Centjes...

met categorie:  

(foto : Oordje)

In de laatste reactie van het artikel van Wilko ivm geloof in Mechelen had Peter Meuris het over de geldwisselaars, die woonachtig waren in de Jodenstraat...

En wat lees ik vandaag in de Gazet van Antwerpen?

GVA - 11/10 : Detector spoort ‘Merovinger' op

Johan Dils uit Muizen, in het dagelijkse leven verzorger in dierenpark Planckendael, is een fan van de metaaldetector. Onlangs deed hij op een veld ergens in Vlaams-Brabant een topvondst. In zijn collectie pronkt nu een Merovingische Triens, een klein gouden muntje uit de periode 585-620. 

"Van deze munt waren nog maar twee exemplaren bekend", vertelt Johan Dils. "Het duurde even voor het muntje kon worden geïdentificeerd. Op het forum van Detector Vrienden Vlaanderen herkende niemand het. Uiteindelijk waren het specialist Van Laere en professor Van Heesch die met de blijde tijding kwamen." 

Het muntje, twee keer zo klein als een eurocent, is volgens de specialisten geslagen in Javols in het departement Lozère in Frankrijk en is gedateerd tussen de jaren 585-620. Op de achterkant prijkt een boogschutter. "Ik snuffel al dertien jaar rond met de detector, maar vond nog nooit een gouden munt. Wel al veel zilveren en Romeinse munten. Op basis van het uitzicht kon ik al wel vermoeden dat het ongeveer uit die periode moest stammen, maar dat het geen Romeinse munt was. Nu blijkt dat ik een zeer belangrijke vondst heb gedaan", glundert Johan Dils. Anders dan in Engeland het geval zou zijn, mag hij de munt ook houden. 

Twee keer maakte de amateurarcheoloog ook al anderen blij door trouwringen terug te vinden die de eigenaars tientallen jaren geleden waren kwijtgespeeld. En vorig jaar kreeg hij via het forum vier keer een onderscheiding voor ‘mooiste vondst van de maand'…

(Bart ROGGEMAN - www.detectorvrienden-vlaanderen.be)


Iedereen kent of heeft misschien al gehoord van de Centjesmuur of Oordjesmuur aan de Antwerpsepoort

Centjesmuur

En omdat ik nu eenmaal nieuwsgierig ben naar de Geschiedenis van Mechelen, wil ik graag weten welke soort munten en briefjes ooit in Mechelen gecirculeerd hebben. We kennen de Euro en, daarvoor, de Belgische Frank. Maar welke andere munten werden gebruikt in Mechelen (En waren hier ook bijv. Assignaten bij, in de Napoleonistische Tijden ?)

Assignaat
Johan is ook bekend van de serie Het Leven zoals het is: Planckendael trouwens.
In 1255 wordt er een eerste vermelding gemaakt van 'De Wissel'. In de middeleeuwen waren er zeel veel verschillende muntsoorten in omloop, elk met hun eigen waarde. Om bijvoorbeeld een gouden muntstuk (het briefke van 500 EURO van tegenwoordig nvdr) voor meer praktisch kleingeld te ruilen, kon men terecht bij professionele geldwisselaars. Deze wisselaars waren verplicht om hun activiteit uit te oefenen in 'De Wissel'. De Wissel was gelegen naast het eerste Schepenhuis.
(bron Het Steen en de Burgers)
Zeer interessant, Peter, bedankt !
Weet iemand nog meer over de Geschiedenis van het Geld in en om Mechelen ?
Als je het Mechels Dialect bekijkt, daar zitten veel Franse woorden in, die vermechelst of vervlaamst zijn.
Dus zal Napoleon en zijn kliek ook hier wel serieuze invloed hebben gehad, waaronder het monetaire systeem met oa assignaten...
De benamingen der geldstukken in het Mechels Dialekt

De geldstukken worden door het volk over ’t algemeen niet aangeduid door de waarde die er, volgens het decimaal stelsel op uitgedrukt staat, maar door een eigen benaming die meestendeels ontleend is aan vroegere muntstukken, ofwel ook een benaming ontleend aan ’t afbeeldsel dat op het stuk voorkomt.
Overschouwen we even onze geldstukken en melden we hoe ze in het Mechelsch dialekt genoemd worden.

1. Het stukje van 0,01 fr : Thans omzeggens buiten omloop, heet algemeen ‘een suske’. Fictief kent het Mechelsch ook ‘een half suske’ in de uitdrukking : ‘Hij heeft nog geen half suske’, om te beduiden dat iemand zeer arm is.

2. Het stukje van 0,02 fr : heet ‘vent’, soms ook ‘koperen cent’, dit vooral gebruikt door oudere menschen, die spreken van hun jongen tijd. B.v. ‘als wij in onzen tijd een koperen cent kregen…’.

3. Het stukje van 0,05 fr : Hiervoor kent men ‘en souke’, of ‘een halve sou’, meer ‘een solleke’. Dit geldt ook voor ’t Noorden der provincie Antwerpen tot aan de lijn die gaat van Boom naar Geel. Verder kent men in Mechelen geen andere benaming voor dit stukje; men zegt ‘een stukske van vijf centiemen’.

4. Het stukje van 0,10 fr : Algemeen in de provinciën Antwerpen, Brabant, Limburg en enkele andere localiteiten, bezigt men ‘vijf cent’. Ook te Mechelen, Doch waar ‘cent’ in andere gewesten doorgaans in ’t enkelvoud voorkomt, is dit bij ons niet immer het geval; men hoort alhier ‘vijf cens’ en meer en meer ‘vijf centen’.

5. Het stuk van 0,25 fr : De benaming ‘kwartje’ is omzeggens uit ’t Mechelsch verdwenen; men spreekt nu van ‘’n stuk van vijf en twintig centiemen’, meer van ‘’n stuk van twaalf en half’ d.i. twaalf centen en een halve.

6. Het stuk van 0,50 fr : Naast het algemeen gebezigde ‘’n stukje van vijftig centiemen’, kent het Mechelsch tevens ‘een halfvoetje’. De kinderen, ook wel groote menschen, verzamelen de stukjes en bewaren ze in eenflesch; wanneer ze vol is worden de stukjes omgewisselt en het geld op ’t spaarboekje geplaatst.

7. Het stuk van 1 fr : Hiervoor kent de Mechelaar : ‘een tist’, ‘een patat’, ‘een baard’. Deze laatste benaming is in den volksmond gekomen tijdens de regeering van Leopold II die met zijn baard op deze geldstukken was afgebeeld.

8. Het stuk van 2 fr : Thans buiten omloop, noemde men ‘nen dobbele frank’.

9. Het stuk van 5 fr : De huidige kleine stukken hebben geen bepaalde benaming. De vroegere groote stukken heetten ‘peerdoog”.

10. In 1930, bij de gelegenheid van de eerste feestviering der Belgische onafhankelijkheid, werden nieuwe stukken van 10 fr. Geslagen; ze vertoonden op de eene zijde de beeltenaar der drie koningen : Leopold I en II alsook Albert. Deze stukken deden verwarring ontstaan met andere reeds in omloop zijnde; wanneer men ze aannam, kwam het menigmaal voor dat ze werden omgekeerd en goed bekeken om de waarde ervan te kennen. ‘’t Is er een van tien, zei dan de gever, hoort ge ze niet zingen ?’ was zijne verder vraag. Men bedoelde natuurlijk de Drie Koningen, met contaminatie aan deze uit het H. Schrift.

Jozef Van Balberghe
Uit ‘Folklore en Dialekt van het Mechelsche” 1ste jaargang Nr 1 – 1940.
@ Jos : Hahaha...
Geweldige uiteenzetting !
Ik heb ervan genoten...
Maar nen halve frank, was dat ook geen "Mijnwerkerke" ?
Ze zagen bruin van kleur en er stond oep den achterkant ne mijnwerker op, met helm en een mijnwerkerslamp...
Hier heb ik nog een afbeelding gevonden, se, van dat Mijnwerkerke...

http://www.scip.be/PhotosMa...
@ gimycko.

Nen halve frank was inderdaad een "mijnwerkerke" maar de tekst welke ik aanhaalde van Jozef Van Balberghe is van in 1940. Toen bestonden er al wel mijnwerkers, maar die koperen 0,50 ct, dateren van veel later.