Maris Linea

met categorie:  



Als je geregeld surft op het Internet en je gebruikt eens een andere zoekterm dan “Mechelen”, dan kom je geregeld bizarre nieuwe informatie tegen. Dit vond ik door de zoekterm “Malines” te gebruiken in Google en ik heb bepaalde dingen een kleurtje gegeven :

”MALINES (Flemish, Mechelen, called in the middle ages by the Latin name Mechlinia, whence the spelling Mechlin)

An ancient and important city of Belgium, and the seat since 1559 of the only archbishopric in that country. The name is supposed to be derived from Maris Linea, and to indicate that originally the sea came up to it. It is now situated on the Dyle and is in the province of Antwerp, lying about half-way between Antwerp and Brussels. The chief importance of Malines is derived from the fact that it is in a sense the religious capital of Belgium : the archbishop being the primate of the Catholic Church in that country . The archbishop's palace is in a picturesque situation and dates from the creation of the dignity.
The principal building in the city is the exceedingly fine cathedral dedicated to St Rombaut. This cathedral was begun in the 12th and finished early in the 14th century and although modified in the 15th after a fire, it remains one of the most remarkable specimens of Gothic architecture in Europe. The massive tower of over 300 ft., which is described as unfinished because the original intention was to carry it to 500 ft., is its most striking external feature . The people of Malines gained in the old distich—" gaudet Mechlinia stultis "—the reputation of being "fools", because one of the citizens on seeing the moon through the dormer windows of St Rombaut called out that the place was on fire, and his fellow-citizens, following his example, endeavoured to put out the conflagration until they realized the truth . The cathedral contains a fine altar-piece by Van Dyck, and the pulpit is in carved oak of the 17th century .
Another old palace is that of Margaret of Austria, regent for Charles V., which has been carefully preserved and is now used as a court of justice . In the church of Notre Dame (16th century) is Rubens' masterpiece "the miraculous draught of fishes" and in that of St John is a fine triptych by the same master. Malines, although no longer famous for its lace, carries on a large trade in linen, needles, furniture and oil, while as a junction for the line from Ghent to Louvain and Liege, as well as for that from Antwerp to Brussels and the south, its station is one of the busiest in Belgium, and this fact has contributed to the general prosperity of the city.
The lordship of Malines was conferred as a separate fief (Fief = Bruikleen) by Pippin the Short on his kinsman Count Adon in 754. In the 9th century Charles the Bald bestowed the fief on the bishop of Liege, and after being shared between Brabant and Flanders it passed into the hands of Philip the Bold, founder of the house of Burgundy, in 1384. During the religious troubles of the 16th century Malines suffered greatly, and in 1572 it was sacked by Alva's troops during three days. In the wars of the 17th and 18th centuries it was besieged many times and captured by the French, Dutch and English on several occasions : The French finally removed the fortifications in 1804, since which year it has been an open town.”


Dit vond ik op Encyclopedia Jrank

Mechelen-aan-Zee en Mechelse Naalden ? Wie weet meer ?

De man heeft wel een aantal problemen. Hij haspelt de eeuwen door elkaar. Vermoedelijk denkt hij dat 1217 ( start St Rombousterk) in de 12de E valt, enzovoort. Hij zit er dus meestal een eeuw naast.

Van Mechelen aan zee en naalden nooit iets gehoord. Een exacte vertaling van "Maneblussers" zat er ook niet in (Moonextinghuisers) vrees ik.

Juist is dan wel de  vermelding van Pepijn de korte en diens leenman Ado. Die laatste had volgens de legende wel contact met Rumoldus. Adegemstraat zou van Ado's heim (straat )afgeleid zijn.

Wel mis is hij met "Charles the bald" ( Karel de Stoute) die uit de 15de eeuw is en niet de 9de!!!

1384 is dan weer een exacte datum.

Conclusie : dat we met internet moeten oppassen is al langer geweten

@ Rudi :

Charles the Bald zal misschien Karel de Kale geweest zijn en niet Karel de Stoute.

Mechelse Koekoek, Margrietjes en Kant, dat kennen we, maar hier worden Naalden vernoemd. Mechelse Naalden voor Mechelse Kant misschien ipv klosjes ?

En zou Maris Linea iets uit de tijd van de Romeinen geweest zijn ? Maris werd er toch gebruikt bij de benaming van zeeen. En het Duitse woord voor "Zee" is nog steeds "Mer", of zoiets.

Zou dit kunnen te maken hebben met oa het Plateau van Hombeek ? Ik heb er onlangs wat over gevonden en dat plateau zou een serieuze omvang hebben en een breuklijn zou liggen achter het Vrijbroekpark.
"...carries on a large trade in linen, needles, furniture and oil..."

Linnen (of Laken) kennen we. Naalden blijft nog een mysterie. Furniture of Meubelen, dat is ook gekend. Blijft er nog over... Olie.

Werd hier in deze streken palmolie of andere olien (lampenolie ?) verhandeld en werd dat dan... "Mechelse olie" genoemd ?

Het wordt verder zoeken !

Mooi gevonden van Gimycko.

Blijkbaar is de verwijzing naar maneblussers deel van een oud vers:

Nobilis Bruxella viris, Antwerpia nummis,
Gandavum laqueis, formosis Brugga puellis,
Lovanum doctis, gaudet Mechlinia stultis.

 

Wat het alles nog meer bizar maakt is dat onze goede vriend Guy de klaine lettertjes bovenaan het artikel niet meecopiëerd heeft:

"Originally appearing in Volume V17, Page 490 of the 1911 Encyclopedia Britannica."

en na gelle!

 

@ Jokke :

Blijft er het feit van de olie, de naalden en de vermoedelijke ethymologie van de naam Mechelen...
Lees ik net in het Nieuwsblad over die nieuwe overstromingsgebieden die ze plannen in de ruime omgeving...

Nieuw Sigmaplan

Zou dat een aanwijzing kunnen zijn ivm de term "Maris Linea" ?

Productie van merg en mergolie

Uit : "Het Ongeschreven Mechelen" door A. AELEN & A. ERVYNCK (Blz. 70 - 71)


Bij het onderzoek van de Grote Markt kwamen, net voor het huidige postgebouw en ook aan de tegenovergestelde zijde van het plein, twee contexten aan het licht, waarvan de inhoud vrij bijzonder was. Het ging in beide gevallen om een compacte massa dierenbeenderen daterend uit de Late Middeleeuwen. De collecties bleken bovendien vrijwel uitsluitend runderbotten te bevatten, hoofdzakelijk fragmenten van onderkaken of van de bovenschedel. Het ontbreken van de hoornpitten en de systematische breuk van de voorhoofdschedel tonen aan dat de collecties in oorsprong uit slachtafval bestonden. Runderen werden bij het traditionele slachtproces immers verdoofd, en soms wel gedood, door hen met een zware hamer de kop in te slaan. Het gedode dier werd daarna gekeeld en gevild, waarbij de hoornpitten (de benige uitsteeksels op de schedel, waarrond de horens zitten) werden weggehakt. De huid ging, met hoornpitten en de horens er nog aan, naar de leerlooiers.

De interpretatie van slachtafval kan echter niet volledig de kenmerken van het aangetroffen botmateriaal verklaren. Alle onderkaken blijken immers steeds op dezelfde wijze gefragmenteerd, in een mate die niet nodig was binnen een traditioneel slachtproces. De kaken zijn meer bepaald overlangs doormidden gehakt, in het midden van de tandenrij. De mergholte onder de tandenrij werd aldus systematisch opengemaakt. Verder waren er brandsporen zichtbaar aan de onderzijde van de kaken.
Experimenteel kan men de vastgestelde sporen nabootsen door (verse) onderkaken een tijdje te verhitten in een smeulend vuur. Hierdoor wordt de consistentie van het bot wat minder, waardoor het openhakken met een bijl vlot kan gebeuren. Na de overlangse fragmentatie van het verhitte bot blijkt een deel van het merg, dat vloeibaar geworden is, gemakkelijk uit de mergholte weg te lopen. Deze mergolie kan worden opgevangen en oude huishoudboeken leren dat men het product kan gebruiken om kaarsen te maken, of als basis van pommades of andere cosmetica. Anderzijds is het ook mogelijk dat het product diende bij een of andere industriële productie, bijvoorbeeld om leder soepel te maken of om textieldraden bij het weven in te smeren. Het deel van het merg dat niet vloeibaar was, is bij uitstek geschikt om op te eten, tenminste als men niet op een calorie-arm dieet staat.

Dat het opgegraven bot dus de restanten van mergolieproductie uit het slachtafval van runderen voorstelt, lijkt duidelijk, maar hiermee is nog niet gezegd hoe dit artisanaal proces past binnen het spectrum van economische activiteiten in de laatmiddeleeuwse stad. Gaat het hier om een marginale recyclage van anders verloren slachtafval, of eerder om de gespecialiseerde aanmaak van een kwaliteitsproduct? Vooral onze onwetendheid omtrent de eindbestemming van het product maakt deze vraag moeilijk te beantwoorden. Evenmin is duidelijk wie deze artisanale bewerking uitvoerde: de slachters of beenhouwers, of bijvoorbeeld de vettewariërs, de handelaars in ‘vette waren’ zoals olie, smeervet, smout en dergelijke.

Opvallend is dat bij de opgravingen op Lamot, eveneens in het centrum van Mechelen, ook een context werd aangesneden met vergelijkbaar botmateriaal (trouwens met dezelfde datering). Centraal in het gebied tussen de nu bekende drie vondstlocaties ligt (helemaal niet toevallig) de plek van het vroegere laat-middeleeuwse Vleeshuis (Ijzerenleen), waar het slachtafval uit afkomstig moet zijn.

Mergolie-productie was dus geen zeldzame bezigheid in het vroegere Mechelen maar, verwonderlijk genoeg, werd vergelijkbaar afvalmateriaal nooit opgegraven in een andere middeleeuwse Vlaamse stad. Dit roept uiteraard de vraag op naar het waarom van dit patroon. Was er binnen het laat-middeleeuwse bedrijfsleven een activiteit waarbij men veel hoogwaardige olie nodighead, en die niet voorkwam in Gent, Antwerpen of Brussel? Historisch onderzoek kan hier misschien klaarheid in brengen…

Knap gevonden!

Eén van de betekenissen van "needle" is drank met alcohol aanlengen.  Misschien werd dat in het internetartikel bedoeld  en was Mare Linea daarvoor bekend  :-)
 

Maris Linea zou natuurlijk ook kunnen geïnterpreteerd worden als "de grens tot waar getijden voelbaar zijn". 

Geweldige beschrijving, Jos ! Heel interessant en leerrijk. Blijft over : de Naalden of Needles (misschien eens rondgooglen met de gegevens van Roger) en de term Maris Linea.

Was het Mechels Gebied meer dan een lagergelegen moerasgebied en misschien wel een soort van "Wet-land" of overstromingsgebied dat meerdere malen per jaar onder water stond ?

Zit er geen lichte getijdenwerking op de Dijle en was misschien de Vosberg een door mensen of lijfeigenen opgehoopte heuvel om die overstromingen tegen te gaan, waardoor het overstromingsgebied langszaam veranderde tot een moerasgebied met vlieten ?

Ik blijf er bij dat die Maris linea er bijgesleurd is. Het getijdeneffect gaat verder dan Mechelen denk ik. Men voer tot in Zoutleeuw, er was trouwens een regelmatige verbinding tussen Mechelen en Zoutleeuw. Het ging hem dan over een permanente traffiek van producten uit Zeeuws Vlaanderen (vis)  naar het Luikse (metalen)  en vice versa.

De opmerking van Roger over die needles is wel leuk, maar ik vraag me af of dit de verklaring is.

Het oude vers van Omar is een leuke wetenswaardigheid en verklaart waarom de auteur niet expleciet de Maneblussers vermeldt.

En Gymicko : mea culpa : inderdaad Karel de Kale (bald) ipv de Stoute (bold) . Je hebt me gepast terecht gewezen en ik buig het hoofd diep beschaamd in het stof :-)

En  de denkpiste van een soort oliehandel van Jos is een opheldering. Alleen vind ik het straf dat een Brit ( of welke nationaliteit?) hier mee komt aandraven als je leest dat zelfs archeologen niet weten hoe de vork juist aan de steel zit.

Als we zo voortdoen kunnen we de geschiedenis van Mechelen herschrijven (lacht)

 

@ Rudi :

De Vikingen hebben ook in onze streken gezeten (houten huizen) en zijn ver doorgedrongen tot in het Europese binnenland.

Hun snekken waren voorzien van platbodems om in ondiep water te kunnen varen, maar ik zie ze nog niet direct de huidige Dijle opvaren.

Misschien was er toen nog een bredere vaargeul dan nu.
En die "Naalden"...

Zouden dat misschien Sierspelden kunnen geweest zijn ?

Heeft men nu in Mechelen de Oxo of de Bovril uitgevonden? Vertel dat maar aan de koeien: "Mechelen stad om te zoenen" en ge krijgt daarna een toek op uw muil dat uw gebit in twee stukken uiteen valt!

 

 

Misschien moet 'needle' iets voor de hand liggender geïnterpreteerd worden. Al googlend zag ik dat het woord soms gebruikt wordt om torens (als 'bakens') in de stad aan te duiden. Ik vond oa de 'Space Needle' in Seattle.

Mechelen als stad met veel torentjes ofzo?

Of toch een verwijzing naar kant.

Enfin. Boeiend zoeken.

 

De Vikingen hebben Mechelen zelfs platgebrand Gymicko. Daarna trokken zij verder de Dijle op maar werden bij Leuven verslagen door Arnulf van Karinthië (837).

Verder is het praktisch zeker dat de Dijle een stuk breder was. De binnendijle is trouwens gekanaliseerd.

De breedte van de "oude" Dijle kan je inschatten aan de Dobbelhuizen, aan de Lange Schipstraat en de Zoutwerf.

Die breedte van de rivier liep toen tegen de verste rij huizen van de Dobbelhuizen en van de L.Schipstraat. Aan de Zoutwerf tot net na het appartementenblok waar onze burgervader woont.

Trouwens één van de theorieën over de straatnaam Dobbelhuizenis de volgende: Bij het kanaliseren kwam er bebouwbare ruimte vrij. Van daar een dubbele rij huizen in de "Dobbelhuizen". Eén aan de waterkant, één aan de kant van de binnenstad

En ja, ik weet dat er ook een theorie is over het feit dat men daar in de buurt dobbelde over werk en/of vracht in de haven.

Dezelfde situatie zie je ook  als je van de IJzerenleen de Lange Schipstraat inloopt.

Verder zijn bij de opgravingen aan de Zoutwerf de conclusies getrokken dat er voor de 13/14de eeuw geen bebouwing was, men vond enkel sporen van alluviale gronden onder de oudste resten. Weer een indicatie

 

@ WOUT
 
Bij het opzoeken van het lemma NEEDLE in mijn Collins Cobuild Dictionary vind ik ook het woord NEEDLEWORK wat kant betekent. Bvb : "She did beautiful needlework and she embroidered table napkins".
Die needles sluiten vlug aan op het linnen. Dit is dan weer in verband te brengen met de zin in het artikel : ...carries on a large tradition in linen, NEEDLES, furnitures and oil.....

 

Ik denk dat Wout het met zijn kant- en borduurwerk nog niet zo mis voor heeft? Your guesses are as good as mine.

 

@ Jef :

Gisteren of eergisteren zag ik een reportage op RTV over Lier en de Lierse Kant en daar kwamen geen klosjes aan te pas, maar naalden. Misschien gebeurde dat ook met Mechelse Kant.

@ Rudi :

De Kano van Nekkerspoel is toch een duidelijke aanduiding voor een nat gebied of een overstromingsgebied, niet ?

---

al·lu·vi·aal (bijvoeglijk naamwoord) :
1 door aanslibbing ontstaan
2 (archaïsch) holoceen

(VanDaleWoordenboekWebsite)

Ja Gim, in het derde studiejaar van de RMS vertelde meester Peeter dat er op Nekkerspoel een nederzetting werd gevonden die op palen stond.  Het woord "poel" duidt trouwens op een drassig gebied.   En omdat dit gebied in de onmiddellijke nabijheid van de Dijle lag, was een kano er wellicht een handig vervoermiddel.

http://www.beeldbankmechelen.be/index.php?option=com_memorix&topid=8&collection_id=1&data_id=740&photo_id=7243

en

http://www.beeldbankmechelen.be/index.php?option=com_memorix&topid=8&collection_id=1&data_id=1047&photo_id=7550


(Orinoco delta : Paalwoningen van de Warao indianen)

Maris Linea of het Mechelse Gebied ttv de Romeinse Invasies ?

Gim,

Het zal wel wat drassig geweest zijn aan de Nekkerspoel, maar het was er geen open watervlakte.  Wellicht een soort van krekengebied met moerassen en kleine beekjes tussen hoger gelegen stukken land. 

Dat hele verhaal van Maris Linea is m.i. een typisch voorbeeld van foute etymologie, te vergelijken met de mythe van Brabo n.a.v. de etymologie van Antwerpen.  Wetenschappelijk niet verantwoord, maar wel amusant.  

 

 

@ Koen : We amuseren ons ! Dat is het voornaamste !

:-D

PS : En wat is jouw theorie over de Naalden en de Olie ?

Ik denk dat het Mechelse Broek achter De Nekker, nog het dichtst aanleunt tot wat Nekkerspoel ooit moet geweest zijn. Maar dan wel nog een beetje natter he. Overstromingsgebied dus.

De naalden lijken me te verwijzen naar kantwerk, nogal logisch dunkt me.  Ook borduurwerk kan.  De olie?  Geen idee.  Misschien de hoger vermelde beenderolie, maar bij gebrek aan archeologische bewijzen blijft het giswerk.  

Misschien is "...the Latin name Mechlinia..." of "Mech-Linia" ook nog een aanwijzing !

Zo kunnen we nog een tijdje bezig blijven.

:-D

BTW, zijn er nog Anomalien te vinden over Mechelen, de Mechelse Geschiedenis of de Mechelse Omgeving ?