Tulpen uit Mechelen

met categorie:  
Zou het kunnen dat een Mechelse handelaar aan de grondslag lag van de tulpenmanie in de zeventiende eeuw? Het verhaal zou zo gegaan zijn: een stoffenhandelaar uit Antwerpen kreeg in 1562 onverwacht een lading stof uit Istanbul aan. Bij de lading ook een paar knollen die hij, verkeerdelijk, aanzag voor uien. De stoffenhandelaar at de meeste knollen op en plantte de rest. In de lente van 1563 bloeiden de tulpen voor het eerst in de Nederlanden. Joris Rye, een Mechelse handelaar en liefhebber van exotische planten werd er bij geroepen en kreeg de paar resterende tulpenbollen mee. Hij plantte ze in zijn eigen tuin en schreef naar zijn correspondenten over de nieuwe ontdekking. De eerste gedrukte afbeelding van een tulp in de Nederlanden duikt - niet onlogisch - op in het Cruydtboeck van Rembert Dodoens (1568) en na de Val van Antwerpen (1585) raken de tulpen verder verspreid via Carolus Clusius die ze (vanuit Mechelen?) in zijn Hortus Botanicus plant in Leiden. Waar of niet?
Een mooi verhaal. Nog niet gehoord. Ik ben geneigd om zeker het eerste stuk van de geschiedenis te geloven. Moet kunnen denk ik. Maar ik dacht dat de Nederlandse botanicus Carolus Clusius de bollen uit Wenen naar Nederland bracht. Dat las ik toch. Spijtig; de Mechelse link in het tulpenverhaal zou ons 'chauvinisme' nog wat aangescherpt hebben... (of is er iemand anders die toch denkt dat ...).
Alhoewel, het is toch met een zekere fierheid dat ik lees dat tulpen eerder op Mechelse bodem groeiden en bloeiden dan in Nederland... Ik hoop dus dat deze geschiedenis waar is...
Clusius heeft vele verdiensten; hij was het bijvoorbeeld die de aardappel in West-Europa introduceerde, of die hier althans met de eer gaat lopen.

De tulp zou uit het Ottomaanse rijk zijn meegebracht door de Vlaming Ogier van Busbeke (in de buurt van Wervik), vergezeld door zijn Vlaamse lijfarts Willem Quackelbeen (maar waar die geboren is heb ik nog niet kunnen terugvinden). Ze werden opgestuurd naar het Habsburgse hof in Wenen, naar keizer Ferdinand I. Ook paardekastanjes werden op die manier overgebracht. Wie de tulpen dan uit Wenen naar de Nederlanden gebracht heeft... ? Voorlopig geen Mechelse connectie...
Vervolg over Clusius en de tulpen: (te snel gepost...)

"Ambassadeur" Busbeqius & arts Quackelbeen "vonden" de tulp in Turkije en stuurde ze naar keizer Ferdinand. Clusius bracht de tulpen mee van het Habsburgse hof in Wenen naar Leiden.

Korte biografie:
- Charles de l'Ecluse, geboren 1526 in Atrecht (het huidige Arras, toen deel van de Zuidelijke Nederlanden)
- gestudeerd in Leuven, Marburg, Wittenberg. Daarna geneeskundestudies in Montpellier, op dat moment een van de meest befaamde faculteiten van Europa. Hij zal echter nooit actief de geneeskunde beoefenen.
- keert terug naar de Lage Landen en vertaalt Dodoens' Cruijdenboeck in het Frans in 1557. (toch een Mechelse link...) Vertaalt en redigeert nog andere medische boeken, maar wordt vooral bekend om zijn werken over bloemen en planten.
- daarop vraagt Maximiliaan II hem naar Wenen te komen om een kruidentuin aan te leggen. Een jaar later ziet hij daar zijn oude vriend Dodoens terug wanneer die lijfarts wordt van de keizer. Bij het overlijden van Maximiliaan moet hij vertrekken, en na een omzwerving via onder meer Frankfurt belandt hij net als Dodoens aan de Leidense universiteit.
- hier publiceert Clusius zijn twee belangrijkste werken: "Rariorum plantarum historia" waarin hij 100 nooit eerder beschreven planten voorstelt, en "Exoticorum plantarum libri decem" (1603) met o.a. laurier, kers, sjalot, anemoon, krokus, hyacint, ranonkel en jawel... de tulp. Allemaal planten uit het Oosten...
Mooie BLOEM-lezing, Fezzy. We zijn weer heel wat 'wijzer ' geworden. Tussen haakjes: die Rembert Dodoens was toch wel echt een groot Mechelaar, niet?... Mechelse tulpen-link of niet... op deze man mogen we toch terecht fier zijn. Hij was toch één van de grootste geleerden van zijn tijd.
de 'nederlandse tulp' komt eigenlijk uit Turkije. De osmanen lieten alleen Nederlanders naar Turkije toe.Zij mochten nemen wat ze wouden, omdat nederland vele aanslagen had gehad vonden ze het zielig. Dus de nederlanders leerden hoe ze tulpen moesten kweken. en nederland mag turkije nu niet terwijl de ottomanen nederland heeft geholpen. dus dit is eigenlijk de waarheid over de tulp en als je naar de moskeeen gaat zie je nog van de wilde tulpen op de muren. en de moskeeen zijn al een paar honderd jaar oud en ik snap niet waarom nederlanders zeggen dat de tulp uit nederland komt.
@ Pieter; zijn er dan Nederlanders die het niet geloven dat de tulp oorspronkelijk uit Turkije komt? Kom nou... En veralgemenen door te stellen dat Nederland Turkije niet 'mag' is ook lichtelijk overdreven. Waarschijnlijk doel je op de discussies rond het EEG-lidmaatschap?
Sta me toe uw antwoord lichtelijk 'simplistisch' te vinden.
Deze blog ging eigenlijk wel over de 'Mechelse link' in het tulpenverhaal.
Maar je hebt wel een punt als je stelt dat de tulp inderdaad veel als decoratie wordt gebruikt in Turkije.
De "Nederlanden" waren nog één. Verschillende auteurs vermelden dat de tulp eerst te Mechelen stond voor ze naar Nederland werd overgebracht. Clusius bracht immers enkele malen bezoek aan en verbleef een tijd te Mechelen. Margaretha van Oostenrijk had een kruidentuin... enz..
Lijkt héél aannemelijk Willy. Bedankt voor de toelichting.
Willem Quackelbeen is een (vergeten ?) botanicus en arts uit Kortrijk, hier geboren in 1527 als derde van de tien kinderen van het echtpaar Loy Quackelbeen en Jeankin Scrytschen. Hij stierf aan de pest in 1561 in Istanbul en zijn graf zou (?) daar nog liggen.
Uit; VAN LAERE, Kortrijkse asklepiaden, p. 11-28.
Bedankt voor de toelichting in het 'tulpenverhaal'...
De puzzel geraakt compleet.
In

Rariorum aliquot stirpium per Hispanias obseruatarum (1576)

APPENDIX PEREGRINARVM ET ELEGANTIVM
nonnullarum plantarum, ex Thracia vsque delatarum,
eiusdem
CAROLI CLVSII A.
515
Tulipa

Potuisset ante aliquot annos Antuerpianus quidam mercaror certi quidpiam ea de re statuere. Is enim cum horum bulborum non exiguum numerum ab amico vna cum byssinis pannis Constantinopoli sibi missum accepisset, cepas esse existimans, aliquot ex eis assari iussit, & vulgarium ceparum modo ex oleo & aceto in coenam sibi parari; reliquos in horto, inter brassicas & alia olera defodit, vbi neglecti, omnes breui perierunt, praeter paucos quos Georgius Rye mercator Machliniensis, rei herbariae perquam studiosus ad se recepit: cuius sanè diligentiae & industriae acceptum referre debemus, quod eorum posteà flores gratissima varietate spectabilis videre nobis licuerit.

Het zou kunnen dat enkele jaren geleden een Antwerps handelaar een beetje over deze zaak heeft beslist. Het is zo dat hij, toen hij een niet klein aantal van deze bloembollen samen met linnen stoffen van een vriend uit Constantinopel kreeg toegestuurd, denkende dat het ajuinen waren, beval ze in stukken te snijden en ze zoals gewone ajuinen met olie en azijn voor zijn maaltijd te bereiden. De overige stak hij in zijn tuin tussen de sla en andere groenten in de grond, waar ze werden vergeten.Ze zouden allen vlug zijn vergaan, ware het niet dat Joris Rye, Mechels handelaar, die zeer geinteresseerd was in botanica, er een klein deel van meenam. Deze verstandige samengang van inzicht en ijver moeten we hier toch vermelden. Dank zij deze kregen wij later de mogelijkheid om de zeer mooie bloemen, van uitzonderlijke verscheidenheid, te zien.
Wie heeft voor mij informatie over Joris Rye? waar bevond zijn tuin zich? en bestaat er een inventarisatie? Waar komt de informatie dat hij tulpen in zijn tuin had vandaan?
dank!
Over willem Quackelbeen;

Ik heb zijn graf gevonden in Istanbul..Hij werd in de 19 de eeuw herbegraven in het Rooms katoliek kerkhof ferekoy te istanbul.

Lavuun quackelbeen
Op deze PDF vind ik hetvolgende :

http://www.openmonumenten.b...

De tulp is het beste voorbeeld van een object, waarvan verzamelwoede de prijzen in de jaren 1635-1637 zodanig de hoogte injoeg dat er fortuinen voor neergeteld werden. Men gewaagt terecht van een tulpengekte.
De gecultiveerde tulp werd omstreeks 1565 door Ogier van Busbeke, Oostenrijkse ambassadeur in Istanbul, uit Turkije naar de Zuidelijke Nederlanden meegebracht. De vermaarde botanist Carolus Clusius (1526-1609) zou de bollen voor het eerst hebben zien bloeien in de tuin van Jean de Brancion in Mechelen. Een andere bron vermeldt dat reeds in 1563 tulpen bloeiden in de tuin van een Mechelse stoffenhandelaar die de bollen tussen een lading katoen gevonden had, er enkele van opat en de rest op de mesthoop gooide alwaar ene Joris Rye ze ontdekte. De Mechelse botanicus Rembert Dodoens
(1518-1585) beeldde haar als eerste af in zijn Cruydtboeck van 1568. De tweekleurige, gevlamde rassen heetten in die dagen ‘des tulipes flamandes’.
Antwerpen is een tulpenstad
Categorie: Cultuur, Vrije tijd, Natuur & milieu | 01/04/2006 | 12:23 | MH |
Nederland werpt zich op als het tulpenland van de wereld, maar het waren Antwerpenaars die de bloem in Europa introduceerden. Dat stelt Ronald van der Hilst, een Nederlands tuinarchitect die al meer dan tien jaar in Antwerpen werkt en woont. Enkele jaren geleden stapte hij met zijn verhaal naar het Antwerpse stadsbestuur en stelde daarbij dat de stad iets rond de tulp moest doen. Dat leidde uiteindelijk tot een wandelparcours door de tuinen en musea van Antwerpen.

“Wanneer de tulp in Europa aankomt, heeft ze al een lange reis achter de rug,” benadrukt van der Hilst. “Ongeveer duizend jaar geleden vonden Turkse volkeren de bloem in het Tien Shangebergte, aan de rand van het Chinese rijk. “De bloem wordt het symbool van de Ottomaanse sultans en maakt zo haar succesvolle intrede in Constantinopel. De naam van de bloem is afkomstig van de tulipan, de naam voor de tulband waarop Turkse mannen dikwijls een tulp droegen.”
Een Antwerpse handelaar zou in 1562 tulpenbollen hebben aangetroffen tussen zijn lading stoffen uit Turkije. “Hij denkt dat het een soort uitjes zijn en eet er enkele op met olie en azijn,” zegt van der Hilst. “De andere plant hij in zijn moesten en de volgende lente ziet hij daaruit prachtige tulpen groeien.” Het zou de Mechelse koopman Joris Rye zijn geweest die de bloem naar het Nederlandse Leiden bracht. Daar werd ze volgens geschiedkundige bronnen in 1593 voor het eerst opgemerkt.

Al in 1575 maakt de botanicus Mathias Lobelius gewag van talrijke Antwerpse tuinen met tulpen. “De Vlamingen leggen zich toe op het ontwikkelen van bijzondere tulpensoorten,” stipt Ronald van der Hilst aan. “De Vlaamse kwekers zijn tot in de negentiende eeuw internationaal gekend voor hun speciale variëteiten, zoals de Baquet en de Lodewijk XVI. Intussen legden de Nederlandse kwekers zich met succes toe op het op grote schaal kweken en het uitvoeren van de meer eenvoudige tulpen.”
Tijdens de maanden april en mei staat Antwerpen in het teken van de tulp. Op dertien locaties kan de bezoeker de bloem opnieuw ontdekken. Een wandelgids biedt gedurende drie dagen toegang aan alle deelnemende organisaties. Diverse musea tonen de geschiedenis van de tulp in al haar facetten. Onderweg kan de bezoeker verpozen in tuinen waarin botanische en historische tulpen bloeien. In de tuinen van het Rubenshuis en het Museum Plantin Moretus zijn door Ronald van der Hilst enkele honderden historische en botanische tulpen aangeplant.

Naast deze twee locaties, nemen ook de Botanische Tuin, het Etnografisch Museum, het House of Tulips, de Koninklijke Apothekersverenging van Antwerpen, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, het Letterenhuis, het ModeMuseum, het Museum Mayer van den Bergh, het Rockoxhuis, de Stadsbibliotheek en het Zilvermuseum Sterckshof aan het project deel. Er zijn ook geleide wandelingen voorzien.