5 mei 1835... een heerlijk weertje die dag...

met categorie:  





Je kan er niet naastkijken...
Op het Stationsplein staat, met een zeldzame Mechelse chauvinistische overdrijving, op een moderne sokkel neergepoot,
een wat simpele grijze paal,
als een megalomaan symbool naar de hemel wijzend,
dé Mijlpaal!

Vele jaren stond hij wat verstopt in een hoekje naast de Vierendeelbrug - maar hét symbool van de geschiedenis van de Mechelse Ijzeren-weg, werd in ere hersteld..., en werd terug centraal gezet...
En nog niet zoveel jaar geleden kreeg hij dit nog wat monumentaler kleedje aangemeten.

De Mijlpaal: centraal punt van de Belgische Spoorwegen...
een herinnering aan een zonnige dag in mei 1835....

Ons in 1835 kunstmatig ontstaan landje, ontbeerde in die beginjaren de noodzakelijke infrastructuur om uitwisseling van grondstoffen en producten te kunnen verzekeren.
De verbinding tussen de Belgische steden bestond alleen uit hobbelige aarde-of kasseiwegen; en de waterwegen waren gedurende de wintermaanden onbevaarbaar.
Leopold I zag dit ook wel in, en in 1833 deed hij een oproep voor de Verenigde Kamers voor een eigen nationaal spoorwegnet. Hij had in 1830 als toeschouwer de plechtige opening van de Engelse spoorlijn Liverpool-Manchester meegemaakt, de eerste spoorlijn ter wereld.
Na de nodige vertragingen werd de wet tot een Belgisch spoorwegnet dan uiteindelijk afgekondigd in 1834:

"In het Koninkrijk zal een spoorwegnet worden opgericht met Mechelen als centraal punt en gaande: oostwaarts naar de Duitse grens via Leuven, Luik en Verviers; noordwaarts langs Antwerpen; westwaarts tot Oostende via Dendermonde, Gent en Brugge; zuidwaarts langs Brussel, naar de Franse grens door Henegouwen,"

Dit zou aan Mechelen de kans geven om uit z'n isolement te treden!

Als centraal punt en bakermat van de Belgische Spoorwegen speelde Mechelen een voorname rol.
De ontwikkeling van onze stad zou nu pijlsnel vooruit gaan door de aanleg van de eerste continentale spoorweg tussen Brussel en Mechelen.
Economisch gezien zou dit een voltreffer van formaat worden - en de stad kende een nooit geziene uitbreiding.
Als vertrekpunt van verschillende spoorwegen, zou men ook Mechelen kiezen om er werkhuizen voor herstel en onderhoud van rollend materieel te bouwen.

Maar zover waren we nog niet...
Veiligheidshalve werd er eerst besloten een proeflijn aan te leggen tussen Mechelen en Brussel, voor men de geplande spoorlijn tussen de havens van Antwerpen en Keulen, en nadien met vertakkingen naar Brussel en Oostende, construeerde....
Het Mechels station werd buiten de stadswallen voorzien - midden het Ganzenveld, gelegen tussen vestinggracht, Dijle en Leuvense Vaart.

De spoorlijn Mechelen-Brussel met één tussenstation te Vilvoorde, zou grotendeels de Zennevallei volgen. Drie bruggen dienden over die rivier gebouw: te Zemst, Eppegem en Laken.
Naar de draaibrug over de vaart te Mechelen werd niet gewacht voor de proeflijn.
Aan de terminus te Mechelen, nabij Coloma, werd in 1834 'n noodbrug over het kanaal gelegd. De reizigers werden door een houten reling langs de vaart beschermd, en een voorlopig houten dienstgebouw werd opgericht voor de verkoop van spoorkaartjes.

Op 5 mei 1835 zou de plechtige opening van de Belgische Spoorwegen plaats hebben!
Het was een heerlijk weertje die dinsdag in mei.
Van 's morgens stroomden nieuwsgierigen toe langs heel de spoorlijn.
Eindeloze rijen koetsen stonden overal opgesteld.
In de buurt van het Brusselse Groendreefstation hadden vele kijklustigen zich een uitkijkpost gezocht op de daken, in de bomen, of op schepen in het kanaal.
Om 11.30 u namen de 900 genodigden plaats in de rijtuigen.
Onze koninklijke  Leopold I zag er gelukkig uit.
Om 12.23 u klonken kanonschoten om het vertreksein aan te geven!
'De Pijl' opende de stoet en sleepte zeven met vlaggen versierde wagens, gevuld met hoogwaardigheidsbekleders.
Vlak daarna vertrok de 'Stephenson' , en als laatste was het de beurt aan de 'Olifant'.
De stoet legde het traject tussen Brussel en Mechelen in 50 minuten af...

Een genodigde die over Stephenson zat in het eerste rijtuig, vertelt:

"Bij het vertrek tusschen die eindelooze massa volk, die dit nooit geziene schouwspel bewonderde, werd het hem te machtig, hij gevoelde zich als versmacht, zijn hijgende borst was overspannen, hij brak zelfs in snikken los en stortte overvloedige tranen als een kind. Nochtans, Stephenson lachte niet, doch begreep mij, als ik hem hartstochtelijk de handen drukte en mij liet ontvallen: 'Wonderful, prodigious!'. Stephenson antwoordde: 'Gedurende 25 lange jaren heb ik geworsteld tegen al wat in Engeland het meest verheven, het meest ontwikkeld was; ze hebben mij bespot en uitgelachen. En, voegde hij er bij, met dien toon van eenvoudigheid eigen aan mannen van vernuft, 'U ziet hoever men nu gekomen is."

In Mechelen aangekomen, schaarden de reizigers rond de Mijlpaal waarvan de basis klaargemaakt was om de gedenkpenning en wat muntstukken en een proces-verbaal van de plechtigheid in te stoppen.

Om 4.15 u vertrokken de rijtuigen wéér van Mechelen naar Brussel.
De 'Olifant' versleepte nu alleen de dertig rijtuigen.
Maar niet vermoedende dat de plechtigheid in Mechelen zo lang zou duren, was het water van deze locomotief bijna verbruikt toen de stoet Vilvoorde naderde...

5 mei 1835.
Het was een lekker weertje.
Een zonnige dag voor Mechelen...
De toekomst lachtte deze stad toe.

(verslag gemaakt met behulp van het uitstekende historische boekwerkje van Jan Goossens, uit 1980: 'De Mijlpaal van de Belgische spoorwegen te Mechelen')

Ik ben nooit gek geweest van die mijlpaal, maar nu er een "nieuwe" sokkel onderstaat ziet het er op z'n zachtst gezegd potsierlijk uit. En jammer genoeg zo lelijk dat je er eerder moet om wenen dan lachen. Wanneer ik op het plein voor het station kom (en dat gebeurt zo'n twee keer per dag), kan ik me nooit van de induk ontdoen dat één of andere klinkers-fabrikant het op een akkoordje heeft gegooid met de stad Mechelen.
Ja, ik ben ook niet zo 'wild' van het ontwerp - maar wél trots op het historische feit.
Naast de uitgang van het stationsgebouw kan je ook nog een bas-reliëf zien die dit 'heugelijke' feit in herinnering brengt...
bwof, over smaak valt natuurlijk niet te twisten, maar "zo lelijk dat je er erder om moet wenen dan lachen" vind ik wel wat overdreven. Toen ik hier 16 jaar geleden voor het eerst toekwam viel die paal me uiteraard meteen op, en wilde ik natuurlijk ook weten wat dat ding moest voorstellen, maar nu ben ik die ondertussen zo gewoon dat em niet eens meer opvalt.
De mijlpaal heeft als monoliet voordien op een drietal plaatsen gestaan maar wat zijn "laatste rustplaats" betreft ben ik geneigd Wim gelijk te geven. Iemand moet ongetwijfeld profijt hebben gehad bij de bouw van dit monster.
Jullie moeten wel weten dat het "monument" een ontwerp is van J.P Laenen, een toch niet onverdienstelijk kunstenaar uit onze stad die o.a het laatste 5 frank stuk ontwierp en ook verschillende beeldhouwwerken en architecturale realisties waaronder een voetgangersbrug ergens in de wetstraat in Brussel ( Ik zal dat laatste eens opzoeken ) Maar in mijn boek "Mechelen, kunst van de middeleeuwen tot heden" staat een afbeelding van de maquette van het onwterp van het plein ( blz 165 ) en dat oogt heel wat eleganter. Maar zoals steeds, de uitvoering en de economische realiteit is iets anders dan de wens van de kunstenaar. Zo werd er op de maquette duidelijk gewerkt met grote vierkante beige en grijze vlakken. Het eindresultaat en de basis van de mijlpaal zelf is nu veel te strak en hoekig. Ik vraag me af of Lanene zelf zo enthousiast is over dit werk.
Dat is ook waar Rudi - het verhaal moet inderdaad hélemaal verteld worden.
Laenen is inderdaad niet onverdienstelijk.
(Ook de kleine 'vismonumentjes' op de Ijzerenleen zijn o.a. van hem...)
De uitwerking van het idee is anderzijds wat te 'Oostblok-achtig'...
Maar OK, als Mechelaars mogen we toch wel trots zijn op het feit dat we de 'navel' zijn van het Europese spoorwegnet - een niet onbelangrijke titel die we mogen dragen met fierheid...
Jean-Paul Laenen (°1931) ontwierp in Brussel de Beliard brug, gelegen naast het Europese Parlement...
Hij was oorspronkelijk beeldhouwer, maar zal later 'breder' werken...
In Mechelen, sticht hij met twee andere architecten de werkgroep 'krokus' die zich toelegt op herwaardering en restauratie van ouden buurten.
Hier een bijdrage ivm de opening van de eerste spoorlijn in België en het vasteland.

De Ijzerenweg te Mechelen.(Deel 1)

Enkele dagen vóór de inhuldiging maakte de minister van binnenlandse zaken, die toen het spoor in zijn bevoegdheid had, het programma van de inhuldigingsplechtigheid bekend, en dezelfde dag stuurde de w.n. gouverneur van Antwerpen, oud-minister Charles Rogier, zeven uitnodigingskaarten voor deelneming aan de inhuldiging van de eerste spoorlijn, aan de burgemeester van Mechelen.
Het stadsarchief van Mechelen bezit een orginele uitnodigingskaart voor de heer Fris, advokaat en een “carte d’entrée à l’enceint des places réservées pour assister à la solennité de l’ouverture”.
Het is niet zeker dat de Mechelse burgemeester gebruik maakte van de uitnodiging. Het Mechels stadsbestuur liep in die dagen niet hoog op met de nieuwigheid; in elk geval is er in de verslagen van het schepencollege van Mechelen, geen melding gemaakt van de inhuldiging van de spoorsektie Mechelen-Brussel.

5 mei 1835.
Eindelijk was de dag van de inhuldiging van de eerste spoorlijn in België en op het vasteland aangebroken!
Laten we hierna noteren wat het officieel orgaan, het Staatsblad van 6 mei 1835 hierover vertelde :

“…..Een weinig vóór het middaguur is zijne majesteit bij het station van Groendreef aangekomen om het vertrek van de konvooien bij te wonen. Hij werd er luidruchtig begroet door de talrijke toeschouwers. De vorst is tot dichtbij de stoomslepers genaderd, heeft ze lange tijd aandachtig bekeken en is vervolgens tot de afsluiting van het station gegaan om van daar een blik te werpen op die drie vertrekkensklare treinstellen en de vrolijke inzittenden.
Te zien aan de gelaatsuitdrukking van de vorst, was het duidelijk merkbaar dat hij zeer tevreden was.
Weldra klonk het eerste kanonschot; dit was het sein tot vertrek. “La Flèche” opende de stoet, slepende zeven met de nationale kleuren versierde wagens, waarin ambtenaren van de verschillende administratieve diensten, samen met hunne dames in elegante kledij hadden plaats genomen. Onmiddellijk daarop vertrok de “Stephenson” met vier overdekte wagens en drie diligenties, in dewelke leden van de wetgevende kamers, ministers en leden van het diplomatenkorps reisden. Daarna was het de beurt aan “L’Eléphant”, lokomotief van groot vermogen, met zestien wagens, waarvan negen versierd met de provinciewapens.
Van Brussel tot Mechelen stonden langsheen de baan, ontelbare bewonderaars, nieuwsgierig voor dit zo nieuw en nooit geziene spektakel. Er werd langs alle kanten in de handen geklapt en geroepen. Na een rit die 50 minuut duurde, zijn de reizigers te Mechelen afgestapt en hebben zich verzameld rond de initiale mijlpaal, waarvan het voetstuk klaargemaakt was om de gedenkpenning, de muntstukken en het procesverbaal van de ceremonie te ontvangen. De minister van binnenlandse zaken de Theux heeft daar volgende toespraak gehouden. Om kwart over vier zijn de rijtuigen terug naar Brussel gereden. Nu gesleept door “L’ Eléphant”, die gezwind vertrok met de dertig rijtuigen. Maar het schijnt dat de sleper onderweg moeilijkheden ondervonden heeft. Vóór het station van Vilvoorde heeft men de lokomotief van het treinstel losgemaakt en is het alleen verder gereden tot Vilvoorde, waar het bijgetankt heeft. Een belangrijke vertraging was daarvan het gevolg. Maar eens terug bij de trein heeft de lokomotief in versnelde rit de voertuigen tot bij de Lakensepoort gebracht, waar “L’ Eléphant”, rond kwart over vijf, te midden een juichende menigte, ontvangen werd……”
Eindigen we hier met het Staatsblad en met wat de Mechelse kroniekschrijver Schellens, die de feiten gezien en beleefde, schreef :
“….. Den 5 mei 1835 heeft alhier de plechtige opening van den ijzeren weg van Brussel naar Mechelen op de middag plaats gehad. Van de vorige dag zag men alhier talrijke vreemdelingen zo met rijtuigen als te voet binnenkomen in de stad; maar de 5 mei, dag der opening was het getal vreemdelingen zo groot dat er geen rijtuigen, nog paarden te bekomen waren. Vreemdelingen en onze inwoners begaven zich op de middag naar de statie buiten de Oude Brusselsepoort, welk getal zo groot was dat de weg langs beide zijden met toeschouwers bezet was.

Uit “Bijdrage tot de geschiedenis van de Belgische Spoorwegen te Mechelen” door M.C.G. Rogier (december 1978)
De Ijzerenweg te Mechelen (Deel 2)

Omtrent één uur ’s namiddags arriveerde de eerste trein, voortgetrokken door het lokomotief genaamd “La Flèche”, bestaande uit zeven rijtuigen, gevuld met volk. Achter deze trein arriveerde een andere voortgetrokken door het lokomotief genaamd “Stephenson”, met gelijke rijtuigen en volk. Een weinig daarna arriveerde een andere trein, voortgetrokken door het grotere lokomotief “L’ Eléphant” en bestaande uit zestien rijtuigen gevuld met overheden en andere personen. Al de personen in deze trein gezeten, stapten af aan de statie over den anderen kant der Leuvensevaart en zijn over de pont-volant gegaan naar het groot veld, gelegen tussen de Oude Brusselse- en de Leuvensepoort. Aldaar werden de overheden ontvangen door verscheidene kanonschoten en onder het gelui der klokken en het spelen van de beiaard. Deze overheden begaven zich naar de grote en schone verhevene tent onder het spelen van het muziek van de harmonie van Brussel en het muziek van het regiment van de gidsen. Aan de vaart was geplaceerd het muziek der jagers te paard, in garnizoen al hier. In tussentijd hield het volk zich bezig met het oprichten van de arduinen kolom, die als middelpunt van de ijzeren wegen geplaatst werd. De minister van binnenlandse zaken de Theux heeft deze kolom ingehuldigd. Nadat het monument geheel gesteld was, zijn de treinen in volle vaart naar Brussel terug gekeerd, nadat dezelve aan elkander waren vastgemaakt en slechts door één lokomotief “L’ Eléphant” werden voortgetrokken. De lange trein bestond uit 30 rijtuigen. Na het vertrek van deze lange trein zijn de lokomotieven “La Flèche” en “Stephenson”, zonder rijtuigen naar Brussel vertrokken.
Daarna besloot hij : “… Later vertrokken de treinen viermaal daags, vice-versa. De prijs was bepaald op : 2 frank 50 centiem, 1 frank 50 centiem, 1 frank, 50 centiem. De eerste plaats is in de bijzondere rijtuigen, de tweede in de diligenties, de derde in de wagons met overtreksels en de vierde in rijtuigen gans open”.
Het tussenstation Vilvoorde, halfweg Mechelen-Brussel, is van bij de openstelling van de spoorlijn geopend geweest. Dichterbij zal in de gemeente Weerde een station opgericht worden op 1 februari 1836; maar de gemeente Eppegem heeft moeten wachten tot 10 juli 1886 voor “…. Toelating tot het onteigenen van gronden en het definitief oprichten van een station”.
De mijlpaal, ingehuldigd op 5 mei 1835 is een eenvoudige arduinen zuil van circa 7 m hoogte en 1,5 m doormeter, zonder inskripties. De plaats waar hij opgericht werd, kan gesitueerd worden in de lange aslijn van de huidige Leopoldstraat, op 88 m van de huizenrij tegenover het station; ongeveer op de plaats waar nu de kaartjesknipper ons toegang tot het station verleent.
Sedertdien is deze zuil het enige wat ons rest uit die dagen, reeds viermaal verplaatst. Wij hopen dat hij een vijfde maal zal verplaatst worden, maar dan op een waardige plaats, waar hij als symbool van wat Mechelen eens was, de voorbijgangers zal herinneren aan de prestatie van het spoorwegpersoneel en het nut dat de spoorweg aan de gemeenschap en ook in het Mechelse en omgeving, gebracht heeft.

Uit “Bijdrage tot de geschiedenis van de Belgische Spoorwegen te Mechelen” door M.C.G. Rogier (december 1978)
@ Roger Kokken.
De Mijlpaal ingehuldigd in 1835 werd verplaatst
de 1ste keer in 1838
de 2de keer in 1878
de 3de keer in 1892
de 4de keer in 1959
de 5de keer in 1980
en bij de herinrichting van het Koning Albertplein, op een schavotje gezet.
Bedankt Jos Nys voor deze uitgebreide aanvullingen en ooggetuigeverslagen!
Schitterende bijdrage!
Dit alles stoft een belangrijk stuk Mechelse geschiedenis flink af...,
Mersee Jos, 'k geloef da'k ik em dan oep een pleuts of veer em weite staan.
Daar hedde de jos wèr mè wa!

Nergens lees ik hier wat ik ooit las...
Geschiedenis buiten de lijntjes!

Echt spijtig , maar ik weet echt niet meer waar ik dat las! Ik had nog niet de gewoonte te noteren....Ik las en dacht er het mijne van.

Meneer Stephenson hadden ze "vergeten" uit te nodigen!. Hij stond in Brussel tussen het publiek te genieten van de toepassing van zijn uitvinding...de stoomtrein! Journalisten bemerkten hem op tussen de toeschouwers. Zij hebben hem opgepikt en tussen hen is hij dan toch kunnen mee rijden naar Mechelen, in het konvooi van de Eléphant. Vergeten door de "Geschiedschrijvers?"...

Is dit een steen in de kikkerpoel? Het weze dan zo! Ik weet van mezelf dat ik gene gewone ben... Is dat het begin der wijsheid? Ik denk van niet. Maar relativeren heb ik wél geleerd, na al die jaren...
Weet er iemand of die eerste trein op tijd aankwam volgens de dienstregelingen ? Of is het daar al fout gegaan met de NMBS (heette het toen ook NMBS ?)
@ josvandenhoek.
"Nergens lees ik hier wat ik ooit las... Geschiedenis buiten de lijntjes"

Gelukkig zijn er mensen zoals u welke ooit eens iets gelezen hebben hetgeen de geschiedschrijvers vergeten hebben te noteren.
Uw bijdrage (reactie) is een aanvulling aan de geschiedenis van onze ijzerenweg, positief of negatief is hier niet ter zake.
Ja, volgens de 'bronnen' was er 50 minuten voorzien om zeker zijn. Vertrek 12.23H te Brussel, aankomst te Mechelen 13.13H. De eerste treinen kwamen inderdaad op tijd te Mechelen!
In het Staatsblad is er alleen sprake van " Een spoorwegnet."
Uurregelingen (spoorboekje!)heb ik niet gevonden in 1835.
Ik veronderstel dat het letterwoord NMBS nog moest uitgevonden worden...

Wie meer en beter weet, steke zijn hand op en plaatse dat op het Blog!

Er is altijd iemand die meer weet dan de schrijver...Nederigheid is een schone
deugd, of niet ?
De eerste trein legde de afstand van 22 km af in 45 minuten. Om het publiek gerust te stellen had "Le Moniteur Belge" in alle ernst vermeld dat de snelheid van het nieuwe vervoermiddel de ademhaling van de reizigers in het geheel niet zou hinderen, zelfs niet in de derde klas wagons, waar de passagiers in open lucht moesten zitten...
Met stukjes en beetjes wordt dit verhaal bijeen gepuzzeld!
Bedankt voor al deze bijdragen! We komen zo wel dichter bij de waarheid.
De NMBS is opgericht in 1926 als een fusie tussen de Staatsspoorwegen en enkele private spoorwegmaatschappijen. De hoofdassen waren "staats" de andere waren in private handen. De huidige lijn Mechelen - Sint.Niklaas is bijvoorbeeld wat er overblijft van de lijn Mechelen - Terneuzen, uitgebaat door een ongeveer gelijknamige vennootschap. Of die fusie-operatie in 1926 bedoeld was als rationalisatie en uniformisering van het spoorwegnet of eerder een eerste was in een reeks van velen om verlieslatende activiteiten over te dragen aan de staat is mij niet helemaal duidelijk. Dat tweede zal in elk geval nooit de officiële verklaring geweest zijn.
Op 1 mei 1834 werd bij wet tot oprichting van een nationaal spoorwegnet uitgevaardigd, daarom besliste de staat een net van ongeveer 400 km aan te leggen.
Op 5 mei 1835 werd de eerste spoorlijn op het Europese vasteland, tussen Brussel en Mechelen, ingewijd. Het was de eerste spoorlijn die commercieel gebruikt werd. Men noemde het destijds officieel "Voie De Fer". De boeren langs het spoor noemde het "De Ijzeren Steenweg".
In 1838 werden het de "Staatsspoorwegen" voor wat betreft de spoorwegen in handen van de staat. In 1843 zocht men privé-investeerders om het spoorwegnet uit te breiden. In 1870 was er ongeveer 860 km spoorweg van de staat en +/- 2.300 km in handen van privé bedrijven. De meeste sporen in privé-handen werden genationaliseerd tussen 1870 en 1912. Daarna bezat de Belgische staat zo'n 5.000 km spoor, een kleine 300 km waren nog privé.
In 1926 werd de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) opgericht. In 1958 waren alle spoorlijnen in handen van de staat.
Een vraagje ivm het rond punt aan het station.
Kan ik ergens foto's vinden van vóór de aanleg van de huidige situatie?

En heeft er iemand een idee waar ik terecht kan met een vraag over het kerkhof in muizen, nl over de familie "Bocklandt" (als ik correct ben).

Alvast bedankt
N.a.v. een familieverhaal zou ik graag willen weten wie toen de "machinisten" waren. Bestaat er in het archief ban de spoorwegen een lijst van de machinisten van de eerste lijn "Mechelen-Brussel" ?

Het antwoord zou een prachtige bladzijde in mijn genealogische opzoekingen kunnen worden.
@André : ik heb een kennis bij de mensen van het spoorwegmuseum en heb je vraag doorgemaild. Mag ik je mail adres voor een eventueel antwoord? Mail dat naar :
rudi.demets@telenet.be
@andré : niet meer nodig al gevonden via de blog, je emailadres....

 Ik denk niet dat Leopold II toen al een baard had, hij was amper een maand oud. Typfoutje ?

Leopold II (Brussel, 9 april 1835 – Laken, 17 december 1909)?

Volgens historicus Marc Reynebau in zijn boek "Een geschiedenis van België" vertrok de trein met een vertaging van 23 minuten, en ik citeer :"Dat lag niet aan een falende mechaniek of een gebrek aan stielvaardigheid van de spoorlui, wel aan een haperend kanon. Een kanonschot had de start van de trein moeten aankondigen, maar het vuurtuig bleek eventjes defect."

De historicus vindt 23 m·i·n·u·t·e·n 'eventjes'. Trekt daarmee naar den oorlog!

Nú versta ik waarom onze mannen van 't Arsenaal uit de wapenmakerij in de Predikherenkerk gehaald werden en niet uit de oude kanonnengieterij van Poppenreuther, en waarom deze in 1837 eindelijk afgebroken werd.  ;-)