD VAN TOEN
Terwijl Jomme de brugdraaier met ons praat verwijlen zijn gedachten in het verleden. “Toen was het nog plezant mijnheer”. Hier op de Dijle hebben de mensen steeds zeer hard gewerkt maar ze hebben er ook enorm plezier gemaakt. “Weet u dat er vóór de tweede wereldoorlog langs de Dijle, de Zoutwerf en de Haverwerf 35 cafés open waren en al die cafébazen goed aan hun kost kwamen?”. Vandaag is er nog één café overgebleven en twee jeugdhuizen.
Over de jeugd is Jomme niet zo erg in zijn nopjes. “Wij hebben ook jong geweest maar het uithalen van vandalenstreken zat er bij ons niet in”. “De mensen moeten hier is in de buurt komen kijken hoe de jeugd van vandaag zich vermaakt”. “Het is droevig en niet te begrijpen”. Naast de deur van de brugdraaier staat een oude postbus. Onlangs hebben vandalen het glas aan diggelen geslagen. De oude man stelt zich vele vragen over het waarom, waarop hij en wij het antwoord niet vinden.
BLIJVEN WONEN
Juist voor Nieuwjaar kreeg Willem Van der Elst alias Jomme, vanwege de burgemeester een brief waarin vermeld staat dat hij in zijn huisje aan de Dijle mag blijven wonen. Jomme vindt dit fijn want zolang hij zichzelf kan behelpen blijft hij graag bij zijn brug en zijn rivier. Maar die rivier speelt hem nu ook parten. Vroeger was de Dijle proper en zag men de vissen af en toe aan het wateroppervlak verschijnen. Het was verboden in de Dijle te zwemmen maar soms gebeurde dit wel eens achter de rug van de “garde ville”. De kinderen van de buurt vielen nooit in het water. Vanaf het ogenblik dat zij konden kruipen wisten zij dat de rivier gevaarlijk was. Er zijn wel kinderen in de Dijle ter hoogte van de Kraanbrug terecht gekomen, maar dat waren steeds jongens of meisjes die niet in de buurt woonden. Gelukkig heeft Jomme niemand zien verdrinken. De slachtoffers werden steeds op tijd uit het water gehaald.
Maar vandaag ziet Jomme geen vissen meer in de Dijle en zal het ook niemand in zijn hoofd halen om in die open riool een duik te wagen.
Toen wij met Jomme spraken stonk de Dijle geweldig en zag het water pikzwart. Het is vooral bij warm weer dat de rivier zo vreselijk ruikt zegde hij. Volgens hem is dit te wijten aan de riolen die uitmonden in de Dijle.
NIEUWE BRUG
De eerste Kraanbrug dateert van 1510. Het was toen een vaste brug die later door een draaiende werd vervangen.
Naar verluidt zal nu de draaiende brug binnen afzienbare tijd afgebroken worden en opnieuw vervangen worden door een vaste.
Jomme de brugdraaier vertelt dit zonder veel emotie of hij doet alsof. Hij is jonggezel gebleven en met hem wordt een punt gezet achter een Mechels geslacht van brugdraaiers. Plots luistert Jomme aandachtig. Hij heeft een geluid gehoord dat aan ons oor is ontsnapt. Eén van de planken van het brugdek is weer wat losser gekomen en moet dringend aangevezen worden. Jomme zal dit werkje vlug opknappen want uiteindelijk blijft de Kraanbrug “zijn troetelkind”.
A. GROUWET

 

Prachtig verhaal, Jos. Het is ook een aanvulling op 50+!

Uit het boek 'Mechelen, over mensen en dingen' van Marcel Kocken, deze foto van Jomme:

Zou Jomme ooit achter de kwajongens gezeten hebben met zijn werkinsrument? ;-)))

@ Mechelaars die het willen lezen.

Nu kent iedereen die zich een beetje in Mechelen en zijn geschiedenis verdiept de naam van het toen naast de brugdraaierswoning van Jomme gelegen seniorenhof. Inderdaad, "het Hof van Villers". 25 Jaar geleden was dit niet zo evident. De huidige eet- en drankgelegenheid "de Kraanbrug" palmde na de afbraak en wederopbouw tot seniorenappartementen een mooi oud gebouw plus de 'ambtswoning' van Jomme in.

Ik kwam in die periode 25 jaar geleden - op zoek naar nieuwe quizvragen - aan de brugdraaierswoning van Jomme voorbij en dacht dat hij wel de meest geschikte persoon was om mij tekst en uitleg te verschaffen betreffende het 'Hof van Villers' dat toch tot zijn naaste buren behoorde. De woning tussen zijn woonst en het toenmalige Hof van Villers was toen reeds met de Dijleoever gelijk gemaakt.

Ik stalde mijn fiets tegen de rode antieke postbus - waar ik nog enkele mooie dia's van heb - trok mijn stoute schoenen aan en bustte aan bij Jomme. Een bel was er niet. De brave borst opende met  vorsende blik zijn imposante voordeur en na mijn vraag of ik hem wat inlichtingen mocht ontfutselen noodde hij me binnen. Hij was, zei hij, juist aan zijn middagmaal bezig. Hij stelde me voor een patatje mee te steken en de aardappelen met een lekker geurende ajuinsaus trokken mij over de brug. De Kraanbrug als het ware.

We hebben toen een paar uur zitten kouten over zijn belevenissen en de tijd van toen langs de Dijleoevers. Veel herinner ik mij daar niet meer van, maar een toffe warme, mededeelzame mens was Jomme alleszins. Ik kreeg een méér dan voldoende antwoord op mijn vragen. Of die allemaal strookten met de geschiedkundige juistheid blijft tussen hem en mij. Ik zocht die dingen later op in meer bevoegde bronnen en tot op zekere hoogte had ie gelijk. Maar ik had ze van een rasechte Mechelaar van wie die Kraanbrug zijn HELE leven was.

Jomme, Bedankt joeng!

 @ Allemaal.

Na het nog eens bekijken van de foto van Jomme aan zijn voordeur zie ik dat er dus WEL een bel was aan zijn deur. Die moet ik in mijn gepatètterdhèd om hem lastig te vallen, toen over het hoofd hebben gezien. Sorry

Deel 2

“ZE” ZIJN JOMME ZIJN HUIS KOMEN OPMETEN.
Enkele weken geleden zijn de bewoners van Vismarkt, Drabstraat en Persoonshoek door het stadsbestuur uitgenodigd op een bijeenkomst. Daarbij werd gesproken over de tegemoetkomingen, zoals de Vlaamse deelregering dit voorstelt, voor het uitvoeren van de stads- en dorpsherwaarderingsoperaties binnen herwaarderingsgebieden.
In zo’n herwaarderingsgebied woont ook de 81-jarige Jomme Van der Elst, zeg maar “Jomme den brugdraaier”, aan de Kraanbrug. Zij officieel adres : Persoonshoek 15.
-          “Men gaat er hier blijkbaar werk van maken”, zegt Jomme in onvervalst Mechels. “Enkele dagen geleden is men mijn huisje komen “opmeten” en dat zal wel voor iets nodig zijn…”
Wat de bedoeling van al deze opmetingen is, is Jomme een ondergeschikte zorg. Je kan het hem moeilijk ten kwade duiden.
Ook al is Jomme nog opvallend goed te been, hij kijkt terug op een aktieve loopbaan die momenteel uitloopt in het nog sporadisch open- en dichtdraaien van de Kraanbrug, wanneer pleziervaartuigen hogerop willen.
-          “En daarbij, die vergaderingen worden alle veel te laat gehouden. Het wordt minstens tien uur wanneer ik weer thuis kom !”
Jomme is die nare overval, waarvan hij enige tijd geleden het slachtoffer werd, nog niet vergeten. De schrik zit er bij hem nog een beetje in. Daarom ook heeft hij een zware ketting als versteviging, aan zijn deur laten aanbrengen.
-          “Eerst even kijken wie er AANBELT”. Ook Jomme vindt het spijtig dat het nu zómoet. Vroeger was het allemaal anders.
-          “Mechelen is nog altijd een mooie stad. Het is hier goed om te leven.”
Jomme vindt ook dat hij een “plezant” huis heeft. De Dijle biedt hem voldoende afwisseling. ’s Zomers ziet men hem naar de bedrijvigheid kijken vanuit een knusse zetel op de kaai, maar ’s winters houdt hij zich liefst gezellig warm achter de Leuvense stoof.
-          “Vooral vroeger was ’t hier ne plezante “kotee”! Er waren hier toen 28 staminees die alle (goed !) van de scheepvaart leefden.
Jomme den brugdraaier vertelt ook van de vriendschap die er vroeger onder de mensen was. Men leefde in Mechelen met mekaar mee, zowel in goede als in kwade tijden. Nu is dat allemaal veranderd. “Men komt buiten en beziet mekaar niet meer. Dat is spijtig. Aan de Dijle wonen nog alleen vreemde mensen. Ik ben bij de oudste Dijlebewoners en mijn ras gaat stilaan slapen !”
150 JAAR
Jomme en Mechelen zijn haast synoniem. In het huisje waar hij nu woont, werd hij 81,5 jaar geleden geboren. Vader was brugdraaier en Jomme erfde de stiel. Sinds 150 jaar woonden ook de voorouders langs moeders kant aan de Persoonshoek 15.
Net zoals zoveel oudere Mechelse huisjes, heeft ook de tand des tijds geknaagd aan Jommes woonst.
-          “Dit huis heeft vier bruggen overleefd. Ik herinner me nog het bombardement op 1 mei 1944. Mijn huisje werd zwaar beschadigd”.
Op eigen kosten liet Jomme in die tijd een aantal valse panelen aanbrengen. Die panelen doen vandaag nog steeds dienst. Maar Jommes huisbaas, het stadsbestuur dus, heeft in al die jaren niet één keer iets ondernomen om de woning in stad te houden. Want ook de herstellingen aan de ramen die Jomme in mei ’44 deed, blijven de getuigen van de explosies die in Mechelen veel schade aanrichtten.
Zoals het verging met het huisje van Jomme, verging het ook met heel wat andere huizen te Mechelen !
In de toekomst kijken is ook een gave die Jomme niet is gegeven. Maar bange veronderstellingen rond de toekomst van de Persoonshoek heeft hij wel. Een tiental jaren geleden kocht het stadsbestuur het pand, dat aan Jommes woning grenst. Al die tijd staat het nu reeds te verkommeren, ook al had men het huis – volgens onze gastheer – gemakkelijk tegen een huurgeld van 7.000 fr. Per maand kunnen laten opbrengen.
Jomme vreest dat dit huis, samen met de brugdraaierswoning die hij betrekt, over korte tijd onder de slopershamer komt.
-          “Dan hebben ze hier een mooier zicht op de gevels aan de Haverwerf”, verklaart hij zijn stelling.
VERKEERSBORDEN
Jomme waagt zich de jongste tijd niet ver meer uit de buurt van zijn woning. Eén enkele keer nog eens met de familie naar Scherpenheuvel, maar ’s avonds steevast weer thuis.
De enkelrichting in de binnenstad. Beter was het volgens hem aan de stadspoorten duidelijk bewegwijzering te plaatsen. “Dan wist iedereen automatisch waar naar toe.”
Het toenemend autoverkeer en al wat daarmee gepaard gaat, kan Jomme niet van dat standpunt afbrengen. Jomme heeft over die ingreep zijn eigen twijfels. Dergelijke verkeerstechnische operaties houden naar zijn mening de mensen uit de stad. Een stad zonder mensen wordt doods en dus is zijn konklusie vlug gemaakt.
 
23/10/84

 

2/10/1985.

V.l.n.r. Louis Nys, Jomme den Brugdraaier (Willem van der Elst) en Frans Vermoortel.

Foto Louis Van Zeir.

Ik kwam als kind aan de hand van mijn moeder mosselen halen aan de kraanbrug in een ijzeren emmertje dat speciaal daarvoor was bedoeld. 't Was in de tijd dat mosselen noch vis nog vlees waren... betaalbaar dus. Groenten haalden wij toen in de groenthal op de botermarkt en vlees kwam uit de vleeshal waar nu ander spektakel te zien is...'t Kan verkeren.

@ Jef: "de aardappelen met een lekker geurende ajuinsaus "... zouden dat de befaamde "dopperspatatten" geweest zijn? De broer van mijn grootmoeder maakte ook iets dergelijks wat ik mij herinner als heerlijk smeuiige aardappelen met ajuin, of het echt een ajuinsaus was herinner ik mij niet goed meer. Hij noemde het "dopperspatatten". De man is nu helaas overleden en niemand in de familie kent het juiste recept nog. Als iemand dit wel kent, ben ik benieuwd!

@ Eef

Ik zie de pan nog voor me waarin hij zijn middagmaal had klaargemaakt. Een tikje aangebrand op de randen. Gewoon aardappelen met een donkerbruine ajuinsaus die lekker geurde en smaakte, en enkele stukken goed doorregen spek. Als je het recept van die uiensaus wil hebben kan ik je 'Ons Kookboek' van de Boerinnenbond aanraden. (Laatste uitgave). Daar staat zowat alles in wat de werkende klasse ooit onder zijn neus heeft gepropt. En als het daar niet in te vinden is dan zal het de moeite om het klaar te maken niet waard geweest zijn.

Echt Eefje, kopen meisje!  Dat is een prachtboek voor de doe-het-zelvers in de keuken. En dat zijn we als gelegenheidskoks toch allemaal. Wat ik daar aan simpele smaakvolle dingen reeds heb uitgehaald!

@ Jef :

Heeft niet iedereen dat boek in huis ?  Gekregen van Moeder de Vrouw toen ge het Ouderlijk Huis verliet !

:-)

@ alleman: koester deze woorden en foto's want dit is een stuk van ons erfgoed!

 @ gim

Ik heb het wel over de laatste uitgave van alweer zo'n 10 tal jaar geleden. Sindsdien zie ik bij vrienden nog steeds exemplaren opduiken die er niet meer uitzien. Zo overpoteld, met vetspatten en resten paneermeel en eistruif van de laatste Wienerschnitzel, dat je denkt: "wanneer schaffen ze zich eindelijk een nieuw exemplaar aan?" Ze hebben een keukenblok van een half miljoen BEF maar een proper boek van die klasse kan er niet af. Of ze kunnen van moeders exemplaar maar niet scheiden zeker? Goeie dingen gooi je node in de vuilbak. Das klaar!

@ Jef : Ik zal eens kijken of dat het boek op Internet te vinden is.  

:-)

OK, het is niet direct te vinden, maar dit heeft er wat van weg...

Merci voor het plaatsen van dit verhaal Jos. Ik heb het met plezier gelezen.

@ gim

Op Google 'ONS KOOKBOEK' intikken en je hebt het. 

Heb ik geprobeerd.  Is soortement PDF'je. 

In het begin van mijn gidsencarrière ben ik eens met een Nederlandse fotograaf opgetrokken in het kader van een fotowedstrijd. Hij had als opdracht "volksfiguren" te fotograferen en bij toerisme dachten ze dat ik wel zou weten wie te laten fotograferen. Zo zijn wij bij zusterke Begijn Jeanne terechtgekomen en ook bij Jomme den Brugdraaier. Die lie zich gewillig fotograferen aan de voordeur en op een stoeltje aan zijn deur. Een kopie van die laatste foto heb ik steeds bij in mijn "plezante wandeling" map ( het rode boekje), ook van zusterke begijn trouwens.

De Ferre weet te vertellen dat toen men de "nieuwe" ijzeren kraanbrug kwam afleveren, Jomme die eens monsterde en toen zei: "die brug is te kort". En het was nog waar ook.

Een ander verhaal is het feit dat sommige spuiters in één van die 28 staminees soms 's avonds met een toeter begonnen te blazen om de Jomme op een verkeerd been te zetten. Die dacht dan dat er nog een laat schip aankwam en begon dan te draaien om dan vast te stellen men hem beet had gehad.

@ Rudi : En zijn Gidsen soms ook slachtoffer van zulke fratsen ?

:-)

Begint er maar aan uit te kunnen: de Jomme die zou gezegd hebben dat de brug te kort was; en dat hij gelijk had  en in de post Kranig oudje dient gerevalideerd...  wordt dan weer beweerd dat de brug te lang was????

Jokke,

Volgens de persartikels was de brug te lang, tevens iets dat ikzelf heb kunnen vaststellen.

Dat de brug te kort was, zou Jomme gezegd hebben tegen Ferre Uyterhoeven (zie hoger).!!!

Zo zijn er nog enkele tegenstellingen : 35 cafés - 28 cafés, in dienst 1934 - 1933 !!!

Tijd nu om een volgend stukje "Jomme den brugdraaier.

Deel 3

 

JOMME, DE LAATSTE MECHELSE BRUGDRAAIER
 
Naast de puinen van de grotendeels neergehaalde krotten aan de Persoonshoek, staat pal op de Dijle-oever, nog één bewoond huis. En ook hier heeft de tand destijds diepe sporen nagelaten. De ramen zijn noodgedwongen onderstut, maar in de deuropening staat een oudere man naar de nieuwe Kraanbrug te turen. “Zijn” Kraanbrug. Hij heet Willem Van der Elst, maar iedereen kent hem als “Jomme, den brugdraaier”. Jomme werd 83 jaar geleden geboren in het huis naast de brug en hij woont er nog. Met hem zullen vijf opeenvolgende generaties brugdraaiers verdwijnen. Nauwlettend volgt hij de bewegingen van de werklui die de laatste hand leggen aan het verankeren van de nieuwe brug. Na 53 jaar moet iemand hem nog vertellen wet er met “zijn brug “ moet gebeuren.
“Ik ben geboren op 26 februari 1903 en ben in dienst bij de stad Mechelen als brugdraaier sinds 1 juni ’33. In ’46 is mijn vader gestorven en sindsdien doe ik het alleen. Ik ben reeds de vijfde generatie van een familie van bruggedraaiers, die hier altijd hebben gewoond”.
“Tot voor de tweede wereldoorlog was dat hier een “straf” water…. Dag en nacht, weekdag, zondag en feestdag was ik van dienst. Nu komt er slechts af en toe een licht vrachtschip of een plezierbootje…”.
Nu behoren de gloriedagen van de Dijle reeds lang tot het verleden, maar ooit vervoerde men hier hout, steenkool, cement, graan en mosselen met scheepjes tot 350 ton. Nu trekt de Dijle slechts de aandacht door het vervuilde water. Maar is het wel zo vuil en stinkend? “Ik heb daar nooit last van gehad en mijn huis ligt juist naast de Dijle. Voor de oorlog van ’14-18’ maakten de schippers hub eten klaar met dat water. Toen werden de boten nog voortgetrokken door mensen of paarden. Ofwel voer men met zeilen. Later kwamen er  sleepboten aan te pas en nu hebben alle schepen motoren. Daarmee zijn het water en de kaaimuren vuil geworden”.
 
BIER EN VIS TOT OP DE MELAAN
 
“Tot voor de eerste wereldoorlog was de Melaan open en liep daar  een water zo door tot in de tuin van het aartsbisschoppelijk paleis. Er waren wel een paar bruggen zodat je niet zo ver kon varen. Maar men kon hier keren met zijn schip.
De schepen legden aan deze kaaimuren aan en losten vis of laadden tonnen bier. De brouwerij vervoerde zijn bier over het water tot bijvoorbeeld in Antwerpen. Vroeger was er ook een kaaimeester die instond voor het ontvangen van het havengeld”. Jomme weet alles over vroeger en nu nog haarfijn te vertellen, maar hij was in de eerste plaats bruggedraaier.
“Met een manivel (een metalen draaizwengel) van ongeveer één meter groot) draai ik de brug open. Het is immers een draaibrug die vast zit op een pin en rolt op 8 wielen. Verder zorg ik voor het onderhoud van het roulement : kuisen en smeren”.
 
NA 150 JAAR : NIEUWE BRUG
 
Jomme heeft de vervangingswerken aan de Kraanbrug nauwgezet gevolgd. In februari ’83 reeds was de brug buiten gebruik voor auto’s. Het tegengewicht van de brug was door de constructie gevallen. En toen pas bleek ook hoe de ijzeren balken weggeroest waren. “De eerste bruggen die er ooit lagen, waren houten bruggen, alleen voor voetgangers. Later kwam hier een stenen brug waarvan het bruggenhoofd nu nog altijd gebruikt wordt. Daarna was er een eerste metalen brug.
Mijn grootmoeder heeft, toen ze nog schoolkind was, geweten dat de brug toen vervangen werd. Dat moet ongeveer in 1834 geweest zijn, zodat we mogen zeggen dat de brug zeven maand geleden werd weggehaald er toch 150 jaar gelegen heeft. De brug die er nu ligt, is net dezelfde als de vorige, maar natuurlijk volledig nieuw. Bij het wegbrengen van de versleten brug, werden de metalen voetpaden eraf gebrand. Bij de nieuwe stonden deze er al aan; vandaar dat men niet door kon in de Minderbroedersgang en een hele omweg heeft moeten maken om naar de andere kant van het water te geraken. Bovendien heeft men nu 2 hefkranen nodig gehad om de brug op zijn plaats te krijgen, omdat nu het stenen brughoofd moest overbrugd worden. De nieuwe brug weegt 47 ton en werkt op juist dezelde manier als de vorige. Nochtans is ze te lang. Ik had gezegd dat de vorige brug in feite al te groot was. Het metaal, dat in de zomer uitzet, bracht mee dat de brug dan al haperde.
“In plaats van langs elke kant 4 vingers minder te nemen, hebben ze de brug nog langer gemaakt. Ik wist dat ze er nu niet tussen kon. Nu moet of het bruggehoofd afgekapt worden of de brug zelf voor een stuk weggebrand. Volgens de plannen zou alles tegen 19 mei in orde geweest zijn. Nu zullen alle afwerkingen nog wel een maand duren”.
Na een babbel van een uurtje is het me duidelijk : Jomme ie een beleefd man, de laatste generaties brugdraaiers, die van zoveel praktische dingen meer weet dan de techniekers en de ingenieurs die de nieuwe brug vervaardigd hebben. Ondanks zijn 83 jaar is Jomme nog steeds in dienst van de stad Mechelen als brugdraaier. “Maar als ik hier ooit weg ga, wordt ook dit huis afgebroken”. Verdwijnt dan ook het beroep van brugdraaier ?”.
B.M. (25/06/1986)

 

Het was dus TE LANG - sorry lapsus etc.... Maar het bewijst wat voor een kennis van zaken Jomme had en zeer gefundeerd, zoals Jos Nys net bewees..

Nog wat gevonden:Wisten jullie dat op een donderdagavond in september 1984 de Jomme is overvallen in zijn eigen huisje? Hij werd nogal serijeuz aan gepakt door een toen 21 jarige Mechelaar.Gelukkig werd dit opgemerkt door een drukker uit de Adegemstraat,die de jonge man kon overmeesteren en aan de rijkswacht uitleveren. Nu ik dat weet voel ik mij veiliger,want die persoon (drukker) is nu mijn gebuur,dus hulp is nooit veraf. ;-D