De etsen van Wouters

met categorie:  

Rik Wouters (Mechelen 1882- Amsterdam 1916) is weer in.
Nog niet zo lang geleden maakte ik een post over een nieuw verschenen boek over zijn werk - en nu is vandaag in het Hof van Busleyden een bijzonder boeiende expo van start gegaan, met de meest volledige verzameling van zijn etsen...


(foto: Jan Smets - zelfportret van Wouters)

Daarstraks bezocht ik de tentoonstelling - en het dient gezegd: het loont de moeite!
Je hebt nog ruim de tijd om de expo te bezoeken, want hij loopt nog tot en met 27 januari.
(toegang: gratis)

(foto: Jan Smets)

Tussen 1908 en 1911 vervaardigt Rik een groot aantal etsen en gravures.
In die tijd hebben hij en zijn vrouw Nel het niet breed.
Het paar woont in Bosvoorde, ten zuidoosten van Brussel.
De landelijke omgeving en de kermissen van Watermaal en Bosvoorde inspireren hem bij zijn grafisch werk.
Ook de boorden van de Rupel, en de zee vinden we terug in zijn werk.
Portretten van hemzelf, en Nel, vormen een tweede groep binnen zijn grafisch oeuvre.

Om het dure zink of koper zo efficiënt mogelijk te benutten, maakt Wouters tal van voorbereidende schetsen voor deze etsen.
Ze laten zien hoe nauwkeurig hij werkt.
Soms is het verschil tussen ontwerp en ets uiterst minimaal.
Gelukkig beschikt hij over een eigen kleine drukpers, die hij intensief gebuikt.
Jammer genoeg begeeft deze al na enkele jaren...

Pas na zijn dood trekt Rik Wouters de aandacht dan de kunstcritici - die van dan af zijn werk bewonderen.
Vooral zijn Sint-Romboutstoren krijgt veel lof...


(foto: Jan Smets)

Zorg dat je deze pracht-expo niet mist...

Laat me de eerste zijn Jan, om je te bedanken voor deze post.

Tot nu toe is Rik Wouters erg stiefmoederlijk behandeld in Mechelen. Ik hoop op een goede plaats in het vernieuwde Hof Van Busleyden.

Zelfs zijn gedenkplaat in de Rik Woutersstraat is erg onderkomen.

Ik moet zeker naar deze tentooonstelling !
Doen Peter!
Ik was blij verrast door deze expo.
Ik ben dan ook een fan van het werk van Wouters - Zijn etsen kende ik minder goed dan zijn schilderijen en beeldhouwwerk. Maar, ik vond het erg knap allemaal.
(Bovendien zijn er een aantal heel mooie boeken te koop over het werk van Rik Wouters, aan de inkombalie...)
zal ik zéker doen!
Onvoorstelbaar wat die man in zijn korte leven heeft verwezenlijkt.
Hieronder 't een en 't ander (in afleveringen want anders : te lang!)
Meest = copy/paste; gemengd met mijn persoonlijke notas.
PS: Persoonlijk ben ik absoluut niet ondersteboven van 'zijn' kunst, maar smaken verschillen nietwaar!
Hendrik Emil Wouters maandag 21 augustus in 1882 te Mechelen geboren.
Aanvankelijk legde Rik Wouters zich vooral toe op sculptuur. Zijn gebeeldhouwde oeuvre is te situeren tussen 1907-1912, als schilder is hij vooral productief tussen 1912-1914. Op vlak van de schilderkunst neemt hij een heel eigen plaats in het Brabantse fauvisme, hij gebruikt grote transparante kleurtoetsen, sommige plaatsen van zijn doeken zijn onbeschilderd om het lichteffect te verhogen. Zo komen bloemstukken, stillevens, zonnige interieurs met Nel, in helle warme tinten tot stand.
Biografie:
Zijn vader vervaardigde gebeeldhouwde meubels in een 'antieke' stijl, een specialiteit in Mechelen. Zijn moeder deed het huishouden, zij overleed 6 jaar na zijn geboorte.
Als twaalfjarige hield hij de school voor bekeken en krijgt Wouters zijn eerste opleiding in het atelier van zijn vader, waar hij als houtbewerker meubelornamenten uitvoert. In dat atelier werken ook de drie broers Wijnants, waarvan Ernest zal uitgroeien tot een van de belangrijkste Mechelse beeldhouwers.
Op zijn vijftiende houdt Henry het voor bekeken in de werkplaats van zijn vader. Hij wil kunstenaar worden en het beroep van beeldhouwer aanleren.
Rik Wouters schrijft zich in 1897 in aan de Academie te Mechelen, waar hij tot in 1901 de lessen blijft volgen.
Samen met Ernest Wijnants trok hij naar het atelier van Theo Blickx, een oudwerknemer van zijn vader.
In 1900 mag Henry van zijn vader ook dagonderricht volgen aan de academie en kan hij een echte kunstenaarsopleiding volgen.
Rik Wouters volgt een opleiding beeldhouwen maar voelt zich tegelijk meer aangetrokken tot de schilderkunst; hij leert beeldhouwen en tekenen naar levend model en gipsfragmenten, maar schilderen doet hij alleen uit zichzelf.
Omstreeks 1896-1901 begint Rik Wouters te schilderen, eerst portretten en daarna allegorische en symbolische composities waaraan hij een nieuwe luminositeit zoekt te geven. Als een ware autodidact onderzoekt hij uitvoerig manieren om meer licht en helderheid in zijn doeken te brengen. Hij gebruikt een lichter kleurengamma met zilvergrijze en paarlemoeren tonaliteiten, maar slaagt er niet in een zekere zwaarte van de verfmaterie te vermijden. Zijn proefnemingen leiden hem beurtelings tot het aanwenden van een ‘pointillétechniek' met brede, vette stippen, tot het gebruik van was om aan zijn schilderij Zomerochtend een mat effect te geven, of tot experimenten met diverse soorten van dragers.
In 1900 wordt hij ingeschreven aan de Academie te Brussel om er meer speciaal de cursus ‘beeldhouwkunst naar de natuur' van Charles Van der Stappen te volgen.
De kunstenaar toont zich nog weinig oorspronkelijk in deze tijd, gebonden als hij is door de academische spelregels van de prijskampen met allegorische onderwerpen.
In Brussel maakt Rik Wouters meteen kennis met het progressieve kunstenaarsmilieu van de hoofdstad, zoals Anne-Pierre de Kat, Edgard Tytgat en Jean Brusselmans, die de Parijse kunstrevoluties op de voet volgt. Maar het leven in Brussel is niet altijd even prettig, het is er armoedig wonen, men discusieert en inspireert elkaar, men schept vijanden en maakt echte vrienden. Henry kan aan het werk in het atelier van Albert Aerts.
In 1901 wordt hij officieel toegelaten aan de Academie, hij wint er de eerste prijs voor beeldhouwen en is als tweede gerangschikt in historische compostie. In dat zelfde jaar presenteert Henry zich ook voor het eerst aan het publiek, hij neemt met drie tekeningen deel aan een groepstentoonstelling van de St. Lucasgilde in Mechelen.
Vanaf 1904-1905 beeldhouwt Rik 'De nimf', waarin zowel zijn wil om zich te bevrijden van het academische keurslijf tot uiting komt, als de beperking van zijn talent. Bestemd voor de Godecharleprijs, werd het beeld te Watermaal begonnen en dan naar Mechelen overgebracht. Het bleef daar achter zonder ooit te worden voltooid.
Als hij tweeëntwintig is ontmoet hij de vrouw van zijn leven. Nel poseert als model voor verscheidene kunstenaars en wordt de muze die hij nooit zal ophouden voor te stellen.
Samen met Hélène Duerinckx, Nel, vestigde hij zich in 1904 in Watermaal, nadat Henry zijn studies aan de Academie voltooid heeft.
Hendrik is getrouwd in Watermaal (Brab) op zaterdag 15 april 1905 op 22-jarige leeftijd, getrouwd voor de kerk in Amsterdam (Nl) rond mei 1916, met Hélène Philomène Lionardine DUERINCKX ook genaamd Nel (18 jaar oud), geboren in Schaarbeek (Brab) op maandag 18 oktober 1886, overleden in het jaar 1971, 85 jaar oud.
Hij begint dan vrij te schilderen en te beeldhouwen.
Het zijn echter barre tijden, zodat het paar verplicht wordt om het jaar daarop naar Mechelen terug te keren bij Riks vader. Die terugkeer naar het ouderlijk huis ervaart het paar als een vernedering. Nel wordt tot ‘huishoudster' van het gezin Wouters, terwijl Rik, die kan beschikken over een gedeelte van de vaderlijke werkplaats, er niet toe komt zich te concentreren op zijn werk, zodat hij niets bevredigends tot stand brengt. Zij voelen zich onderdrukt en werken hard zonder te genieten van enige intimiteit in de bekrompen woning. Nauwelijks vijftien maanden na hun vestiging te Mechelen doet de gerezen spanning het paar beslissen naar Brussel terug te keren.
Doordat ze aan tuberculose lijdt, dient Nel buiten te gaan wonen. Ze verhuizen naar de gezonde lucht van het Zoniënwoud in Bosvoorde. Hun huis wordt een ontmoetingsplaats voor heel wat kunstenaars-vrienden zoals Johan Frison, Fernand Wery, Anne-Pierre de Kat etc.
Wouters zou te Bosvoorde meerdere proeven van lichtschildering ondernemen. Daartoe schildert hij met heldere kleuren op karton omdat schildersdoek te duur uitkomt. Zijn voorkeur betreft vooral interieurs en stillevens die met het mes worden uitgevoerd, in brede verfstroken, zoals ook Ensor deed om in zijn burgerinterieurs de vibrerende atmosfeer te scheppen. Doeken als Dame met de grijze handschoen, of Interieur van de etser lijken wonderwel op sommige schilderijen van de Oostendse meester door hun bijzonder luminisme, hun intimistisch onderwerp en de wijze waarop de verf is aangebracht om zoveel mogelijk licht op te vangen.
Zijn vrouw is zijn geliefd model, maar vaak ook komen de kinderen uit de buurt poseren voor de beeldhouwer. De kinderhoofdjes zijn impressionistisch van factuur. Licht trilt op elk facet van de klei. Zijn modellen hebben thans een levendige uitdrukking en een geanimeerde houding (Vooroverbuigende tors, Houdin).
In 1907 wordt Dromerij bekroond met de tweede Godecharleprijs: zijn eerste werk dat echt loskomt van het strakke academisme. De lichte knik in de heupstand, de gekruiste voeten of de armen losjes langs het lichaam en in de lenden brengen een effect teweeg dat wijst op een gewijzigd aanvoelen. Alles werkt samen om een vluchtige beweging als momentopname te suggereren. Met het oog op de voorbereiding voor de Romeprijs schrijft hij zich opnieuw in aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Brussel.
In 1909 vat hij het plan op om met een verbluffend wild werk zijn herinnering aan de danseres Isadora Duncan gestalte te geven en begint hij aan wat twee jaar later 'De dwaze maagd' of 'Het Zotte Geweld' zal worden. Dit bronzen beeld van de Vlaamse kunstenaar Rik Wouters bezit een uitgesproken dynamisme. Aanleiding was een optreden van de beroemde danseres Isadora Duncan waar Rik Wouters, zoals vele andere kunstenaars uit zijn tijd, door aangegrepen werd. Nel Wouters, de vrouw van de kunstenaar, stond model voor dit werk, net zoals voor de vele schilderijen van de kunstenaar.
In 1910 ontmoet Rik Wouters Simon Levy, een groot bewonderaar van Cezanne en Van Gogh, met wie hij een uitvoerige briefwisseling zal voeren. De kennismaking is van het grootste belang voor zijn artistieke ontwikkeling. Deze man spreekt hem uitgebreid over tentoonstellingen die hij bezoekt en over de werken die hij er ontdekt. Lévy stuurt hem zwartwit-reproducties toe van de werken die hem bevallen, vooral die van Cézanne.
Rond 1911 poogt de schilder opnieuw een grotere vloeibaarheid aan de verfmaterie te geven, om zo de transparantie van de kleuren te bevorderen. De verf wordt vermengd met terpentijn. Ze wordt met de borstel aangebracht (het mes is voorgoed opgeborgen) in een dunne laag die op sommige plaatsen doorschijnend is. Hij kiest voor een opslorpend doek omdat hij meent daardoor het probleem van de te zware verflaag op te lossen. Ongelukkig genoeg, dient de kunstenaar het verlies aan kleurklank weer goed te maken door meer verf te gebruiken, zodat de hele compositie opnieuw wordt verzwaard. Hij streeft ook naar een betere opbouw van de voorstelling en naar een duidelijkere vormgeving. Rik Wouters maakt ook sterk doorgevoerde fraaie tekeningen waarin veel zorg is besteed aan lichtspel en ruimtewerking. Zijn tekeningen zijn nauwkeurig uitgewerkt als ze tot voorbereiding dienen voor zijn schilderijen of gravures. Waar ze echter een momentopname van een beweging of een houding willen weergeven, tonen ze een snelle en schetsmatige uitvoering met pen of penseel in oostindische inkt
'De dwaze maagd' of 'Het zotte geweld' wordt in vorm gegoten in het begin van 1912. Het is een reusachtige bacchante met uitgestrekte ledematen, die ons tot vervoering brengt.
Georges Giroux, een Fransman die in de mode zat ontmoette in april 1912 Rik Wouters en zag bij hem thuis diens nieuwste beeld 'het zotte geweld'. Dit maakte zo'n indruk, dat hij besloot de jonge Wouters financieel te steunen. Bovendien groeide vanaf dat moment in hem het idee in Brussel een nieuwe galerie te openen. Hij pakte de zaken groot aan, huurde een luxueus pand en liet een gedeelte tot een ruime expositieruimte verbouwen, 'zoals er zelfs in Parijs niets vergelijkbaars bestond'. Met Georges Giroux sluit Rik Wouters een contract af. Dat laat hem toe met betere materialen te werken, zonder zich te hoeven bekommeren om praktische zaken. Daarvoor dient hij wel exclusiviteit te verlenen voor de verkoop van zijn werken, die in deze tijd in stijgende lijn gaat. Dank zij zijn galeriehouder begint voor Rik Wouters een tijd van grote productiviteit. In 1912 schildert hij een zestigtal doeken.
De opbrengst van zijn eerste door Giroux ingerichte tentoonstelling stelt Rik Wouters in staat om een lang gekoesterde droom te verwezenlijken: naar Parijs te gaan om er de impressionisten te ontdekken.
Tijdens zijn verblijf in Parijs, in 1912, ontdekt Wouters eindelijk de kleuren van Cezanne. Met vreugde ziet hij opnieuw de impressionistische landschappen van Monet, de vleeskleur bij de vrouwen van Renoir en het vuurwerk van Matisse. Hij ontdekt Degas, Sisley, Picasso, Greco en Goya. Wouters is ervoor gewonnen: hij gewaagt zelfs zich in de lichtstad te zullen vestigen. Hij tekent veel en maakt talrijke aquarellen. Te Bosvoorde is zijn stijl radicaal vernieuwd: zijn palet klaart op wordt lumineus. Hij geeft het gebruik van absorberend doek op ten gunste van het licht of halflicht geweven doek dat beter de kleurklank bewaart. Door het werken met aquarel en dank zij zijn vele proeven met diverse technieken in de voorgaande jaren, wordt de kleur doorschijnend en licht. Hij laat het impressionisme achter zich door niet langer te schilderen met veel kleine kleurentoetsen. De borstel raakt het doek nog nauwelijks aan en er blijven meer en meer gedeelten van de drager zichtbaar. In werken uit 1912 zoals De strijkster, het Portret van Ernest Wynants, of ook het Interieur, vrouw in het blauw met geel halssnoer, onderkent men weer iets van Ensor in de vlinderende kleuren, die echter zijn aangebracht door lichte toetsen en niet meer met het paletmes. De invloed van Matisse is merkbaar in de arabesken en schitterende kleuren van Appelen en kunstbloemen, of Hulde aan Cézanne, in Seringen of nog in De rode gordijnen, uit 1913. De intensiteit en de vrijheid van het kleurgebruik, zowel als de onstuimigheid van uitvoering zijn onmiskenbaar in verband te brengen met het fauvisme.
In september begeeft Nel zich naar het neutrale Nederland.
Omstreeks midden oktober wordt Rik Wouters ondergebracht in een interneringskamp, eerst in Amersfoort en vervolgens in Zeist. Hier ontstaat in zijn omgeving een golf van medevoelen. Belgische en Hollandse vrienden wenden zich tot de kampoverheid om voor zijn lot te pleiten. Door vele listen kunnen Rik en Nel elkaar tussendoor zien. Men bezorgt hem verf en papier om te kunnen tekenen en aquarelleren. Hij geeft weer wat hij in zijn omgeving ziet: zichten in het kamp, soldaten en Nel als de gelegenheid zich voordoet dat ze elkaar zien. Gedurende zijn internering werkt hij veel, maar zijn gezondheid gaat snel achteruit en de kunstenaar dient meermaals te worden geopereerd.
Dank zij de tussenkomst van Emile Verhaeren krijgt hij begin 1915 toelating om elke dag tot 's avonds het kamp te verlaten. Hij gaat voor verzorging naar het militaire hospitaal te Utrecht en blijft hoopvol ondanks de operaties en de donkere bril die hij moet dragen. Nic Beets, die verbonden is aan het Prentenkabinet te Amsterdam, onderneemt pogingen om hem een beperkte mate van vrijheid te bezorgen. De sympathiebetuigingen houden daarmee evenwel niet op.
Het echtpaar Eppo Harkema neemt de medische kosten voor zijn rekening en zorgt ervoor dat hij in Amsterdam een appartement kan betrekken bij zijn voorwaardelijke vrijstelling. In juni 1915 neemt hij er zijn intrek met Nel. Hij heeft er een uitzicht op de zeer drukke vaart die hem tot enkele fraaie werken inspireert.
Juli 1915 kennen de artsen de aard van zijn ziekte. Het betreft kanker van het kaakbeen. Vreselijke pijn maakt het werken steeds moeilijker. Toch blijft het werk in deze tijd nog even kleurig en helder. In oktober wint de ziekte veld: hij verliest een oog en een nieuwe operatie verwijdert een flink stuk van de kaak. Hij dient een ooglap te dragen (Zelfportret met zwarte ooglap). Desondanks blijft hij schilderen in het voorzuitzicht van de tentoonstelling die in januari-februari 1916 in het Stedelijk Museum te Amsterdam zal plaatsvinden.
Op 5 april 1916 verlaat hij zijn appartement om in de kliniek op de Prinsengracht een laatste heelkundige ingreep te ondergaan. De laatste maanden van zijn leven zijn een lijdensweg.
Rik Wouters sterft op dinsdag 11 juli 1916, 33 jaar en 325 dagen oud, te Amsterdam.
In nauwelijks 10 jaar creëerde hij 170 schilderijen, 35 sculpturen, 50 etsen, 4O pastels en 1.500 tekeningen.
... en voor de rest, nog nen aangename zondag gewenst ...
:-)
Als echt fan van Wouters ga ik zéker naar de tentoonstelling!
Toemaatje: Het ellipsvormige huis-op-poten ( van notaris Huygens ) in de Rik Woutersstraat werd ontworpen door de architecten Kennes-Elegeert als eerbetoon aan Nel en haar ronde vormen. Gaan zien!
De uitgebreide verslaggeving van onze "Eddy Anoniem" kort samengevat :

http://mapt.stadmechelen.be...
Aha! Een expo van Rik Wouters. Superinteressant !
Bedankt Jan en zeker ook Eddy voor de meer dan interessante informatie !

Ik ga zéker ook een kijkje nemen een dezer dagen...
Verdubbeling (!) van het aantal bezoekers van het Hof van Busleyden van oktober tot nu zondag, door de succesvolle tentoonstelling rond Rik Wouters.
4000 bezoekers kwamen de expo bezoeken.
(naar GVA)

hallo Ik heb een oud mooi schilderij van bern Soutijn de bloemenmarkt in Mechelen

Wie kent deze schilder?email  naar    j.schimmel4@chello.nl

Ook ik heb een schilderijtje van Bern Soutijn (groenteuitstalling bij groentewinkeltje) en zou ook wat meer willen weten over de maker ervan.
Vriendelijke groet,
Jan Bredewoud

 Ik sluit me aan: ik heb er een die "een Mechels poortje" met bloemenstalletjes verbeeld.

Wie is toch die Soutijn???

Jos

Hallo  eddy

kan ik je contacteren om eventueel meer info te vinden over ernest wijnants , zijn werk en zijn leven?

vriendeljjke groet

dirk

gsm 0476287851

Ik heb een ets,of een pentekening van Rik Wouters in mijn bezit.ik twijfel echter aan de echtheid ervan.

ik zou ze willen weg schenken aan een museum of aan een stichting.

waar informeer ik mij het best?

 

jan de CuyperCuyper

Hallo Jan, stuur een mailtje naar mechelenblogt@gmail.com, en we brengen je in contact met de stad. Wie weet hangt binnenkort de ets wel in het Museum van Mechelen ?

Op zaterdag 8 december van 11 tot 13u, gratis expertise van boeken en prenten op de 21ste Antiquarenbeurs in Vlaanderen. Cultureel centrum Mechelen, Minderbroedersgang 5.

www.antiquarenbeurs-mechelen.com

Antiquarenbeurs 2011

Foto's Gimycko

Hallo,

 

Heb 2 originele etsen te koop van Rik Wouters.

 

Weet niet goed waar ik ze te koop moet aanbieden.

Sonia, contacteer het veilinghuis Mon Bernaerts. Maar een ets is nooit écht origineel, want meestal werd daar een ganse reeks van gedrukt (nr x van de zoveel).

Als ik even de puntjes op de i mag zetten: een ets kan wèl origineel zijn, maar ze is (meestal) niet uniek - en, zoals je aanhaalt, worden ze meestal genummerd. Maar "populaire" etsen zijn gemakkelijk na te maken, soms worden zelfs gewoon fotokopieën verkocht. Op het eerste zicht is het verschil minder groot dan het verschil tussen een schilderij en een poster. De kenner laat zich daar niet aan vangen, maar als het er enkel op aan komt om iets moois in huis te hebben is daar niets mis mee (als men de reproductie maar niet voor een echte ets probeert te verkopen, want dat is oplichting).

Wat ook wel meer gebeurt is dat een kunstenaar wegens geldgebrek nog een aantal etsen meer maakt dan op de eerste oplage aangegeven is. Omdat er na de eerste beurt soms inktsporen achterblijven, is de tweede druk soms iets minder scherp - maar dan moet je echt wel met een vergrootglas gaan vergelijken.

Wat je wel eens ziet is etsers die de eerste twintig afdrukken nummeren van I tot XX - en dan verdergaan van 21 tot ... Nummer VII / XX is dus nummer zeven in de "originele" reeks, maar de XX betekent niet dat er maar twintig van bestaan.